U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Wolkers - Turks Fruit.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2363 en is laatst upgedate op 30/11/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1493 woorden.

Meulenhoff, Amsterdam



17e druk 1970 (1e druk 1969)



(214 blz.)



'Turks Fruit'

De ik-figuur (gemakshalve -X- genoemd) maakt liftend kennis met Olga. Ze krijgen een auto-ongeluk. Hij probeert haar later in haar woonplaats Alkmaar telefonisch te bereiken, maar de moeder verhindert dat. Twee maanden na het ongeluk ontmoet hij Olga toevallig. Ze komt op zijn atelier te wonen en breekt met haar ouders. Ze maken tochten door Nederland. Bij hun huwelijk zorgt de moeder voor een receptie, die overigens in het water loopt.



Olga poseert voor -X-. Hij verdient niet veel. Olga gaat daarom werken, maar dat mislukt, doordat ze te mooi is. Ze haalt dieren in huis: een poes, duiven en een wezeltje; -X- trapt het op Ameland gevonden bergeendje per ongeluk dood. Hij werkt aan een beeld van Olga met de kat.



Zij telefoneert veel met haar moeder en wordt ontevreden. Op een tentoonstelling in de RAI flirt ze met een zakenrelatie van moeder. -X- merkt dat aan het diner en braakt. Olga blijft bij haar nieuwe vriend.



-X- vrijt thuis met allerlei meisjes. Hij verhuurt een kamer aan Amerikaanse vrouwelijke studenten, maar gooit ze eruit als ze teveel vrienden ontvangen en parkieten in huis nemen. Hij zoekt troost bij oudere vrouwen en praat veel over Olga, naar wie hij hevig verlangt. Hij gaat naar Alkmaar, vrijt met haar, maar wordt door de moeder uit huis gegooid. Er komt een offi-ciële echtscheiding.



Na lange tijd gaat hij weer werken. Hij ontmoet Olga in een warenhuis; ze ziet er zielig uit; ze is nu voor de derde keer gehuwd, nl. met een zakenrelatie uit Alkmaar. -X- neemt een verongelukte kokmeeuw in huis; als die beter is en wegvliegt, overvalt hem alle ellende van de afgelopen twee jaar, sinds Olga hem verliet. Hij 'verdooft' zich met werken.



Als Olga weer bij hem komt, mager en onrustig, vertelt ze, dat ze met een Amerikaan gaat trouwen. Later brengt ze haar vierde man mee naar het atelier van -X-. Vanuit de V.S. en Arabië stuurt ze -X- brieven. Acht maanden na haar laatste brief komt ze, wankel en bleek, bij -X-. Haar man had haar betrapt met een Arabier en op haar geschoten. Haar moeder had haar naar Nederland teruggebracht.



De moeder belt op en vertelt -X- dat Olga een hersenoperatie (tumor) heeft ondergaan. De toestand is hopeloos. Ze wordt kaal en blind. -X- blijft haar bezoeken en koopt een rode pruik voor haar. Ze sterft en wordt gecremeerd.



De hoofdpersoon is Olga. Zij is in het gebeuren de centrale figuur en bovendien de enige die een ontwikkeling vertoont. Ze wordt vnl. uiterlijk beschreven: ze is mooi (en ijdel), heeft sproeten op de wan-gen, bruine ogen en vooral: rode haren (die spelen een belangrijke rol op het einde van het boek: de pruik). Haar boventan-den zijn niet echt; ze is bang dat er maden uit komen, een van haar vele complexen. Over haar innerlijk leven verneemt de lezer niet veel. Ze heeft een moeilijke jeugd gehad; haar moeder bedroog haar vader; daardoor groeide ze op 'in een sfeer van verdriet, wanhoop en wantrouwen'. Ze heeft een raar karakter, is grillig, wil vrij zijn, maar als ze dat is, is ze ongelukkig. Ze is gevoelig (liefde voor haar vader en voor dieren), soms hysterisch, maar ook hard, als ze nl. boos wordt en op haar moeder lijkt. Ze heeft last van angstdromen.



Haar belangrijkste karaktertrekken en daden worden van buitenaf verklaard, vnl. door invloed van de moeder. Ze houdt van vrijen, maar wil geen kind (angstcomplex). Ze is bang dat het kind haar borst eraf zal eten, net zoals bij haar moeder is gebeurd door volgens haar moeder Olga's schuld (achteraf bleek dat ze kanker had). Die angst voor kinderen is één van de oorzaken van de scheiding tussen Olga en -X-.



De vader van Olga is een welgesteld zakenman met een lever-aandoening; hij is goedig en toegefelijk, een eenvoudig man, die zelf, tot op zijn sterfbed, het hardst lacht om zijn flauwe mopjes.



De moeder van Olga is bazig, listig, aanstellerig, huichel-achtig, burgerlijk-bekrompen. Ze bedriegt haar man: vooral om het geld.



De ik-figuur geeft zijn studie in de beeldhouwkunst op terwille van Olga. Hij is beeldhouwer in hart en nieren.



Bouw:

De 19 hoofdstukken vormen elk een min of meer afgerond geheel. De titel 'Turks Fruit' heeft betrekking op het feit, dat Olga alleen nog dat zachte snoepgoed kan eten als ze ziek is en haar voortanden loszitten.



De hoofdstukken zijn kort: van ongeveer 5 tot 15 blz. Ze zijn niet in alinea's verdeeld. Het is alsof de ik-figuur zich telkens een episode uit hun leven voor de geest haalt, maar, als hij dat doet, erdoor overstelpt wordt en aan één stuk door erover vertelt.



Dat blijkt ook uit de stijl, bv. de zinnen die niet af zijn.

Het verhaal wordt niet in chronologische volgorde verteld. De hoofdstukken 3,4, en 6 gaan over de eerste ontmoetingen.



De hoofdstukken 1,5 en 12 t/m 17 over de scheiding en Olga's andere huwelijken. De laatste twee gaan over haar terugkeer, ziekte en dood. Binnen de hoofdstukken wordt ook steeds naar het verleden teruggekeken of op het gebeuren vooruitgelopen, dus m.a.w. er is vaak sprake van flash-backs en flash-forwards. Daardoor is vanaf het begin het verdriet over de scheiding aanwezig en overschaduwt het ook opgewekte delen.



Structuur:

De roman is in de ik-vorm geschreven en grotendeels in de verleden tijd (terugblik op het verleden). Het is een auteurs-roman; de 'ik' richt zich rechtstreeks tot zijn lezers.



De tijd waarin het verhaal zich afspeelt, is die na de Tweede Wereld-oorlog, de plaats vnl. Amsterdam. Maar hiervan wordt geen duidelijk beeld opgeroepen. Het gaat noch om tijd en plaats, noch om de gebeurtenissen, noch om de uitbeelding van de personen. Het boek is de lysische weergave van liefdes-verlangen- en verdriet van de ik-figuur, die daardoor de eigenlijke hoofdpersoon is. Dat lyrische komt o.a. tot uit-drukking in de tranen, die rijkelijk vloeien, maar ook in de humor. Lach en traan liggen in dit verhaal dicht bij elkaar.



Motieven:

- Het hoofdmotief is het verdriet om het verlies van een mooie vrouw, een verdriet, dat het gevolg is van een bezeten



ver-liefdheid. Deze emotioneelzinnelijk en slaat gemakkelijk om in haat en wraakzucht (na de scheiding). Het zinnelijke blijkt uit benamingen als 'dat rooie mistige beest', 'het lieve rooie dier', de haat (die niet aan de verliefdheid tegengesteld is, maar er onmiddelijk mee samenhangt) uit een uitdrukking als 'die rooie duivelin'. Alleen in het laatste hoofdstuk blijkt de verliefdheid meerdanzinnelijk, als -X- Olga 'trouw' blijft bezoeken.



- Olga sterft. Naar de dood wordt meerdere malen verwezen (doodsmotief). (in het ziekenhuis enz.)



- Olga's angst voor het moederschap staat in verband met beide vorige motieven: immers geen kinderen willen en zo verliefd zijn brengt problemen met zich mee; en moederschap betekent ook: nieuw leven (tegenstelling tot de dood). Al in het begin blijkt dat Olga bang is een kind te krijgen, maar later komt het uitvoerig aan de orde: de kinderwagen die ze van haar moeder krijgt, het verhaal van haar moeder over haar afgezette borst enz.



- Het sprookjesmotief komt niet veel voor, maar is wel belang-rijk. Het houdt verband met beide voorafgaande motieven: de dood, en de angst voor het moederschap inzover deze laatste het gevolg is van de invloed van Olga's moeder. 'Mijn moeder is een heks' zegt Olga. De titel en inhoud verwijst ook uitvoerig naar dit motief, met name naar Sneeuwwitje.



- Het dierenmotief is niet het belangrijkste, wel (naast verliefdheid, vrijages, verdriet) het meest voorkomende.



-X- en Olga hebben beide een grote liefde voor dieren.



Biografie: JAN WOLKERS

Jan wolkers werd in 1925 geboren te Oegstgeest. Hij groeide op in een streng gereformeerd gezin waar dagelijks drie maal uit de bijbel werd gelezen. Hij bezocht de dorpsschool. Daarna werkt hij wat in zijn ouders winkel en na de oorlog gaat hij



beeldhouwkunst studeren.



In 1957 vertrekt hij voor een jaar naar Frankrijk om bij de beeldhouwer Zadkine te werken. Daar begint hij aan zijn eerste verhalen. Deze worden in 1961 onder de titel 'Serpentina's

petticoat' gepubliceerd. In 1962 verschijnt zijn eerste roman, 'Kort Amerikaans'. Daarna komen met grote regelmaat zijn andere boeken op de markt die bij het grote publiek

veel succes hebben.



In het algemeen beschouwt men het werk uit de jaren '60 en '70 als het beste wat Wolkers heeft geschreven.



Volgens veel kritici haalt hij met zijn latere boeken bij lange na niet meer het niveau van zijn vroegere werk. Enkele van zijn romans zijn verfilmd: 'Kort Amerikaans', 'Turks Fruit' en 'Brandende liefde'.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen