U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Eclips.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/5440520/ en is laatst upgedate op 30/08/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4164 woorden.


Algemene gegevens




1. Auteur: Bernlef


2. Titel: Eclips


3. Uitgever: Em. Querido’s Uitgeverij b.v.


4. Jaar van uitgave: 1993


5. Plaats van uitgave: Amsterdam


6. Druk: 1e


7. 1e druk: 1993


8. Genre: psychologische roman




Mijn keuze




Ik heb dit boek gekozen, omdat dit boek een keer in ons Laagland-boek stond en mij dat fragment erg interesseerde. Bovendien heb ik een keer in de krant een recensie gelezen over een boek van Bernlef, waarin stond dat hij erg goed kon schrijven.


Deze twee dingen hebben mij ertoe gebracht het boek te kiezen.




Personages




1. Kees Zomer


2. Wouter


3. Kees' vrouw


4. Cor en Karel


5. Toos


6. IJe


7. Richard Fielemieg










Samenvatting




Kees Zomer rijdt op een dag met zijn auto het water in. Wonder boven wonder overleeft hij het ongeval, maar hij houdt er wel een hersenbloeding aan over. Als gevolg van deze hersenbloeding werkt de linkerhelft van zijn hersenen niet meer en heeft hij geen gevoel meer in zijn linker lichaamshelft. Verward loopt hij door een weiland tot hij bij een huis aankomt. De bewoners denken dat Kees een zwerver is en hij wordt hardhandig weggewerkt. Na een lange wandeltocht valt hij op de grond in slaap. Zodra hij weer wakker wordt ziet hij een radio staan. Hij zet deze aan en krijgt langzaam maar zeker weer het gevoel in zijn lichaam terug. Als hij de radio weer uitzet, dan wordt het gevoel weer minder. De eigenaar van het tuinhuisje, waar Kees lag te slapen, stuurt hem weer weg. Kees loopt verder en komt terecht bij een cafetaria, waar hij kennis maakt met Toos. Ze besluiten samen verder te gaan. Op hun weg eten ze uit vuilnisbakken en overnachten ze op een bouwplaats.




De volgende dag begeven ze zich naar een vuilstortplaats. Toos vindt een naaimachine en besluit deze te verkopen. Kees blijft achter op de vuilstortplaats. Plotseling hoort Kees een auto. Er stappen twee mannen uit die rommelen met kentekenplaten. Kees wordt ontdekt en de mannen, genaamd Cor en Karel, nemen hem mee naar het autokerkhof. Ze eisen van Kees dat hij het autokerkhof bewaakt en voorkomt dat nieuwsgierigen het terrein betreden. Gedurende deze tijd krijgt hij steeds meer het gevoel in de linkerhelft van zijn lichaam terug. Op een nacht nemen Cor en Karel Kees mee in hun auto naar een klus. Kees dient bij een boerderij op wacht te gaan staan. Cor en Karel stelen de motor van een auto en gooien deze in de laadruimte van hun eigen auto. Op de terugweg wordt Kees door de mannen uit de auto gegooid.




Kees wordt de volgende ochtend door een onbekende man gewekt. De man stelt zich voor als IJe en hij neemt Kees mee naar zijn huis. Het is een grote rommel en IJe vertelt dat hij zijn geld verdient met de ruil van allerlei spullen voor natuurproducten. Af en toe krijgt hij iets van de boeren uit de omgeving. Om te kunnen douchen mag hij iedere zaterdag gebruikmaken van de douche in het lijkenhuisje op het kerkhof. Samen met IJe gaat Kees naar het lijkenhuisje. Als IJe onder de douche staat vertrekt Kees weer.




Op zijn weg ‘neemt’ Kees een fiets mee, die niet op slot staat. Hij komt uit bij een boekhandel. De eigenaar herkent Kees, maar heeft al snel in de gaten dat Kees niet ‘de oude’ is. De hoofdpersoon vertrekt weer en fietst in de richting van Bergen. Hij eet een patatje uit een vuilnisbak en wordt uitgescholden door een groep baldadige jongeren.




Een agent vindt Kees op het strand en neemt hem mee naar het politiebureau. Daar wordt hem verteld dat hij al een week wordt vermist. Zijn vrouw komt hem uiteindelijk weer ophalen.







Uitgewerkte persoonlijke reactie




Het boek heeft als onderwerp het verdwijnen van het geheugen door beschadiging van de hersenen van Kees Zomer, als gevolg van het auto-ongeluk, en het langzamerhand terugkrijgen van zijn geheugen. Dit is het onderwerp, want het hele boek gaat hierover.


Ik vond het onderwerp boeiend, omdat het een actueel onderwerp is en het iedereen zou kunnen overkomen. Bovendien zorgt Bernlef, door het goed beschrijven van het thema, ervoor dat er spanning in het boek zit, waardoor hij je overhaalt het boek helemaal te lezen.


Ik had vooraf een paar verwachtingen over het boek, namelijk:


1. Het heeft een herkenbaar onderwerp.


2. Het wordt goed beschreven.


Het is een erg goed boek met makkelijk taalgebruik en een makkelijke opbouw.


Alle verwachtingen zijn uitgekomen, want een auto-ongeluk kan iedereen overkomen, zelfs door de schuld van een ander, en het onderwerp werd zo beschreven, dat het net leek alsof je zelf Kees Zomer was. Bovendien werd er inderdaad makkelijke taal gebruikt en had het een makkelijke opbouw.




De belangrijkste gebeurtenis vond ik het autoongeluk, omdat de gevolgen ervan in het hele boek de hoofdrol spelen.


Je weet niet wat er met Kees Zomer is gebeurd, voordat de auto in het water kwam:


Het enige wat je weet is dat de linkerkant van het gezichtsvermogen, en de linkerledematen, niet meer werken. Daardoor moet Kees wel het kanaal inrijden. M.a.w.: het ongeluk zelf wordt niet goed beschreven, maar de gevolgen ervan wel.


De gedachten en gevoelens zijn het belangrijkst in dit boek, omdat je alles vanuit Kees zijn perspectief ziet en je meer te weten komt over zijn gevoelens en gedachten dan over een gebeurtenis.


De gebeurtenissen vloeien niet helemaal logisch uit elkaar voort, maar dat komt vooral door het feit dat er veel flashbacks in het boek voorkomen.


De gebeurtenissen bleven me boeien, omdat ik het onderwerp interessant vond en je, door de verscheidene flashbacks, soms goed moet nadenken over een gebeurtenis.




Kees Zomer vind ik een sympathieke held, omdat hij, ondanks zijn "verkregen handicap", zich toch weer zijn leven wil herinneren en weer naar zijn gezin wil terugkeren. Hij gaat niet bij de pakken neerzitten en probeert weer wat van zijn leven te maken; dit vind ik een goede karaktereigenschap van hem. Het kost hem soms veel moeite om zich uit te drukken, zodat andere mensen hem begrijpen, waardoor het elf dagen duurt voor hij weer bij zijn vrouw en zoon is.


De karaktereigenschappen van Kees worden goed beschreven, want je komt heel duidelijk te weten wat voor man het is en wat zijn beroep het is. Ik vind het belangrijk als de karaktereigenschappen van een personage beschreven worden, omdat je zo, soms, het verhaal beter leert snappen.


De personages zijn levensecht, want ze zouden allen in het echt kunnen leven. Ook de gebeurtenissen, die ze beleven, zouden in het echt gebeurd kunnen zijn, omdat er dagelijks wel een auto-ongeluk gebeurt. Het enige, wat me onlogisch lijkt, is het feit dat Kees elf dagen heeft gezworven, voordat hij iemand herkende of iemand anders hem herkende.


IJe en zijn collega Fielemieg vind ik sympathiek, omdat die proberen Kees te helpen weer naar zijn gezin terug te keren.


Van Kees' vrouw en zoon Wouter kun je niet zeggen of ze sympathiek zijn, omdat ze pas aan het einde van het verhaal "op het toneel komen", waardoor je hen niet goed leert kennen.


Cor, Karel en Toos vind ik onsympathieke figuren, omdat ze proberen beter te worden van Kees' ellende.




Het verhaal is opgebouwd uit zeven hoofdstukken, die chronologisch en fragmentarisch verteld worden. De chronologische opbouw wordt afgewisseld door diverse flashbacks, waaruit blijkt dat de verhaalfiguur zich dingen herinnert.


Het verhaal is niet moeilijk van opbouw, omdat je, ondanks de verscheidene flashbacks, het verhaal toch blijft snappen. De flashbacks helpen om het verhaal beter te snappen en te begrijpen waar Kees aan denkt.


Ik vind het verhaal spannend, omdat je helemaal niet weet wat er met Kees zal gaan gebeuren en of hij zijn gezin ooit weer terug zal zien. Door afasie (afasie is het verschijnsel dat een taalgebruiksstoornis optreedt ten gevolge van een hersenbeschadiging) kan de hoofdpersoon nog wel goed denken. Maar doordat hij zich niet in taal kan uitdrukken, is contact met de buitenwereld voor de hoofdpersoon heel moeilijk, zodat bijna niemand hem begrijpt.


In het verhaal zaten vrij veel flashbacks, maar dat is in dit verhaal prettig, omdat je zo wel te weten komt dat Kees zich dingen van vroeger herinnert.


Je ziet de gebeurtenissen door de ogen van één persoon, namelijk Kees Zomer. Doordat je alles vanuit zijn perspectief bekijkt, kun je je heel goed inleven in zijn situatie.




Het taalgebruik is erg eenvoudig. Er wordt nauwelijks gebruik gemaakt van moeilijke woorden of lange zinnen. Hierdoor is het boek makkelijk te lezen. De lezer kan zich goed inleven in de gebeurtenissen van Kees, doordat ‘meegekeken’ wordt met Kees.


De verhouding tussen de dialogen en de gebeurtenissen is absoluut niet in evenwicht, omdat er veel meer aandacht besteed wordt aan de gebeurtenissen. Dat is in dit boek erg handig, omdat het boek zo heel makkelijk te lezen is, ondanks de verscheidene motieven in dit boek.


Het boek is soms moeilijk te lezen door de symbolische betekenis, die Bernlef geeft aan sommige zaken. (bijv: het electrospel. Het is een spel waarbij met een snoertje het goede woord bij het goede plaatje gezocht moet worden. Als het goed is gaat er een lampje branden. Dit is symbolisch voor het vermogen om verbanden te kunnen leggen in de hersenen. Kees Zomer is dat vermogen tijdelijk kwijt. Hele gewone voorwerpen zoals een radio ziet hij wel, maar hij herkent het niet. Er brandt dus geen lampje dat er vroeger wel brandde.)




Het onderwerp is makkelijk te begrijpen, omdat het nog steeds actueel is en iedereen kan overkomen. De gebeurtenissen en (de karaktereigenschappen van) de personages worden erg goed beschreven, zodat het boek makkelijk en snel te lezen is. De opbouw en het taalgebruik van het boek zijn makkelijk.


Kortom: een mooi boek dat zeker de moeite waard is om te lezen en dat ik zeker aan iedereen zou aanbevelen.





Verwachtingen




Ik had vooraf een paar verwachtingen over het boek, namelijk:


1. Het heeft een herkenbaar onderwerp.


2. Het wordt goed beschreven.


Het is een erg goed boek met makkelijk taalgebruik en een makkelijke opbouw.


Alle verwachtingen zijn uitgekomen, want een auto-ongeluk kan iedereen overkomen, zelfs door de schuld van een ander, en het onderwerp werd zo beschreven, dat het net leek alsof je zelf Kees Zomer was. Bovendien werd er inderdaad makkelijke taal gebruikt en had het een makkelijke opbouw.




Ruimte




Eclips speelt zich af in en tussen de Nederlandse plaatsen Bergen aan Zee en Heemstede.


Ruimte speelt een erg belangrijke rol in Eclips. De ruimte in het boek bestaat vooral uit wijd uitgestrekte landschappen, saaie industriegebieden en afvalplaatsen. Daar steekt die ene persoon erg schril bij af, zodat de eenzaamheid nog meer versterkt wordt. Het geeft ook een sombere sfeer weer. Ook de weersituatie geeft de somberheid van de situatie weer: het is constant bewolkt en donker. In die elf dagen wordt niet over de zon gesproken, alleen maar over grauwe luchten. Pas als Kees zijn geheugen weer terug heeft gaat de zon weer schijnen: de eclips is voorbij.


De ruimte is ook heel belangrijk in het verhaal, omdat de grote ruimte die Kees om zich heen waarneemt niet kan plaatsen. Hij waant zich door een ruimte waar hij deel van uitmaakt, maar die hij niet kan bevatten.




Thema




Om een thema, van een boek, te kunnen vinden, heb je twee fasen:


1. Het opzoeken van belangrijke motieven, die in het hele verhaal een rol spelen (de thematische laag).


2. Het vinden van gebeurtenissen die typerend zijn voor de motieven (de verhaallaag).


In dit boek kan ik dan twee belangrijke thema's vinden:


1. Het belangrijkste thema van Eclips is de plotselinge afwezigheid van tijd en slechts de aanwezigheid van ruimte. Daardoor raakt de hoofdpersoon volledig gedesoriënteerd. Je zou het thema dus ook kunnen omschrijven als desoriëntatie of eenzaamheid.


2. Het andere belangrijke thema is afasie. Afasie is het verschijnsel dat een taalgebruiksstoornis optreedt ten gevolge van een hersenbeschadiging. In Eclips kan de hoofdpersoon nog wel goed denken. Maar doordat hij zich niet in taal kan uitdrukken, is contact met de buitenwereld voor de hoofdpersoon heel moeilijk zodat bijna niemand hem begrijpt.





Thematische laag




In dit boek wordt erg veel gebruik gemaakt van de symbolische betekenis van bepaalde gebeurtenissen of dingen. Dit zijn onder andere:


1. Het electrospel. Dat verwijst naar de functie van de hersenen om aan woorden een betekenis toe te kennen (zie pagina 167, 3e alinea:" Je moest kaartjes met woorden erop op plaatjes leggen. Als je het goed deed en de stekkers in de gaatjes onder in de doos stak begon er een rood lampje te branden." en pagina 167, 5e alinea:" Ik begrijp wat je wilt vragen. Maar zoiets is er de afgelopen tijd met mij gebeurd. Daar doet het tenminste het meeste aan denken. Je ziet een ding, ook het woord ervoor weet je, maar je kunt die twee niet meer bij elkaar brengen.".


2. Het wak in het ijs. Dat verwijst naar het plotseling uitvallen van functies van de hersenen (zie pagina 142, 3e alinea:" Toen schoot ik onder het ijs. Precies zo plotseling ging het, zonder enige overgang van het harde ijs het ijskoude water van het wak in").


3. De eclips zelf. Die verwijst naar het plotseling uitvallen van hersenlijke functies (zie het hele boek).


4. De klim uit het water. Als Kees weer op de kant klimt, nadat hij uit de gezonken auto is ontsnapt, heeft hij het gevoel dat hij herboren is, omdat vanaf die tijd zijn leven er tijdelijk anders uit ziet. Als hij 11 dagen later in de zee zwemt en daar weer uitloopt lijkt het ook alsof hij weer opnieuw herboren is. Vanaf dat moment is alles weer 'normaal' (zie pagina 7, 2e alinea na de witregel:" Links is niets, daar houdt mijn lichaam halverwege op, al kan ik niet bepalen waar de grens precies loopt. Begrijpen doe ik het niet. Misschien later. Nu eerst kijken of ik nog kan staan, kan lopen, niets gebroken heb.).


5. Muziek. Muziek staat voor een middel dat de linkerkant van zijn lichaam en de wereld weer terugbrengt (zie pagina 19, 4e alinea:" Dan begint de muziek. Een piano. En opeens voel ik mijn linkeroor!".





Dat er veel gebruik wordt gemaakt van symbolen heeft tot gevolg dat je alles wat er in het verhaal staat heel precies moet lezen om die dieperliggende gedachten eruit te vissen. Het boek wordt daardoor moeilijker om goed te lezen maar het maakt het boek wordt er ook interessanter door.





Verhaallaag




Er zijn een aantal gebeurtenissen, die typerend zijn voor het thema. De grootste gebeurtenis is natuurlijk het boek zelf, maar het heeft weinig nut om die te noemen, want dat is vanzelfsprekend. Daarom geef ik in het kort maar een paar gebeurtenissen aan, gesorteerd op thema, die een rol spelen.




Desoriëntatie of eenzaamheid


1. De allereerste gebeurtenis in het boek, waarbij de linkerkant van het gezichtsvermogen verdwenen is (zie pagina 5:" Ik moet naar rechts, van de weg af. Omdat de linkerkant van de wereld verdwenen is, plotseling weg").


2. Een tijdje later gaat de ik-figuur een schuur binnen, waar kranten liggen. (zie pagina 13, de op één na laatste alinea, de laatste paar regels:" Als ik een bladzij omsla, verdwijnt hij, alsof iemand daar links mij hem uit handen neemt. Had ik nog maar een linkerhand.")


3. Kees gaat met een vrouw, genaamd Toos, mee naar een huis. (zie pagina 34, 2e en 3e alinea:" Ik loop op haar toe, maar juist op dat moment bukt ze naar haar laarzen en verdwijnt uit beeld. Met een uitgestrekte arm blijf ik stokstijf in de witbetegelde ruimte staan. Ik schrik nog steeds van dit plotselinge wegschieten van delen werkelijkheid die er net nog waren, er zo solide uitzagen dat er geen enkele reden leek om aan hun bestaan te twijfelen. Alsof ik me in het gezelschap van een kwaadaardige magister bevind die ieder moment delen uit mijn werkelijkheid kan ontvreemden.")


4. Kees weet na de tijd, als hij weer bij zijn vrouw is, niet waar hij al die tijd is geweest (zie pagina 166, bijna aan het eind:" Wouter gaat onhandig tegenover mij zitten, net of hij last van zijn knieën heeft. 'Waar ben je al die tijd geweest?' Zijn stem klinkt dwingend en angstig tegelijk. In een kinderachtig gebaar spreid ik mijn handen. 'Geen idee.' ")




Afasie


1. De ik-figuur komt een boer tegen, die wil dat Kees van de boer zijn land gaat (zie pagina 10, bovenaan:" 'Ja ziet u, dat komt, ik weet het zelf ook op dit moment nog precies zo, zo precies nog, zo niet. Ook. Precies. Precies bedoel. Juist, precies bedoel. Dat.' Maar dat bedoel ik helemaal niet.


2. Kees probeert zijn eigen naam te zeggen (zie pagina 21, laatste alinea:" Trees. Dat is bijna mijn eigen naam. Ik weet het zeker. 'Keef,' spreekt mijn mond. 'Keeuw.' En dan weet ik het: Kees! 'Keef' zegt mijn mond nog een keer. Nee, Kees.")





Motief




Een heel belangrijk motief in het boek is afasie. Door zijn taalgebruiksstoornis voelt Kees zich voortdurend alleen, omdat weinig mensen hem begrijpen. Daarom is eenzaamheid een belangrijk motief in Eclips.


Verdere motieven in het boek zijn:


1. Het electrospel. Dit spel komt een aantal keer voor in het boek. Kees Zomer herinnert zich het van vroeger. Het is een spel waarbij met een snoertje het goede woord bij het goede plaatje gezocht moet worden. Als het goed is gaat er een lampje branden. Dit is symbolisch voor het vermogen om verbanden te kunnen leggen in de hersenen. Kees Zomer is dat vermogen tijdelijk kwijt. Hele gewone voorwerpen zoals een radio ziet hij wel, maar hij herkent het niet. Er brandt dus geen lampje dat er vroeger wel brandde.


2. Robinson Crusoë komt ook een aantal keer voor in het boek. Vooral de passage waarin Robinson zijn eigen voetstappen ziet en denkt dat die van een ander zijn, namelijk van Vrijdag. Dit is symbolisch voor de eenzaamheid die Kees ervaart. Hij voelt zich als iemand die aangespoeld is op een onbewoond eiland. Hij komt telkens voorwerpen, mensen en gebouwen tegen uit zijn 'vorige leven', maar hij herkent ze niet. Hij ziet dus niet dat het zijn eigen voetstappen zijn. Als hij aan het eind van het boek zijn eigen leven heeft teruggevonden, ziet hij zijn eigen voetstappen niet meer en weet hij niet meer wat er met hem in die periode van 11 dagen gebeurt is.


3. Tijd en ruimte spelen ook een grote rol. Kees Zomer is verdwaald in de ruimte en tijd bestaat voor hem niet. Hij dwaalt rond in een omgeving die hij niet kan plaatsen. Gebeurtenissen lopen voor hem niet meer logisch uit elkaar voort maar zijn losse flarden. Hij leeft dus zonder tijdsbesef.


4. Melancholie is een emotie die veel tot uiting wordt gebracht in dit boek. Door het verhaal heen, komen flarden van herinneringen aan vroeger terug waar hij in zijn diepste binnenste erg naar verlangt. Hij verlangt weer naar zijn eigen 'wereld', zoals die vroeger was. Daar is hij ook telkens naar op zoek.


Door de vele flarden van gebeurtenissen die hij meemaakt, de vlagen gedachten en gevoelens die hij ervaart, is alles voor hem één grote chaos. Deze chaos komt ook tot uiting in de omgeving. De vuilnisbelt waar hij een tijdje woont en het industriegebied waar hij rondzwerft.


5. In Eclips komt ook voortdurend het motief van afval terug: hij leeft een tijdje op een autokerkhof, dwaalt over een vuilnisbelt, eet uit afvalbakken. Ik denk dat dit symbolisch is voor de afgedankte kant van de samenleving. Net als de personen die hij tegenkomt op zijn zwerftocht, ook die staan allemaal op een of andere manier buiten de samenleving. Dit houdt ook allemaal weer verband met de linkerkant van het lichaam van Kees, die niet functioneert. Het is het deel dat geen verband meer houdt met de rest van het lichaam. Ik denk dat de schrijver hiermee wil laten zien dat iedereen voor zichzelf leeft en zelf zijn weg moet zoeken in de samenleving, maar dat ook iedereen heel afhankelijk is van andere mensen, net als Kees.


6. Het wak en de donkere diepte onder het ijs. Dit beeld komt een aantal keer terug in het boek, onder andere in de laatste alinea. Het is het beeld van de donkere diepte onder het ijs dat steeds dreigt. Elk moment is er het gevaar dat het ijs scheurt en je in dat wak valt. Dat betekent dat iedereen het gevaar loopt dat zomaar hersenfuncties uitvallen en dat je helemaal op je zelf aangewezen bent. Als je helemaal op jezelf aangewezen bent, voel je je dan dus eenzaam.


7. De radio is een belangrijk voorwerp dat vaak in het boek terugkomt. Met de radio aan voelt hij de linkerkant van zijn lichaam weer een beetje en werkt zijn spraakvermogen beter. Met andere woorden hij kan beter met anderen uit zijn omgeving praten en is hij dus minder eenzaam.


Verantwoording keuze bestudering secundaire literatuur




Ik kon over het leven van de schrijver niet veel bruikbare informatie vinden. Daarom heb ik gekozen voor het bestuderen van de relatie tussen het mens- en wereldbeeld van de schrijver en het boek Eclips, omdat dit me het leukst leek om te gaan bestuderen.




Titelbeschrijving




Ik heb gebruik gemaakt van een soort secundaire literatuur: internet. Ik heb op een aantal websites gezocht en uiteindelijk één gevonden die bruikbare informatie bevatte. Daar stond, helemaal onder aan een stukje over het wereldbeeld van de schrijver.




Het adres is: www.internetcollege.nl/verslagen/view.php3?id=6510




Mens- en wereldbeeld van de auteur in relatie met het boek




De thematiek die Bernlef bijna in alle boeken heeft is 'vergetelheid'. Daardoor komt hij ook vaak op onderwerpen als dementie en natuurlijk is daar ook het dood en het leven sterk mee verweven.


Ook Eclips gaat over vergetelheid, maar op een andere manier dan hij in veel van zijn andere


beschreef. In Eclips gaat het ook maar over een tijdelijk iets, in Hersenschimmen gaat het over een blijvend iets.


Ik denk dat Bernlef dit boek geschreven heeft, om andere mensen het leven van iemand te laten zien die zo in zijn hersenfuncties is aangetast. Dit is hem zeker gelukt, al weet je natuurlijk nooit precies of zo iemand de wereld werkelijk zo ziet, omdat Bernlef zelf ook nooit zoiets heeft meegemaakt.


Een ander doel van Bernlef is ons te laten beseffen hoe alleen, maar ook hoe afhankelijk van anderen, we op de wereld zijn. Ik denk ook dat dat doel bereikt is, want je gaat daar toch wel over nadenken als je dit boek gelezen hebt. Doordat de hoofdpersoon aan het einde van het verhaal met zo'n dreigend gevoel blijft zitten, blijf je dat zelf ook zitten na het boek en ga je er over nadenken wat er niet allemaal kan gebeuren en hoe afhankelijk je dan bent van andere mensen, maar ook hoe eenzaam je eigenlijk bent.




Samenvatting van de gevonden secundaire literatuur




Bernlef heeft als thematiek in veel boeken "vergetelheid". In Eclips gaat het om een tijdelijke vergetelheid.


Bernlef heeft twee bedoelingen met deze thematiek:


1. Het leven laten zien van iemand, wiens hersenfuncties zijn aangetast.


2. Laten beseffen hoe afhankelijk we zijn van anderen op de wereld.




Toepassing van de secundaire literatuur op het boek




Bernlef heeft als mens- en wereldbeeld: als je een handicap hebt tel je niet écht mee in deze maatschappij. Dit kun je heel goed in Eclips merken, want Kees wordt door een aantal mensen gediscrimineerd doordat, omdat hij zwerft. Zwervers tellen niet mee in de maatschappij! Dit zie je op de volgende pagina's:


1. Blz. 10, de laatste alinea, tot blz. 11, de eerste alinea:" Ouwehoer. Neem mij een beetje in de zeik.' Hij grijpt mij vast en duwt mij voor zich uit. Vanuit mijn rechterooghoek zie ik zijn hand die mijn arm in een ijzeren greep houdt. De rest van hem bevindt zich in een niemandsland van waaruit ik hem van vlakbij hoor hijgen en blazen. 'Gatverdamme. Je stinkt als een otter man. Laat ik je hier niet meer zien!' ")


2. Blz. 24, de één na laatste alinea:" Wat moet jij daar godverdomme, zwerver!"




Recensie




Dit is een mooi boek, want het gaat over gebeurtenissen die dagelijks zouden kunnen voor komen. Een nadeel is dat het een makkelijke opbouw en makkelijk taalgebruik heeft, omdat je zo niet veel hoeft na te denken over de gebeurtenissen. Ik houd meer van een boek, waar je MEER over moet nadenken. Zo'n boek, bijv. Oeroeg, zou ik liever willen lezen.


Mijn oordeel, die ik in de Beschrijvingsopdracht heb gegeven, is niet veel veranderd. Het enige dat er is veranderd, is dat ik het boek iets moeilijker ben gaan vinden. Dit komt doordat ik, waarschijnlijk, toen nog niet goed had nagedacht over de thematiek.




Ik ben tevreden over de uitvoering van de beschrijvingsopdracht, omdat ik daar heel snel doorheen ben gegaan.


Over de verdiepingsopdracht ben ik minder tevreden, omdat ik daar lang over heb gedaan om die helemaal af te ronden. Daardoor heb ik die opdracht dan ook moeilijk bevonden.




Het lezen van het boek was heel makkelijk, want je had een makkelijke opbouw, makkelijk taalgebruik en een duidelijk verband tussen de onderlinge gebeurtenissen. Daardoor ging het lezen van het boek heel snel.


Het enige moeilijke aan het boek was de symbolische betekenis van sommige zaken en handelingen, die je dan nog niet door hebt. Had je dat onmiddellijk doorgehad, dan had je het boek nog beter gesnapt.




Ik vond het vinden van geschikte secundaire literatuur, over het wereldbeeld van de schrijver, het lastigst, omdat er meer secundaire literatuur te vinden was over het boek zelf dan over achtergrondinformatie over, bijv., het leven van de schrijver.




Ik denk dat ik, op één ding na, alle vaardigheden in voldoende mate beheerste. Het enige wat ik niet helemaal beheerste, was het vinden van de thematiek, omdat ik dat van Internet af heb moeten halen, en het toen pas snapte.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen