U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Eclips.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/5434590/ en is laatst upgedate op 22/08/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1496 woorden.


Samenvatting Eclips:




De hoofdpersoon in dit boek is Kees Zomer, een vader en echtgenoot. Op een dag is hij op weg naar de verjaardag van een collega die zeventig jaar wordt, als hij een ongeluk krijgt en in een sloot terechtkomt. Als hij het water probeert uit te komen, functioneert naar zijn gevoel alleen zijn rechterkant van zijn lichaam. Hij voelt heel zijn linkerkant niet, ook zijn linkerkant van zijn gezichtsveld kan hij niet gebruiken. Hij kan zich ook niks herinneren over hoe hij hier terecht is gekomen en waar hij nu is. Ook zijn naam weet hij zich niet te herinneren. Hij komt daarna al strompelend en kruipend terecht in een soort volkstuinencomplex waar hij in een klein huisje komt. Als hij daar een radio vindt en hem aanzet, begint zijn linkerkant te tintelen. Hij voelt weer wat. Als hij op zoek gaat naar eten, met de radio om zijn hals, ontmoet hij in een café Toos, een vrouw die ook geen huis heeft. Hij probeert haar de situatie een beetje uit te leggen, maar kan geen goede zinnen formuleren. Toch snapt Toos een beetje wat hij bedoelt. Hij kan zich plotseling zijn naam weer herinneren, maar het komt er niet juist uit: wat hij denkt kan hij niet uitdrukken in woorden. Maar als ze op een vuilnisstortplaats komen en een naaimachine vinden, laat Toos Kees in de steek. Hij vindt hier een Electrospel, die hij herkent maar hij weet niet waarvan. Zonder dat hij het weet, slaat dit Electrospel een beetje op hem. Als hij daar een tijdje zit, ontmoet hij daar Karel en Cor, 2 broers die samen onderdelen van auto’s stelen en die verkopen. Ze dumpen daar wat spullen en nemen Kees gevangen omdat ze denken dat hij naar de politie zou gaan om ze te verraden. Maar ze komen erachter dat hij niet helemaal goed is en ze worden ‘vrienden’. Ze wonen in een stacaravan op een autostortplaats. Naarmate de tijd vordert en als hij zijn radio maar aan heeft staan, lukt het hem om steeds meer dingen te doen. Maar nog steeds kan hij zijn gedachten niet in woorden uitdrukken. Als de broers op een avond er op uit gaan om onderdelen van auto’s te gaan stelen, gaat Kees mee; hij moet op wacht staan en kijken of er niemand aankomt die ze betrapt. Als dit klusje geklaard is en ze terug naar hun ‘huis’ rijden, wordt Kees uit de auto gesmeten en alleen gelaten. De volgende ochtend wordt hij wakker en functioneert heel zijn linkerkant weer, ook al beseft hij dit niet meteen. Hij zoekt hevig naar zijn radio, maar merkt dan dat hij de radio niet meer nodig heeft om zijn linkerhelft te laten functioneren. Kees bevindt zich op het land van IJe, een dove, oude boer die hem gevonden heeft. Als hij daar een tijdje bevindt, begint hij zich steeds meer dingen te herinneren, dingen uit zijn jeugd. Allemaal voorwerpen die ze vroeger thuis ook hadden, het dorp dat op zijn dorp lijkt, allerlei dingen die hem herinneren aan dingen die hij vroeger deed etc. Als ze zich ’s zondags gaan douchen in de douche op het kerkhof, zelf heeft IJe geen douche, ziet hij op een graf een naam staan die hem ergens aan herinnert en dan wil hij zo snel mogelijk weg van die plek, dat dorp. Voor hij het weet, is hij (denkt hij?) in het dorp waar hij opgegroeid is. Hij gaat een winkel binnen waarvan hij denkt dat dat de winkel van zijn vader is, maar de winkeleigenaar weet daar niets van. Daarna komt hij terecht in een boekwinkel, waar hij Richard Fielemieg ontmoet, die hem kent en Kees kent hem ook, maar waarvan kan hij zich niet goed voor de dag halen. Kees kan niet goed uit zijn woorden komen en meneer Fielemieg snapt het ook niet helemaal. Hij verlaat de winkel en de stad snel, gaat met de fiets, die hij had gevonden/gestolen.Hij ziet al gauw een bordje met Bergen erop staan en hij fiets daar naar toe. Hij denkt dat hij op een berg komt te staan als hij naar Bergen toe fietst. Hij kan dan al zijn problemen overzien en zijn leven weer op orde brengen. Maar hij ziet geen bergen en hij wordt paniekerig. Hij komt bij de duinen, op het strand terecht. Hij zwemt daar wat en als hij het strand verlaat, ziet hij in zijn verbeelding zijn vrouw Marion. Hij ziet haar hoe ze in hun huis iets staat te doen. Hij praat met haar, zonder ook een foutje in een zin te maken en zonder zijn mankement van zijn linker lichaamshelft. Als hij die verbeelding weg haalt, weet hij weer wie hij is en wat hij doet. Hij herinnert zich alles weer wat zich voor “ het incident” plaatsvond. Dat hij op weg was naar een verjaardag. Dat hij getrouwd is en vader van Wouter, zijn zoon. Hij beseft ook dat hij niet in de bergen is, maar in Bergen aan Zee, nog geen vijftig kilometer van zijn huis. Hier op het strand zijn jongeren een beetje rel aan het schoppen. Ze vernielen allerlei dingen etc. . Hij wordt hierom zo boos, dat hij zichzelf bijna niet meer beheerst: hij heeft zijn normen en waarden terug gekregen en dit is een goed teken van het “herstel”. Dan komt hij 2 politiemannen tegen, die hem al aan het zoeken waren omdat hij hier gesignaleerd was door een bekende ( Richard Fielemieg),. Hij was als vermist opgegeven en was al 10 dagen van huis weg. Alles wat daarna gebeurde ging heel snel: op het politiebureau waar hij ondervraagt werd waar hij die tien dagen was geweest (wat hij overigens zelf niet wist), de ontmoeting met zijn vrouw, zijn thuiskomst. Hij probeert het zijn zoon uit te leggen wat er gebeurt is en dat doet hij door het voorbeeld van het Electrospel te noemen: zoals je bij het Electrospel een plaatje en een woord bij elkaar moet brengen, dat lukte hem niet. Je ziet een ding, je weet het woord ervoor, maar je kunt die twee niet bij elkaar brengen. Zijn ongeluk, waardoor hij in het water herinnert hij zich nu ook. Het lijkt op een gebeurtenis die in zijn jeugd heeft plaatsgevonden. Op een dag ging hij, zonder iemand in te lichten, heel ver weg schaatsen. Hij ging over plassen waar hij nog nooit eerder geweest was. Toen hij al een tijdje onderweg was, viel hij in een wak, waar hij moeilijk uit kwam. Hij was nat en had het ontzettend koud. Door zijn woede gooide hij zijn schaatsen in het wak, die langzaam naar de bodem zakten ( net zoals de auto waar hij in zat). Het was een lange weg naar huis, terug naar zijn leven…….. .
































Verwerkingsopdracht




6




5 Alternatieve Titels




1) Lekkage:


De hoofdpersoon, Kees Zomer, wordt overvallen door een ‘gat’ dat hij plotseling in zijn hersenen krijgt. Opeens heeft (voelt) hij de linkerkant van zijn lichaam niet meer en er is een blokkade in zijn hersenen ontstaan die een lekkage in zijn gedachte veroorzaakt. Ze werken niet meer zoals ze vroeger deden. Door middel van het verloop van de tijd en dus het steeds meer terugkrijgen van herinneringen zorgen ervoor dat de ‘lekkage’ weer wordt gerepareerd.


2) Ver weg, maar toch dichtbij:


Door het wegvallen van zijn ‘linker lichaamshelft’ kan Kees Zomerzich niets meer herineren van wat er voor dit voorval heeft plaatsgevonden. Hij weet zijn naam niet, waar hij is geboren is hem ook onbekend etc. . Hij is dus voor zijn gevoel heel ver weg (zowel met zijn gedachte als hijzelf) van de werkelijkheid. Maar toch is hij, ondaks hij het niet weet, dichtbij waar hij in werkelijkheid woont. Hij is (was) dus heel ver weg, maar toch dichtbij.


3) Verdwaald!


Kees Zomer is niet ver van huis, maar toch weet hij niet waar hij is, hi is verdwaald. Zowel hizelf als persoon als in zijn gedachtengang. Hij trekt er op uit zonder dat hij weet waar hij is of waar hij naar toe gaat. Dit komt doordat zijn hersenen niet goed meer werken, hij heeft immers geen ‘linkerkant’ meer. Deze hersenen zijn als het ware ook verdwaalt: ze weten niet goed waar de echte werkelijkheid is.


4) Even defect


Tien dagen leeft Kees in een wereld waarvan hij zich na afloop niets meer kan herinneren. Zijn hersenen zijn in die tien dagen “defect” geweest: er was een storing die het normaal werken van hem als persoon onmogelijk maakte. De reactie op dit defect raken is dat zijn lichaam als het ware ook defect raakt: hij kan niet goed meer functioneren in de wereld.


5) Het menselijk Elektrospel


De hele gebeurtenis van de Eclips die Kees Zomer ondervond, is het best te vergelijken met het Elektrospel. In het Elektrospel gaat het erom via het juiste antwoord op de vraag contact te maken waardoor het lampje gaat branden, maar dit is dus juist wat er bij Kees ontbreekt. Dit Elektrospel heeft dus betrekking tot het niet goed functioneren van zijn hersenen.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen