U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend - Beatrijs.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=464 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3974 woorden.

Samenvatting
1. Eerste reactie.

Op basis van wat ik al wist van het boek, had ik niet veel zin het te lezen. Ik wist dat Beatrijs het klooster verliet en weer terug kwam. Ik wist ook al dat Maria haar plaats had ingenomen. Ik zag het nut er niet zo van in het hele boek te gaan lezen.
Aangezien ik misschien nog niet alles wist en misschien kostbare informatie mis zou lopen ben ik er met frisse tegenzin toch maar in begonnen.
Ik had geen verwachtingen. Ik had alleen hoop wat informatie die ik miste alsnog uit het boek te halen. En in dat opzicht ben ik niet veel meer te weten gekomen. Er stond niet veel meer in dan ik al wist van het boek. Het geheel is alleen wat extra omkleed. Het belangrijkste zijn de godsdienstige details. De kleuren, getallen en de lering die men uit het verhaal moet trekken. Die dingen miste ik voorheen, maar zonder die details kende ik de loop van het verhaal en kon zo een hele korte samenvatting van het boek opschrijven.
Ik vond het nogal een saai boek. Het was echt zo’n preek. Als de dominee dit vandaag de dag in de kerk zou vertellen zou ik in slaap vallen. Ik vond het niet echt boeiend. Het staat buiten mijn belevingswereld. Ik moet me kunnen identificeren met de mensen uit het boek. Ik kan niet begrijpen waarom een mens non of monnik wil worden. Er zijn zoveel dingen die je mist. Je leeft in je eigen wereld met je eigen wetten. Daar voel ik werkelijk niets voor.

2. Samenvatting.

De onbekende dichter van de legende van de non Beatrijs vertelt in het begin van zijn gedicht, dat hij de stof daarvan ontleend heeft aan een verhaal van een zekere broeder Gijsbrecht en dat hij het op schrift zal stellen uit eerbied voor Maria, al zal hij met deze zware arbeid weinig verdienen.
Beatrijs is deugdzaam, knap en vlijtig. Zij luidt de kerktijden, verzorgt de kaarsen en de kerkelijke ornamenten en zij wekt de kloosterlingen. Maar zij kent de liefde en als de duivel die aanwakkert, kan geen mens daaraan weerstaan. Onder zijn invloed schrijft Beatrijs een brief aan haar geliefde, die zij sinds haar twaalfde jaar kent. Als deze jongeling bij het klooster gekomen is, spreken zij af, dat zij samen in de wereld het geluk zullen berpeoeven. Beatrijs zal over acht dagen onder de eglantier op hem wachten.
Op de vastegestelde avond doet Beatrijs voor het laatst de ronde en bekent daarna in een gebed tot God, dat zij tevergeefs getracht heeft haar begeerte naar liefde te bedwingen.Vervolgens gaat zij naar het Maria-beeld, waarvoor zij haar klooster-kleed aflegt en de sleutels ophangt, zó dat iedereen ze dadelijk zal opmerken.
Buiten staat de jongeling te wachten met kledingstukken en sieraden, die hij voor haar in de stad gekocht heeft. Hij is verrukt wanneer ze haar goe blijken te staan. Hij neemt haar voor zich op het paard en heimelijk verlaten zij de plek van samenkomst. Spoedig reeds voelt Beatrijs haar schuldig en onzeker, maar haar geliefde wijst elke aarzeling af en zweert haar eeuwige trouw. Hij heeft zoveel geld, dat zij minstens zeven jaren zonder zorgen zullen kunnen leven. Hoewel enigszins gerustgeseld wijst Beatrijs toch verontwaardigd het voorstel van de jonge man af, buiten in het bos het spel der liefde te spelen.
In de stad waar zij komen, wonen zij zeven jaren zorgeloos; Beatrijs krijgt twee kinderen. Na die zeven jaren ontstaat er echter een verwijdering tussen man en vrouw: het geld is op en alle bezittingen zijn ingeruild. Voor de man is dit een reden om het huis te verlaten en Beatrijs met de twee kinderen aan hun lot over te laten. Zij is niet tot werken in staat en daarom kiest zij voor het zondige leven om aldus haar kinderen te kunnen onderhouden. Zij blijft echter dagelijks tot Maria bidden om uitkomst. Trekkend van stad tot stad komt zij wederom na zeven jaren in de buurt van haar oude klooster. In het gesprek met een weduwe, bij wie ze bljift overnachten, vraagt Beatrijs hoe het is met de mkosteres die veertien jaar geleden het klooster ontvluchtte. Verontwaardigt antwoord de vrou, dat er geen betere non is dan de kosteres, daarmee inderdaad doelend op Beatrijs. ‘s Nachts hoort zij een stem die haar beveelt naar het klooster terug te keren. Eerst meent Beatrijs, dat de duivel haar weer wil misleiden, maar wanneer in drie opeenvolgende nachten hetzelfde bevel wordt gegeven, bgrijpt zij, dat zij op Maria mag vertrouwen en zij gaat. In het klooster vindt zij alles terug , zoals zij het veertien jaar geleden achtergelaten heeft; gaan van de kloosterlingen heeft haar gemist, want Maria heeft gedurende die tijd haar taak waargenomen.

In feite is het verhaal hier afgelopen; de kleine tweehonderd verzen die nog volgen, moeten waarschijnlijk aan een andere dichter, dan die van het voorafgaande gedeelte -achthonderdvierenzestig verzen- toegeschreven worden, mede op grond van het feit dat het slot sterker theologisch gekleurd is. Allereerst vernemen wij, hoe het met de kinderen van Beatrijs afloopt: zij worden door de weduwe verzorgd op advies van de abdis van het klooster, die de vergoeding op zich neemt. Beatrijs zelf leeft in groot berouw. Zij weet dan ook niet wat ze doen zal, wanneer de abt zij jaarlijks bezoek aan het klooster brengt. In een gebed ziet zij een in het wit geklede jongeling voorbijgaan, die in zijn arm een kind draagt waarvan zij meent, dat het dood is. De jongeling echter gooit een appel omhoog en vangt die weer op, een spel waarmee hij het kind tracht te vermaken. Op een vraag van Beatrijs geeft hij toe, dat het kind dood is en niets hoort noch ziet. Op eendere wijze weet God niets van Beatrijs’ bidden en vasten, omdat zij haar zonden nog niet heeft opgebicht. Dit visioen doet haar besluiten naar de abt te gaan. Deze verleent haar absolutie en zegt haar, dat hij het wonder overal zal vertellen, maar zó, dat niemand weten zal, dat Beatrijs de non is die in zonden heeft geleefd. Haar beide kinderen zal hij verder verzorgen.

3. Verdiepingsopdracht 1.
Gedicht bij het verhaal zoeken.

René de Clercq
Mijn moeder

Mijn moeder was een heilige vrouw-
o daar ligt blijdschap in dien rouw-
mijn moeder was heilig, en rein, en zoet
als de melk van haar borst... O mijn moeder was goed!
En schoon, schoon oud! Niet één groef in haar wang,
haar ogen al ziel en haar woorden al zang!
Gij hoordet, gij zaagt haar, en vroegt, mijn vriend:
ach, jongen, waar hebt gij zo’n moeder verdient?
En toch, gij wist nog niet half wat zij deed
uit verborgen zorgen; hoe hard zij streed
in de narigheid van haar weduwsmart,
met een roos op ‘t gelaat en een doorn in het hart!
Haar kinderen schonk zij het brood uit haar mond,
tot het laatste bloed uit haar warme wond...
Mijn moeder!... Zoete gedachtenis,
beheers wat er goeds in mijn leven is!

Ik vind dit gedicht mooi bij het verhaal passen. Beatrijs was een mooie vrouw. Dit gedicht zou door één van haar kinderen geschreven kunnen zijn. Hij kijkt tegen zijn moeder aan als een mooie oude vrouw. Ook heeft hij het over een heilige vrouw. Waarschijnlijk wisten de kinderen niet dat hun moeder uit het klooster gevlucht was, maar ik vind het toch wel toepasselijk. Verder vind ik de “weduwsmart” ook wel van toepassing waardoor Beatrijs noodgedwongen haar lichaam moet verkopen om het “brood uit haar mond” aan de kinderen te geven.

4. Verdiepingsopdracht 2.
Ander slot van het verhaal gezien vanuit één van de kinderen.
De derde nacht lagen wij wakker. We vonden dat moeder zich vreemd gedroeg. Ze deed anders dan anders. Na een lange tijd vielen we alsnog in slaap.
Toen we de volgende morgen wakker werden was moeder weg. We konden haar nergens vinden. Zelfs de weduwe wist niet waar moeder was. Ik kon het niet geloven. Eerst vader, en nu, ook moeder nog weg. Ik wist niet wat ik er van moest denken. Waar zou zou ze heen zijn? Waarom zou ze ons achter hebben gelaten? We hadden moeder toch altijd goed geholpen toen vader weg was? Ik begreep er werkelijk niets van.
De weduwe had zo’n voorgevoel dat onze moeder waarschijnlijk nooit meer terug zou komen. De weduwe stelde voor nog een nacht te wachten en daarna naar de abdis van het nabijgelegen klooster te gaan. Deze zou vast wel raad weten. Het leek ons niet zo’n goed idee. Wij wilden alleen onze moeder terug. Maar weg bij de weduwe, dat wilden we eigenlijk ook niet. Ze had al zoveel voor ons gedaan. En ze kon eigenlijk best wel goed eten koken. Veel lekkerder dan hun eigen moeder. We konden toch niet veel anders doen dan hopen dat moeder weer terug kwam en tot Maria bidden.
De volgende ochtend was moeder nog niet terug. We zouden nu wel naar de abdis moeten gaan. De weduwe verdiende nou ook weer niet zoveel geld dat ze ons zou kunnen blijven voeden. En dat leek ons eigenlijk ook niet helemaal terecht. Dus we gingen op pad. De abdis van hetr klooster was heel aardig tegen ons. Ze stelde voor de weduwe geld te geven zodat ze ons zou kunnen onderhouden. Dat leek ons een prima oplossing. Stel dat moeder toch nog terug zou komen. Dan wist ze tenminste waar we waren.
De dagen gingen voorbij maar moeder kwam nog steeds niet terug. De weduwe was heel aardig voor ons, maar het was toch niet onze eigen moeder. Ik miste haar heel erg. En mijn broertje denk ik ook. Hij was nog al stil de laatste tijd. Hij had het er nooit over, maar volgens mij dacht hij er elke dag nog aan. Hij had ook vaak nachtmerries. Hij zei altijd van niet, maar ik wist eigenlijk wel zeker dat hij haar heel erg miste.
Iedereen had het nieuws al gehoord. De abt kwam naar het klooster. Hij zou kijken of de nonnen ook verkeerde dingen hadden gedaan. Al had het geen betrekking oop ons, we waren toch kriebelig van binnen. Stel je voor dat één van de nonnen gezondigd had. Wat een mooie verhalen zou dat opleveren.
Nog diezelfde middag belde de abt bij ons aan. Wij konden niet raden waarom. Hij zou ons meenemen naar zijn klooster. We zouden leren lezen en schrijven. Leren lezen. Dat leek mij leuk. Het leek mij goed iets te kunnen. Moeder had nooit iets geleerd en had haar lichaam moeten verkopen. Als ik zou leren lezen en schrijven zou mij datr nooit overkomen. We namen afscheid van de weduwe. Al waren we maar even bij haar in huis geweest, het afscheid was toch vrij moeilijk. Vooral mijn jongere broertje wist niet wat hij er van moest denken. Hij was toe aan een vaste plaats. Zat van al dat reizen. Ik zei hem dat er nu een einde aan het reizen zou komen. We zouden leren lezen en schrijven. Daar zouden we pas echt wat aan hebben. Als we bij de weduwe zouden blijven, en ze zou doodgaan. Dan hadden we weer niets. Het leek mij het beste gewoon met de abt mee te gaan.

Achteraf was het niet wat ik me er van voorgesteld had. We leerden wel lezen en schrijven, maar we moesten allemaal van die saaie teksten overschrijven. Behalve het nieuwe verhaal dat ik als eerste op mocht schrijven. In het Latijn nog wel! Wat vond ik dat een mooi verhaal. Van die non die uit het klooster ontsnapte en met haar geliefde mee ging naar een heel ver land. Ik had bijna het gevoel dat mijn moeder die non was. Maar dat kon niet waar zijn. Waarom had ze dat niet gewoon gezegd? Dat vond ik wel het allerstomste. Ik besloot er verder niet over na te denken en gewoon verder met mijn werk te blijven gaan.
Het wou me toch niet loslaten, en toen ik achttien jaar was besloot ik een lange reis te gaan maken. Ik zou teruggaan naar de weduwe en naar het klooster daar in de buurt. Als mijn moeder echt die Beatrijs was geweest, waren haar zonden wel erg groot geweest, maar de vergeving die ze had gekregen was ook heel groot. Als mijn moeder Beatrijs was, dan zou ik eindelijk weten waar ze was, en zou ik behoorlijk afscheid van haar kunnen nemen.
Ik ging naar het klooster toe. De kosteres deed open, en ik kon mijn ogen niet geloven. Het was moeder! Maar aan haar blik in haar ogen kon ik zien dat ze mij niet herkende. Het leek wel of ze ons helemaal vergeten was. Hoe kon ze dat doen! Ze had dan wel gezondigd door de aardse liefde te begeren, maar ze mocht het verleden niet zomaar vergeten. Ik zei dat ik haar zoon was. En toen zag ik tranen in haar ogen verschijnen. Ze vroeg me binnen te komen en ze vroeg me hoe het met ons was. Ik vertelde hoe ik er achter was gekomen. Ik voelde me wel een beetje lullig, maar dat kwam omdat ze een non was. Ze zag er niet echt meer uit als mijn moeder. Ik begreep nu waarom ze zo plotseling weg was gegaan die avond. Als Maria mij drie ker zou hebben geroepen zou ik ook zijn teruggegaan.
Nu ik het hele verhaal wist ging ik opgelucht weer terug naar het klooster en bleef daar het verhaal van Beatrijs opschrijven. Ik overwoog even de naam te veranderen in de naam van mijn moeder, maar dat leek me niet zo’n goed idee. Ik vertelde alles aan mijn broertje en ook hij leek opgelucht. Met deze verklaring zouden wij kunnen leven. Het enige wat we nog terug moesten vinden was onze vader. Maar dat was weer een heel ander verhaal...

5. Verdiepingsopdracht 3.
Vijf aspecten waaruit blijkt dat Beatrijs een Middeleeuws werk is.
* De schrijver van het werk is onbekend. In de Middeleeuwen bestond er de zogenaamde gemeenschapkunst. Alle kunst die gemaakt werd, werd gemaakt voor de gemeenschap. Daarom zijn de schrijvers en schilders van Middeleeuwse werken nooit bekend. Het was niet belangrijk wie de kunst maakte. Na je aardse leven zou je het toch niet meer nodig hebben.
De schrijver van Beatrijs is ook onbekend. Dus Beatrijs is een Middeleeuws werk.
* De geliefde van Beatrijs koopt allemaal mooie kleren voor Beatrijs. Men was heel beleefd tegen vrouwen. Men was hoofs voor de vrouwen. Ook wanneer Beatrijs en haar geliefde geen geld meer hebben verlaat hij haar. In deze tijd zouden wij dit abnormaal vinden. In die tijd was dat nog beter dan gewoon samen met je vrouw in armoede te leven. Haar geliefde gaat dus weg omdat hij haar niet meer te eten te geven. Dit is ook weer een typisch voorbeeld van hoofse omgangsnormen. Hieraan kunnen we weer zien dat Beatrijs een Middeleeuws werk is.
* Wanneer de geliefde van Beatrijs haar verlaten heeft moet ze haar eigen geld verdienen. Dit kan ze niet. Ze moet dus met haar lichaam geld verdienen. In de Middeleeuwen was het een schande om als edelvrouw te gaan bedelen. Beatrijs was een ioffrouwe. Een jonkvrouwe. Ze was dus van goede komaf. En om als jonkvrouwe te gaan bedelen. Dat was beneden haar stand. Ook hieraan kun je zien dat Beatrijs een Middeleeuws werk is.
* De Beatrijs is een mirakel. Er komt een geloofswonder in voor. Beatrijs vlucht uit het klooster maar blijft al die tijd trouw aan Maria. Ze blijft elke dag bidden tot Maria. Dit was echt zo’n verhaal dat verteld werd om de mensen te vertellen dat ze tot Maria moesten blijven bidden in voor- en tegenspoed. Want hoe diep Beatrijs ook gezonken was, met de hulp van Maria kwam alles weer goed.
Beatrijs is een echt geloofswonder. Omdat tot Maria bleef bidden schoot deze haar te hulp. Als het innemen van iemands plaats, zonder dat iemand het merkt, geen wonder is...
* In het verhaal van Beatrijs komen ook de lichamelijke strijd, de geestelijke strijd en de queeste voor. Wanneer Beatrijs geen geld meer heeft moet ze een strijd voeren. Ze moet haar lichaam verkopen. Hoe erg ze het ook vind. Ze moet immers genoeg geld voor haar en haar kinderen verdienen.
Wanneer Beatrijs bij de weduwe verblijft moet ze ook nog een geestelijke strijd doorstaan. Ze denkt eerst immers dat de roep om terug te gaan naar het klooster van de duivel komt. Na drie keer weet ze zeker dat het de roep van Maria is. Als dat geen geestelijke strijd is. Ze had immers al eerder wel gehoor gegeven aan de roep van de duivel. Toen ze veertien jaar terug weggelopen was.
En tussendoor moet ze ook nog eens een zoektocht naar haar klooster maken. Ze zat bij haar geliefde op het paard. Ze wist dus niet in welke stad ze was. Ze moest eerst de weg naar het klooster, naar God en naar de hemelse liefde terugvinden en deze vond ze omdat ze elke dag tot Maria was blijven bidden.

6. Eindoordeel.

1. Het onderwerp.
Het onderwerp van dit boek is de liefde. Beatrijs moet kiezen tussen aardse liefde of hemelse liefde. De liefde van God of de liefde van haar jeugdliefde. De liefde voor God wint het uiteindelijk toch. Dat heeft natuurlijk met de mentalitieit van de middeleeuwse mensen te maken. Zij leefden onder het motto “MEMENTO MORI” oftewel “GEDENK TE STERVEN”. De mens leefde in angst en wilde alles goed doen. Elke zonde kon er één teveel zijn. Want als je dood ging dan moest God beslissen of je in de hemel of in de hel mocht komen. Mensen moesten dus hun lering trekken uit dit verhaal. Ze mochten niet zondigen en moesten elke dag tot Maria blijven bidden, want dan zou alles wel goed komen.
Het onderwerp is zo afgezaagd als het maar kan. Lees jij maar eens een boek dat niet over de liefde gaat. Liefde is al zo oud als de mens. Iedere mens heeft weer andere iedeeën over de liefde, maar liefde is een afgezaagd onderwerp. Je gaat wel nadenken over de ideeën over de liefde toen en nu. Elk mens heeft zo zijnn eigen ideeën. Dat is met alles zo.
Door dit verhaal is mijn kritiek op de katholieke kerek eigenlijk alleen maar toegenomen. Het spijt me wel voor de mensen die katholiek zijn. Maar dart je tot Maria moet bidden vind ik grote onzin. Waarom zou God alleen Maria willen horen en niet jou? Waarom zou je eerst alles aan Maria moeten vertellen? Waarom zou God jou niet meteen willen horen? Dat zijn van die dingen die mij enorm ergeren aaan de katholieke kerek. Verder vind ik die beelden die men heeft afgoderij. Je bidt tot een beeld? Waarom? Je kunt toch ook rechtstreeks tot God bidden? Maar nee hoor. Wij mensen mogen ons geen beeld over God vormen en daarom maken wij een beeld van Maria, want dat mag wel.

2. De gebeurtenissen.
De nadruk in het verhaal ligt niet op de gebeurtenissen en ook niet op de gedachten of gevoelens van de personen. Ik vind zelf dat de nadruk op de godsdienstige gedachten achter het verhaal ligt. De getallen, kleuren en het bidden. Zolang je gelooft, bidt en tijdig biecht komt alles wel goed.
Het verhaal bevat niet veel gebeurtenissen. De nadruk ligt op de uitleg van die gebeurtenissen. Bijvoorbeeld wanneer Beatrijs als hoer gaat werken. Er wordt verteld dat zij als hoer gaat werken. Maar wat zij in de tussentijd met haar twee kinderen doet vindt men niet belangrijk. Terwijl ik dat juist een heel belangrijk punt vind.
Ik vind de volgorde van de gebeurtenissen wel logisch. Ik vind het wel jammer dat de gebeurtenissen niet wat verder uitgediept zijn. Ze hebben eigenlijk geen betekenis meer. Het is op deze manier een heel saai verhaal. Het verhaal is heel vlak. Er spreekt nauwelijks emotie uit het verhaal. Geen spanning, geen verdriet. Helemaal niets. Wanneer Beatrijs haar kinderen achterlaat bijvoorbeeld. Het lijkt haar helemaal niet te raken terwijl ik echt niet zo makkelijk afscheid van mijn kinderen zou kunnen. Om de waarheid te zeggen zou ik mijn kinderen nooit achterlaten om terug te gaan naar een klooster.

Ik vind de gebeurtenissen niet erg geloofwaardig. Vooral de manier waarop ze verteld zijn maakt ze heel ongeloofwaardig. Zoals de vorige gebeurtenis. Die vind ik dus heel ongeloofwaardig. Zowiezo het hele verhaal vind ik ongeloofwaardig. Beatrijs is zeven jaar weg geweest en Maria heeft haar plaats ingenomen. Er zijn nog zoveel andere mensen die de hulp van Maria nodig hebben en Beatrijs krijgt deze hulp. Vast!
Ik vond het verhaal hierdoor erg saai en niet boeiend. Het einde was ook niet erg origineel. De abt zorgt dat hara kinderen een goede opleiding krijgen en Beatrijs haar zonden zijn vergeven. Ze heeft dus nog een kans gekregen om alsnog in de hemel te komen. En ook haar kinderen hebben die kans nu. Dit gaat allemaal wel heel gemakkelijk en zonder al te veel emoties. Ongeloofwaardig dus.

3. De bouw.
De opbouw van het verhaal is heel simpel. Je hebt geen flashbacks. Hier en daar treedt wel heel erg tijdsverdichting op. Terwijl andere dingen wel weer heel erg uitgediept worden. De gebeurtenissen volgen elkaar in rap tempo op. De opbouw is wel begrijpelijk. Vooral als je de achtergrond over de tijd waarin het geschreven is weet.
De vertaling was vlot te lezen maar de Oud-nederlandse tekst was veel moeilijker te begrijpen. Maar door de teksten naast elkaar te leggen ontdek je allerlei andere dingen. De naam Beatrijs wordt in de Oud-nerderlandse tekst pas op het einde verteld terwijl deze in de nieuwe versie al aan het begin wordt genoemd. De naam van de non is ook niet van belang voor het boek. In het echt heette Beatrijs waarschijnlijk ook geen Beatrijs. De abt zou haar naam immers veranderen. Aangezien niemand de non gemist had wist niemand behalve de abt hoe Beatrijs in het echt zou hebben geheten.

4. Personages.
De personages bleven vlak vond ik. Je weet eigenlijk helemaal niet wat ze voelen. Wat gaat er in de kinderen om als ze de volgende morgen wakker worden en ze kunnen hun moeder nergens vinden. Zelfs de weduwe weet niet waar ze heen is. Dat zou je tegenwoordig niet meer kunnen maken. Weggaan zonder een behoorlijk afscheid. Dit zou in onze tijd ook onmogelijk zijn. Door al die nieuwe opsporingstechnieken. Vingerafdrukken, DNA en ga zo maar door. De personages staan dus niet dicht bij mijn belevingswereld.
Ik voelde wel heel sterk een sympathie voor de kinderen van Beatrijs. Ik zou het vreselijk vinden als mijn moeder weg zou lopen. Moet je nagaan wat die kinderen allemaal doormakn. Eerst hun vader en dan ook nog hun moeder. Een typisch voorbeeld van een paar probleemjongeren. Ik vind het gdrag van Beatrijs helemaal niet op dat van een echte moeder lijken. Maar, zee was dan eigenlijk ook geen echte moeder. Ze was voorbestemd om weer terug naar het klooster te gaan. In dit verhaal vind ik dit alles niet logisch. Als God dit wist, had hij deze kinderen al dit verdriet niet hoeven aan doen. Het zijn zondaarskinderen. Dat lijkt me een hele zware last als kind in die tijd. Want een kind zonder ouders, of een vrouw zonder man. Die werden altijd gezien als uitschot. Dat zag je ook aan de weduwe die hun in huis nam. Die reageerde niet echt positief.

5. Het taalgebruik.
Het taalgebruik uit de vertaling was gemakkelijk te begrijpen. Dat van de Oud-nederlandse tekst vond ik heel erg moeilijk te begrijpen.
De gebeurtenissen werden met precies zoveel woorden beschreven als nodig was. Het verhaal bevat ook dialoog om de gebeurtenissen wat uit te diepen. Maar die uitdiepingen hadden wel wat uitgebreider gemogen.
Ik vind die zin waarin de jongen zegt dat hij de liefde met haar wil bedrijven en de reactie van Beatrijs daarop heel mooi. Ze zegt dat ze hem een boerenhufter vindt en dat hij in een mooi opgemaakt bed alles met haar mag doen wat zijn hartje hem begeert. Dat vind ik heel erg mooi.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen