U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Leon De Winter - Supertex.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2328 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2281 woorden.

Titel

Supertex



Auteur

Leon de Winter



Uitgeverij

De Bezige Bij



Genre

(psychologische of biecht-) Roman



Indeling

De roman bestaat uit 13 genummerde hoofdstukken en heeft de vorm van een raamvertelling. De oneven nummers (met uitzondering van hoofdstuk 11) vormen het vertelheden, het 'raamwerk'. Ook hoofdstuk 12 behoort daartoe. In de overige hoofdstukken vertelt Max Breslauer zijn levensverhaal. Hij doet dit niet chronologisch, maar thematisch. Hoofdstuk 11 bevat brieven. Het boek telt 252 bladzijden. Het perspectief ligt bij de IK-figuur. De plaats van handeling is Amsterdam, voornamelijk de kamer van de psychiater. In het 'verleden' spelen ook andere plaatsen een rol (o.a. Jeruzalem en Casablanca). Aan de geschiedenis gaat een tijdsaanduiding vooraf: 'een zaterdag, oktober 1990. Het boek is opgedragen aan Gideon Spitz. Het motto van het boek is: 'A sjo in gan-eydn iz ojk gut'=één uur in het paradijs / is ook de moeite waard ; de mens moet zijn beperkingen leren accepteren.



Samenvatting



Na de dood van zijn vader leidt de zesendertigjarige Max Breslauer het succesvolle SuperTex-imperium, een keten winkels van goedkope confectiekleding. Hij woont samen met een beeldschone vriendin, Maria de Jong ( De ex-minnares van zijn vader.), bezit een Penthouse aan de Amstel en rijdt een Porche 928 S. Op een zaterdag in oktober 1990 rijdt 's morgens vroeg met 120 km per uur naar de zaak om Jimmy Tdjin in Thailand te bellen, omdat zijn secretaresse,Yvonne, haar plicht had "verzuimd". Onderweg rijdt hij de jongste zoon uit een orthodox-joodse familie aan en er ontstaat veel commotie. Max belt Maria en Robbie Goudsmit, zijn advocaat. Tevens belt hij zijn psychiater, mevr. dr. Jansen, op en eist een onmiddellijk consult. Aan haar vertelt hij zijn levensgeschiedenis.





Zijn vader, Simon Breslauer, was afkomstig uit het Poolse Lemberg en had in de oorlog het concentratiekamp Belzec overleefd. Hij was later handelaar in textiel geworden, in een kraam aan de Amsterdamse Dappermarkt , en met succes, want toen hij stierf stond hij aan de top van Euro Textiel International BV (ETI). Hij was altijd een veeleisende man geweest, die van zijn oudste zoon onder meer verwachtte dat hij meester in de rechten werd. Zijn jongste zoon , Boy, was minder begaafd en kreeg een baan op de boekhoudafdeling van het bedrijf. Max werd advocaat, maar trad na een aantal jaren ook in dienst van zijn vader. Tijdens het bezoek van een beurs in Milaan legde hij contact met de Marokkaanse broers Jean-Pierre en Louis Mohammed, die hem een aantrekkelijk aanbod deden. Zijn vader had er echter geen oren naar en daarom was Max zelf met de broers in zee gegaan. Hij had namelijk zijn eigen BV opgericht, Maximaal.



Zijn vader belandde in juni 1989 met zijn mercedes 560 SEL in de loosdrechtse plassen en verdronk. Een maand later werd hij gebeld door een vrouw die zich voorstelde als Maria de Jong. Ze vertelde hem dat ze een verhouding had gehad met zijn vader. Aanvankelijk weigerde Max haar te geloven , maar Boy, die van de verhouding op de hoogte was, bevestigde haar verhaal. Ze ontmoetten elkaar in een van de restaurants van het Okura Hotel. Hoewel zij hem niet openlijk chanteerde, begreep Max toch dat het beter was haar te geven wat zij vroeg: het behoud van haar auto, haar flat en haar maandelijkse toelage. Na verloop van tijd begon Max zelf een verhouding met haar. Max en Boy waren orthodox-joods opgevoed. Hun ouders waren er ook altijd van uigegaan dat zij een joods meisje zouden trouwen. Toen Max in de ogen van zijn moeder wat erg lang vrijgezel bleef, had zij hem op een aantal geschikte huwelijkskan-

didaten gewezen. Uiteindelijk koos hij echter zelf en wel voor Esther d'Oliviera, een nieuwe partner in de advocatenmaatschappij waar hij werkte. Zij had net een huwelijk achter de rug een musicus die alcoholproblemen had en haar nog steeds lastigviel. Regelmatig sloeg hij haar spullen kort en klein. Op een dag pleegde hij zelfmoord en Esther kreeg hiervan van zijn familie de schuld. Dat bracht haar in grote problemen. Ze vond pas vrede toen zij zich tot de orthodoxie bekeerd had. Max weigerde haar daarin te volgen en raakte haar op den duur kwijt. Zij was naar Israël verhuisd; Max bracht daar een aantal dagen met haar door en keerde toen terug naar Amsterdam. Maanden- lang ging hij regelmatig naar haar toe , maar hij wilde zich niet in Jeruzalem vestigen. Later is Esther daar getrouwd met een Amerikaanse Talmoed-geleerde. Niet lang daarna werd hij tweede man bij ETI.



Rond één uur gaat Max even naar huis; Maria vertelt hem dat ze besloten heeft hem te verlaten. Per taxi keert Max terug naar de psychiater.





Boy was heel wat minder begaafd, minder rusteloos en ingetogener. Na een korte verkering met de onaantrekkelijke Lea van Gelder, de enige dochter uit een goed-joodse familie, vroeg hij haar ten huwelijk.Vlak voor het huwelijk stuurde Max, die intussen zijn vaders plaats had ingenomen, hem naar Casablanca om zijn contract met de broers Mohammed te verlengen. Het was de eerste keer dat Boy zo'n opdracht kreeg en hij liet zich dan ook als een echte beginneling in de maling nemen door de Marokkanen. Het contract werd niet verlengd, maar verbroken. Een dag later werd hij opnieuw het slachtoffer van zijn naïviteit. Ene Abdul Khalil, die zich ook als zakenman voorstelde, 'leende' zolang vierhonderd dollar van hem om medicijnen te kunnen kopen. Boy besefte al gauw dat hij naar zijn centen kon fluiten en ging op zoek naar de man. Hij vond hem in de stad, volgde hem naar zijn huis en ontdekte dat hij ook een jood was en in werkelijkheid David heette. Boy werd door Davids familie gastvrij ontvangen. Hij ontmoette de beeldschone Sulamit, op wie hij hevig verliefd werd. Hij besloot zijn oude leven op te geven en aan de zijde van Sulamit als orthodoxe jood in Casablanca verder te leven. Hij begon een zaak in chemische wc-units. Max en Lea, die volledig overstuur was, reisden naar Boy, maar konden hem niet van gedachten doen veran-

deren.



Max wil geen verdere therapie. Aan het eind van de middag loopt hij naar huis terug; onderweg 'herkent' hij in de bestuurder van een zwarte Mercedes zijn vader. Hij voelt zich leeg, alles wat hem dwars zat heeft hij aan de psychiater verteld. Tegelijkertijd heeft hij een voldaan gevoel, want zijn lange 'biecht' heeft hem duidelijk gemaakt hoe hij zijn leven voortaan moet inrichten om gelukkig te zijn.





Personages



Max: Max is zesendertig jaar oud en leeft in luxe. Hij bezit namelijk een penthouse en rijdt een Porsche 928 S. Over zijn uiterlijk zegt hij zelf:



'Nou ja, u ziet het, een kilootje of vijfentwintig te zwaar. Het zit hier allemaal rond m'n middel en rond m'n gezicht. mijn benen zijn vrij normaal, mijn armen ook, maar het lijkt wel of er rond m'n heupen een band zit, zoals vroeger bij zwemmen.'





De psychiater zegt over hem:



'Bent u vannacht opgebleven?'



'Waarom vraagt u dat?'



'U ziet eruit alsof u geen oog heeft dichtgedaan.'



'Ik heb niet gedoucht. Maar ik heb goed geslapen.'




Dit zegt natuurlijk niet alleen iets over zijn uiterlijk, maar ook over de manier waarop hij leeft. Hij leeft namelijk het leven van een druk zakenman wat het lichaam niet ten goede komt.

Max verkeert in een 'midlife-crisis'. Hij zette zich af tegen zijn ouderlijk huis en het jodendom en gaat meer leven in luxe. Hij kon het nooit goed vinden met zijn vader en was het nooit eens met de manier waarop hij handelde, maar in werkelijkheid is Max een evenbeeld van zijn vader, hij heeft zelfs dezelfde minnares. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het volgende citaat uit een brief van Boy (in Casablanca) aan Max:



Wat was ik nou helemaal? Ik was de loopjongen van mijn broer Max, net als papa dictator en confectiegenie, ik wist niets, kon niets, en ik was het slachtoffer van een derderangs straatoplichter. Sinds mensenheugenis was ik het kneusje van de misjpoche. Een nietsnut in een Mercedes 190.



Max' relatie tot zijn broer Boy is niet echt goed. Ze houden wel van elkaar als broers, maar daar blijft het dan ook bij. Daarvoor zijn de twee ook te verschillend. Max is de 'in het leven geslaagde' zakenman die vroeger op school altijd de beste was en Boy had 'maar' een baan(tje) op de boekhoudafdeling van het bedrijf. Dit blijkt vooral, wanneer Max Boy de opdracht geeft in Casablanca het contract met de broers Mohammed te verlengen. Dit pakt namelijk helemaal verkeerd uit en Boy besluit (uit schaamte) te blijven.



Verderop in de brief zegt hij:



Ik was in de stront beland omdat ik zelf strond was. Ik wilde daar blijven en zuipend en naaiend aan mijn einde komen.





Max had ook altijd succes bij de vrouwen en Boy moest het maar doen met een klein dikkerdje als Lea. Zo lijkt het dus dat Max, directeur ven ETI, geslaagd is in het leven en dat Boy, tegenwoordig eigenaar van een dozijn chemische wc-units op een plein in Casablanca, het niet zo ver geschopt heeft in het leven.



Juist het tegenovergestelde is aan de orde, Boy heeft namelijk de zin van het leven ontdekt en Max is daar nog altijd naar op zoek.



In mijn garage staat mijn mercedes 190 te wachten. Ja mag hem verkopen. Het geld kun je op mijn rekening storten. Verwacht niet dat ik nog zal terugkomen. Dat doe ik niet. Ik hoor hier. Hier in Casablanca ben ik een buitenstaander, Max, en dat is de essentie van het jood-zijn. Ik ben de vreemdeling, de ander,de zonderling met de hoed en de jas. De enige bij wie ik hoor is G-d.

En jij? Rij jij nog steeds in je Porche 928 S dood Amsterdam? Doe je goede zaken en vreet je je vol? En heb je nooit dat je denkt: wat doe ik hier? Want dat heb ik zelf vaak gedacht als ik met mijn moordwagen door Mokum reed. Voel je nooit een vlammend zwaard van schaamte door je vette borst schieten? Vraag je je nooit af: een jood in een Porche, kan dat? (Citaat uit brief van Boy aan Max)





Max heeft het hier erg moeilijk mee. Bij de psychiater:



'En uw broer?'



Mijn hart sloeg over en er schoot iets door mijn ogen - angst, schaamte, jaloezie? - dat haar niet ontging, ze keek me strak aan, loerend naar een trillende mondhoek, en wacht op mijn antwoord.



'Mijn broer woont in Casablanca tegenwoordig.'



'Casablanca? Waarom daar?'



'Ja, waarom daar? Weet u het?'



'Voor zaken of zo?'



'Nee.'



Ze hield opeens haar mond en de seconden die volgden boden me de gelegenheid om mijn antwoord toe te lichten. Maar ik was niet gereed. Het verhaal van mijn broer vergde voorbereiding.





Max' relatie tot zijn moeder is goed:



'Uw moeder leeft nog?'



'Ja gelukkig wel.'



'Gezond?'



'Meer dan ooit.'



'Staat ze nog midden in het leven?'



'Ze kookt zelf, doet boodschappen, heeft natuurlijk wel een dienstmeisje en een werkster, maar verder is ze een en al levendigheid.'





Thema en motieven

Centraal staat het gevoel van vervreemding (identiteitscrisis) en de tegenstelling tussen materialisme en idealisme. 'Een jood in een Porche, kan dat?'

Het joods-orthodoxe geloof waartegen Max zich afzet speelt natuurlijk ook een grote rol. Symbolisch hiervoor is het aanrijden van de joodse jongen.

Ook komt in het boek de strijd tussen vader en zoon (generatieconflict) duidelijk naar voren. Je zou de vader en het joods-orthodoxe geloof als het ware als één zien; het zijn de wortels van Max waarvan hij is losgeslagen. Hij hoort dus niet meer bij zijn vader en bij het joodse milieu, maar temidden van de 'gojs' voelt hij zich evenmin op zijn plaats. Hij is 'verdwaald' (zo noemt hij het zelf).

Het zakenleven komt ook voor in het boek. Zo praat Max over trucs in het zakenleven en er komen allerlei merknamen voor in het boek.



Twijfel speelt ook een rol in het boek (kun je als jood in luxe leven?).

Enkele andere motieven zijn: welvaart en luxe, mislukte relaties, psychoanalyse en veel joodse geschiedenis (In het boek komen erg veel joodse spreekwoorden voor.



Informatie over de schrijver

Leon de Winter is op 24 februari 1954 in 's-Hertogenbosch eboren als zoon van orthodox-joodse ouders. Hij groeit op in een niet-joodse omgeving. Vanaf 1966 bezoekt hij in zijn geboorteplaats het gymnasium en in Waalwijk het gereformeerde Willem van Oranje-College. In 1973 - een jaar vóór hij zijn diploma haalt - wordt De Winter voor het eerst bekroond: zijn novelle 'Revolutie' krijgt de ontmoetingsprijs van de Stichting Literaire Dagen.

Leon de Winter verhuist in 1974 naar Amsterdam, waar hij aan de Nederlandse Filmacademie gaat studeren. Uit ongenoegen met met het onderwijsniveau op de Filmacademie publiceren De Winter en anderen (onder wie René Seegers en Jean van de Velde) eind 1976 een zwartboek, waarin het sterk ambachtelijke karakter van de opleiding bekritiseerd wordt. Op 1 januari 1978 verlaat De Winter met Seegers en Van de Velde de academie, zonder eindexamen te hebben gedaan.

De eerste speelfilm van het drietal - sinds 1980 verenigd in de Eerste Amsterdamse Filmassociatie (EAFA) - gaat in 1979 in première: De verwording van Herman Dürer. De roman De (ver)wording van de jongere Dürer (1978) is gebaseerd op het filmidee. In 1979 krijgt De Winter voor deze eerste roman de Reina Prinsen Geerligsprijs.

Voor de televisie maakte het trio in 1978 en 1980 enkele films: onder andere Vanuit het heden, Junkverdriet en De wereldverbeteraar. Toneelgroep Centrum brengt in 1981 Junkverdriet op de planken, een toneelstuk van De Winter, Seegers en Van De Velde naar aanleiding van de levensloop van de Vlaamsche dichter Jotie T'Hooft. Eind 1981 gaat de tweede speelfilm van de EAFA in première: De afstand.

Leon de Winter is vanaf 1978 tot 1982 als recensent van voornamelijk Duitstalige literatuur aan Vrij Nederland verbonden. Daarna is zijn medewerking incidenteel, evenals die (vanaf 1982) aan De Volkskrant. Literaire verhalen en essays verschijnen tot 1982 hoofzakelijk in Raster, Mandala en New Found Land.

La place de la bastille en Zoeken naar Eileen W. zijn in respectievelijk 1984 en 1987 verfilmd door Rudolf van den Berg.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen