U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Dirk Bracke - Straks Doet Het Geen Pijn Meer.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=9782 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3396 woorden.

Bespreking Nederlands

Straks doet het geen pijn meer

Dirk Bracke





1. Auteur



Dirk Bracke, geboren te Sint-Gillis-Waas in 1953 is een behoorlijk populaire jeugdschrijver met tot nu toe negen jeugdromans op zijn naam. Hij woont met zijn twee zonen en vrouw in Stekene en is postbediende. In zijn vrije tijd houdt hij zich bezig met volleybal en (rock)muziek; hij is een fanatiek ‘Studio Brussel’-luisteraar.

Hij begon niet zomaar met boeken schrijven, zijn eerste gedrukte werkjes waren Vlaamse filmpjes. Na er van deze een zevental waren verschenen, waagde hij zich aan een boek.

Dat boek was “Steen”, een verhaal over Neanderthalers. (1993)



Maar de echte doorbraak kwam er pas met zijn tweede boek, nl. “Blauw is bitter”. Dit boek kwam er naar aanleiding van een artikel dat hij las in Knack van Chris Destoop over kinderprostitutie. Toen had hij nog nooit over kinderprostitutie gehoord (Dutroux was toen nog heel ver weg) en was erg geschokt. Maar tegelijk had hij ook een eerder egoïstische reflex: “Daar zit stof in voor een jeugdverhaal.”

Voor Dirk aan een boek begint, documenteert hij zich steeds grondig zodat er zeker geen onwaarheden in zijn boeken worden vermeld. Voor dit boek bleek dat echter niet zo eenvoudig te zijn, want kinderprostitutie was taboe. Na lang zoeken is hij op Broederlijk Delen gestuit dat hem psychologische rapporten kon bezorgen van meisjes die in het prostitutiemilieu zaten. Dankzij deze rapporten kwam Dirk in contact met een man die voor Vredeseilanden in Manilla werkte. Die man verbeterde de foutjes in Dirks manuscript.

Dirk Bracke wou door het schrijven van dit boek de westerse jeugd bewust maken van het lot van hun leeftijdsgenoten aan de andere kant van de aarde.



Zijn vierde boek verscheen in 1996 en droeg de titel ‘Het uur nul’. Het gaat over Ben, een jongen van zestien die te horen krijgt dat hij seropositief is. Zij wereld wankelt…Dit is een boek dat heel wat onwetendheid en taboes in verband met aids (en drugs) moest verhelpen. Dirk Bracke kruipt in de huid van de jongeren en geeft op een verbluffende wijze hun leef-en gevoelswereld weer. Alles in het boek is heel herkenbaar voor de jeugd. Dit boek lokte heel wat kritiek bij volwassenen omdat zonder franjes beschreven wordt hoe je een jointje rolt of heroïne spuit. Ook het ongecamoufleerde schrijven over seks valt sommige ouders nogal zwaar. Toch is alles erg waarheidsgetrouw. Dirk had van een jongen gehoord dat hij een meisje kende dat zich op school in de toiletten prostitueerde. Dit werd de eerste passage uit zijn boek. Soms overtreft de werkelijkheid de fantasie.



Het zesde boek van Dirk Bracke was: ‘ Een lege brug ’(1997). Het handelt over een jongen die verliefd wordt op een autistisch meisje. Siem is geen doetje. Hij weet ook niks van autisme en aanvankelijk wil hij gewoon wat met Paulien rotzooien. Gaandeweg begint hij iets voor haar te voelen, maar loopt zich te pletter op haar autisme. Een hard verhaal.



Het negende -en tot nu toe laatste- boek van Dirk Bracke is getiteld ‘Straks doet het geen pijn meer’ (2001). Dat is het boek waarover deze bespreking gaat.



Dirk Bracke schrijft in een heel directe, onverbloemde, haast journalistieke stijl. Zijn boeken zijn hard en realistisch en beschrijven het leven van de hedendaagse jongeren en de problemen die ze hebben.

Door zijn eenvoudige schrijfstijl en de populaire thema’s wordt de auteur graag gelezen door een niet gering gedeelte van de jeugd.





2. Korte inhoud



Na de scheiding van haar ouders bracht Friedl de weekends bij haar vader Nico door. Alles leek goed te verlopen. Friedl was het lievelingetje van haar vader en werd ongelooflijk vertroeteld. Ze kreeg veel complimentjes, geschenkjes en er werden uitstappen gemaakt naar waar ze maar wilde. Dit zorgde natuurlijk voor wat wrevel bij Lies en Seb, haar oudere broer en zus.

Vanaf het moment dat Lies en Seb twaalf jaar werden besloten ze niet meer naar hun vader toe te gaan, want zo had de vrederechter het beslist.



Plots veranderde die allerliefste papa in een monster; aangezien er geen getuigen meer in de buurt waren kon hij nu ongemerkt zijn dochter misbruiken. Nico vertelde Friedl steeds weer dat hij haar niet had gemaakt om gelukkig te zijn, dat ze een waardeloos kind was. Steeds opnieuw verkrachtte hij haar op brutale wijze.



Nu is Friedl vijftien en heeft een lieve vriend Stef, die ze voor geen goud kwijt wil. Maar het misbruik van haar vader rust als een vloek op hun relatie. Friedl durft Stef niks te vertellen uit angst hem te verliezen maar telkens hij haar aanraakt voelt ze weer die handen van haar vader. Wanneer Stef lichamelijk contact zoekt stoot Friedl hem af. Hun relatie lijdt er erg onder…

Stef raakt geprikkeld door Friedels frigiditeit en hij denkt dat ze niet echt van hem houdt.



Friedl wil hulp zoeken om haar schuldgevoelens en haar onmacht kwijt te raken, maar weet niet goed op welke manier. Ze hoeft nu niet meer elke week naar haar vader, maar het gebeurt dat hij haar ergens staat op te wachten om haar te verkrachten in zijn wagen. De emotionele chantage is verschrikkelijk om dragen. Hij confronteert haar telkens met het feit dat ze hem ooit gezegd heeft dat ze zoveel van hem wil houden zoals mama dat deed. Dat ze dus met hem MOET vrijen, hoewel hij verdomd goed weet dat ze – als negenjarig kind- niet wist wat hij daarmee bedoelde.



Na veel en langdurig aarzelen komt Friedl bij het jongeren adviescentrum terecht, waar ze wegloopt omdat ze denkt toch niets te kunnen bereiken, ze wil niet dat haar moeder erachter komt.



Ondertussen is Marie opgenomen in het vriendengroepje van Friedl. Marie zit op een andere school en wordt daar het bloed van onder de nagels gepest door Kevin, Jonathan en Grace vanwege haar rode haarkleur. Marie wordt ook verliefd op Stef en probeert hem heimelijk naar haar toe te trekken, terwijl ze erg goed weet dat hij samen is met Friedl. Friedl beseft het en is behoorlijk boos op Marie en een tikkeltje wantrouwig ten opzichte van Stef omdat Marie veel knapper is maar vooral ook uit angst om Stef te verliezen.



Het feit dat Friedl het jongeren adviescentrum heeft ingelicht zorgt voor een ommezwaai in het verhaal. De zaak wordt doorgespeeld aan het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling en zo wordt de familie van Friedl op de hoogte gebracht Allen reageren geschokt. Friedl wordt samen met Nico verhoord, maar hij blijft hardnekkig alles ontkennen. Een week later gaat Friedl eronder door en moet opgenomen worden.



Na haar ontslag uit het ziekenhuis gebeurt alles in een stroomversnelling: Marie en Stef vormen een koppel en Nico -tot voor kort een schooldirecteur met een onbesproken reputatie- komt voor het gerecht.

Op de avond voor de rechtszaak belt Nico Friedl op met de mededeling dat hij nog eens wil praten, omdat hij bang is voor wat komen moet. Het zou erg pijnlijk worden, voor hen beiden. Eerst vertrouwt Friedl hem niet maar uiteindelijk gaat ze met haar mama naar hem toe omdat zijn bekentenis voor haar erg belangrijk is. Dat hij toegeeft dat het haar schuld niet is, dat hij haar gedwongen heeft.

Aangekomen bij Nico komen ze tot een gruwelijke ontdekking: Nico is dood.



3. Leesverslag



Dit boek handelt over twee thema’s, namelijk kindermisbruik en pesten. Het boek lijkt te starten met twee simultane gebeurtenissen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, maar na enkele pagina’s reeds in elkaar overvloeien. In het eerste thema is Friedl, een vijftienjarig meisje het hoofdpersonage. Zij gaat gebukt onder het misbruik van haar vader, wat haar karakter erg beïnvloedt: ze is erg onzeker, heeft weinig zelfvertrouwen en zit vol schuldgevoelens. Vooral groot is de angst om haar vriend Stef te verliezen. Door de emotionele chantage van haar vader durft ze hem niet te vertellen dat ze verkracht wordt omdat ze bang is dat hij haar zou verlaten. Zo bezit ze een dubbele persoonlijkheid; bij Stef zet ze haar lachende masker op en wanneer ze alleen is, is ze erg melancholisch.

“Stef,”mompelde ze terwijl ze haar hoofdkussen omarmde. Kon ze nu maar haar hoofd tegen zijn schouder leggen. Dan kon ze uithuilen. Maar dan zou hij vragen waarom ze huilde en ze zou zwijgen. Wat had hij aan een liefje dat de hele tijd triest was? Nee, als Stef er was, moest ze haar lachende masker opzetten, want ze kon niet meer zonder hem. Ze voelde zich alleen nog gelukkig als hij bij haar was. (p.107)

Door haar angst om Stef te verliezen is Friedl erg jaloers op Marie wanneer die Stef verzorgt wanneer hij gewond raakt.

Stef is een vijftienjarige jongen met halflang bruin haar, steeds gekleed in zwarte Fila-jas, een zwart mutsje en is een echte muziekfan. Hij is vol onbegrip en kan niet vatten waarom Friedl niet met hem wil vrijen, hij voelt zich gekwetst.

Friedls vader, Nico, is een schooldirecteur met een onbesproken reputatie, die na de scheiding met zijn vrouw zijn seksuele lusten uit op zijn dochter. Hij mist de affectie die hij vroeger bij haar vond en misbruikt zo Friedl. Hij chanteert haar emotioneel.

Nu hoor ik duidelijk dat hij huilt. Ik loop naar hem toe, grijp zijn handen en trek ze van zijn gezicht weg. Er liggen tranen op zijn wangen. “Waarom huil je?” Zijn ogen kijken me verdrietig aan. Ze zijn waterig van de tranen. Dan pakt hij het glas dat naast hem staat. De fles whisky op het bijzettafeltje is nog maar voor de helft gevuld en ik heb gezien dat hij na het tv-journaal een volle fles uit de kast heft genomen. Op 4 september heb ik met mijn spaarcenten die fles gekocht voor zijn verjaardag. Mama heeft ze in een kleurig papier gewikkeld.

“Waarom huil je?” vraag ik weer. “Niemand houdt van me,” zegt hij klagerig. Zijn stem beeft. Hij drinkt en kijkt triest voor zich uit. Ik heb zo’n medelijden met papa dat ik op zijn schoot kruip en mijn armen om zijn hals leg. “ Ik hou toch van jou,” zeg ik. Hij zet het glas op het bijzettafeltje en legt zijn gezicht in mijn hals. Zijn vingers strelen mijn rug. “Ja, dat weet ik, meisje,”zegt hij zacht. “Maar dat is niet hetzelfde. Je houdt niet van me zoals mama van me hield.” Mijn armen klem ik nog steviger om zijn hals. Ik wil hem troosten. Hij mag niet huilen. Mijn lieve papa… “Ik wil nog veel meer van je houden dan mama.” Zijn ogen kijken diep in de mijne. “Wil je echt van me houden zoals mama dat deed?” “Ja.” Ik wil alles doen, als hij maar niet meer huilt, als hij zich maar beter voelt. Hij neemt me in zijn armen en staat op. Hij loopt met mij de trap op. Zijn voet duwt de deur van zijn slaapkamer open en voorzichtig legt hij me op het bed. “Moet ik in het grote bed?”vraag ik verwonderd. Maar dan herinner ik me dat papa heel lang geleden samen met mama in het grote bed sliep. Nu slaapt Mario met haar in het grote bed. Het is jaren geleden dat ik nog eens met papa in het grote bed sliep. Het was zalig warm naast hem. Alleen was hij soms een beetje boos als ik vroeger wakker werd en met hem wilde spelen of aan zijn oren zeurde om een verhaaltje te vertellen. Papa kleedt zich vlug uit. Hij laat zijn kleren gewoon op het matje naast het bed vallen. “Dat mag je niet doen,” zeg ik berispend. Er verschijnt zelfs geen glimlach op zijn gezicht. Het is vreemd. Hij trekt zijn pyjama niet aan en schuift zo onder de lakens. Ook trekt hij niet aan het koordje om het licht uit te doen. Misschien zal hij me eerst in zijn armen nemen en wat uit een boek voorlezen voor we gaan slapen. Plots trekt papa me tegen zich aan. Ik weet niet wat hij wil. Het doet pijn. “Nee papa,”kreun ik. “Je doet me pijn!” Ik probeer hem met beide handen van me af te duwen. “Je ziet me toch graag zoals mama me zag,” mompelt hij. Zijn ogen maken me bang. Straks doet het geen pijn meer, denk ik. Ik lig stil. “Ik wil van je houden zoals mama dat deed” Dat heb ik gezegd, maar ik wist niet dat het zoveel pijn zou doen. Ik begrijp het niet. Papa ziet me graag. En nu…(p.62-63-64)

Nico is bovendien erg egoïstisch, hij denkt enkel aan zijn eigen gevoelens, geen seconde staat hij erbij stil wat Friedl doormaakt. Ook is hij koppig en schijnheilig. Wanneer hij ondervraagd wordt blijft hij koppig volhouden dat hij onschuldig is en dat alles verzonnen is door zijn ex-vrouw en dat de inwendige wondjes in Friedls vagina vast van haar vriend zijn. Hij is ijdel en heeft zijn onbesproken reputatie als directeur hoog te houden.

Vooruitziendheid is ook een karaktertrekje van hem. Hij heeft de achterbank van zijn auto laten verdwijnen om geen spermasporen na te laten en zorgvuldig zijn lakens en bed vervangen.

Bij het tweede thema is Marie het hoofdpersonage. Zij is een knap, eveneens vijftienjarig, meisje met en bleke huid en lichtblauwe ogen. Zij wordt gepest en voelt onmacht. Ze durft geen volwassenen in te lichten om dat ze denkt niet sterk genoeg in haar schoenen te staan tegen de pesters. Ze is wel behoorlijk schijnheilig tegenover Friedl; in Friedls gezicht is ze vriendelijk maar ondertussen probeert ze haar vriendje in te pikken…

Marie is ook heel geduldig, ze laat de pesters begaan, om ze dan later op haar beurt terug op hun nummer te zetten. Dit bewijst haar wraakzucht; naar het einde van het boek toe wordt onthuld dat Marie achter de aangerichte vernielingen van Kevins motor zit.

De hoofdpersonages zijn erg goed uitgewerkt, wat bijdraagt tot een vlot inleefvermogen.



De titel is hier een duidelijk motief en tevens een prospectief element om de spanning op te bouwen. Men vraagt zich af wat er geen pijn meer zal doen.

Wat eveneens als een motief beschouwd kan worden is de lage dunk van Friedl, een gevolg van de manier waarop ze gekleineerd werd. De woorden die haar vader gebruikte spoken steeds terug door haar hoofd.

’Nu wordt de strop om zijn hals langzaam maar zeker aangehaald.’(p.156)’Hij is gewoon bang dat de strop om zijn hals morgen helemaal wordt dichtgetrokken’(p.170) Dit is een motief en een heel dubbelzinnig prospectief element, want nog geen uur nadat dit voor de laatste keer wordt gezegd heeft Nico de hand aan zichzelf geslagen.

Er wordt tevens vaak vermeld hoe bewonderend en verliefd Marie naar Stef kijkt.



Het verhaal speelt zich –vanuit groot perspectief gezien- af in België, meer bepaald in en rondom Gent. Vanuit klein perspectief gezien komen vooral jeugdhuis ‘De Kadul’, bij Friedl thuis, bij Friedls vader thuis, in de auto (twee maal) en bij Marie op school aan bod. De ruimte is vooral bedoeld als decor, om alles wat visueler te maken. Je kunt je alles goed voorstellen, alles komt erg reëel en geloofwaardig over. Het zou mogelijk zijn dat dit verhaal zich naast iemand van ons afspeelt.

De scènes op de kamer van Nico zijn sfeerscheppend: ze roepen walging op en afgrijzen.



Dit verhaal heeft een behoorlijk snel tempo, er zijn niet veel nutteloze beschrijvingen.

Het is een chronologisch verhaal in het verleden(o.v.t.), maar zit boordevol flashbacks. Telkens Friedl iets meemaakt dat haar op één of andere manier aan de gebeurtenissen met Nico doet terug denken wordt dit uitvoerig beschreven.

Er zitten twee duidelijke ellipsen in het verhaal. We vernemen niet hoe of wanneer Friedl en Stef een koppel worden en het moment waarop Friedl niet meer verplicht is de weekends bij haar vader door te brengen wordt ook niet vermeld.

Simultane gebeurtenissen vinden we terug wanneer eerst het verhaal zich afspeelt bij Friedl thuis en daarna op de speelplaats bij Marie. Zij hebben gedeeltelijk twee verschillende leefwerelden die soms in elkaar overvloeien.

En erg spitsvondige prospectie vind ik de volgende: Friedl en Stef lopen met hun groepje langs de zeedijk terwijl Friedl dagdroomt over Nico’s begrafenis…

De laatste klanken van het orgel sterven uit. De handen van de priester gaan in de hoogte. Ik glimlach als mijn wijsvinger de knop van de cd voelt. De cd van The Levellers ligt klaar. Hoe lang heb ik niet op dit ogenblik gewacht?

‘What a beautiful day!’knalt het uit de gettoblaster en de muziek vult de kerk tot in de nok.Iedereen gaapt me aan als ik door de middengang naar de kist loop, maar ze zijn te verbluft om me tegen te houden. Zelfs de priester reageert niet. Hij laat zijn armen langzaam zakken. “Voor jou, Nico,”zeg ik en ik zet de gettoblaster op de kist. Langzaam loop ik terug naar de deur terwijl de muziek nog steeds de kerk vult. Honderden ogen priemen in mijn rug. What a beautiful day! (p.113) Op het einde van het boek, wanneer Nico dood wordt aangetroffen staat: ‘The Levellers zongen niet in haar hoofd.’(p.172)

Het verhaal gaat over ongeveer twee jaar en de verteltijd (hier de leestijd) schat ik ongeveer twee uur.



Ik vond dit een redelijk spannend verhaal, reeds sinds het begin wil je weten hoe het afloopt. Maar wanneer je op zoek bent naar een echt spannend verhaal zou ik toch een ander boek aanraden, dit is eerder een boek met een gevoelige thematiek.

Enkele prospecties werden hierboven reeds vernoemd.

Een belangrijke retardering vinden we terug op het moment dat Friedl wil aankloppen bij het jongeren adviescentrum. Ze twijfelt steeds en uiteindelijk besluit ze later terug te keren.

Nog een opvallende retardering komt in het einde van het boek wanneer Friedl en haar moeder aan de deur van Nico staan wachten tot hij opent. Het duurt verdacht lang, er komt nog een flashback en daarna gaan ze het huis binnen, waarbij alles tot in de details beschreven wordt, om daar de dode Nico te ontdekken.

Kennisvoorsprong vind je terug in het verhaal wanneer alleen de lezer en Friedl weten dat ze naar het jongeren adviescentrum gaat. Niemand is op de hoogte van haar problemen, enkel Friedl zelf, de probleemveroorzaker (Nico) en de lezer.

Kennisachterstand is er omdat je niet precies weet wat er zich in het hoofd van Nico afspeelt, er zijn enkel vermoedens. Je weet niet dat hij zinnens is zelfmoord te plegen.

Een contrast vinden we terug wanneer Friedl zorgeloos en zwevend thuiskomt als de brief van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling is aangekomen.

Waarom was het allemaal zo moeilijk? Ze was daarstraks nog zo onaards gelukkig geweest bij Stef, en nu dit…Ze gooide haar kussen van zich af. De zon liet haar kamer in een zomers, zorgeloos licht baden, maar het beeld klopte niet met de werkelijkheid. (p.123)



De verteller is hier zonder twijfel auctorieel. Hij beschrijft alles vanuit neutraal perspectief in de derde persoon.





4. Eigen mening



Toen ik dit boek voor de eerste keer las vond ik dit maar een gewoon boek. Misschien verwachtte ik nogal veel door de lovende commentaren die ik over Dirk Bracke had gehoord.



Maar na het boek een tweede keer te hebben doorgenomen, waardeerde ik het al meer. Dit is niet een boek dat je leest wanneer je op zoek bent naar sensatie of echte spanning.

Het boek wordt een erg aangrijpend verhaal wanneer je je inleeft in de gevoelens van het hoofdpersonage; Friedl. Haar gevoelens en gedachten worden weliswaar eenvoudig maar goed weergegeven zodat je ook echt meegesleept wordt in haar gevoelswereld. Je voelt de afkeer en het afgrijzen tegenover haar vader.

Je vraagt je af of zoiets wel mogelijk is. En toch gebeurt het want dit boek is gebaseerd op waargebeurde feiten.



Dirk Bracke vind ik een goeie schrijver omdat zijn boeken stof geven tot nadenken.

Toch vind ik hem niet ‘DE beste”. Sommige dingen lijken redelijk voorspelbaar alhoewel je dit dan kunt weerleggen door te zeggen dat dat misschien normaal is bij dit soort boeken.

Hij heeft ook een heel eenvoudige en neutrale schrijfstijl. Zijn boeken zijn niet heel moeilijk om te begrijpen en dat is misschien wel jammer gezien de leeftijdsgrens van het boek (15 jaar).



Wat ook bijzonder goed is, is dat de thematiek erg goed uitgewerkt is en dat zeker voor een leek als Dirk Bracke.

Dat vind ik nu net zo prachtig aan zijn boeken, dat hij hetgeen waarover hij schrijft eigenlijk zelf nooit meegemaakt heeft, maar toch perfect kan beschrijven hoe het er aan toe gaat in de werkelijkheid.





5. Bronnen





http://www.occ.nu/bracke/



http://members.tripod.lycos.nl/blauwisbitter/auteur.htm



http://home.wanadoo.nl/richard.thiel/auteurs/dbracke.htm
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen