U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Frederik Hermans - Nooit Meer Slapen.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=462 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3761 woorden.

Bibliografie
Eerste druk: 1966
Amsterdam, De bezige bij, 1989, 20e druk


Samenvatting
1. Eerste Reactie.

Het eerste wat ik dacht was: “Goh, er bestaat ook nog zoiets als leuke literatuur.” Na de komst van Joachim Stiller had ik eigenlijk helemaal geen zin meer om literatuur te lezen. Ik had altijd zoiets van: “Literatuur is saai.” En toen ik Joachim Stiller had gelezen leken mijn vermoedens bevestigd.
Ik vond dit een heel leuk boek alhoewel ik eerst helemaal niet wist wat ik moest lezen. Een klasgenoot had mij aangeraden dit boek te lezen en de stijl van Hermans sprak mij heel erg aan.

2. Analyse.

1. Titel
De titel is afgeleid uit het volgende citaat: “Zijn mond is op een vreemde manier gesloten, de slechte tanden van zijn bovenkaak rusten op zijn onderlip, of hij op het allereerste moment nog pijn heeft moeten verbijten. Verder is zijn gezicht precies zo als ik het gezien heb in zijn slaap: onbegrijpelijk oud en moe, gerimpeld als de schors van een eik. Maar dit is geen slapen. Dit is nooit meer slapen.” Met het nooit meer slapen wordt in dit geval bedoeld dood zijn. Dit staat niet letterlijk in het boek vermeld maar is wel af te leiden uit de manier waarop Hermans het beschrijft. Het wordt min of meer weggelaten om het nog duidelijker te maken. Ook omdat de waarheid soms hard aankomt. Een eufemisme.
Ook is de titel afgeleid van het feit dat er amper geslapen wordt. Alfred wordt gek van de jeuk van de muggenbulten en de nooit ondergaande zon. Daarbij komt nog het feit dat Arne ongelooflijk snurkt.

2. Schrijver
W.F Hermans is geboren in 1921 in Amsterdam. Zijn vader en moeder waren onder-wijzer. Zijn zus Cornelia Geertruida heeft zelfmoord gepleegd in 1940.
Hij studeerde gymnasium en daarna fysische geologie in Amsterdam. Vandaar een boek over de natuur.
Omdat hij een oorlogskind is heeft hij ook veel boeken geschreven met de oorlog als onderwerp.

3. Genre
Moderne Nederlandse literatuur met invloed van naturalisme, een stoming in de kunst die dingen natuurgetrouw en realistisch weergeeft. Dit is duidelijk te merken in het boek. Hermans geeft de dingen weer zoals ze in werkelijkheid zijn en gaan.
Ook komt pessimisme veel tot uiting. Alfred ziet dingen vaak somber in. Hij denkt dat Arne en de anderen hem maar lastig vinden. Ook omdat veel dingen mislukken.
Verder komt existentialisme voor in het boek. Een filosofie over de mens op aarde. Waarom wij op aarde zijn. Wat we hier doen en vooral wie en wat we zijn.
Dit is vooral te merken aan Alfred. Hij heeft ook vragen over waarom hij een proef-schrift maakt, waarom hij geologie is gaan studeren, wat hij is, wat hij doet en vooral wie hij nu eigenlijk is.

4. Thema
De mens als nietig wezentje in de kosmos, zoekend naar zekerheid en orde in de chaotische wereld. Die chaos wordt duidelijk merkbaar als Alferd en Arne ruzie krijgen over welke kant ze op moeten. Arne slaat hier een andere weg in dan Alfred waarna Alfred erachter komt dat hij eigenlijk de verkeerde kant op is gegaan. Als hij dan ook nog zijn compas kwijtraakt weet hij helemaal niet meer wat hij moet doen en begint maar wat te lopen in de richting van een berg. Als hij daar is klimt hij erop en eenmaal boven kan hij niets zien omdat het mistig is. Hij loopt maar weer naar beneden en daarna besluit hij Arne te gaan zoeken die al dood is tegen de tijd dat Alfred op pad gaat. De hele wandeling verloopt dus chaotisch en dat wordt naar-mate het boek vorderd duidelijk merkbaar.
Ook blijkt dat Alfred maar een klein deel uitmaakt van het heelal en dat het in zo’n groot landschap moeilijk is één klein deel van een meteoriet te vinden. Ook is Alfred steeds op zoek naar orde. Hij wil dat alles precies zo verloopt als hij het wil.

5. Motieven
-Reismotief: expeditie, zoektocht: Alfred gaat op reis om zijn proefschrift te schrijven. Hier wordt de lezer steeds aan herinnerd tijdens de reis van Alfred.
-Gebrek aan communicatie; toeval en mislukkingen: Alfred verstaat geen Noors wat steeds tot uiting komt. Arne, Mikkelsen en Qvigstad praten veel met elkaar en Alfred voelt zich buitengesloten. Ook doordat Arne en Alfred niet goed met elkaar communiseren en overleggen mislukken er veel dingen.
-Meet- en regelinstrumenten (meetlint, kompas, horloge, spiegel en foto’s): In het begin word je meteen geconfronteerd met het kompas dat hij van zijn zusje heeft gekregen later in het boek komt dit kompas terug wanneer hij een andere kant dan Arne op gaat. Even later raakt hij het kwijt. Alfred is zijn meetlint vergeten en dat moet hij dus kopen. Hij kijkt steeds op zijn horloge als hij probeert te slapen. Verder kijkt hij veel in zijn kompasdeksel dat een soort spiegeltje is. Ook spelen de luchtfoto’s een belangrijke rol. Deze probeert hij vanaf het begin te bemachtigen. Als ze eindelijk op weg zijn blijkt dat Mikkelsen deze wèl heeft kunnen krijgen.
-Slapen (symbool van kracht en dood): Dit komt in het boek vaak voor. Alfred kan moeilijk slapen. Hij is daardoor heel erg moe, wat op de kracht slaat. Hij kan niet slapen door de muggen, Arne die snurkt en door de nooit ondergaande zon. Ook de dood komt veel naar voren als een soort van slapen. De dood van de vader van Alfred, de dood van Arne en de verdwijning van Mikkelsen en Qvigstad.
-Minderwaardigheidscomplex (Alfred): Alfred voelt zich steeds minderwaardig omdat hij uit Nederland komt. Hij kent geen Noors wat hem nog eens extra duidelijk wordt gemaakt door professor Nummedal. Als blijkt dat Mikkelsen de luchtfoto’s wel heeft voelt hij zich minderwaardig en denkt dat Nummedal deze expres aan Mikkelsen heeft gegeven. Veel dingen mis-lukken waardoor hij denkt dat hij minder is dan de anderen. Hij verdrinkt bijna in een moeras en springt herhaaldelijk mis als hij een rivier over moet steken. Ook raakt hij vaak achterop waardoor hij zich ook minderwaardig voelt.

-Paranoia (Alfred): Wanneer blijkt dat Mikkelsen wel luchtfoto’s heeft verdenkt hij Nummedal en de anderen van een complot. Hij denkt dat ze hem het niet gunnen om een proefschrift over Noorse meteorieten te schrijven. Dit wordt erger wanneer Mikkelsen en Qvigstad een andere kant dan hij en Arne uitgaan. Hij denkt dat hun een foto heb-ben achtergehouden zodat hun de eer krijgen voor het vinden van een meteoriet.
-Carrièremotief: Alfred wil dit proefschrift schrijven om zijn dode vader te evenaren. Hij wil ook onderzoek doen en beroemd worden als zijn vader.

6. Opbouw
A. Nummering hoofdstukken 1 t/m 47 maar geen titels.
Het boek heeft 255 pagina’s. Het boek bestaat uit 5 episodes:
A Hoofdstuk 1 t/m 7: naar Oslo; voorbereiding op de expeditie.
B Hoofdstuk 8 t/m 17: naar Trontheim, Tromso, Alta en de berg Vuorje.
C Hoofdstuk 18 t/m 31: expeditie van Alfred, Arne, Qvigstad en Mikkelsen.
D Hoofdstuk 32 t/m 38: vervolg expeditie door Alfred en Arne.
E Hoofdstuk 33 t/m 47: Alfreds terugkeer naar Nederland.

B. Het verhaal wijkt af van de fabel, flashbacks.
Door de dingen niet uitvoerig te vertellen wordt het verhaal spannend.
Het verhaal heeft een gesloten einde.

7. Personages.
Alfred Issendorf
-Alfred wordt voortgedreven door de dood van zijn vader. Hij is er op uit om suc-cesvol te worden. Hij is erg op zichzelf en is erg achterdochtig. Vooral wanneer blijkt dat Mikkelsen wel luchtfoto’s heeft en hij niet. Ook voelt hij zich minderwaardig en denkt dat de anderen beter zijn dan hem.
-Alfred is een round character. Hij maakt een ontwikkeling door. Namelijk de wraak op zijn vader die niet voltooid. Hij leert echter wel meer over zichzelf.
-Je leest zijn gedachten. Je weet wat er in hem omgaat.
Arne
-Arne is een stille jongen. Hij weet wat hij moet doen en doet dat ook. Hij is vaak erg voorzichtig maar niet voorzichtig genoeg want hij gaat toch dood.
-Arne is een flat character. Je weet zijn gedachten niet en hij maakt geen ontwikkeling door. Hij gaat dood maar dat is nog geen reden om hem het stempel round character te geven.
Qvigstad, Mikkelsen en Nummedal (= niemendal)
-Qvigstad is een jongenm die weet wat hij doet. Hij heeft zijn spulletjes goed voor elkaar en dat heeft Mikkelsen ook. Hij heeft dan ook luchtfoto’s weten te krijgen.
-Nummedal is een professor die alleen naar zichzelf luistert en erg doof is. Hij draait om de zaak heen en ik heb me dood geërgerd aan hem.
-Alledrie een flat character, ze maken geen ontwikkeling door en je weet hun gedachten niet.

8. Tijd
De vertelde tijd is enkele weken in de zomer. Het tijdsverloop is chronologisch met flashbacks. Tussen de hoofdstukken zit vaak een tijdsprong.

9. Vertelperspectief
Het boek is geschreven in de ik-vorm en wel de vertellende ik. Het is dus al gebeurd en Alfred vertelt achteraf wat er is gebeurd. Ik denk dat het geen ander vertelpers-pectief had mogen zijn. Alfred is degene die wraak neemt en over de anderen hoef je niet meer te weten dan je nu doet. Aan de andere kant zou het ook wel leuk zijn om te weten waarom Mikkelsen en Qvigstad weggingen dus dat je weet wat zij over
Alfred denken. Hoe zij de tocht beleefden en wat zij verder hebben gedaan en waar ze heen zijn gegaan.

10. Ruimte
Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Finnmarken. In het uiterste Noorwegen waar het ‘s avonds niet donker wordt.
Omdat alfred zijn vader is omgekomen in de bergen denk ik dat het wel een sym-bolische betekenis heeft, namelijk de wraak van Alfred om succes te hebben en wel te slagen waar zijn vader het op heeft gegeven. De drang van Alfred om wèl te over-leven.

3. Samenvatting.

Alfred Issendorf gaat naar Lapland om een theorie van zijn hoogleraar over het ontstaan van gaten in de bodem te bevestigen. Belangrijk bij zijn onderzoek zijn een aantal luchtfoto’s die hij moet opvragen bij Nummedal, een oude professor in Oslo, met wie zijn promotor bevriend is. Bij aankomst in deze stad blijken de foto’s niet aanwezig te zijn en wordt hij verwezen naar Trontheim. De geologische dienst in deze stad weet hem evenmin aan het gevraagde fotomateriaal te helpen en slecht voorbereid begint Alfred aan zijn expeditie. Op zijn tocht wordt hij begeleid door Arne, Qvigstad en Mikkelsen, drie jonge Noren die voor wetenschappelijke onder-zoekingen naar Finnmarken zijn gekomen.
De tocht is vanaf het eerste begin een zware opgave voor de ongetrainde en slecht uitgeruste Alfred. Hij is nauwelijks bestand tegen vermoeienissen en wordt gefolterd door wolken van muggen die met zijn bloed de laatste energie uit zijn gemarteld lichaam zuigen. Hij heeft dan ook de grootste moeite het tempo van de tochtgenoten bij te houden. Dieptepunt in alle ellende is de ontdekking dat Mikkelsen de lucht-foto’s heeft, waarnaar hij zelf al die tijd op zoek is geweest. In zijn latent sluimerend wantrouwen tegen alles en iedereen voorziet hij een tegen hem gesmeed komplot omdat Nummedal hem geen wetenschappelijke ontdekking gunt. De foto’s geven overigens geen bevestiging te zien van de theorieën van zijn hoogleraar. Na korte tijd nemen Mikkelsen en Qvigstad afscheid en dan zetten Alfred en Arne samen hun tocht door. Arne blijkt dan in alles de meerdere van Alfred, hij is het die Alfred helpt in talrijke moeilijke situaties die zich onderweg voordoen. Na verloop van enige tijd krijgen ze evenwel verschil van mening over de te volgen richting. Alfred vertrouwd op zijn kompas; ten onrechte zoals later zal blijken, en gaat alleen verder.
Meer strompelend dan lopend, gehinderd door een wond aan zijn been, klein en nie-tig in een geweldige en vijandelijke natuur, al die tijd alleen met zijn gedachten die steeds maar in dezelfde kring ronddraaien, vordert hij moeizaam. In zijn koortsvisi-oenen voelt hij zich slachtoffer van een geweldig bedrog. Uitgeput komt hij tenslotte terug op de plaats waar hij Arne heeft achtergelaten. Tot zijn ontzetting merkt hij dat zijn vriend tijdens zijn afwezigheid is omgekomen door een val in een kloof.
Met zijn laatste krachten weet hij dan in de bewoonde wereld terug te komen. Op de terugweg brengt hij nog een bezoek aan professor Nummedal aan wie hij vertelt dat zijn wetenschappelijke these, gebaseerd op de inslag van meteorieten onjuist is ge-weest. In het vliegtuig naar Amsterdam, leest hij in een kort artikeltje in de krant dat in de buurt waar hij zijn waarnemingen heeft gedaan naar alle waarschijnlijkheid een meteoriet is ingeslagen. Die mededelingkomt voor hem evenwel onherroepelijk te laat. Nog duidelijker wordt de vergeefsheid van alles gedemonstreerd door het kado dat zijn moeder hem bij thuiskomst overhandigt: een stel manchetknopen van een in tweeën gezaagde meteoriet! Bewijs niet alleen van de uitzichtloosheid van de eigen situatie maar ook van het onbegrip van zijn naaste familieleden.

4. Leeservaringsverslag.

1. Het onderwerp
Ik vond het duidelijk over welk onderwerp de roman ging. Alfred gaat naar Finn-marken (Noorwegen) om zijn proefschrift voor te berijden.
Ik heb over dit onderwerp al vaker nagedacht. Ik vind het knap dat mensen steeds weer nieuwe onderwerpen kunnen verzinnen om een proefschrift te schrijven. Door dit boek ben ik ook weer eens gaan denken over mijn toekomst en mijn proefschrift.
Ik vond het een origineel onderwerp ook omdat ik er al wat over nagedacht heb.

2. De gebeurtenissen
Ik vond het boek van het begin tot het eind boeiend. Dit komt bij mij niet erg vaak voor want ik ben erg kieskeurig. Is het begin niet boeien, dan lees ik ook niet meer verder. Ik vond het boek vooral boeiend omdat er veel verschillende emoties in het boek verscholen zitten. Om sommige passages heb ik zelfs moeten lachen. Het waren er niet heel veel maar vooral die keer dat Alfred nodig moet pissen. Als hij dit in de struikjes doet wordt hij overal gestoken door muggen. Eigenlijk een leedvermaak van mijn kant maar ik vind het toch leuk.
Bij andere passages moest ik mijn zakdoek te voorschijn halen. Vooral toen bleek dat Arne dood was. Je weet dat hij dood is maar omdat het in het begin niet letterlijk is verteld blijf je hopen dat hij alleen zwaargewond is.
Ook heb ik vaak een gevoel van ergernis gehad. In het begin toen Nummedal die luchtfoto’s maar niet wilde geven en hem dan maar naar Trontheim stuurde. Ik heb toen echt kapot zitten ergeren aan die professor Nummedal.
De meeste gebeurtenissen zijn somber. Dit komt vooral omdat ze door Alfred zijn ogen gezien worden. Hij denkt bij iedere gebeurtenis dat de anderen hem lastig vin-den.
Ik vind dat de gebeurtenissen niet teveel aandacht krijgen. Ze zijn als Alfred eenmaal op weg is meer een onderbreking van zijn gedachtengangen. De gebeurtenissen die er zijn worden vrij kort verteld. Andere gebeurtenissen weer wat langer maar het blijft meestal bij ongeveer één hoofdstuk.
Ik vind de gebeurtenissen erg geloofwaardig. Ik voelde me net een reporter die een documentaire moet maken over Alfred, Arne, Qvigstad en Mikkelsen. Ik was een cameraman die hen in het geheim volgde. Heel spannend, want ze mochten mij niet zien.
Het einde van het boek was niet naar mijn zin. Ik wil weten hoe het met Mikkelsen en Qvigstad is afgelopen. Het boek had dan wel een gesloten einde, als een boek zo eindigt is het voor mij wel een open einde. Ik wil gewoon weten hoe het hen vergaan is.

3. De opbouw
De tijd verloopt zoals in werkelijkheid. Er is wel een flashback. Het is eigenlijk geen echte flashback maar een gedachtengang van Alfred. Hij denkt aan zijn vader die op een foto staat. Bij die foto zijn allerhande namen geschreven maar die van zijn vader niet.
In het allereerste begin is het verhaal best moeilijk te volgen maar na een bladzijde of vijftien zat ik echt in het verhaal en liep als het ware met Alfred mee. Maar dan wel undercover.

4. De personages
Ik vind dat de personen goed beschreven zijn. Je leert ze goed kennen. Hun gedach-ten weet je dan wel niet maar je weet uit hun gedrag toch een heleboel over hun doen en laten.
Het liefst had ik in de schoenen van Arne of Qvigstad gestaan. Alfred was een kruk en zeurde steeds zo. Mikkelsen was een beetje dom en liep meestal maar wat achter Qvigstad aan.
Ik zou wel Arne willen zijn omdat hij mooi kon tekenen, hij netjes was en ook heel zuinig. Ik wil soms ook wel eens dat ik wat zuiniger ben en dat ik mooier kan teken-en. Die netheid gaat voor mij al op want op mijn kamer mag geen snippertje papier op de grond liggen. Alleen het feit dat hij dood ging stond mij minder aan.
Wat Qvigstad betreft, hij is een bazig typje. Hij heeft wel goed materiaal en weet wat hij doet en op welk moment. Wanneer Alfred ontdekt dat Mikkelsen de luchtfoto’s heeft regelt Qvigstad dat Alfred ze mag zien.
Ik vond dat de personen wel voorspelbaar reageerden. Ze zouden doen wat ik ook zou hebben gedaan. Behalve Alfred wanneer hij alleen is. Als hij weer bij het meer is gaat hij weer terug om Arne te zoeken. Ik zou dit nooit op deze manier gedaan heb-ben. Ik zou naar Skoganverre zijn teruggegaan om van daaruit een helikopter te regelen om Arne te zoeken. En bovendien zou ik ook Mikkelsen en Qvigstad zijn gaan zoeken.

5. Het taalgebruik
Er was best veel dialoog in het boek. Het zijn hier en daar eens wat onderbrekingen van een gedachtengang en een afwisseling op de verteltijd van de gebeurtenissen.
De taal was niet extreem moeilijk. Ik kon de tekst prima begrijpen. In het allereerste begin had ik wat moeite ermee maar zodra ik in het verhaal zat was dit voorbij en was het een boek dat lekker wegleest.

5. Recensie.

Op de boeken van Willen Frederik Hermans past geen enkel etiket. Wie een poging waagt het werk van Hermans onder te brengen bij een moderne, literaire stroming stoot onherroepelijk zijn hoofd. In een interview noemde Hermans zich eens ‘de enige dissident’ en die typering schildert hem ten voeten uit. Hermans is een eigenzinnige dwarsligger, die zijn gang gaat en geen stap opzij doet voor welke (literaire) mode dan ook.
In het werk van Hermans overheerst het idee dat ‘de mens’ een geïsoleerd individu is, want hij kent de wereld waarvan hij deel uitmaakt niet en hij zal hem ook nooit leren kennen. Het leven zal voorhem alrijd een groot raadsel blijven. Iedere poging die de mens onderneemtom via wetenschap of kunst dat raadsel op te lossen is bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Het enige dat de mens tegenover de complexiteit van het leven kan stellen, is een strak geordende fantasiewereld, waarbinnen alles een functie heeft en waarin geen overtollige elementen voorkomen. Binnen deze verzonnen wereld moet kortom alles een betekenis hebben. Zo’n fantasiewereld creëert Hermans in zijn boeken (...)
Alfred Issendorf is niet zomaar een willekeurig personage. Hij is een allegorische figuur: hij representeert de opvatting van Hermans over ‘de mens’. Vanuit deze visie moet de onderneming van Issendorf op een mislukking uitdraaien. De pogingen van Issendorf om aan zijn leven betekenis te geven hebben immers geen reële kans van slagen in een wereld, die zich nooit zal houden aan regels en regelmaat en met een natuur die zich weinig zal aantrekken van haar individuele bewoners.
Willem Frederik Hermans schrijft ideeënromans: in zijn boeken werkt hij zijn visie op het leven uit. Het idee staat centraal. Het verhaal in zijn boeken is ondergeschikt aan zijn visie op het leven. Elementen binnen het verhaal, zoals plaats, personages, thema’s en motieven, functioneren vooral als onderstreping van dit idee.
Hermans begon vlak na de Tweede Wereldoorlog met publiceren. Daardoor spreekt het haast vanzelf dat de oorlog een van de onderwerpen is geworden in zijn werk. Hij kiest voor dit thema niet uit ploitieke of avontuurlijke overwegingen. De oorlog in Hermans’ werk is decor. Hij benadrukt vooral dat de mens in de oorlog eenzaam is. Bovendien zijn de mensen in de oorloghun ‘morele kompas’ kwiijt, hun gevoel voor wat goed en wat fout is. In oorlogstijdkiest, volgens Hermans, de mens voor wat het beste uitkomt. Zijn ‘oorlogs’boeken zijn: De tranen der acacia’s (1949), Het behouden huis (1951), De donkere kamer van Damokles (1958) en Herinneringen van een engelbewaarder (1971).
Willem Frederik Hermans is in 1921 in Amsterdam geboren. Zijn ouders waren onderwijzer. Op de middelbare school is hij niet bepaald een briljante leerling. Toch gaat hij fysische geografie studeren. In 1958 wordt hij lector aan de Rijksuniversiteit van Groningen.

Hermans gaat in zijn werk ook tekeer tegen de wetenschap, die pretendeert systeem in een chaotische wereld aan te brengen. Hiertegen haalt Hermans uit in romans en essaybundels. In Onder professoren (1975) en Uit talloos veel miljoenen (1981) geeft Hermans voorbeelden van bedrog en machtswellust in wetenschappelijke kring. In Mandarijnen op zwavelzuur (1963) krijgt het literaire wereldje er behoorlijk van langs. In het begin van de jaren tachtig verschijnen van Hermans vier opvallende novelles: Filip’s sonatine en Homme’s hoest (beide 1980), Geyerstein’s dynamiek (1982) en De zegelring (1984). De hoofdpersonenen uit deze boeken hebben allemaal het gevoel dat ze slecht door het leven behandeld worden omdat hun verwachtingen niet worden ingelost. Onlangs verscheen van Hermans weer een dikke roman. Een heilige van de horlogerie (1987). In dit boek worstelt een student filosofie met de begrippen ‘tijd’ en ‘duur’, eveneens begrippen die gecreëerd zijn om meer greep te krijgen op de werkelijkheid. Het boek is gesitueerd in Frankrijk, het land waarnaar Hermans in 1973 uitweek. Hij woont er nog steeds, in Parijs.

6. Reactie op recensie.

Ik vond het wel een interessant stuk. Vooral omdat mijn eerste boek is dat ik van Hermans lees. Omdat ik al besloten heb waarschijnlijk een thema “Hermans” te maken is een beetje extra achtergrondinformatie over de schrijver nooit weg.
Ook zijn idee over ‘de mens’ had ik eigenlijk nog nooit zo op deze manier bekeken. Ik vind dit wel een heel interessant punt. Ik geloof dat ik het wel eens ben met het idee van Hermans over de mens. Wij proberen orde te scheppen in de chaos terwijl wij dat helemaal niet kunnen. Daarom voelen wij ons vaak ook zo aangesproken tot de kunst en het schrijven van boeken denk ik. Ieder mens probeert immers die orde te scheppen.
Wanneer je een boek leest is het inderdaad zo dat alles heel mooi en recht, maar in werkelijkheid is de wereld maar al te krom wat hij mensen niet kunnen accepteren. Wij zien de dood ook vaak als chaos terwijl je geboorte en je dood juist de dingen zijn die niet chaotisch zijn en vaststaan.
Ook vond ik het heel interessant te lezen over de personages en de oorlog die Hermans als decor gebruikt voor zijn romans. Ik heb nu het boek ‘Nooit meer slapen’ gelezen maar de pesonages spelen inderdaad een belangrijke rol in het verhaal. Zijn maken het idee van Hermans over de mens compleet. Zij laten zien hoe klein de mens is in deze wereld en hoe machteloos hij soms staat wanneer het over de natuur gaat.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen