U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - De Man In Het Midden.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/3471652/ en is laatst upgedate op 09/01/2003.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2669 woorden.


Bibliografische gegevens:


Schrijver: J. Bernlef (pseud. van Hendrik Jan Marsman)

Uigeverij: Querido

Uitgegeven: 1993

Eerste druk: 1976

Pagina’s: 157 bladzijde

Moto: Mijn geschiedenisleraar zei het al. Er is een jaartallenboekje en er zijn mensen die dingen vergeten, die beweren zich iets te herinneren. Dat is de geschiedenis.



Dit motto betekend denk ik, in heel het boekje gaat het over citaten die geleerden hebben gezegd en in welk jaartal dat was. Het gaat erover dat de grootvader alles op papier wilt hebben en alles uit boeken wilt leren. Maar hij heeft wel een kritische mening op de personen die uitspraken doen. Hij geeft bij bijna elke uitspraak aan of hij het er mee eens is of hij het een goede uitspraak vindt en hoe het beter kan.

Samenvatting:


Het boek bestaat uit twee delen, twee hoofdstukken. Waarvan het eerste hoofdstuk verre uit de belangrijkste is. Daar zal dus ook grotendeels de samenvatting overgaan. In het tweede hoofdstuk gaat het meer over de ik-persoon zelf maar niet over hoe hij zich voelt maar eigenlijk een heel vaag saai verhaal over wat hij nog gaat doen en een paar gesprekken maar die hij met zijn grootvader heeft gehad. Het staat dus eigenlijk los van het eerste hoofdstuk. In het tweede hoofdstuk gebeurd dus eigenlijk heel weinig een van de enige dingen die ik erover kan zeggen is dat de ik-persoon denk ik veranderd is door het filosoferen over zijn grootvader. Maar je weet niet hoe hij van tevoren dacht dus je weet het niet zeker.

In het verhaal zit eigenlijk niet echt een duidelijke lijn van een verhaal maar het is meer te vergelijken met een documentaire. Veel informatie waar je veel conclusies uit kan trekken en lang over na kan denken maar niet dat er een lopend verhaal inzit. Toch zal ik proberen te vertellen waar het overgaat.



Een jongen (de ik-persoon) is op de begrafenis van zijn grootvader, waar een negatieve sfeer hangt. (Logisch op een begrafenis) Hij wilt niet na de begrafenis nog even met zijn familie naar de koffiekamer maar hij wilt naar het huis van zijn grootvader voor de laatste keer voordat alle spullen verdeeld worden en het huis opgeleverd.



Zijn grootvader was een aparte man met een duidelijke eigen mening. Hij probeerde zijn gevoelens te onderdrukken door alleen maar met machines en boeken om te gaan. De enige personen met wie hij echt een goede band had was zijn vrouw en Dirk de Bont. Hij hield alles ook heel goed bij. Hoeveel graden het elke dag buiten was en zette dat in een grafiek. (bladzijde 47) Schreef bij elk boek dat hij had of elk tijdschrift die hij las, in de kantlijn wat hij van de uitspraken vond of hij er mee eens was en hoe het beter geformuleerd zou kunnen worden.



De Jongen is in het huis en ik denk dat hij er een paar uur is geweest maar daar gaat wel het hele eerste hoofdstuk over. (64 blz.) Hij doet herinneringen op over zijn grootvader en gaat er over filosoferen of hij het leven van zijn grootvader normaal vond en hoe hij over alles nadacht



Je ziet dat de jongen in het begin van het verhaal weinig van zijn grootvader afweet en gaande het verhaal steeds meer. Zijn grootvader was geobsedeerd door machine en alles wat met techniek te maken had. Hij werkte in een fabriek waar hij dat kon toepassen. Hij was niet zo’n standaard medewerker die dronken ‘s ochtends op het werk zijn roes zat uit te slapen. Als de baas hun wakker maakte namen ze een borrel om de hoofdpijn en alle bij verschijnselen te onderdrukken. De baas zorgde voor de borrels hij ging ’s middags met de jeneverfles rond. En hij gaf ze later nog een borrel. Uiteindelijk werd het van hun eigen salaris afgetrokken. (bladzijde 59) Maar hij was niet zo. Want:



Als de directeur bij mijn grootvader kwam, wat gebeurde er dan? Mijn grootvader wendde zijn hoofd af, keek schuin omhoog, naar de matglazen dakramen van de fabriekshal. Misschien haalde de directeur zijn schouders op. In ieder geval passeerde hij met zijn gevolg zonder iets te zeggen.



Zo is een beetje weergegeven de eigen mening die zijn grootvader had. Ook al deed heel de fabriek het en zelfs de directeur vond het goed. Hij deed het niet.



Ik niet, zei mijn grootvader. Ik liep met melk. Zij zopen jenever uit een keteltje.

Het doel van de beweging was het uitbannen van drankmisbruik, zei hij. Dat gesprek voerde we vijftig jaar nadat de directeur van de machinefabriek met de jeneverfles was rondgegaan.



Hij wilde dus zijn eigen mening houden, met de politiek zich bezig houden maar hij wilde zelf niet veranderen hij vond zich zelf goed. Hij wilde ook nergens bij horen. Hij wilde in het midden staan van de samenleving. Daarom heet het boek ook de man in het midden.



In het midden. Niet links, niet rechts, maar precis in het midden. Hij verzet geen stap. Een stap verzetten betekent links, rechts, stelling nemen. Bewegen.

Nee.

Hij wacht af.



In het hele verhaal komen tussendoor vaak stukjes citaten of kleine samenvattingen van eerder door hem gelezen teksten. Vaak heeft het niet echt iets te maken met waar op dat moment het verhaal over gaat maar meer over de manier van denken van zijn grootvader. Ook worden erg vaak kranten genoemd welk jaar welke maand en welke dag en wat er op dat moment gebeurde. Ook dat gaf weer hoe zijn grootvader dacht. Het was dus alleen maar in jaartallen citaten en technische dingen. Ook ging het vaak over de politiek. Of ze in een goede maatschappij leefde of in een slechte. Hoe Stalin en Ruskin het gedaan zouden hebben. En wat hij daar weer van vond. Vaak probeerde de ik-persoon een link te leggen hoe de grootvader zich moet hebben gevoeld toen hij dingen op schreef en hoe hij over dingen dacht en dan niet alleen op de technisch, statische manier maar emotioneel. Daar liet de grootvader zich namelijk nooit over uit.

Eén keer heeft de ik-persoon zijn grootvader zien huilen. Dat was toen zijn vrouw overleed maar dat wilde hij aan niemand laten zien. Hij had een kalender met alle verjaardagen erop. Als iemand overleed pakte hij zijn potlood en liniaal en streepte de naam door.

Toen was hij voorgoed alleen. Hij leerde koken en andere huishoudelijke karweitjes. Aan de muur hing een portret van zijn vrouw. Hij sprak niet meer over haar. Hij streepte haar naam op de verjaardagskalender door, langs een liniaal, een kaarsrechte zwarte potloodlijn. Dat viel mij op. Hij moet de kalender van de muur hebben genomen, hem op de tafel hebben gelegd, de liniaal half over haar naam geschoven en toen de streek hebben getrokken. Onherroepelijk.



Hij had toen ze in het ziekenhuis lag, precies bij gehouden wat ze deed en hoe het met haar ging. Een soort van medisch rapport.



Dan staat er een streep. Dan volgen er drie lege bladzijden en dan een tekening, een plattegrondje van de ziekenkamer waar zijn vrouw is overleden. De ruststoel, het bed, een aanrechtje, twee krukjes. Alles staat erop. Aan de zijkant heeft hij geschreven: ca. 6x4 m2.

Een liefdesverklaring in de vorm van een medisch rapport. Die laatste dagen moeten afschuwelijk geweest zijn, maar je kunt er slechts naar raden. Op papier bleef hij een waarnemer. Iemand die ad absurdum, tot aan het sterfbed van zijn vrouw, aan het behaviorisme vasthield. Daar, in die ruststoel moet hij hebben zitten kijken en schrijven, zijn verdriet en eenzaamheid verbergend in cijfers, tijden en een plattegrond.



Aan het einde van het hoofdstuk gaat de grootvader zelf drinken hij drinkt alleen nog maar. Hij wordt dement gaat dingen vergeten maar schrijft nog steeds veel op maar dat word minder intelligent en netjes. Aan het einde heeft hij zich zelf gewoon dood gedronken. Een soort van zelfmoord dus.



Daarmee was zijn leven afgelopen. Maar niet het mijne. Ik had een deur dichtgetrokken, maar zelf stond ik aardig op de tocht. Hij had geprobeerd zich met politiek te bemoeien zonder er door te worden veranderd. Dat was natuurlijk op een fiasco uitgelopen.

Ikzelf had me nooit met politiek willen bemoeien. Mijn enige geloof was de twijfel;. Ik noemde mijzelf een waarnemer en de belangrijkste eigenschap voor een waarnemer is voortdurende twijfel aan eigen waarnemingen. Eigenlijk kan hij daarom nooit iets zeggen. En als hij toch iets zegt is het iets voorlopigs, iets da zo geformuleerd is dat het direct herroepen of omgekeerd kan worden.

Het einde van mijn grootvader betekende ook het einde van mijn twijfel. Het gekke was alleen dat er niets voor in de plaats kwam. Allen maar een gevoel van leegte, afwezigheid. En de behoefte die met iets te vullen.

Geen lopend verhaal. Allen moment opnamen. Momenten waarop ik, net als hij, met politiek werd geconfronteerd. Onverwacht. Zonder het te beseffen vaak. In hoeverre leek mijn gedrag op het zijne. In hoeverre week het ervan af. Een onderzoek. Of liever: de beschrijving van een ziekte beeld. Want daar lijkt het nog het meest op. Iemand die zonder dat hij het wist een ziekte met zich had meegedragen. Pas toen de incubatietijd voorbij was, merkte hij dat hij ziek was.


Personages:


Eigenlijk zijn er in het verhaal maar 2 hoofdpersonages dat zijn de grootvader en de ik-persoon.



De grootvader heeft een round caracter. Je maakt echt mee hoe hij is en je komt veel over hem te weten. Toch weet je niet of hij werkelijk zo is. Ten eerste omdat zijn kleinzoon het beschrijft en ten tweede omdat hij nooit emotioneel is. Het kan zijn dat hij dat van binnen ook zo niet is. Dan weet je wel hoe hij van binnen is. Maar het kan ook zijn dat hij van binnen wel heel emotioneel is maar er helemaal niks over uitlaat. Dat zou dan dus betekenen dat je niet veel over zijn echte ik weet en dan is het ook niet zeker dat het een round caracter zou zijn. Maar je weet wel hoe hij zich naar de buitenwereld voordoet. En hoe hij voor een gedeelte denkt.

Je weet verder niet veel over zijn persoon hoe hij er uit ziet. Hoe hij heet hoe groot hij is welke kleur haar hij heeft. Maar ik denk dat het in dit boek ook niet uitmaakt. Het geeft het zelfs een speciaal effect. Hij is niet emotioneel en laat mensen niet te dicht bij komen. Dus als je zou weten hoe hij heet of hoe hij eruit ziet kom je al als lezer een stuk dichterbij en dat wilt hij niet.



De ik-persoon heeft een flat caracter. Je komt weinig over hem zelf te weten hij beschrijft alleen zijn grootvader en zijn relatie met hem. Hij laat zich niet uit over wie hij is. En ook hij heeft geen persoonsgegevens. Dus je weet niet hoe hij heet of hoe hij er uit ziet. Ik denk dat hier in dit geval voor gekozen is omdat het boek niet om hem gaat maar om zijn grootvader.

Vertelinstantie:


In dit geval is het moeilijk om aan te geven of het een achteraf-vertellende-ik is of een auctoriale-ik-verteller. Omdat de ik-persoon wel een rol speelt in het verhaal omdat het zijn grootvader is en hij de belevenissen en de gesprekken met zijn grootvader vertelt. Maar hij daar geen handelende rol in speelt hij heeft niet echt een mening over zijn grootvader en je ziet hem ook niks beleven. Maar hij verteld het verhaal wel achteraf. Toch kies ik voor de auctoriale-ik-verteller omdat hij geen handelende rol in het verhaal heeft en dat vind ik belangrijker wegen dan dat het achteraf verteld is.

Tijd en ruimte:


Tijd:


Historische tijd: Het verhaal wordt rond 1980 verteld maar het vertelde verhaal speelt zich af van ongeveer 1880 tot 1980.

Verteltijd: 157 bladzijde met 2 hoofdstukken

Vertelde tijd: De ik-persoon vertelt het verhaal in een paar uur maar hij beschrijft een tijd van ongeveer 100 jaar



Flashback

vooruitwijzing: Het hele verhaal bestaat uit een flashback.



Chronologisch

of niet: Het is niet chronologisch omdat je de ene keer in 1940 zit en dan weer in 1970 en even later in 1980 en dan opeens weer in 1930.

Ab ovo –

in medias res: In medias res. Want je begint bij de begrafenis. En springt even later midden in grootvaders leven.

Ruimte:


Fysische ruimte: Het speelt zich af in een plaatsje in Nederland nergens is gezegd waar. Ik denk ergens in het noorden van het land. Omdat sommige dingen beetje boers overkomen.

Psychische ruimte: Ze hebben het er vaak over dat het zo koud is. Dat slaat op de grootvader. Koud – kil, ijzige man, eentonig. Ze hebben dus gekozen van versterking van het gevoel en het verhaal van het boek.

Zintuiglijke manier: Ik vind het boek erg stil geen onverwachte geluiden. (Wat er dan beschreven zou staan) Het lijkt me een oer Hollands gezin met de geur die daar bij hoort. Het lijkt me daar wel een treurige bedoeling.

Leidmotief en verhaalmotief:


Leidmotief: Het is in dit boek een schoenendoos. Dat staat voor dat de ik-persoon het leven van zijn grootvader gaat beschrijven. Om aan die informatie te komen ga je op zolder kijken in oude schoenendozen enz. In het begin gaat het over een erg zware schoenendoos. Halverwege het verhaal is het geopend en aan het einde is de schoenen doos leeg en wordt hij bij het vuilnis gezet. Dat betekent hoe meer je te weten komt over de grootvader hoe verder de schoenendoos leeg raakt want jij krijgt alle informatie. Aan het einde heb jij alle informatie gekregen dus is de schoenendoos leeg.

En een wit kartonnen schoenendoos, merk Bata. Als ik hem optil schrik ik even. Loodzwaar. (blz. 11)



De witkartonnen schoenendoos. Hij staat er nog steeds. De deksel ligt ernaast.

(blz. 46)



Met de lege schoenendoos in mijn hand kijk ik om mij heen. Er is niemand te zien. Balkons, schuttingen. De scherpe schrale oktoberlucht. Nauwelijks wolken. Ik zet de doos op de vuilnisbak en ga naar binnen. (blz. 70)



Verhaalmotief: De eenzaamheid, en het onemotioneel denken van de grootvader.

Cultuur motief: Dit weet ik niet. Ik kan geen ander verhaal of legende bedenken die ook zoiets heeft. Er zitten wel veel feiten in het verhaal omdat hij er veel kranten en boeken bij heeft betrokken.

Thema:


Het algemene thema is volgens mij, hoe de grootvader zijn kennis van de techniek en politiek probeert toe te passen op het dagelijks leven met zijn gevoelens en emoties. Maar dat dat dus niet helemaal goed loopt. En het kiezen van iets te zijn in de samenleving. En dan vooral wat te zijn. En dus iets te betekenen voor de rest van de mensen. Ook voor het kiezen van een politieke partij.

Wie zich afzijdig houdt legt geen gewicht in de schaal, hij staat ten slotte alleen, tussen twee stoelen, in het midden.

Van daar dus ook weer de titel ‘een man in het midden’.

Het verhaal is bijna een autobiografie van zijn leven. Bijna omdat er een aantal elementen verzonnen zijn. Maar in grote lijnen klopt het wel ongeveer.

Eigen mening:


Ik vond het boek erg moeilijk om te lezen. Er stonden veel moeilijke woorden in en doordat er veel citaten in stonden van mensen die mij helemaal niks zeiden. Toch vond ik het best leuk om te lezen omdat dit een keer een heel ander soort boek is dan de meeste literatuur. Vooral het laatste stuk van het boek vond ik moeilijk te begrijpen ik snapte het nut er niet goed van om het bij het rest van het verhaal te zetten. Het waren voor mijn gevoel twee best verschillende dingen waarvan het tweede deel erg saai en onaantrekkelijk was om te lezen. Misschien lees ik het boek nog eens over heel veel jaar misschien dat ik het dan wel helemaal snap. Ik vond het wel goed van mij zelf dat ik dat leidmotief van de schoenendoos had gevonden. (als dat klopt) En dat ik al wel een aantal achterliggende gedachtes zag. Ik denk wel dat er nog veel meer in heel het verhaal zitten. Verder zou ik best graag nog een keer iets van Bernlef willen lezen. Hersenschimmen en Eclips moeten erg mooi zijn. Ik hoop dan wel dat er iets makkelijkere woorden worden gebruikt en iets minder feiten, en iets meer een verhaal in een verhaal geschreven.

In het boek vond ik de personages goed neergezet. En met een goede keuze om ze geen naam te geven. Maar het onderwerp boeide mij niet echt.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen