U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Eclips.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/3472282/ en is laatst upgedate op 14/01/2003.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1308 woorden.


1.


Het boek Eclips is geschreven door J. Bernlef. J. Bernlef geboren op 14 januari 1937 in St. Pancras. Hij debuteert in 1960 met de dichtbundel Kokkels. Van 1958 tot 1971 en van 1977 tot 1987 is hij als redacteur verbonden aan de tijdschriften Barbarber en Raster. In de beginjaren ’70 debuteert hij als toneelschrijver met het toneelexperiment Sterf de moord ofwel val dood, gevolgd door In verwachting. Voor zijn totale oeuvre ontvangt hij in 1984 de Constantijn Huygensprijs. In 1987 mag hij voor de roman, Publiek Geheim, de AKO Literatuurprijs in ontvangst nemen en in 1994 ontvangt hij de P.C. Hoofdprijs. Zijn totale oeuvre bestaat uit gedichtenbundels, romans, verhalen en essays.

De eerste druk van het boek Eclips is verschenen in 1993 bij de uitgeverij Querido. Dit is tevens de uitgave die ik ook heb gelezen.

2.



  1. Het boek speelt zich waarschijnlijk af in de tijd dat de schrijver het boek schreef. Maar dit is niet duidelijk uit het boek te halen. Het speelt zich in ieder geval niet af voor het jaar 1950. daarvoor zijn de dingen die in het verhaal voor komen te modern.

  2. Er zijn geen gegevens in het boek waarmee ik vraag 2a kan bewijzen.

  3. Het tijdsbestek in het boek bedraagt 10 dagen. Dit is vanaf dat Kees het auto-ongeluk krijgt tot dat hij weer thuis bij zijn vrouw zit.

    Blz. 152 ? “Hier staat, volgens een verklaring van uw vrouw, dat u op woensdag 2 augustus, 's middags om kwart over vier het huis verlaten hebt.”

    Blz. 167 ? “Hij probeert te begrijpen wat er met zijn vader gebeurd is. Het verdriet van zijn moeder de afgelopen tien dagen moet toch een reden hebben.”

  4. het verhaal is niet chronologisch verteld. Er vinden zich veel flashbacks plaats. Dit komt omdat Kees (de hoofdpersoon) een ongeluk heeft gehad waardoor hij aan geheugenverlies en waarnemingsstoornissen lijdt. Hierdoor krijgt hij geregeld bij het zien van bepaalde voorwerpen sterke herinneringen aan vroeger.



3.


Ruimte speelt een erg belangrijke rol in Eclips. De ruimte in het boek bestaat vooral uit wijd uitgestrekte landschappen, saaie industriegebieden en afvalplaatsen. Daar steekt Kees erg schril bij af, zodat de eenzaamheid nog meer versterkt wordt. Het geeft ook een sombere sfeer weer. Ook de weersituatie geeft de somberheid van de situatie weer: het is constant bewolkt en donker. In die tien dagen wordt niet over de zon gesproken, alleen maar over grauwe luchten. Pas als Kees zijn geheugen weer terug heeft gaat de zon weer schijnen: de eclips is voorbij.

De plaats waar het verhaal zich afspeelt is de streek tussen Bergen aan Zee en

Heemstede.

4.


Kees Zomer krijgt een ongeluk en daardoor een hersenbloeding. Waardoor zijn linkerhelft niet meer werkt. Hij gaat zwerven en ontmoet een aantal figuren die ook aan de rand van de samenleving leven. Door naar muziek te luisteren uit een radiootje dat hij gevonden heeft in een tuinhuisje krijgt hij bepaalde prikkels waardoor het gevoel in zijn linkerhelft weer terugkeert.

5.



  1. Het boek bestaat uit 7 hoofdstukken. Deze hebben geen titels. En het boek bestaat uit 168 bladzijden.

  2. Begin:

    het verhaal begint bij het auto-ongeluk waardoor Kees Zomer geheugenverlies en waarnemingstoornissen krijgt.

    Midden:

    Je maakt mee hoe Kees in de tien dagen dat hij zwerft leeft, en wie hij allemaal tegen komt.

    Einde:

    Kees is genezen en keert terug bij zijn familie.

    De spanning in het verhaal bouwt zich langzaam op. De schrijver probeert de lezer zo te beïnvloeden dat je door wil lezen om te weten wat er nou uiteindelijk met Kees gebeurt. Het hoogtepunt ligt dan ook vlak voor het einde van het boek, als Kees wordt gevonden.



6.


Eerste motief: Muziek. Door te luisteren naar muziek komt Kees zijn linkerkant weer 'terug'. Door te luisteren naar muziek kan hij weer bewegen met heel zijn lichaam en van muziek wordt hij rustiger.

Blz. 19 ? “Dan begint de muziek. Een piano. En opeens voel ik mijn linkeroor.”

Blz. 78 ? “Ik laat me op mijn knieën zakken, steun met beide handen op mijn knieschijven. De radio! Waar is de transistor gebleven?”

Blz. 160 ? “‘Het is de enige troost,’ zeg ik schor. ‘Muziek, die sleept je door alle ellende heen.’”



Tweede motief: Rommel. Kees leeft tussen de rommel, met Toos in een aanbouwwoning en daarna met 2 mannen op een of ander autokerkhof. Vervolgens komt hij bij IJe in een oude schuur ergens aan de rand van een dorp.

Blz. 48 ? “Dat wat de vuilnisdienst grof vuil noemt. Bedspiralen, een dressoir met gapende gaten op de plaats waar een ruitjes hebben gezeten, latten vol kromme uitstekende spijkers,”

Blz. 60 ? “Ik heb geen idee hoelang of hoe kort ik hier nu al op het autokerkhof woon.”

Blz. 93 ? “Op het erf staan twee eigele containers volgestapeld met planken en puin.”



Derde motief: Herinneringen. Hij herinnert zich steeds meer in de tijd dat hij rondzwerft en ook komen er steeds meer herinneringen van vroeger naar boven.

Blz. 16 ? “Ik herinner me hoe je, voor je ging schaatsen kranten onder je overhemd schoof, tegen je blote borst.”

Blz. 64 ? “Ik zat op het houten schijthuis achter in de tuin van ome Daan.”

Blz. 102 ? “Ja ik herinner mij. Het is beter dan geweest is, toen het begon allemaal met niets, maar het is niet genoeg.”

7.


Het belangrijkste thema in het boek is toch wel desoriëntatie. Kees Zomer raakt na een auto-ongeluk zijn geheugen en zijn herinneringen kwijt. Hij dwaalt maar wat verloren rond en moet alles weer opnieuw ontdekken.

Een ander thema in het boek is gevangenschap. Kees zit als het ware gevangen in zijn eigen lichaam. Het verliezen van het vermogen om normaal te spreken en zijn herinneren geven Kees het gevoel dat hij in zijn eigen lichaam opgesloten zit. Hij kan niet verder denken dan wat hij ziet. Ook kan hij zich eerst niet goed bewegen. Door de gevangenschap in zijn lichaam voelt hij zich heel eenzaam. Dit is ook gelijk een derde thema in het boek.

8.


het verhaal wordt verteld vanuit het ik-perspectief. Het perspectief ligt bij Kees Zomer, hij verteld wat hij meemaakt. Daardoor kun je erg goed meeleven met hem. Alles wat hij meemaakt 'maak jij ook mee'.

9.


Hoofdpersoon.


Kees Zomer:

Kees Zomer verliest door een hersenbloeding, als gevolg van een auto-ongeluk, het gevoel in de linkerhelft van zijn lichaam. Ook geestelijk krijgt hij een grote klap. Een tijdlang kan hij zich zijn eigen naam zelfs niet meer herinneren. Hij zwerft rond en krijgt langzaam maar zeker weer het gevoel in zijn lichaam terug.

Het is heel moeilijk om uit het boek op te maken wat voor type Kees is omdat hij zelf ook niet weet wie hij is door het ongeluk.

Bijpersonen.


Cor en Karel:

Op de vuilstortplaats maakt Kees kennis met deze twee criminelen. Onder dwang wordt hij meegenomen en moet hij mee naar een ‘klus’. Cor en Karel zijn beiden bijfiguren.

Karel is een zwijgzame, norse man. Cor was een nerveuze, spraakzame jongen die zichtbaar leed onder het regime van zijn norse broer.



Toos:

In de cafetaria ontmoet Kees deze vrouw. Samen gaan ze zwerven, maar al snel laat Toos hem weer in de steek. Toos heeft een smal, scherp gezicht. Haar bruine haar piekt in kleine krulletjes onder haar hoed vandaan. Ze heeft groene ogen.



Ije:

IJe is een slechthorende man die dus helemaal niets van Kees begrijpt omdat IJe zelfs de warrige taal die Kees uitslaat niet kan verstaan. Maar toch is hij erg vriendelijk voor Kees. IJe leeft volkomen afgezonderd van de rest van de samenleving



Marion:

Marion is de vrouw van Kees. Je leert haar niet goed in het boek kennen omdat ze alleen aan het einde in het verhaal meespeelt.



Wouter:

Wouter is de zoon van Kees. Ook hem leer je niet goed in het verhaal kennen. Het enige wat je over hem te weten komt is dat hij hockey speelt, en dat het een intelligente jongen is.



Richard Fielemieg:

Richard Fielemieg is een belangrijk bijfiguur, omdat het een collega is van Kees en het de eerste persoon is die Kees tegenkomt en die hem herkent. Fielemieg belt de politie, dus hij is ook een van de schakels die het verhaal tot een goed einde brengt.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen