U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Leon De Winter - Supertex.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2329 en is laatst upgedate op 10/01/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1451 woorden.

De Bezige Bij



1991 (1e druk 1991)



(252 blz.)



'SuperTex'



Inhoud

Na de dood van zijn vader leidt de 36 jarige Max Breslauer het succesvolle SuperTex-imperium, een keten winkels van goedkope confectiekleding. Hij woont samen een beeldschone vriendin, Maria de Jong, bezit een penthouse aan de Amstel en rijdt een Porsche 928 S. Toch knaagt de onrust en als hij op een zater-dag in oktober de jongste zoon uit een orthodox-joodse familie aanrijdt, belt hij zijn psychiater op en eist een onmiddellijk consult. Aan haar vertelt hij zijn levensge-schiedenis.



Zijn vader was afkomstig uit het Poolse lemberg en had in de oorlog het concentratiekamp Belzec overleefd. Hij was later handelaar in textiel geworden, in een kraam aan de Amsterdamse Dappermarkt, en met succes, want toen hij stierf stond hijj aan de top met Euro Textiel International BV. Hij was altijd een veeleisende vader geweest, die van zijn oudste zoon onder meer verwachtte dat hij meester in de rechten werd. Zijn jongste, Boy, was minder begaafd en kreeg een baan op de boekhoudafdeling van het bedrijf. Na een aantal jaren was ook Max tot het concern toegetreden.



Een van zijn eerste wapenfeiten was het bezoek aan een beurs in Milaan. Daar kwam hij in contact met de Marokkaanse broers Mohammed, die hem een aantrekkelijk aanbod deden. Zijn vader had er echter geen oren naar en daarom was Max zelf met de broers in zee gegaan. Het had hem geen windeieren gelegd.



Een maand na de begrafenis van zijn vader was hij gebeld door een vrouw die zich voorstelde als Maria de Jong. Ze vertelde dat ze een verhouding met zijn vader had gehad en dat ze hem graag wilde spreken. Max weigerde aanvankelijk haar te geloven, maar Boy, die van de affaire op de hoogte was, beves-tigde het verhaal. Ze ontmoetten elkaar in een van de restau-rants van het Okura Hotel. Hoewel zij hem niet openlijk chan-teerde, begreep Max toch dat het beter was haar te geven wat zij vroeg: het behoud van tijd was hij zelf een verhouding met haar bogonnen.



Hij en Boy waren orthodox-joods opgevoed. Hun ouders waren er ook altijd van uitgegaan dat zij een joods meisje zouden trouwen. Toen Max in de ogen van zijn moeder wat erg lang vrijgezel bleef, had zij hem op een aantal geschikte huwe-lijkskandidaten gewezen. Uiteindelijk koos hij echter zelf en wel Esther d' Oliveira, een nieuwe partner in de advocaten-maatschappij waar hij werkte. Zij had net een huwelijk achter de rug met een musicus die alcoholproblemen had en die haar nog steeds lastigviel. Regelmatig sloeg hij haar spullen kort en klein. Op een dag pleegde hij zelfmoord en Esther kreeg hiervan van zijn familie de schuld. Dat bracht haar in grote problemen. Ze vond pas vrede toen zij zich tot de orthodoxie bekeerd had. Max weigerde echter haar daarin te volgen en raakte op den duur kwijt. Zij was naar Israël verhuisd en daar getrouwd met een Talmoed-geleerde. Niet lang daarna werd Max tweede man bij ETI.



Boy was heel wat minder begaafd, minder rusteloos en inge-toenen. Na een korte verkering met Lea, de enige dochter uit een goed-joodse familie, vroeg hij haar ten huwelijk. Voor het zo ver kwam, stuurde Max, die intussen zijn vaders plaats had ingenomen, hem naar Casablanca om zijn contract met de broers Mohammed te verlengen. Het was de eerste keer dat Boy zo'n opdracht kreeg en hij liet zich als een echte beginneling door de Marokkanen in de maling nemen. Het contract werd niet verlengd, maar verbroken. Een dag later werd hij opnieuw het slachtoffer van zijn naïviteit. Ene Abdul Khalil, die zich ook als zakenman voorstelde, 'leen-de' zolang 400 dollar van hem om medicijnen te kunnen kopen. Boy besefte al gauw dat hij waar-schijnlijk naar zijn geld kon fluiten en ging naar de man op zoek. Hij vond hem in de stad, volgde hem naar zijn huis en ontdekte dat hij ook een jood was en in werkelijkheid David heette. Boy werd door Davids familie gastvrij ontvangen. Hij ontmoette de beeldschone Sulamit, op wie hij hevig verliefd werd. Hij besloot met zijn oude leven te breken en aan de zijde van Sulamit als orthodoxe jood in Casablanca verder te leven. Max, die met Lea naar Casablanca was gekomen, kon hem met geen mogelijkheid van standpunt doen veranderen.



Als de eerste sessie bij de psychiater voor een korte pauze onderbroken wordt, belt Max Maria op. Het is de eerste keer dat hij iets van zich laat horen en zij is daarom flink in haar wiek geschoten. Zij is zijn zelfzuchtige optreden beu en verbreekt hun relatie.



Aan het eind van de middag loopt hij naar huis terug. Hij voelt zich leeg, alles wat hij op zijn lever had heeft hij een voldaan gevoel, want zijn lange 'biecht' heeft hem duidelijk gemaakt hoe hij zijn leven voortaan moet inrichten om gelukkig te zijn.



Karakteristiek

De roman is opgebouwd als een raamvertellig. Er zijn 13 genum-merde hoofdstukken, waarvan de oneven nummers (met uitzonde-ring van 11) het vertelheden, het 'raamwerk' dus, vormen. Ook hoofdstuk 12 behoort daartoe. In de overige hoofdstukken vertelt Max Breslauer zijn levensverhaal, niet chronologisch maar thematisch geordend. Aan de geschiedenis gaat een tijds-aanduiding vooraf:'een zaterdag/oktober 1990'. Als motto dient een joods spreekwoord dat luidt: 'één uur in het paradijs/is ook de moeite waard'.



Het boek is opgedragen aan Gideon Spitz en telt 252 blz.



Interpretatie

Natuurlijk is de kern van De Winters schrijverschap al aanwe-zig in zijn vroegere werk, maar wat hem precies drijft, wordt pas duidelijk in de roman La place de la bastille, die in 1981 verschijnt. Vanaf dat moment houd hij zich in zijn romans en verhalen meer of minder direct, bezig met het zoeken naar een bevredigende houding tegenover zijn joodse verleden. Zijn hoofdfiguren proberen zich daarvan te bevrijden, maar hun geschiedenis eist steeds haar tol. De ontwikkeling die zijn werk sinds 'La place de la bastille' te zien geeft, is er een van verzet naar verzoening, met het eigen lot of met de joodse traditie. Dat laatste vindt plaats in 'Supertex'.



Voor het zover is, heeft Max Breslauer zich echter volop teweer gesteld tegen die traditie, die vooral belichaamd werd door zijn vader. Max' verzet tegen zijn wortels is altijd ook een verzet tegen de vaderfiguur geweest. Vanaf het moment dat hij zelf zijn ontwikkeling ter hand nam en zich niet langer door zijn ouders liet leiden, heeft hij zijn uiterste best gedaan een 'goj' te zijn. Dat was vooral later niet zo moei-lijk, want zijn ruime financiële middelen zorgden ervoor dat het hem aan niets hoefde te ontbreken. Zo is hij ten slotte 'een jood in een porsche' geworden, welvarend... maar niet gelukkig.



Het probleem waarmee hij kampt, kun je vervreemding noemen. Hij is losgeslagen van zijn wortels, hij wil niet meer bij het joodse milieu horen, maar temidden van de 'gojs' voelt hij zich evenmin op zijn plaats. Ergens noemt hij zichzelf 'ver-dwaald'. Het ongenoegen dat hiervan het gevolg is, probeert hij op allerlei manieren te verdrijven: door nog meer luxe, nieuwe vrouwen; door nietsontziend koopmanschap; door zijn 'aanslag' op de chassidische familie (een zeer symbolsche gebeurtenis!) en door lange tijd het verhaal van Boy te ver-zwijgen. Die geschiedenis loopt als een rode draad door zijn relaas. Aan het eind blijkt waarom hij liever niet over het leven van zijn broer praat: daarin en in de brieven die Boy hem geschreven heeft, wordt hem een spiegel voorgehouden. 'Rij je nog in je Porsche 928 S door Amsterdam? Doe je goede zaken en vreet je vol? En heb je nooit dat je denkt: wat doe ik hier? Want dat heb ik zelf vaak gedacht als ik in mijn moord-wapen door Mokum reed. Voel je nooit een vlammend zwaard van schaamte door je vette borst schieten? Vraag je je nooit af: een jood in een Porsche, kan dat?'



De kernvraag die Leon de Winter in Supertex aan de orde stelt, is die naar de mogelijkheid van assimilatie: kun je als jood anno 1990 het moderne leven leven zonder je culturele erfgoed te verraden? Het lijkt er op dat die vraag ontkennend wordt beantwoord: assimilatie levert dubbelzinnigheid en verwarring op; de traditie biedt zuiverheid en geborgenheid.



Zijdelings gaat de roman ook over het schrijven zelf. Tijdens het gesprek met de psychiater werpt Max de vraag op of de 'waarheid' van hun gesprek niet gelegen is in de totstandko-ming van een structuur die een reeks van anekdoten verenigt. M.a.w.: een schrijver is een verteller die met behulp van zijn verhalen, die geënt zijn op de werkelijkheid waarvan hij deel uitmaakt, orde schept in de chaos die het leven is.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen