U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : G.a. Bredero - Spaansche Brabander Jerolimo.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7412 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1471 woorden.





G.A. Bredero - Spaansche Brabander Jerolimo





1e Druk: 1618





Onderwerp:





Het onderwerp van dit toneelstuk is het weergeven van het dagelijks

leven in Amsterdam omstreeks 1576. In deze tijd groeide Amsterdam van een klein stadje tot

een grote handelsstad. Brabant was bezet door de Spanjaarden en daarom trokken veel

Brabanders naar het noorden. In Amsterdam was twist tussen de Amsterdammers en de

Brabanders. Dit wordt in het toneelstuk ook weergegeven. Als je de achtergronden weet ga

je het stuk waarderen. Tijdens het lezen viel ik vaak bijna in slaap en ik kon mezelf niet

veel indenken bij de situatie. Na het achterhalen van achtergrond informatie is het stuk

opeens boeiender geworden.





Het onderwerp is goed uitgewerkt. Je kunt heel duidelijk de

personages herkennen als een bepaald volk. Alle personages zijn als het ware

personificaties van verschillende volkeren. Zo wordt op kleine schaal beschreven wat er op

grote schaal gebeurt.





Gebeurtenissen:





Er gebeurt eigenlijk niet zo veel in het stuk, in ieder geval niet

iets groots. Wel speelt de pest een grote rol in het stuk. Mensen vluchten voor de dood.

Dit wordt goed beschreven. De passage waarin een lijk richting het huis van Jerolimo en

Robbeknol gedragen wordt, is erg lachwekkend. Verder is speelt het leven van alledag,

niets bijzonders eigenlijk.





Ook is het mooi om te zien dat steeds verder in het verhaal

duidelijk wordt dat Jerolimo helemaal niet zo’n nette heer is en net zo graag als

Robbeknol zijn maag goed vol wil eten.





De verdere gebeurtenissen zijn eigenlijk de verhaallijn om het stuk

een beetje interessant te maken. Aan het eind van het stuk komen veel mensen bijeen voor

het huis van Jerolimo, omdat hij bij ieder van hen nog schulden heeft. Jerolimo had dit

natuurlijk aan zien komen en is gevlucht.





Personages:





De hoofdpersonen zijn niet echt helden. Ze doen niets heldhaftigs, ze

zijn eerder antiheld. Jerolimo in ieder geval. Hij beweert een heer te zijn, maar hij kan

zichzelf niet bewijzen. Je ziet hiervan een ontwikkeling in het verhaal, waaruit steeds

duidelijker wordt dat Jerolimo geen echte heer is. Robbeknol blijft het hele verhaal door

zichzelf. Aan het begin van het verhaal heeft hij zichzelf geïdentificeerd. Tijdens het

lezen kon ik met niet echt verplaatsen in een van de personages, maar ik kon me wel

enigszins iets voorstellen van de eetpartijen. Voor de rest was het niet erg herkenbaar.





Opbouw:





Aan het eind van het verhaal kwam ik erachter dat het hele stuk in

rijm was geschreven. Dit vind ik toch goed gedaan, want in grote lijnen kon je het verhaal

best goed volgen. Dit komt misschien ook omdat het een toneelstuk is en je weet dus van

iedereen wie ze zijn of wat ze doen. Maar je ziet het verhaal wel van de kant van Jerolimo

en Robbeknol. Wat daarbuiten gebeurt weet je niet.





In het verhaal wordt ook het thema duidelijk, wat aan het eind van

het verhaal ook verteld wordt. Je hebt al lezende en luisterende op kunnen merken dat

iemand er wel op een bepaalde manier uit kan zien en kan handelen, maar eigenlijk helemaal

niet zo is.





Het boek begon me eigenlijk pas te boeien toen ik achtergrond

informatie aan het zoeken was. Zo kwam ik meer te weten over de tijd waarin het stuk zich

afspeelt en je gaat ook passages begrijpen, waarvan je anders zou zeggen dat het

onbelangrijk was.





Taalgebruik:





Het taalgebruik is soms best moeilijk te begrijpen. Je herkent

woorden niet en daardoor mis je soms een groot deel van de tekst. De grote lijn van het

verhaal kun je wel opmaken uit de context. Het taalgebruik past wel goed bij de

personages. Taalgebruik kan veel over een persoon zeggen. Je zou niet zeggen dat zulke

“platte” taal zo’n 400 jaar geleden in Amsterdam gebruikt is in

vergelijking met het taalgebruik van de Amsterdammers uit deze tijd. Het taalgebruik is

heel anders dan het taalgebruik van nu, dus ik kan er niet veel over zeggen.





Politieke achtergronden:





In de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, 1576, is er veel

rivaliteit tussen de verschillende gewesten van de Nederlanden Dit alles speelt gedurende

de tachtigjarige oorlog (1568-1648), waarin de Nederlanden in oorlog waren met Spanje.

Deze rivaliteit wordt duidelijk naar voren gebracht, met name de rivaliteit tussen Holland

en het Spaanse Brabant.





Robbeknol is als het ware de personificatie van het

“platte” Holland en Jerolimo die van het “beschaafde” Spaanse Brabant.





Ook bestaat er een zekere rivaliteit tussen Holland en het oosten van

de Nederlanden. Dit zien we in het verhaal terug bij het gesprek tussen Jan Knol en de

twee “immigranten”, Andries en Thomas.





Verder wordt er binnen het verhaal gesproken over het geloof in die

tijd. Zo wordt er bijvoorbeeld gesproken over de ketters en bovendien is er sprake van de

Geuzen.





Schout:





[…]





En dan zijn er ook nog de stel opstandige geuzen en ketters die zich

door de duivel laten bekoren





En met hun predikingen de orde verstoren.





Dat is nadelig voor de Moederkerk en de heilige inquisitie.





Ik moet ze vangen in het belang van de goddelijke justitie,





Want de Spaanse Bloedraad heeft verklaard





Dat ze veroordeeld zijn tot de dood door middel van water, vuur en

zwaard.





Het kan geen uitstel dulden, dat ketterse volkje moet verdwijnen;





Onkruid verspreidt zich minder snel dan deze goddeloze zwijnen.





Er is gisteren weer een geuzenlied boek verspreid





Dat bitter schimpt en scheldt op onze geestelijkheid





En op onze paus in Rome en alles wat erbij hoort;





Ja, zelfs op de koning, dat heet majesteitsschennis met een mooi

woord.





Sociaal-economische achtergronden:





Op het moment dat Antwerpen in handen van Spanje valt trekken

zwervers, kooplui, ambachtslieden, boeren en hoeren naar Amsterdam. Door de oorlog

verandert Amsterdam van een klein stadje in een belangrijke handelsstad.





In die tijd grijpt ook de pest om zich, doordat veel mensen opeens

bij elkaar kwamen te wonen en de hygiëne binnen de stad erbarmelijk was. Hier komt ook

het Fortuna motief om de hoek kijken. Men ziet dat ondanks de welvaart en vooruitgang in

Amsterdam het noodlot toe kon slaan Zodat zelfs de meest vooraanstaande en gezonde

Amsterdammer ziek kon worden en kon sterven. Dit zien we ook terug in het gesprek tussen

Jan, Floris en Andries:





Jan:





    Wel, Floris Harmenz, waar ga je heen met de baar?

Wie is er dood?





Floris:





    Adriaan Pils, de man van vrouw Barber, je oude

drinkgenoot.





Andries:





    Andries Pils dood? Dood? Dood? Dat is een wonder.

Je kunt geen mens meer vertrouwen. Niemand in de stad was gezonder, of sterker.  Hij

zat zo goed in het      vlees en liep nog met gezwinde pas.





Jan:





    Heeft hij lang op bed gelegen, aan welke ziekte is

hij overleden?





Floris:





    Ze zeggen aan de gave Gods (= de pest, de zwarte

dood)





Jan:





    Durf je dan wel naar beneden?





Floris:





    Wat, zou ik niet naar binnen durven? Daar zou je

mooi van op kijken. Ik ga ‘snachts wel eens met de doodgraver in een kuil met twintig

lijken. Ik denk maar zo:   als ik mijn naam op de lijst zie staan, weet ik dat

het ook met mijn leven is gedaan. Als je naam op de lijst staat, dan helpen al de kruiden

van de hele stad geen      mallemoer: al stribbel je nog zo

tegen, je hebt je leven gehad. De mensen vluchten uit angst; maar zelfs al zou je op Texel

zijn: de dood vind je overal, al zou je in de muur gemetseld zijn. De dood spaart rijk

noch arm, tegen de dood bestaat geen enkel schild.





Genre:





Hier staat dat het geen blijspel is. Spaansche Brabander behoort tot

de renaissanceliteratuur en is een revueachtig spel met een lerend karakter. Ondanks het

de kenmerken van een blijspel heeft, zoals:





-spreektaal





-happy end





-mensen uit lagere klassen in belangrijke rollen,





is dit niet het geval. Het heeft namelijk een tragische ondertoon,

dus het valt eerder onder de categorie tragie-komedie. Spaansche Brabander kan ook tot het

epische theater gerekend worden: er is sprake van een aaneenschakeling van scènes die

niet lineair verbonden zijn, maar betrekking hebben op het thema.





Thema:





Het boek heeft niet echt een thema maar eerder een moraal. De

moraal is dat je soms wel met mensen om kunt gaan, maar ze dan nog niet helemaal kent of

weet hoe ze zijn.





                  

“al siet men de luy men kentse daarom niet”





Aemultatio:





Het verhaal van de Spaansche Brabander is gebaseerd op een

schelmenroman, Lazarillo de Tormes, van de Spaanse schrijver Diego Hurtada de Mendoza. Dit

verhaal werd in 1561 in het Frans vertaald en in 1579 in het Nederlands.





Bredero heeft de Spaanse stof genationaliseerd: hij heeft

Amsterdamse types gecreëerd en aan het voorbeeld verhaal taferelen uit het Amsterdamse

leven van alledag toegevoegd.





Bovendien heeft Bredero het origineel "verduytst"





Verduytsen is het aanpassen van een origineel aan het 17e eeuwse

publiek, om het voor het publiek interessanter en begrijpelijker te maken en om het

voorbeeld te overtreffen.





Kritiek:





Er zijn verschillende punten van kritiek in de Spaansche Brabander:






style="margin-left:18.0pt;text-indent:-18.0pt;mso-list:l0 level1 lfo1;

tab-stops:list 18.0pt">·

   Kritiek op de Brabantse taal: Robbeknol noemt de Brabantse taal een

“moye mengelmoes van allerlei volkeren.”






style="margin-left:18.0pt;text-indent:-18.0pt;mso-list:l0 level1 lfo1;

tab-stops:list 18.0pt">·

   Kritiek op de Hollandse taal: Jerolimo noemt de Hollandse taal “bot

Hollants” Hij zegt over zijn eigen taal: “hee-ro-yck, modest en vol

perfeccy”






style="margin-left:18.0pt;text-indent:-18.0pt;mso-list:l0 level1 lfo1;

tab-stops:list 18.0pt">·

   Kritiek op bedelen: men verbiedt mensen te bedelen. Dit is voor Moffen,

Poep en Knoet (Twent of Drent).






style="margin-left:18.0pt;text-indent:-18.0pt;mso-list:l0 level1 lfo1;

tab-stops:list 18.0pt">·

   Kritiek op de Brabanders: Amsterdammers vonden dat de Brabanders in

Amsterdam negatieve invloed hadden op het politieke gestel. De Brabanders

     

               

daarentegen vonden dat zij welvaart gebracht hadden in Amsterdam. Amsterdammers klagen in

de Spaansche Brabander over de onbetrouwbaarheid van de mensen. “Die

Brabanders.”






style="margin-left:18.0pt;text-indent:-18.0pt;mso-list:l0 level1 lfo1;

tab-stops:list 18.0pt">·

   Kritiek op de priesters: ze roepen vanalles, maar eigenlijk weten ze

zelf helemaal niet wat ze zeggen.





·    Kritiek op de Geuzen en de ketters: zie politieke

achtergronden.(citaten van de Schout)



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen