U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Koos Van Zomeren - Oom Adolf.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2382 en is laatst upgedate op 30/11/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1789 woorden.

Uitgeverij

Arbeiderspers



Jaartal + druk

1983, bulkboekuitgave



Jaartal 1e druk

1980



Mening



Dit boek is mij wederom zeer goed bevallen, het is naar mijn mening echt een goed boek, omdat het veel genres in zich heeft waarmee een mengeling is gemaakt tussen komedie,

actie, thriller, die samen tot een goed geheel zijn gebracht. Het staat onder het genre thriller dus zou het zo aan je neus voorbij kunnen gaan dat het eigenlijk ook nog een heel grappig

boek is. Het boek is op een manier geschreven hoe het gemakkelijk te lezen is, het is compleet chronologisch, en het is opgebouwd uit korte hoofdstukken van enkele bladzijden (30

hoofdstukken in totaal), dus dat was ook een voordeel dat het niet zo warrig in elkaar zit, dat je het drie keer moet lezen voordat je het eigenlijk helemaal snapt.





Als je het boek leest, volg je de gedachtegang van de hoofdrolspeler Hugo Kemp, een doodnormale jongen, zit op het gymnasium, komt opeens op de gedachte z’n oom te

vermoorden, eigenlijk is dit onderwerp al genoeg om het boek uit te lezen, want iedereen wil meteen weten of hij het nou wel of niet doet, ik in elk geval wel. Op dat moment verwacht je

dat het boek voorspelbaar is, tot het einde, maar dat is het in elk geval niet, het boek bestaat uit onverwachte ontwikkelingen in z’n situatie. Ik zou het boek dus omschrijven als grappig,

spannend en onvoorspelbaar echt, een boek wat rijp is voor een verfilming!



Samenvatting van de inhoud

Hugo Kemp, een gymnasiast van een jaar of 17/18, besluit op een doodnormale dag zijn oom Adolf, die minister is, te vermoorden, omdat hij denkt de maatschappij er een plezier mee te

doen. De rest van z’n gezin, z’n pa, ma en zusje Sylvia, en de meerderheid van de samenleving, heeft echter veel bewondering voor de betreffende minister.



Dan komt Hugo voor de problemen te staan zoals waar, wanneer en waarmee. Dit laatste probleem gaat hij eerst oplossen, hij belt de politie, geeft zich uit voor een medewerker van

een aktualiteitenprogramma en krijgt daardoor van een goed meewerkende politieagent een adres in België waar hij vuurwapens kan kopen. Op zijn achttiende krijgt hij 2000 gulden

omdat hij tot dan toe niet gerookt heeft, dus zijn geldproblemen om het vuurwapen te kopen zijn dus ook opgelost, hij voelt zich er niet echt lekker bij, omdat hij wel degelijk rookte,

maar hij doet het toch, hij gaat naar België en koopt een vuurwapen met een pakje dumdum kogels.



Tijdens een schiettraining van Hugo in het bos, schiet hij een man neer met twee kogels, nadat hij ontdekte, dat diegene hem aan het begluren was. De politie vindt de man, en gaat er

vanuit dat het te maken heeft met de een of andere afrekening.



Thuis komt Hugo ook in de problemen, zijn ouders verwijten hem dat hij haast nooit thuis is, dat z’n cijfers naar beneden gaan en dat z’n verkregen premie al bijna op is. Hij probeert zich

eruit te praten door te zeggen dat hij een vriendin heeft die veel geld kost, en dat hij nog nu niet meer de beste, maar dan toch wel de 2e beste van de klas is. Het was eigenlijk niet nodig, want de dood van zijn oma zorgt voor afleiding. Toen oom Adolf er op de begrafenis een publiciteitsstunt van probeerde te maken wist Hugo het zeker, wat een schoft!



Hugo zette zijn plannen op de laatste campagnedag van oom Adolf, hij bereidde zich goed voor, en nestelde zich in een kamertje waar hij goed zich op hem zou hebben, en hem zeker zou raken, toen hij de auto uit stapte schoot Hugo, rende naar buiten om naar het resultaat te kijken. Het bleek dat z’n oom weer eens gestruikeld was en z’n been had verwond. Wanneer hij thuis kwam hoorde hij zijn moeder uit over oom Adolf en ze zei dat hij ooit eens een korte homoseksuele relatie had gehad. Nadat de moeder van Hugo zijn kamer binnen kwam stormen met het bericht dat er op oom Adolf was geschoten, besloot hij zich aan te geven.



In het politiebureau aangekomen te zijn, en z’n verklaring te hebben afgelegd, verklaarde iedereen hem voor gek, niemand geloofde hem, zelfs Sylvia niet, dus hij werd twee dagen

vastgehouden, maar niets of niemand kon zijn verklaring geloofbaar maken, het pistool wat hij had weggegooid werd niet meer gevonden, getuigen waren spoorloos, en de vuurwapenhandelaar wist van niets. Uiteindelijk werd hij in een gesticht gestopt.



Titelverklaring

De titel slaat zoals vanzelfsprekend op z’n oom de minister die Hugo wilde vermoorden.



Soort boek

Dit boek is niet één soort, het bestaat uit verschillende soorten, het boek is komisch, door de onverwachte ontwikkelingen in het plot en de gedachtegang van Hugo. Er is ook actie, zoals

bijvoorbeeld de achtervolging in het bos achter de man aan die hem ontdekt had en hij dood wilde schieten. Maar het belangrijkste soort is waarschijnlijk: psychologische thriller.

De haat voor zijn oom die steeds groter wordt naarmate zijn oom steeds succesvoller wordt, de haat, die ontstaan is doordat Adolf ooit eens een hond had doodgetrapt en had gezegd dat

die van de trap gevallen was, die is steeds erger geworden door het huichelachtige en arrogante gedrag en uitgegroeid tot een poging tot moord met voorbedachte rade.



Personages

Hugo Kemp, de hoofdpersoon. Op het eerste gezicht een gewone jongen, nette familie, leert goed op school en gedraagt zich keurig, maar in het boek blijkt hij nog meer karaktertrekken

te hebben, zoals niet vergeten herinneringen aan het verleden die nog steeds de reden zijn voor haat en het tot stand hebben gebracht van een moordplan, hij kan het slechte karakter

van z’n oom niet uitstaan en vindt zijn levensdoel het uit de weg ruimen van hem.



Oom Adolf, de minster, vader van 8 kinderen. Zijn doel: zo ver mogelijk in de politiek komen en een perfecte indruk maken, ten koste van alles, maar niet zo perfect als hij op het eerste

gezicht lijkt, dat blijkt wel uit zijn verleden en zijn laffe publiciteitsstunten, zoals de begrafenis van Hugo’s oma.



De rest van Hugo’s familie is minder diepgaand beschreven, er zijn weinig karaktertrekken aan toe te kennen, z’n vader is een veel rondreizende zakenman met een vriendin in het buitenland volgens Hugo. Zijn zusje een vlug volgroeide meid en zijn moeder een alledaagse ma, die plotseling zonder een duidelijke reden besluit de politiek in te gaan.



Dan is er nog een bijrol voor z’n beste vriend Titus, die volgens Hugo alleen maar z’n beste vriend is, omdat hij eigenlijk achter Sylvia aan zit.



Tijd

Het verhaal speelt zich hedendaags af, het is een modern verhaal, het begint in de winter, en het eindigt ergens aan het einde van de lente of aan het begin van de zomer.

Het verhaal is compleet chronologisch verteld, de enige flashbacks die er waren, zijn gedachtenspinsels uit het verleden van Hugo over voornamelijk zijn oom.



Vertelsituatie

Het verhaal wordt volledig verteld in de ik-persoon, door de ogen van de hoofdpersoon Hugo

Kemp.



Ruimte

De ruimtes die in het boek voorkomen, zijn er relatief veel, maar ze worden daarentegen niet erg uitgebreid beschreven, eigenlijk is dit vreemd, want dit boek is een thriller, dus zouden de ruimtes uitgebreid beschreven moeten worden, om de spanning te verhogen. Zoals bij een understatement, onbelangrijke dingen vertellen, om de belangrijke zaken te versterken.Elke ruimtes die in Het verhaal voorkomen zijn:



Bij Hugo thuis



In de klas



Stad Arnhem



Stad Antwerpen



Stad Breda



Plek waar hij vogels kijkt met z’n beste vriend



Uiteindelijk, de kliniek



Opbouw



Het begint meteen met het idee van Hugo z’n oom te vermoorden, er is niet een echte inleiding waarin iedereen even wordt voorgesteld, naarmate Het verhaal vordert kom je vanzelf wel te weten hoe en wie iedereen is.



Vervolgens komt het oplossen van de problemen: Waar, wanneer en waarmee. Eerst lost hij op waarmee(vuurwapen), en daarna waar en wanneer tegelijk(campagnedatum en plek).



Dan komt het moment dat hij schiet.



Tenslotte nog wordt verteld hoe hij zich erna aangeeft, dat de politie hem niet gelooft, en dat hij in een gesticht belandt.



Samenvattend zou je kunnen zeggen: Plan - plan mogelijk maken - plan uitvoeren - gevolgen plan.



Thema en motieven

Het Thema is “ de opgroeiende haat van een jongen die leidt tot een moordpoging”



Enkele motieven van dit boek zijn:

“schijnheiligheid” van ministers (zijn oom)

ongeloof van politie (die zijn bekentenis niet geloven)

problemen van jongeren in hun puberteit: ruzie met vader en moeder, door andere ideëen.



Bedoeling

De belangrijkste bedoeling van dit boek is natuurlijk vermaak, hoewel het natuurlijk ook zijn bedoeling was om over enkele motieven van het boek na te denken, en misschien is het zelfs

zijn bedoeling geweest om het werk van de politie af te kraken, en eventueel kan ook zijn bedoeling een aanval geweest zijn op de persoonlijkheden van ministers, of misschien één in

het speciaal, maar dat wordt verder niet duidelijk gemaakt.



Taal

Het taalgebruik is niet echt lastig, een enkele keer gebruikt hij moeilijke woorden, maar dat zou ik zeker geen probleem noemen. Hij gebruikt vrij veel vergelijkingen om weersomstandigheden en gevoelens om gezichtsuitdrukkingen duidelijk te maken. Zoals bijvoorbeeld in dit stukje:





De kou beet zich onmiddellijk vast in je gezicht. De wind joeg de sneeuw als poedersuiker over het ijzige asfalt. De stad was prettig leeg. Slechts hier en daar schuifelden mensen over

de trottoirs. Ze bleven angstvallig in de luwte van de winkels , hielden hun kragen dicht onder hun kin en bogen zich voorover alsof ze op het punt stonden hun hoofd onder de guillotine te

leggen. ‘t was winter.




Informatie over de schrijver

Koos van Zomeren werd in de jaren zeventig en tachtig vooral bekend als schrijver van politiek getinte thrillers. De laatste jaren heeft hij zich vooral bekwaamd in het schrijven op

de ultra-korte baan. Hij schrijft nu dagelijks een stukje in het NRC Handelsblad. Het zijn stukjes van weinig woorden, maar weids en intrigerend is de blik die hij je als lezer op de

wereld gunt.



Hij zoekt graag de buitenlucht op met zijn hond Rekel, daarom is de natuur ook een thema, dat steeds terugkeert, niet alleen in zijn columns, maar ook in zijn reeds verschenen boeken.



In Oom Adolf, beschrijft hij de levensloop van een jongen die de leugenachtigheid van de grote-mensen-wereld ontdekt, in tegenstelling tot de meeste verhalen, waar de verdachte

meestal onschuldig is, is er hier een dader, die niet alleen een aanslag, maar ook een moord pleegt, en dan ook nog bekent! Maar niemand gelooft hem.



Oom Adolf is een van de weinige boeken van Van Zomeren waarin de hoofdfiguur veel jonger is dan hijzelf: die opdracht had hij zichzelf gegeven omdat hij zoveel makkelijker opgaat in de belevingswereld van bejaarden dan in die van de jeugd. Hij zag de

hoofdrolfiguur Hugo als een jongere ik van hem.



Dat Koos van Zomeren een liefhebber van de natuur is, zoals hiervoor als is gezegd, blijkt ook uit zijn boeken, waarin het niet steekt op een dooie meer of minder, maar als er een

vogeltje zou sterven, dat zou wel uitmaken, zo lijkt het wel, voor hem verdienen vogels beter als mensen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen