U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : G.a. Bredero - Klucht Van De Koe.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=3077 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 877 woorden.

DEEL I: VERHAALANALYSE

Titel en schrijver
Het boek heet Klucht van de Koe en het is geschreven door G.A. Bredero. De klucht stamt uit 1612. Het boekje is uitgegeven in 1953 door J.M. Meulenhoff in Amsterdam.

Gegevens over de schrijver
Bredero (1583-1618) behoorde tot de gegoede kleine burgerij en heeft een degelijk, maar eenvoudige schoolopleiding gehad. In Amsterdam was Bredero, samen met Hooft, lit van de rederijkerskamer De Eglentier. In Bredero's lyriek treft men heel veel regels aan met een duidelijk te onderkennen metrum. Vaak zijn het jamben: de z.g. Franse versmaat. Bredero wist de taal van de gewone man of vrouw goed te imiteren.

Genre
De Klucht van de Koe is een toneelstuk; een blijspel, waarin de goedgelovigheid van het lagere volk belachelijk wordt gemaakt.

Plaats
Het verhaal speelt zich af in Ouderkerk, op de buitenplaats Kostverloren en in Amsterdam in herberg " 't Zwarte Paard".

Personen
De personen zijn de gauwdief (Gijsje), de boer (Dirk Thijssen), de optrekker (Joosje), de waardin (Friese Giertje) en het boerenzoontje (Keesje). De gauwdief is een slank, schrander en keurig gekleed type. Zijn optreden is gereserveerd, alsof hij eigenljk te goed is voor de boer. Soms doet hij opzettelijk joviaal. Dirk Thijssen is een naief boertje: goedig, argeloos, dom, trots op zijn vrouw, zijn koe, zijn rederijkerskunst en zijn mensenkennis (die hij niet heeft).Friese Giertje is een gierige, inhalige vrouw, die van haar klanten haalt, wat er van te halen is. Ze is bijdehand en niet op haar mondje gevallen. Om haar doel te bereiken is ze afwisselend flemerig, joviaal en vinnig.

Thema
Het thema is het uitdrukken van de domheid van het gewone volk. Motieven hierbij zijn: gegoochel met onbegrepen Franse woorden, vloeken en goedgelovigheid.

Tijd
Het verhaal speelt in de 17e eeuw. Het verhaal is geschreven in 1612.

Titelverklaring
De titel Klucht van de Koe, slaat op de komische diefstal van de koe.

Samenvatting
Een gauwdief vraagt en krijft onderdak in een boerderijtje en herberg in Ouderkerk. Als de boer 's nachts slaapt, brengt de dief de vetgemeste koe stilletjes naar de buitenplaats Kostverloren, waar hij het beest aan een hooiberg vastbindt. Daarop keert hij terug naar zijn logement. Heel vroeg in de morgen gaat hij met de waard op stap naar Amsterdam. Onderweg beweert hij, even bij mensen in de buurt van Kostverloren te moeten zijn: ze zijn hem daar geld schuldig en dat moet en zal hij nu hebben. Na enige tijd komt hij terug met een koe. Die hebben ze hem al betaling gegeven. De boer meent zijn beest te herkennen, maar de dief weet hem dat uit zijn hoofd te praten. Het lukt men zelfs zo mooi te praten, dat de boer de koe voor hem op de markt gaat verkopen. In de herberg "'t Zwarte Paard" zullen ze afrekenen. Dat gebeurt. De dief knijpt er tussen uit. Ten slotte komt Keesje, het zoontje van de boer aan zijn vader vertellen, dat hun koe 's nachts gestolen is. Nu gaat de argeloze boer een licht op, maar ondanks alles moet hij toch nog lachen om de handige dief.

DEEL II: PERSOONLIJKE TEKSTBELEVING

Ik vind de Klucht van de koe een erg komisch toneelstuk. Zo vreselijk onnozel als de boek zich gedraagd en het feit dat de boer de dief helpt om de van hemzelf gestolen koe te verkopen vind ik erg grappig. De humor komt erg platvloers over en deed me denken aan een Andre van Duin-show, dit kwam ook door het taalgebruik. De boer maakt zich op alle fronten belachelijk, bijvoorbeeld ook door op te scheppen over het feit dat hij een rederijker is en dat hij mensenkennis zou hebben. Het leuke is dat al gedurende het hele verhaal duidelijk is dat de boer een onbenul is. Dit zal de sfeer tijdens een voorstelling erg verhogen. Ik stel me de boer dan ook voor als een platpratende, onhandige, gezette agrarier op klompen. Ik denk dat men zich tijdens een voorstelling afvraagt hoever de Gauwdief de boer kan gaan in de oplichting van de boer.
Het toppunt van het toneelstuk vind ik wanner de Opduwer zegt:"Ik verst de helft niet, behoudens uwer gunst" en de boer dan antwoordt met "Zo doet ook al 't gemene volk. Die weten van geen kunst". Hier vindt de boer zichzelf een buitengewoon ontwikkeld en intelligent mens, terwijl je als toeschouwer al weet dat hij vreselijk naief en dom is (waarschijnlijk nog dommer dan de opduwer).
Ik vond het boekje wel lastig te lezen door de vele voetnoten die als vertaling gebruikt werden. Ook was het lastig doordat de namen van de sprekende personen afgekort waren tot 1 letter. Maar al met al vond ik het zeer de moeite van het lezen waard. Wel vraag ik me af of dit toneelstuk nu alleen maar bedoelt was om eens flink te lachen of dat men er ook een wijze les uit moest leren. Het zou kunnen zijn dat men moest leren dat je niet op iemands mooie praatjes moet vertrouwen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen