U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Brakman - De Afwijzing.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=14646 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2647 woorden.

Primaire gegevens van het gelezen werk:

Auteur: Willem Brakman

Titel: De afwijzing

Ondertitel: /

Opdracht: /

Motto: Een jongen staat met een fietsband in een straat. Plotseling komt er een leeuw en springt erdoorheen. Zoiets komt wel meer voor. Arthur Feldmann.

Verschenen in: 2004

Uitgever: Querido’s Uitgeverij

Verwachtingen vooraf: cynische roman.



Samenvatting van de inhoud:

De ikfiguur, een schrijver op leeftijd, vindt op een dag het lijk van vriend en gerespecteerd toneelschrijver Straatsma. Meteen nadat hij het lijk heeft gevonden, verzamelt er zich een groep mannen om hem en het lijk. De groep bestaat onder andere uit een toneelspeler, een dokter en een leraar in oude talen. Samen proberen ze de dood van vriend Straatsma te verklaren. Op een of andere manier lijken de mannen geen van allen elkaar te mogen, maar kunnen ze niet zonder elkaars samenwerking en steun. De mooie weduwe Elena, die Straatsma achterlaat, is bovendien ook nog eens het lustobject waar de mannen gezamenlijk en stilzwijgend om strijden.



Titelverklaring:

De ikfiguur, zijn naam wordt niet genoemd, is enorm verliefd op de mooie weduwe Elena. Hij probeert haar verschillende keren te verleiding tot een ontmoeting, maar zij wijst hem keer op keer af. Ondanks dat blijft hij smachten naar Elena.



Opbouw:

Het boek heeft geen duidelijke hoofdstukken of hoofdstuktitels. Het verhaal wordt chronologisch verteld, maar wordt hier en daar doorbroken door flashbacks of droombeschrijvingen. Juist die flashbacks en die dromen doorbreken de verhaallijn waardoor je je hoofd erbij moet houden.



Taalgebruik:

In het boek komen niet bijzonder veel ingewikkelde woorden voor. Maar de zinsopbouw en vaak het weglaten van hele woorden of zinsdelen, maakt het verhaal moeilijk om te lezen. Ook wordt er regelmatig Latijns gesproken, vooral als de leraar in oude talen aan het woord is.

Een voorbeeld: “Ik kende Nolovski door en door, ik gebruik zijn naam even ijdel als grimmig omdat hij eens in vroeger tijden marxist was geweest, dat wil zeggen dat hij, modieus tot het uiterste, een ribfluwelen jasje kocht van de duurste soort en hiermee, of hierin, een meisje achtervolgde die het onrecht zeer was toegedaan.” (pag. 51)



Tijd:

Het is niet helemaal duidelijk in welke tijd het verhaal zich afspeelt. Ik dacht eerst dat het verhaal zich zo’n dertig tot veertig jaar geleden afspeelde. Dat haalde ik uit de omschrijvingen en woordkeuzes van de hoofdpersoon. Maar de hoofdpersoon is een op leeftijdzijnde schrijver en daaruit werd het mij duidelijk dat het verhaal zich helemaal niet in het verleden hoeft af te spelen. Het verhaal is tijdloos. Aan de ene kant wordt een moderne sportschool genoemd (nu gevestigd in het oude huis van de ikpersoon) dan weer een watermolen die nog steeds in gebruik is om het koren te malen (iets dat je in deze moderne tijd niet meer zou verwachten). Verdere details over muziek, mode, technische snufjes en dergelijke ontbreken in het verhaal en dat maakt het boek tijdloos.



Het verhaal is in de verleden tijd geschreven maar wordt in chronologische volgorde beschreven. Er zitten een aantal flashbacks in het verhaal (bijvoorbeeld als de ikfiguur zich probeert te herinneren waar en wanneer hij op reis is geweest), maar niet bijzonder veel. Het verhaal speelt zich in een tijdsbestek van ongeveer twee weken af. De twee weken die nodig zijn om het lijk van Straatsma te vinden, deze op te baren, te begraven en om vervolgens het onderzoek naar zijn dood af te ronden. De tijd die verloopt wordt niet benadrukt in het verhaal, maar juist door de verschillende fases van afscheid nemen van Straatsma te beschrijven, is duidelijk hoeveel tijd er in het verhaal verstrijkt.



Het boek heeft 136 pagina’s, ik heb het in ongeveer tweeëneenhalf uur uitgelezen?



Plaats en ruimte:

Plaatsnamen worden niet genoemd in dit boek. Wel heeft de schrijver het over een vroegere textielstad, die nu al lang niet meer die tak van industrie als bron van inkomsten heeft en die nu vooral erg lelijk is geworden. Het verhaal speelt zich echter niet in die stad af, maar in een dorpje er vlakbij, tussen de stad en de grens (een land waarmee het grenst wordt ook niet genoemd). Het is een kunstenaarsdorpje, zo noemt de ikfiguur het.



De Zwarte Hoed

De ikpersoon in het verhaal verblijft in het hotel De Zwarte Hoed. Vanuit zijn kamer kijkt hij uit op de grote tuin van het landhuis, eigendom van vriend en gerespecteerd toneelschrijver Straatsma. In de tuin staat een paviljoen waarin Straatsma graag vertoeft. De ikpersoon noemt zijn hotelkamer al een thuis en geniet van het uitzicht, in het bijzonder het uitzicht op de vrouw van Straatsma, de mooie Elena. Hij is stiekem verliefd op haar, ook al kan hij nooit haar gezicht voor zich halen op het moment dat ze niet meer in zijn zicht is. Vandaar dat hij een foto van haar onder zijn bed bewaart, heel af en toe haalt hij die te voorschijn om haar te bekijken.

In zijn hotelkamer wordt hij meermalen ondervraagd door de dokter, door de broer van Elena maar ook door een vreemde man met zwarte hoed die een heldere alcoholische drank uit een kopje drinkt. Ondanks dat de ikpersoon het zijn thuis noemt, maakt hij er dus ook akelige dingen zoals die verhoren mee.

Beneden in het restaurant van De Zwarte Hoed drinkt de ikpersoon graag een kopje diepbruine thee. Hij maakt een praatje met de serveerster en probeer haar te verleiden om mee naar zijn hotelkamer te komen. Ze zegt altijd nee.



Paviljoen/Landhuis

In het landhuis aan de rand van het dorpje woont Straatsma. Het is een enorm huis en hij woont er met zijn vrouw, Elena, en kinderen. Buiten staat op het grote gazon een paviljoen. Het is een soort van tuinhuisje, waar hij graag oefent in zijn zwarte cape. Als Straatsma dood in de oude molen aangetroffen wordt, brengen de mannen hem naar het Paviljoen. Daar komt Straatsma nog even bij om daarna alsnog definitief te sterven. Hij blijft in zijn geliefde paviljoen tot hij begraven wordt.



De oude molen

In de oude watermolen wordt het lijk van Straatsma gevonden, toevallig door de ikpersoon die een wandeling aan het maken was in de omgeving. Direct na het moment dat de ikfiguur Straatsma vindt, verzamelt er een groep mannen om hem heen. De streekdokter, de broer van Elena, de leraar in oude talen en de apotheker. Samen met de ikpersoon en een toneelspeler en oude marxist proberen ze het raadsel rond de mysterieuze dood van de toneelschrijver op te lossen. De molen is altijd een plek waar de mannen een stuk gaan wandelen, zo aan de beek, om hun gedachten te delen.



De Romantiek/Schubert

De beek die door het dorpje loopt noemt de ikfiguur De Romantiek. Later in het verhaal noemt hij de beek zelfs Schubert. Hij komt er tot rust en maakt een tochtje in één van de dobberende plastic zwanen die tevens waterfietsen zijn. Hij valt bijna in slaap aan de waterkant en loopt zo langs de Romantiek naar het landhuis en Elena. Vaak maken de hoofdpersonen van het boek een wandeling, al dan niet samen, langs de beek om hun gedachten op een rijtje te zetten.



Het kasteel

Het kasteel is een erg vreemde plek, in een dorpje vlakbij het dorpje waar het grootste deel van het verhaal zich afspeelt. De ikpersoon dwaalt enige tijd lang door de verschillende hofjes en binnenplaatsjes op zoek naar de minnares van Straatsma. Ondanks dat het hem wordt afgeraden gaat hij zelfs, in gezelschap van de dokter en Zwaan, naar het kasteel. Het wordt niet helemaal duidelijk wat voor een nare dingen zich daar verschuilen. Er gebeurt op een gegeven moment wel iets, wat dat wordt achterwege gelaten, waardoor de ikpersoon, de dokter en Zwaan zich geroepen voelen om heel hard het kasteel uit te vluchten.



Spanning:

De grootste spanning in het verhaal ontstaat door verwarring als gevolg van het verzwijgen van belangrijke dingen. Zo is het niet duidelijk of Straatsma nu echt dood is of niet. Of de ikpersoon nu wel of niet op reis is geweest en daar Zwaan is tegengekomen. Of de ikpersoon de moordenaar is. Of de ikpersoon en Elena nu echt iets hebben gehad. Wat er nu precies gebeurt in het kasteel Hoe de minnares van Straatsma aan haar einde is gekomen. Oftewel, allemaal raadsels. Het verhaal suggereert dat alle raadsels uiteindelijk opgelost zullen worden, vandaar dat het verhaal boeiend en spannend blijft, want: wíe heeft het gedaan? Maar na driekwart lezen verliezen de veel raadsels een beetje hun charme omdat dan al duidelijk is dat de ikpersoon zich blijft verstoppen achter nog meer raadsels en nog meer vraagtekens



Vertelperspectief:

Het verhaal wordt verteld vanuit een zogenaamd ik-perspectief. Er wordt geen enkele gedachte of daad van een andere personage beschreven zonder dat ik-perspectief van de hoofdfiguur (de ikpersoon). De verteller krijgt zelfs geen naam in dit verhaal.



Personages:

Ikpersoon: Een oude schrijver lijkt vergeetachtig, misschien wel beginnend dementerend te zijn. Zo weet hij al aan het begin van het verhaal niet meer waar zijn reis, waar hij nu net van terug is, hem naartoe heeft geleid. De man is een schrijver, dit herhaalt hij te pas en te onpas tegen elke persoon die hij spreekt. Het is voor hem meer een soort van masker waar hij zich achter kan verstoppen. Hij gebruikt zijn beroep als een excuus voor zijn dralende en vreemde gedrag. Als hij ergens geen antwoord op kan of wil geven dan zegt hij simpelweg: “ik ben een schrijver” en daar is het antwoord dan ook mee klaar. De ikpersoon is enorm verliefd op Elena, de weduwe van Straatsma. Even lijkt het erop dat ze hem verleidt, dat ze ook op hem verliefd wordt. De ikpersoon wordt gek van verlangen en ondanks de vele afwijzingen van haar, blijft hij naar haar smachten. Het lijkt erop dat de ikpersoon op een gegeven moment het slachtoffer wordt van een complot tegen hem. Hij was namelijk de eerste persoon die Straatsma’s lichaam vond en de mannen beweren dat hij de toneelschrijver heeft vermoord. De ikpersoon geeft het op een gegeven moment zelfs toe, maar toch gelooft niet iedereen hem. Het blijft onduidelijk of de ikpersoon nu wel of niet Straatsma heeft vermoord.



Elena: ze is de mysterieuze weduwe van Straatsma. Ze heeft duidelijk weet van de begeerte die de ikpersoon voor haar voelt. Het is alsof ze daar een spelletje mee speelt: ze trekt hem aan, maar wijst hem uiteindelijk toch weer af. Het gerucht gaat dat Elena haar man een tijdje ontrouw is geweest met de ikpersoon. Dat ze samen een weekend naar Parijs zouden zijn geweest. De oude schrijver kan zich hier echter niets van herinneren (wat hij wel zeer spijtig vind, mocht het echt waar zijn) en Elena rept er geen woord over. In het hele verhaal spreekt Elena niet of nauwelijks. Uiteindelijk begint ze een relatie met een van de mannen die het mysterie rond de dood van haar man proberen op te lossen. Ze kiest voor Nolovski, juist de figuur waar de oude schrijver de meeste hekel aan heeft.



Gregoor Nolovski (ook wel Nollov genoemd) wordt zo genoemd door de oude schrijver, maar dit is niet zijn echte naam. Waarschijnlijk heet de man Gregoor Nol, maar omdat het vroeger een marxist was, plakt de oude schrijver een –ski achter zijn naam, waardoor het waarachtig lijkt alsof de man écht een rus is. Nolovski is een romantische man die zeer veel behoefte heeft aan liefde en aandacht. Hij is dol op strelen en vind in Elena de vrouw die hij de hele dag mag strelen en die hem terugstreelt. Daarbij vertelt hij haar zijn hele levensverhaal waarbij hij regelmatig spontaan in tranen uitbarst.



Dokter van Heel is de streekdokter en heeft een niet al te beste naam in de regio (abortussen, losse handjes). Hij blijft vrij objectief in het verhaal en is één van de weinigen die niet meteen de ikpersoon in het verhaal als de moordenaar aanwijst.



Felix is de broer van Elena en hij heeft van het begin af aan al zijn zetten op de ikpersoon gezet. Hij is er heilig van overtuigd dat de oude schrijver zijn zwager heeft vermoord. Om zijn dood goed te kunnen verklaren, stelt Felix een experiment voor waarvoor hij de hulp van Zwaan inschakelt. Wat er precies geëxperimenteerd wordt blijft onduidelijk, wel is duidelijk dat Felix er in gebleven is. Hij is gestorven tijdens het experiment.



Potvis is ook één van de mannen die het raadsel rond de dood van Straatsma probeert op te lossen. Hij was een groot fan van de toneelschrijver, aangezien hij zelf een toneelspeler is en zich in hetzelfde wereldje begeeft als de vermoorde man. De echte naam van Potvis ontbreekt in het verhaal. De oude schrijver noemt hem nu eenmaal zo, maar verklaart vervolgens niet waarom hij hem zo noemt. Wel vindt hij het een gluiperig ventje, veel te poëtisch en dramatisch. Een echte acteur, noemt hij hem. Potvis sluit zich al snel bij de theorie aan dat de ikpersoon wel eens de moordenaar kan zijn van Straatsma. Ondertussen is het niet helemaal duidelijk wat Potvis bij de minnares van Straatsma doet, op de dag dat ook zij sterft.



Horst van Doorn is een docent in oude talen. Hij en de ikpersoon trekken het meeste met elkaar op en wisselen regelmatig Latijnse woorden en zinnen met elkaar uit. Het enige waar Horst van Doorn en de ikpersoon niet over eens kunnen worden is de kunstenaar Escher. Horst van Doorn is dol op de virtuoze tekenaar, de oude schrijver vindt hem helemaal niets en herhaal dat ongeveer net zo vaak als wat zijn beroep is.



Zwaan is een forse kerel die meent urenlang tegenover de ikpersoon in de trein te hebben gezeten, op doorreis in Noorwegen. De oude schrijver kan zich er echter niets over herinneren (over heel Noorwegen niet) en moet niets hebben van Zwaan. Toch lijkt Zwaan zich ver buiten de theorie te houden waarbij de ikpersoon als hoofdgedachte wordt aangewezen. Hij vergezelt hem en de dokter zelfs op een tripje naar het kasteel om daar het een en ander uit te zoeken over de dood van Straatsma en zijn minnares.



Thema en motieven:

Het thema van ‘De Afwijzing’ is schuld. Er is namelijk maar één schuldige aan de dood van Straatsma, maar alle mannen die er mogelijk iets mee te maken kunnen hebben, proberen het bij elkaar in de schoenen te schuiven. De ikpersoon verstopt zich achter zijn vergeetachtigheid en antwoord moeilijke vragen met een simpel-lijkend antwoord als “ik ben een schrijver.” De dokter houdt zich afwezig, maar lijkt geen enkele poging te ondernemen om zeker weten vast te stellen dat Straatsma echt overleden is. Elena houdt zich emotieloos en verre van alle kissebis van de mannen rond de dood van haar man. Etc., etc.



De motieven die steeds maar weer terug komen zijn de vergeetachtigheid (of misschien is nietswetendheid een betere verwoording) van de oude schrijver, de constante herhaling van het melden van zijn beroep en zijn hekel aan de kunstenaar Escher (alsof hij zo een punt duidelijk wil maken, “ik kan het niet zijn geweest, want…”) en de raadsels. De niet opgeloste vraagstukken stapelen zich op in ‘De Afwijzing’. Ondanks dat de dood van Straatsma het belangrijkste zou moeten zijn, zijn het de verzwegen waarheden die de aandacht opeisen.



Genre:

Het is een literaire roman, met detectiveachtige trekjes (omdat er toch een moord is gebeurd en deze opgelost moet worden).



Eigen literaire recensie:

Als ik het over ‘De Afwijzing’ van Willem Brakman ga hebben, kan ik heel kort zijn. Het is een onbegrijpelijk verhaal. Ondanks dat het niet al te moeilijk geschreven is en bepaalde sfeeromschrijvingen je als lezer echt meenemen naar de plaats waar het verhaal zich afspeelt, zijn de raadsels grote hindernissen om het verhaal te begrijpen. Een toneelschrijver is dood gevonden, een groep mannen (vrienden, dorpsgenoten, fans) probeert achter de waarheid van diens dood te komen. Dat is het verhaal, kort samengevat. Maar hoe of wat is en wordt ook niet duidelijk. Aan het einde van het boek weet ik nog steeds niet wie de hoofdpersonen nu zijn en in wat voor een relatie ze met elkaar staan. Het enige geluk aan dit boek is, dat het maar 136 pagina’s dik is!
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen