U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Johan Fabricius - De Scheepsjongens Van Bontekoe.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=457 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 704 woorden.

Samenvatting
I Algemene gegevens over het boek
Auteur
Johan Fabricius

Titel
De scheepsjongens van Bontekoe

Uitgever, plaats en jaar van uitgave
Leopold, Amsterdam, 1994

Eerste jaar van uitgave
1924

II
1. Het leven van de schrijver
Johan Fabricius werd op 24 augustus 1899 geboren in Bandoeng, het toenmalige Nederlands-Indië, als tweede kind van de uit Drenthe afkomstige Jan Fabricius (journalist en later gevierd toneelauteur) en de uit Friesland afkomstige Minke Dornseiffer.

Johan Fabricius bracht zijn jeugd grotendeels door in Indië. Die achtergrond kwam veel later in zijn boeken tot uitdrukking. Pas in de Tweede Wereldoorlog, na de Japanse bezetting, greep hij op die Indische jaren terug.

Fabricius volgde aan de tekenacademie in ‘s-Gravenhage teken- en schilderopleiding. In de Eerste Wereldoorlog trok hij als tekenaar naar het Oostenrijks-Italiaanse front. Vanuit Italië schreef hij zijn oorlogsindrukken en stuurde die naar Nederland. Die werden door Johan de Meester zo goed bevonden dat hij ze afdrukte in ‘De Gids’. Na een paar jaar begaf Fabricius zich op het literaire vlak met ‘De scheepsjongens van Bontekoe’. In 1927 verscheen ‘Het meisje met de blauwe hoed’ dat is bewerkt voor een televisieserie. In 1931 voltooide hij ‘De komedianten trokken voorbij’, waarvoor hij de Van der Hoogt-prijs ontving.
Veel van de romans die Johan Fabricius voor de Tweede Wereldoorlog schreef, speelde zich af in het buitenland, vooral in Italië.

In mei 1940 wist Johan Fabricius met zijn gezin naar Engeland te ontkomen, waar hij als journalist en schrijver werkte, onder meer voor Radio Oranje.

Van Johan Fabricius zijn in totaal 65 boeken verschenen. De laatste twintig jaar van zijn leven woonde Fabricius met zijn tweede vrouw, mr. Anneke Bleeker, in het Groningse Glimmen, waar hij zich de laatste jaren van zijn leven steeds meer ging toeleggen op zijn oorspronkelijke vak, het tekenen en schilderen.

Johan Fabricius is gestorven op 21 juni 1981 en werd in Noord-Laren begraven. Hij was officier in de Orde van Oranje Nassau en erelid van het P.E.N.–centrum Nederland.


2. Het uiterlijk en karakter van één van de hoofdpersonen die ik niet aardig vond
Deze vraag vind ik heel erg moeilijk te beantwoorden omdat ik alle hoofdpersonen heel erg aardig vind, maar ik heb toch gekozen voor Rolf Romeyn, het neefje van schipper Bontekoe. Rolf is het meest rustige en meest ontwikkelde persoon van het vriendenclubje. Ze noemen Rolf ook wel pennenlikker en studiebol. De anderen zijn dus, vind ik, iets meer avontuurlijker.
Rolf ziet er denk ik heel gewoon uit voor die tijd. Hij had zwart haar, in warme streken droeg hij alleen een broek, dus hij was erg bruin. Hij had vieze rotte tanden, omdat ze in die tijd geen tandenborstel hadden, en hij was erg slank.


3. Het begin van het boek
Je komt niet met de deur in huis vallen, want het begint met een normale dag voor Hajo (hij heet Peter Hajo maar iedereen noemt hem Hajo). Hij werkt in een smederij als knecht, maar hij krijgt de kans om naar zee te gaan, wat hij altijd al wilde, dus grijpt hij die kans met beide handen aan.
Er is dus een inleiding waarin je leest hoe alles van start is gegaan.




4. Welk stuk ik uit het boek het saaiste vond en waarom
Het hele boek vind ik erg leuk, maar er waren ook een paar stukken bij waarin er niet veel gebeurde. Het grootste stuk waarin er het minste gebeurde was in de hoofdstukken Maneschijn, Padde heeft beet en Windstilte. Het was helemaal niet saai maar toch het saaiste deel uit het boek.
Het was het saaiste deel omdat ze al een tijd op zee zaten en dan wil je dat ze weer eens wat anders gingen doen zoals aan land gaan.


5. Tijd-vragen over het boek
a In welke tijd het verhaal zich afspeelt
Rond 1620.

b Hoe lang de gebeurtenissen duren in het boek
Het verhaal begint op 26 december 1618 en eindigt om 12 uur ’s nachts
op oudejaarsavond in het jaar 1620.

c Zijn er tijdssprongen naar voren en naar achteren?
Ja, Hajo en Padde denken terug aan de tijd dat ze nog thuis in Hoorn zijn en denken over hoe het zal zijn als ze weer thuis zijn.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen