U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : G.a. Bredero - Spaanschen Brabander.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=13265 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1445 woorden.

Eerste deel



Jerolimo Rodrigo (de Spaanse Brabander) prijst in een lange monoloog de stad Antwerpen, waar hij een plezierig leven met de meisjes had. Omdat zijn vele schuldeisers hem echter niet met rust lieten, vluchtte hij naar Amsterdam, maar daar voelt hij zich helemaal niet thuis. Hij ontmoet Robbeknol, een jonge ex-bedelaar, die op zoek is naar een baantje. Jerolimo wil hem wel in dienst nemen, maar hij vindt het jammer dat Robbeknol ‘bot Hollands’ spreekt in plaats van de heerlijke Brabantse taal. Robbeknol rammelt van de honger, maar Jerolimo, die van plan was naar de mis te gaan, houdt een pleidooi voor de soberheid.

Twee straatjongens, Aart en Krelis, schelden de ‘hondslager’ en grafmaker Floris Harmensz. Uit voor ‘lampoot’. Floris kan de jongens niet te pakken krijgen en gaat een praatje maken met drie oude mannetjes, Jan Knol, Andries Pels en Thomas Treck; ze hebben het over de pest en over bankroetiers. Daarna ontmoet Floris twee jongens, Joosje en Contant, die ruziën bij een knikkerspelletje; samen keren ze zich tegen Floris.



Tweede deel



Robbeknol is er al snel achter gekomen dat hij bij zijn meester honger en dorst zal lijden. Jerolimo is druk bezig zich op te doffen, waarbij de knecht moet helpen. Uitgedost als een prins gaat Jerlimo de stad in, terwijl hij geen cent te verteren heeft. Tijdens zijn wandeling wordt hij aangesproken door twee snollen, Trijn Jans en Bleecke An, die snel in de gaten hebben dat hij ondanks zijn hoogdravende taal een arme sloeber is. Robbeknol is er intussen op uitgegaan om te bedelen. Als hij met een voorraad eten thuis komt is zijn meester er al. Jerlimo beweert dat hij al gegeten heeft maar kijkt vol afgunst toe. Even later zitten ze samen te smullen van het bijeen gebedelde eten.



Derde deel



Na het eten heeft Robbeknol lekker geslapen. Als zijn meester toilet aan het maken is, vindt hij in Jerolimo’s kleding niets dan een lege beurs.

Jan Knol, Andries Pels en Floris Harmensz praten over elkaar, de slechte tijden en de laatste nieuwtjes. Dan luidt de klok; de schout en zijn secretaris kondigen een verordening tegen de bedelarij af. Robbeknol schrikt; voortaan zal de Bijbel hem van dienst moeten zijn. Al lezende uit de bijbel zeggen drie spinsters, Trijn Snaps, Els Kals en Jut Jans tegen hem, dat hij in ruil voor een ‘kapiteltje’ eten mag komen halen. Jerolimo komt opgewekt thuis. Hij heeft wat geld weten te bemachtigen en stuurt zijn knecht naar de markt.

Onderweg ziet Robbeknol een lijkstoet naderen. Hij schreeuwt het uit van angst, want hij heeft een vrouw horen zeggen dat de overledene naar het huis gebracht wordt waar men eten nog drinken weet en dat moet hun huis zijn. Jerolimo lacht hem uit om zijn domheid.



Vierde deel:

Byateris, de 'uitdraagster', vertelt dat ze als koppelaarster aardig de kost kan verdienen. Robbeknol komt thuis met een vracht eten en ze beginnen gelijk te eten. Robbeknol verbaast zich over Jerolimo, die ondanks zijn armoede, zich evengoed nog groot voor wil doen met tafelmanieren.

De vrekkige huisbaas, Gierige Geeraart, houdt een monoloog en voert daarna een gesprek met Byatreris over wederzijdse kennissen. Geeraart is op weg naar een van zijn huurders, een Brabander, die niet betaald heeft. Byateris heeft ook geld van hem tegoed en samen komen ze bij Jerolimo. Robbeknol wil hen niet binnen laten en uiteindelijk scheept Jerolimo hen af met een mooi praatje. Zodra ze weg zijn, pakt Jerolimo zijn biezen.



Vijfde deel



Els en Trijn horen van Robbeknol dat zijn meester naar Culemborg en Vianen vertrokken is. Jut, Geeraart en Byateris voegen zich bij hen. Als Notaris Joannes Pillorium en zijn klerk langskomen, roept Geeraart de notaris om de inboedel van Jerolimo’s huis te inventariseren. Ook de schout en twee helpers worden erbij gehaald. Er komen nog meer schuldeisers: Balich (de tinnegieter, Otje Dickmuyl (de schilder), Joost die zilveren vaatwerk op krediet heeft geleverd en Jasper, die hem van tapijten en leer voorzien heeft. Ze ontdekken allemaal dat de vogel gevlogen is. De schout opent het huis maar er is niets meer te vinden. De notaris en de schout eisen nu van de anderen betaling maar dit wordt geweigerd. De schout neemt het bed dan maar mee, dat aan Byateris toebehoorde.

Robbeknol richt zich tot het publiek voor applaus.



Verdiepingsopdracht



Politieke achtergronden



- Dit boek heeft geen relatie met de hervorming.

- Het gaat in het boek niet over geloofsvervolging, daar is dus ook geen relatie mee.

- Het verhaal speelt in 1575 en toen had Amsterdam nog niet voor Spanje en het protestantisme gekozen. Af en toe komt het er wel in voor omdat Bredero dan uit eigen ervaring vertelt, het boek is namelijk geschreven in 1617 dus Bredero heeft de Nederlandse opstand wel meegemaakt.

- Er wordt in dit boek niet over politieke macht gepraat dus is er ook geen verband met het patriottisme.



Sociaal-economische achtergronden



- Het boek houdt wel relatie met de stedelijke gedragscode want Bijvoorbeeld Jerolimo laat ongepast gedrag zien, zoals in de scène met de hoeren (blz. 41).

- Het verhaal is niet speciaal voor jongeren geschreven, maar het is wel een goede les voor ze. Die les houdt in dat niemand zich anders voor moet doen dan hij of zij is.

- Er is sprake van een standenmaatschappij want de rijken staan duidelijk hoger dan de armen. De armen zijn slaven van de rijken of ze zijn hoeren.



Culturele achtergronden



- De schrijver, G.A. Brederode, was een rederijker en behoorde tot de rederijkerskamer van Amsterdam, d’Eglentiers.

- Renaissance => geen relatie

- Humanisme => geen relatie

- De relatie met het stoïcisme : Jerolimo aanvaardt alles kalm en met gemoedsrust, ondanks dat zijn leven niet echt prettig verloopt. Hij raakt niet in paniek.



-Maatschappelijke taak van de schrijver => hij probeerde een wijze les aan het publiek over te brengen en een maatschappelijk probleem op het toneel te bediscussiëren.



- In 1585 was Antwerpen in Spaanse handen gevallen. Veel Antwerpse kooplieden en calvinisten vluchtten naar het noorden vooral naar Amsterdam. Deze stad nam de rol van toonaangevend handelscentrum van Antwerpen over.



- Het utile dulci => het verhaal vermaakte de mensen maar tegelijkertijd zat er een goede les in verpakt, het heeft hier dus wel relatie mee.



- Met het Frans-klassicisme heeft het geen relatie en ook met de regels van het Frans-klassicisme heeft het geen relatie.



- Het rationalisme => geen relatie

- Het empirisme => geen relatie

- De verlichting => geen relatie

- Het sentimentalisme => geen relatie



Literaire stromingen en genres



- De strijdliteratuur => geen relatie

- De emblematiek => geen relatie

- Liederen/ liedboeken => heeft het geen relatie mee, het is namelijk geen lied of liedboek.

- Het petrarkisme => geen relatie

- De tragedie => het is geen tragedie dus heeft het daar geen relatie mee.

- Kluchten/ blijspelen => dit verhaal is een blijspel.

- De kinderliteratuur => dit boek behoord niet tot de kinderliteratuur dus ook hiermee heeft het geen relatie.

- Spectatoriaal tijdschrift => geen relatie

- Imaginaire reisverhalen => geen relatie, het is geen reisverhaal.

- De briefroman => geen relatie



Functies van de gelezen tekst



Het boek speelt in 1575 en het publiek dat toen in Amsterdam leefde ging vaak naar toneelspelen en zocht daar een goede les is, en dit blijspel was dat schijn bedriegt. Het is niet echt heel goed af te leiden wat het publiek was, ik denk ook niet dat het speciaal voor een doelgroep geschreven was.



Evaluatie



- Nee, mijn menig is niet veranderd door het maken van deze opdrachten.

- Nee, ik begrijp de tekst wel, ik vond het wel moeilijk om er doorheen te komen maar het verhaal was niet erg moeilijk.



- Zoals ik al zei is mijn mening over het boek niet erg veranderd, ik vond het nog steeds heel lastig en ingewikkeld om de tekst te lezen omdat het taalgebruik vrij lastig is, oa. omdat het in rijm is geschreven. Ik vond en vind het verhaal nog steeds wel realistisch omdat het echt gebeurd kan zijn. De les die in dit verhaal zit (schijn bedriegt) heeft me ook wel aan het denken gezet want je leert dat je verder moet kijken dan uiterlijke schijn om te weten hoe iemand in werkelijkheid is.



- Ja, op zich ben ik er wel tevreden over alleen kon ik een hoop niet invullen omdat mijn boek daar geen relatie mee heeft.



- Ik vond het taalgebruik het lastigste en de manier waarop het was geschreven, namelijk dichtvorm.



- Ja, ik wist wel waar alles over ging dus ik bezat wel voldoende kennis.



- Ik ga het volgende keer weer precies hetzelfde doen als dit keer, namelijk eerst lezen en dan het verslag gaan maken. En gewoon bij het eerste punt beginnen en naar beneden verder afwerken.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen