U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Eclips.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/1229804/ en is laatst upgedate op 07/12/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1111 woorden.


Inhoud


  • De auteur
  • De hoofdpersonen
  • Het verslag
  • Titelverklaring
  • Tijd en plaats
  • Thema
  • Eigen mening


    De auteur


    J. Bernlef is het Pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. Hij is geboren in het Noordhollandse Sint-Pancreas maar is opgegroeid in Amsterdam en Haarlem. Zijn leraar nederlands interesseerde hem in Nescio, Carmiggelt en Elsschot. Na het eindexamen H.B.S. in 1955 studeerde hij een half jaar aan de Politiek-Sociale faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn militaire dienst debuteert hij met het verhaal Mijn zusje Olga in het tijdschrift Hoos. Tussen 1958 en 1960 reist Bernlef heen en weer tussen Zweden en Nederland. Hij heeft verschillende baantjes zoals bordenwasser en ober. Ondertussen werkt hij aan verhalen en gedichten zoals Stenen spoelen en Kokkels. In 1959 krijgt hij voor deze beide gedichten de Reina Prinsen Geerligsprijs. Samen met G. Brands en K. Schippers richt hij het tijdschrift Barbarber op. Bernlef was tot het einde van het blad (1872) hoofdredacteur. Voor zijn dichtbundel Morene krijgt hij van de gemeente Amsterdam de po‰zieprijs van de gemeente Amsterdam. Vanaf 1970 is Bernlef betrokken bij het toneel en er worden enkele toneelstukken van hem opgevoerd oa. Sterf de moord en In verwachting. In 1977 is hij een van de oprichters van het tijdschrift Raster. Hij schrijft nog een aantal romans: Sneeuw, Meeuwen, De man in het midden, Onder ijsbergen, Hersenschimmen, en Publiek geheim. Zijn romans gaan over het algemeen over eenzame zwervers en stille vlaktes. Dat wil zeggen dat het meestal gaat over haperingen in het menselijk brein. In 1984 ontvangt Bernlef de Constantijn Huygenprijs voor zijn totale werk.


    De hoofdpersonen



    Kees Zomer
    Hij is de persoon die het verhaal vertelt. In het begin van het verhaal denkt hij dat hij geen linkerdeel van z'n lichaam maar heeft. Verder weet hij in het begin maar weinig woorden maar wel namen van anderen. Of zoals hij het zelf noemt: de kennis is er wel maar ligt anders opgeslagen. De bijpersonen hebben zo'n kleine rol dat ze de moeite niet waard zijn om op te schijven.



    Het verslag


    Als het brein van Kees op een dag hapert rijdt hij met z'n auto het water in. Wonder boven wonder komt hij er uit. Hij merkt alleen alles aan de linkerkant (dus ook het linkerdeel van z'n lichaam) weg is: een zwart gat. Hij loopt door een grasland tot hij komt bij een gebouw met een hek erom heen. Hij wil daar wat gaan vragen maar wordt daar als zwerver aangezien en hardhandig weggestuurd. Hij loopt en hij loopt tot hij bij volkstuintjes komt. Hij besluit zich eerst te wassen onder de pomp. Na zich gewassen te hebben gaat hij op de grond liggen en slaapt in. Als hij wakker wordt ziet hij een radiootje. Hij zet het aan en als er muziek begint te spelen voelt hij langzaam het linkerdeel van z'n lichaam terugkomen. Als de radio uitgaat dooft dat ook meteen. Door een vrouwenstem weet hij opeens z'n eigen naam weer: Kees. Dan komt de eigenaar van het tuinhuisje eraan en stuurt Kees weg. Hij loopt wat rond tot hij bij en snackbar komt waar hij Toos ontmoet. Samen trekken ze erop uit, eten uit vuilnisbakken en overnachten in de bouw.

    Als Toos en Kees de volgende dag naar de vuilnisbelt gaan vindt Toos een oude naaimachine. Ze besluit het ding te verkopen en laat Kees achter. Hij blijft nog een tijdje op de vuilnisbelt rondhangen tot hij een auto hoort. Kees verstopt zich. Er komen 2 mannen uit de auto die nummerborden tussen het vuil stoppen. Dan wordt hij ontdekt en de 2 mannen nemen hem mee naar het autokerkhof waar ze wonen. Kees moet de hele dag het autokerkhof bewaken tegen nieuwsgierigen als Cor en Karel (zo heten ze) weg zijn. In deze tijd leert hij ook weer beheersing te krijgen over het linkerdeel van z'n lichaam. Op een nacht wordt Kees door Cor uit z'n bed gehaald omdat hij hun moet helpen met een klusje. Ze rijden met de auto naar een boerderij waar Kees op wacht moet staan. Als ze weer terug rijden wordt Kees uit de wagen geslingerd.

    Hij wordt wakker als er iemand hem aanraakt. Kees gaat met de man mee naar huis. In en om het huis is het een grote rotzooi. De man stelt zich voor als IJe. IJe is een arme man die in leven blijft door dingen die hij vindt te ruilen voor natuurprodukten en af en toe krijgt hij nog wel iets van de boeren in de omgeving. Omdat IJe geen douche heeft mag hij op zaterdag de douche in het lijkenhuisje op de begraafplaats gebruiken. Als IJe en Kees daaraan komen gaat IJe eerst onder de douche. Als IJe daar mee bezig is gaat Kees weg.

    Hij loopt en hij loopt tot hij een fiets ziet die niet op slot staat. Kees neemt de fiets mee en fietst weg. Hij fietst tot hij bij een boekwinkel komt waar hij herkend wordt door de eigenaar. Hij maakt een praatje maar de man heeft al gauw in de gaten dat Kees niet helemaal meer normaal is. Kees pakt z'n fiets weer en fietst door tot hij bij de zee komt. 's Avonds eet Kees een patatje uit de vuilnisbak. Er komt een groepje jongens aan die wat op Kees schelden en de vuilnisbak in de brand steken.

    In het laatste hoofdstuk is Kees weer compleet normaal. Op het strand wordt hij meegenomen door een agent die hem vertelt dat hij al een week wordt vermist. Op het politiebureau komt z'n vrouw hem ophalen.


    Titelverklaring


    Geen titelverklaring gegeven.


    Tijd en plaats


    De tijd is niet gegeven. De plaats zal in het gebied rond Haarlem en de kust zijn. Het plaatsje aan de kust waar Kees als laatst is heet Bergen.


    Thema


    Door een hapering in de hersenen afgesloten worden van de buitenwereld.


    Eigen mening


    Ik vond het niet echt een spannend boek. De tekst is makkelijk te begrijpen. Er zittten weinig moeilijke woorden in en de zinnen zijn niet al te lang. Er zitten wel veel flash-backs in. Geregeld denkt Kees een terug aan vroeger. Dat is soms wel irritant. Het boek is ook in de ik-persoon geschreven dat het lezen af en toe een beetje lastig maakt. Er zit geen humor in het boek, maar dat mis je niet. Het onderwerp is erg apart, vind ik erg interessant, omdat je leest over iemand die aan de linkerkant van z'n lichaam niets heeft en dan toch probeert terug te krabbelen in de maatschappij waar hij wordt gezien als een volslagen idioot. Mede door dit onderwerp en de schrijfstijl is het boekje erg pakkend. Misschien kan het een beetje vergelijken met een geestelijk gehandicapte in onze tijd. Misschien daardoor zit er nog iets leerzaams in het boek waar volgens mij meer fantasie in zit dan werkelijkheid.




  • Andere boeken van deze auteur:


    Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen