U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : G.a. Bredero - De Klucht Van De Molenaer.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=8228 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1520 woorden.

Samenvatting

Trijn Jans loopt vermoeid ergens buiten de stad. Ze wil ergens onderdak zoeken, maar de herbergen buiten de stad zijn meestal broeinesten van gespuis en hoeren en dus durft ze daar niet aan te kloppen. Dan denkt ze erover om maar gewoon bij iemand aan te kloppen en daar onderdak te vragen.

Ondertussen zit Slimme Piet met zijn vrouw te praten over de harde wind van die dag.

Dan klopt Trijn aan. Ze houdt een toespraak die op het randje verkeert van een smeekbede om te mogen overnachten. De molenaar wil echter eerst toestemming vragen aan zijn vrouw. Eerst zegt ze dat ze het te druk heeft om te komen, maar komt, nadat haar man heeft gezegd, dat er iemand was, ook naar de deur en hoort hier het verhaal aan van Trijn. Eerst is Aeltje ertegen en zegt dat ze maar een bed hebben, maar Slimme Piet weet haar toch te overtuigen. Trijn komt binnen en complimenteert Aeltje dat ze een hele goede vrouw is. Ze raken in gesprek en Aeltje valt haar man voortdurend aan op zijn impotentie.

Intussen raakt Piet al in vuur en vlam van Trijntje en vraagt zich af hoe hij Trijn nou eens zal pakken. Trijn zegt dat hij het maar bij zijn eigen vrouw moet houden, waarop deze antwoordt dat Piet al veel andere vrouwen bezoekt.

Ze vertellen nog wat over hun buurman Symon, die veel in de kroeg zat en hem niet in zijn broek kon houden. Hij ging zelfs met een meisje die het eigenlijk helemaal niet wilde maar toch aan hem toegaf. Haar vader was erg kwaad op haar en liet haar met een ander trouwen.

Trijntje is nog helemaal verbaasd, hoe Aeltje zomaar voor het hele huishouden zorgt en geen dienstmeisje heeft ingehuurd. Aeltje zegt dat ze het niet zo op dienstmeisjes heeft omdat ze altijd zo slodderen en onbetrouwbaar zijn, waar Trijntje het wel mee eens is en zegt dat zij nooit bang zal hoeven zijn dat er over haar geroddeld wordt of dat ze bestolen wordt.

Trijntje gaat weg omdat het water kookt en ze kinderen naar bed moet brengen.

Piet vraagt Trijn of haar man ook niet eens een slippertje maakt, wat Trijn stellig ontkent.

Dan volgt er een discussie waarin Piet zegt dat "veranderen van spijs eten doet" (dit heeft betrekking op het huwelijk, het betekent dat mensen altijd toe zijn aan iets nieuws of aan een ander). Trijntje vindt dat zo'n korte zonde lang blijft knagen. Hij vertelt dat Aeltje nooit boos is over zijn slippertjes.

Hij bekent zijn liefde voor Trijntje, waar deze verbaasd en terughoudend op reageert. Hij probeert allerlei argumenten en trucjes te verzinnen om Trijn alsnog het hof te maken.

Dan weet hij met Trijntje af te spreken 's nachts bij de molen. Als Trijn de kaars uitgeblazen heeft, zal hij naar Trijn toekomen, die dan al bij de molen zal zitten te wachten. Aeltje komt terug om te vertellen dat het eten klaar is en beide liegen tegen haar dat ze het over de vrijgezellentijd van Piet hadden. Ze zetten hun plan in werking. Piet probeert zijn vrouw al het bed in te krijgen zodat Trijn en hij aan de slag kunnen. Na het eten gaat Piet alvast naar de molen en Aeltje zegt dat ze wel verdriet heeft om jan, omdat hij vak dronken, vrouwengek en vaak platzak is. Ze vraagt zich af waarom mannen wel de vrijheid hebben om met andere vrouwen te slapen en vrouwen niet?

Dan vertelt Trijn wat er aan de hand is en zegt dat ze haar eigen man niet wil bedriegen, maar ze wil ook niet dat ze iemand anders onrecht aandoet. Dus kleedt ze Aeltje zoals zij zichzelf. Ze zegt dat ze toegestemd had omdat ze bang was dat Piet anders op een of andere manier beledigd zou zijn.

Aeltje treft de voorbereidingen die Trijntje haar had verteld te moeten nemen en spoedig komt Piet en "doet zijn werk".

Nadat Piet met Aeltje naar bed is geweest, zonder dat hij door heeft gehad dat het zijn vrouw was, loopt hij buiten. Hij komt bij Joost, de knecht, en hij vertelt hem over wat er allemaal gebeurd is. Joost vindt dat hij niet lekker gemaakt moet worden en Piet zegt dan dat hij wel in zijn plaats kan gaan naar Trijn (= Aeltje).

Dan klinkt er van binnen allemaal geschreeuw van Aeltje: hoe onaardig ze haar man wel niet vind.

Joost komt helemaal verward buiten en vertelt aan Piet dat het zijn vrouw was die er zat. Piet is niet boos, maar hij vindt wel dat Joost weg moet gaan, want anders krijgt zijn vrouw de smaak van hem te pakken (terwijl die eigenlijk niet wist dat het Joost was. Dan ziet Piet een bordje waarop staat: "Wat u niet wilt dat u geschiedt, Doe dat ook een ander niet". Als hij dat een avond eerder had gelezen dan had hij er niet voor gezorgd dat Joost nu zijn plaatsvervanger was.



Thema

Een molenaar wil met een stadsvrouw, die hem onderdak vraagt en op wie hij verliefd is geworden, naar bed, maar deze vrouw weet hem er zo in te luizen, dat hij onwetend met zijn eigen vrouw naar bed gaat in plaats van haar. Zowel man als vrouw worden nogmaals bedrogen als ook de knecht nog eens in het spel komt en met de vrouw van de molenaar slaapt.



Mening

Ik vond dit een leuke klucht om te lezen. Vooral het lezen in de klas met verschillende personen was leuk. Het leuke was ook dat er totaal geen regels waren en dat die molenaar er maar op los flirtte.





Kenmerken van een klucht:

Bij een klucht gelden er maar 3 regels:

- alles speelt zich af op één plaats

- alles vindt plaats binnen 24 uur

- het draait maar om één handeling

Ook komen er vaak standaardtypes voor.



Waarom is dit een klucht?

Dit is een klucht omdat aan de 3 bovenstaande regels wordt voldaan en omdat er een aantal standaardtypes als de stadsvrouw, de molenaar, de doktersfiguur (onbekwaam iemand of een onderzoeker) en de dienstbode (iemand van lagere stand).

Ook zijn er een paar duidelijke motieven te zien als: praatmotief (met veel dubbelzinnigheid), het eet en drinkmotief (vies eten en geen tafelmanieren), het verkleedmotief (verkleden om te bedriegen, het molenaarsmotief en het verwisselingmotief.

In deze klucht komen ook een aantal spreekwoorden voor.





Biografie van Bredero

Gerbrand Adriaensz Bredero wordt op 16 maart 1585 geboren als zoon van Adriaen Cornelisz en Marry Gerbrants. Zijn wieg stond in het huis aan de Nes op de hoek van de St. Pieterssteeg, het tegenwoordige nr. 41. Adriaen Cornelisz had dit huis sinds mei 1584 in huur en kocht het anderhalf jaar na de geboorte van zijn zoon. Op 30 juni 1602 wordt voor 1829 gulden een huis aan de Oude Zijds Voorburgwal gekocht , het huidige nr. 244 en verhuist de familie Bredero.

Van huis uit is Adriaen een schoenmaker en leerhandelaar, maar hij houdt zich ook bezig met de handel in onroerend goed en met het pachten van de wijninpost. Aan beide zaken verdient hij een behoorlijk fortuin.

Nadat Gerbrand voor schilder wordt opgeleid gaat hij zich al spoedig met de letteren bezig houden. Het enige ambt dat Bredero in het open- bare leven bekleed, is dat van vaandrig bij de schutterij.

Als schilder gaat hij in de leer bij de Antwerpenaar Francesco Badens, een leerling van Vranx. Er is echter niets van Bredero's werk als schilder bekend. Vanaf het jaar 1610 verschijnen er regelmatig dichtwerken en ander werk van zijn hand.

In 1611 wordt hij lid van de rederij kerskamer ‘De Eglantier' en wordt al spoedig een van de actiefste medewerkers. Hij maakt daar kennis met figuren als Roemer Visscher en P.C.

Hooft. Toch raakt de kamer al snel in verval doordat het niveau van de leden daalt.

Bredero sluit zich samen met Hooft direct aan bij Costers Nederduytsche Academie en wordt hiervan een van de voornaamste mede wer kers. Daar wordt in 1617 De Spaansche Brabander gespeeld en in het volgend jaar 'De Stommen ridder'.

In 1617 publiceert hij ook het blijspel 'Moortje' waarin veel elementen van het Amsterdamse straatleven aan bod komen.

Bredero is een graag geziene gast, ook in letterkundige kringen van de hoofdstad zoals het Saligh Roemers Huys' aan de Geldersekade.

Bredero lijkt zich minder van allerlei conventies te hebben aangetrokken dan deftiger tijdgenoten als Vondel en Hooft. In veel opzichten maakt hem dat voor ons, mensen uit de twintigste eeuw leesbaarder: hij schreef niet in hoogdravende taal en met een Latijnse syntaxis over mythische en Bijbelse thema's maar in het plat Amsterdams over het leven op straat. Anderzijds hebben zijn toneelstukken daardoor hetzelfde probleem als veel reality TV: ze zijn nogal ongestructureerde series scènes uit het dagelijks leven, zonder een duidelijke verhaallijn. Al met al blijft Bredero de meest moderne onder de zeventiende-eeuwse dichters en wordt hij vaak gezien als één van de grootste dichters van blijspelen en kluchten.



Op 23 augustus 1618 overlijdt Bredero te Amsterdam op 33-jarige leeftijd. Hoe Bredero precies is overleden blijft een raadsel. Hij schijnt door het ijs te zijn gezakt en is daar uitgeko- men. Hij kreeg daarna een longontsteking, maar is daarvan hersteld. Dus wat de werkelijke doodsoorzaak is?
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen