U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Leon De Winter - Supertex.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2326 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3022 woorden.

Titel

Supertex



Samenvatting

Het verhaal begint als de ik-persoon van het verhaal, Max Breslauer, naar zijn psychiater Dr. Jansen gaat. Hij vertelt daar het verhaal van zijn leven en in het kort dat van zijn vader.



Max's vader, Simon Breslauer, bracht als Poolse jood de oorlog door in een ghetto en vervolgens in een concentratiekamp. Hij heeft als enige van zijn familie de oorlog overleefd. Zwervend door Europa belandde Simon in 1952 in Amsterdam waar hij een textielhandeltje opzette.



In 1953 trouwde hij met een joods meisje, waarna in 1954 Max en in 1956 diens broer Boy werden geboren. Intussen groeide het textielhandeltje uit tot een heuse winkelketen: Supertex.



Het gezin Breslauer hield zich steeds aan de regels van het joods-orthodoxe geloof, ondanks de materiële welstand. Maar toen Max in de puberteit kwam, ontdekte hij dat zijn vader gewoon een lompe boer gebleven was, ondanks zijn religieuze principes en de veelvuldige geëtaleerde kennis van joodse gezegden. Max zette zich vervolgens steeds meer tegen zijn vader af en zakte daardoor ook twee keer voor zijn eindexamen. Tenslotte ging hij rechten studeren.



Tijdens zijn studie periode lapte hij de joodse gebruiken aan z'n laars en had talloze relaties met niet-joodse meisjes.



Na zijn studie werkte hij op een advocatenkantoor, waar hij een beeldschoon joods meisje ontmoette, Esther d'Oliveira genaamd. Ze gingen samenwonen, maar Esther werd nog steeds door haar ex-man, een mislukte musicus, achtervolgd. Deze stakker was er zo erg aan toe dat hij uiteindelijk zelfmoord pleegde en dat bezorgde haar een enorm schuldgevoel. Dat werd uiteindelijk zo sterk, dat haar maar één mogelijkheid openstond: haar leefwijze radicaal veranderen en zich verschuilen achter de orthodoxe-joodse tradities.



Max stelde alles in het werk op de ontstane kloof te dichten, maar zonder succes. Bij een gezamenlijk bezoek aan Israël barstte de bom en besloot Esther zich in Jeruzalem te vestigen. Max reisde nog vele maanden naar haar toe, maar voelde zich toch steeds teveel Nederlander om zich definitief in Jeruzalem te vestigen. Tenslotte zag hij van de relatie af. Esther trouwde later met een Amerikaanse jood.



Max gaf vervolgens zijn baan bij het advocaten kantoor op vanwege de herinnering aan Esther en begon in het bedijf van zijn vader als tweede man, met een salaris van tweeëneenhalve ton per jaar. Ondanks het vertrouwen dat Simon zijn zoon schonk, verbeterde de relatie tussen hen beiden niet, integendeel. Vader Simon viel om te beginnen van zijn religieuze joodse voetstuk toen zijn zoon hem met een prostituée betrapte.



Verder beschouwde Simon de initiatieven die Max nam altijd als minderwaardig. Zo richtte Max bijvoorbeeld een eigen BV, 'Maximaal' op, omdat zijn vader een niet geheel zuivere handelsovereenkomst met een paar Marokkaanse textielproducenten afkeurde. En tijdens een door Max geregelde presentatie van een mode-lijn voor een nieuw marktproduct viel zijn vader zelfs in slaap. Max' haat tegen zijn vader steeg daardoor tot ongekende hoogte en hij kon zich er maar net van weerhouden om de man met een schaar te lijf te gaan.



De relatie met zijn vader en zijn plotselinge impotentie brengen Max ertoe om zich voor de eerste maal onder behandeling van een psychiater (de al eerder genoemde dr. Jansen) te stellen.



Op 26 juni 1989, terwijl er van enige verbetering in de vader-zoon relatie nog geen sprake was, raakte Simon Breslauer op 59-jarige leeftijd met zijn peperdure Mercedes te water en verdronk, waarschijnlijk ten gevolge van teveel drank.



Vervolgens rezen er problemen rond broer Boy. Deze stond zijn hele leven al in de schaduw van Max, kon niet lezen, had nauwelijks vriendinnen en bracht het 'slechts' tot boekhouder bij Supertex, omdat zijn gebrekkige contactuele eigenschappen een hogere functie niet mogelijk maakten. Op een gegeven moment kreeg hij toch een relatie met een niet al te aantrekkelijk joods meisje. Vlak voor zijn huwelijk besloot Max hem toch een keer met een belangrijke onderhandelingstaak naar Marokko te sturen. Boy verknalde daar echter zijn opdracht en verstoorde de relatie met de textielproducenten. Maar Boy kwam aldaar ook met een orthodox-joodse familie in contact en werd verliefd opde dochter des huizes. Hij besloot daarop (weer) volgens de joodse tradities te leven en met zijn nieuwe verloofde te trouwen.



De dubbele gevoelens omtrent zijn vader, het verlies van zijn grote liefde Esther en van zijn broer, maakten Max niet bepaald geestelijk stabiel. Bovendien werd hij steeds geteisterd door onzekerheid: was bij hem de afstand tussen orthodox-joodse idealen en zijn eigen luxueuze levensstijl niet al te groot geworden?



Op een zaterdag in oktober wordt hij met zijn neus op de feiten gedrukt. Hij stond vroeg op om een handelsconnectie in Thailand te bellen. Daarbij constateerde hij een fout van zijn secretaresse, onsloeg haar en racete in zijn Porsche naar kantoor. Met een vaart van 120 km per uur passeerde hij een juist overstekende joodse familie en schepte één van hen. Het slachtoffer had een gebroken been, maar deze groep vrome joden toonde hem dat hij wel heel erg ver van zijn volk was afgedwaald. Nadat een ex-collega van het advocatenkantoor de zaak had geregeld, besloot Max onmiddellijk een psychiater te bezoeken om zijn evenwicht weer enigszins te vinden.



Als hij het hele verhaal, geïllustreerd met vele Jiddische spreekwoorden, heeft verteld, stelt zij diverse therapieën voor. Als hij afwijzend reageert, besluit zij dat hij haar misschien ook niet meer nodig zal hebben. Als Max even later door de stad loopt en door een Mercedes wordt gepasseerd, meent hij zijn vader te zien. Hij ziet in één keer de idiote tegenstelling in zijn vaders leven: als kind straatarm, bedelend in de ghetto, als 59-jarige omgekomen in een Mercedes van vijf ton. Zijn vermogen tot relativeren herstelt zich enigszins en hij besluit zich maar bij de situatie -'De jood in de Porsche'- neer te leggen.



Thema

In dit boek staat de tegenstelling tussen materialisme en idealisme centraal. Max Breslauer heeft het na zesendertig jaar helemaal gemaakt en heeft materieel niets meer te wensen. Zijn luxe levenetje botst echter steeds meer met het vleugje idealisme dat in hem is blijven steken.

Drie gebeurtenissen leiden er echter toe dat hij de zin van het materiële gaat relativeren en hij steeds meer gaat beseffen dat het veel belangrijker is om je geestelijk in orde te voelen.



Motieven

- Allereerst is dat de dood van zijn vader, met wie hij altijd een slechte band had. Heeft zich zijn leven lang tegen de man afgezet en heeft altijd een afkeer gehad van zijn vader's materialistische inslag. Eigenlijk verafschuwt hij het ook dat hij in feite net als zijn vader geworden is. Toch heeft hij dubbelzinnige gevoelens: had hij er niet voor moeten zorgen dat de vader-zoonrelatie aan het eind van zijn vaders leven beter was geweest?



- Daarnaast is er de frustratie over zijn grote liefde. Geen enkele vrouw is voor hem echt van betekenis geweest, behalve Esther. Tijdens zijn relatie met haar kwam de idealist in hem bovendrijven. Hij beseft dan ook dat deze band veel belangrijker is dan welke materiële verworvenheid dan ook. Maar als Esther door haar geloof van hem wegdrijft, terwijl hij in feite altijd tegenstrijdige gevoelens over de orthodoxe levenswijze heeft gehad, maakt dat hem erg onzeker. Misschien had hij er toch goed aan gedaan zich altijd aan de joodse tradities te houden. Had hij immers niet tijdens een relatie met een niet-joodse een schuldig gevoel gehad?



- Het vertrek van zijn broer Boy maakt vervolgens de onzekerheid compleet, zeker omdat hij om dezelfde reden als die van Esther uit Max' leven verdwijnt.



Toch zijn deze drie gebeurtenissen niet voldoende om hem volledig tot inkeer te doen komen. De laatste druppel, de harde mokerslag op het laatste restje materialistische lak, is de aanrijding op sabbatochtend. Had hij een willekeurige burger aangereden, dan was er misschien niets gebeurd, maar juist de optimale tegenstelling tussen een patserige, afgedwaalde jood in een Porsche en een groep vrome, orthodoxe joden op weg naar de synagoge breekt zijn verzet en hij gaat direct naar de psychiater in een ultime poging weer bij zinnen en in evenwicht te komen.



Of dat uiteindelijk lukt is niet geheel duidelijk. De laatste zinnen van het boek zijn enigszins cryptisch. Max besluit zich niet meer te verzetten, want 'hij is de enige erfgenaam'. Maar erfgenaam van wat? Van de joodse tradities? Dan besluit hij dus te gaan leven zoals zijn broer en Esther. Of enige erfgenaam van Supertex? Dan verzet hij zich dus niet meer tegen zijn maatschappelijke status. Dit laatste is logischer, aangezien hij zojuist een hallucinatie heeft gehad, waarin hij zijn overleden vader zag. Dit bracht hem tot lachen en huilen tegelijk en bracht hem uiteindelijk tot relativeren Dit wil voor mij zoiets zeggen als: zijn rijkdom neemt hij voor lief en probeert het beste er maar van te maken.





Tijd



Periode waarin het verhaal zich afspeelt

De tijd waarin het verhaal zich afspeelt is duidelijk het heden, dit is te lezen in details als 'Mercedes' en 'Porsche', en om precieser te zijn de negentiger jaren. Zelfs een datum is gegeven een zaterdag in oktober 1990.



Vertelde tijd

De vertelde tijd van het verhaal beslaat niet alleen zijn eigen leven tot nu toe, maar ook het hele leven van zijn vader. De vertelde tijd is dus langer dan het in eerste instantie doet vermoeden.



Verteltijd

De verteltijd van het boek is relatief kort te noemen, in een niet al te dik boek worden de levens van Simon en Max beschreven.



Tijdsvolgorde

Het verhaal is bepaald niet chronologisch, het flitst continu tussen het heden (bij de psychiater) en het verleden (de gebeurtenissen uit Simon's en Max' leven)



Tijdsperspectief

Het is duidelijk een vision par derrière de schrijver beschrijft namelijk een geschiedenis, waar hij de afloop al van weet.



Ruimte

Het verhaal speelt zich af in de diagnose-kamer van psychiater dr. Jansen. Daar vertelt Max Breslauer zijn levensverhaal. Zijn levensverhaal beslaat alle plekken en plaatsen die ik al eerder in de samenvatting heb gegeven.



Perspectief

De roman bevat twee niveaus. Op het 'hoogste' niveau is de ik-verteller in gesprek met zijn psychiater. Deze dialoog wordt vervolgens een aantal keren afgebroken om plaats te maken voor een tweede laag: de terugblik van de ik-figuur, bijvoorbeeld naar de geschiedenis van zijn vader. Ook die terugblikkende momenten zijn in de ik-vorm geschreven. Het psychisch perspectief ligt dus bij de ik-figuur. Je leest dan ook nooit de gedachten van andere personages over de ik-persoon. Andersom krijgen we informatie over de andere personnen uitsluitend via de gedachten van de ik-persoon, Max Breslauer.



Personages

In het verhaal draait het alleen om Max Breslauer, en zijn gedachten. De andere personages in het verhaal zien we dan ook door de ogen van Max. In de voorafgaande onderdelen van dit verslag zijn alle hoofdpersonen nl.





  • Simon Breslauer, de asociale vader van Max.


  • Boy Breslauer, de non-communicatieve broer van Max


  • Esther, de ware liefde van Max, die joods orthodoxe sympathieën heeft


  • en natuurlijk Max






al beschreven, in de vorm waarin Max over deze figuren dacht. Voor de beschrijvingen van de personages wilde ik dan ook terugwijzen naar de samenvatting en de andere onderdelen van het boekverslag.



Stijl en Sfeer

De stijl hangt in dit boek nauw samen met het perspectief. Doordat alle gebeurtenissen worden gezien door de ogen van Max Breslauer, is het taalgebruik dat van de harde zakenman: cynisch, duidelijk, soms platvloers en steeds recht voor zijn raap. Verder valt op dat De Winter het verhaal rijkelijk heeft voorzien van nauwkeurige informatie over data, prijzen en vooral merknamen. Er is bijvoorbeeld niet zomaar sprake van een after-shave, maar altijd van een merknaam. Een auto is niet zomaar een auto, zelfs niet zomaar een Porsche, maar voorzien van een exacte typeaanduiding: Posche 928 S. Ook met technische details wordt volop gestrooid. Dit houdt allemaal verband met de protserige neigingen van Breslauer. Echt opschepperig is zijn taaltje echter niet. Het is meer een combinatie van grootspraak en nonchalance, waarbij de laatste factor sterker naar voren komt. Dat heeft natuurlijkl alles te maken met het feit dat hij verbitterd is. Zijn materiële welstand doet hem weinig meer. De Winter gebruikt vrij veel beeldspraak, die dus in feite uit het brein van Max Breslauer afkomstig is. De beeldspraak komt dus ook alleen in zijn gedachten voor; niet in de dialogen. Ook hierbij overheerst de snelle-jongens-toon.



Het boek gaat over een onzekere rijke jood die niet kan leven (psychisch) met zijn verleden. Het onderwerp is een niet alledaagse kwestie en boeit daarom enorm. Hoewel het verhaal pure fictie is kun je je goed indenken, dat er mensen zijn die dat soort problemen werkelijk hebben. Denk maar eens aan al die asielzoek-jongeren die een combinatie van de nederlandse en hun eigen cultuur in hun achterhoofd hebben en daar problemen mee krijgen.



Het boek wil een verhaal kwijt, zeker geen mening, en de schrijver wil de lezer dus niet tot daden aanzetten. In het verhaal zijn wel beschouwende elementen, maar deze komen uit de gedachten, of mond, van Max Breslauer. Door dit continu doorgevoerde element vind ik het boek zeer origineel en krijgt het verhaal veel meer diepgang.



Het verhaal is een combinatie van feiten en de gedachten en gevoelens die Max daarover heeft. Deze gebeurtenissen staan in direct verband met het plot van het verhaal. Omdat ze van zo'n groot belang zijn voor de verhaallijn worden de gebeurtenissen met grote diepgang en met oog voor het kleinste detail verteld.



Je waant je in het exclusieve wereldje van Max en begint de wereld door zijn ogen te zien. Het verhaal is eigenlijk in en in triest, de teleurstellingen stapelen zich op. Hoewel je voor Max op een goede afloop hoopt, sta je er steeds weer van versteld dat de misère alsmaar groter wordt. Je gaat je afvragen waar de manisch-depressieve Max zal eindigen. Dit houdt het verhaal tot het einde zeer boeiend en spannend.



Het verhaal is duidelijk met klare taal, namelijk die van de harde zakenman Max Breslauer. Het verhaal is opgebouwd in twee duidelijke lijnen en is niet moeilijk te volgen. De opbouw is dan ook begrijpelijk te noemen.



Het verhaal wordt soms wat traag door de soms te duidelijke beschrijvingen van het verleden, maar wordt nooit saai. Dit komt mede door het agressieve taalgebruik en gedrag van de hoofdpersoon, nu en in het verleden.



Als het boek is afgelopen, blijf je met veel vragen zitten. Om te beginnen is de vraag: "Is Max nu wel of niet in harmonie met zichzelf?", een belangrijke. Maar ook de vragen omtrent de verdere geschiedenis van het bedrijf, Boy en Esther kwamen bij mij op.



Max Breslauer is waarschijnlijk de sleutel tot het succes van dit boek. De zakenman met zijn vele facetten maken het verhaal zo gecompliceerd, spannend en boeiend maakt. Iedereen die dit boek leest zal zich met één of meerdere kanten van dit personage kunnen identificeren.



Als je je eenmaal overgegeven hebt aan de geslepen karaktertrekjes van Max, ben je verloren. Je wordt als het ware meegezogen in de problemen en de gedachten van hem. Soms gaat het zo ver dat je je een eigen mening gaat vormen over Max' belevenissen, die je dan in zijn gedachten tot uitwerking ziet komen.



Mening

Omdat het verhaal zo veel gevoels-elementen bevat, raken de directe dialogen een beetje in de vergeetput. Toch doet dit niets af aan de kwaliteit van het verhaal dat verteld wordt. Dit komt merendeels door de prachtige beschrijvingen tot in de kleinste details, die voor de kleur van het verhaal garant staan.



Ik vond het kortgezegd een bijzonder mooi boek, met een origineel verhaal. Het blijft tot het einde toe een spannende en boeiende geschiedenis, die ik iedereen zou willen aanraden te leren kennen.



Auteursinformatie

Leon de Winter werd op 24 februari 1954 in 's-Hertogenbosch geboren in een orthodox-joods gezin dat een behoorlijke welstand kende. In Noord-Brabant groeide hij uiteraard op in een niet-joodse omgeving. Zijn vader, die overleed toen hij elf jaar oud was, 'deed' in lompen en vodden. Hij volgde eerst een gymnasium-opleiding in zijn geboortestad, stapte vervolgens over naar een gereformeerd college in Waalwijk. Schrijven deed hij in die tijd al: in 1973 kreeg hij voor een novelle die hij de titel 'Revolutie' gaf, een prijs van de Stichting Literaire Dagen. In 1974 verhuisde hij naar Amsterdam waar hij aan de Nederlandse Filmacademie ging studeren. Daar ontmoette hij Jean van de Velde en René Seegers, met wie hij later veelvuldig zou samenwerken. Na meegewerkt te hebben aan de publicatie van een zwartboek dat de kwaliteit van de opleiding flink bekritiseerde, verlieten ze in 1978 de academie zonder eindexamen te hebben gedaan. Na 'De verwording van Herman Dürer' (1979), hun eerste speelfilm en daarna een aantal televisiefilms gemaakt te hebben, verenigden ze zich in 1980 in de Eerste Amsterdamse Filmassociatie (EAFA). Gedrieën schreven ze ook het toneelstuk 'Junkieverdriet', gebaseerd op het leven van de jonggestorven Vlaamse dichter Jotie 't Hooft.

De Winter schreef in deze jaren ook recensies (vooral Duitse literatuur) voor 'Vrij Nederland'. Dat de Winter een schrijver is die weerstanden oproept, blijkt ook uit een aantal rellen rond zijn persoon en zijn werk. Al begin jaren tachtig, na het verschijnen van "La place de la bastille', verweet filmregisseur Theo van Gogh de schrijver dat hij het joodse leed 'exploiteerde'. Enkele jaren later verscheen zijn omstreden boekenweek geschenk 'Serenade', dat op sommige gereformeerde scholen verboden werd om zijn expliciete erotische passages.

Behalve in de literatuur heeft De Winter inmiddels ook zijn sporen verdiend in de filmwereld. Naast de producties die hij met de andere leden van EAFA maakte, regisserrde hij 'De Grens'. Hiervoor schreef hij zelf het scenario. Ook werkte hij mee met de verfilming van zijn eigen roman 'Hoffman's honger'. Daarnaast schreef hij de scenario's voor de films die Rudolf van den Berg maakte op basis van 'La place de la bastille' en 'Zoeken naar Eileen W.'

Van het leggen van nadrukkelijke verbanden tussen film en literatuur wil De Winter echter weinig weten, getuige zijn uitspraak tijdens de Dag van het Literatuuronderwijs in 1994: 'Er is net zoveel verband tussen fuchsia's en sportschoenen'.



Primaire Bibliografie





Verfilmingen





  • 'De verwording van Herman Dürer'


  • 'De Afstand', 1980


  • 'Bastille', 1984


  • 'De Grens', 1984


  • 'Zoeken naar Eileen W.', 1987


  • 'Bij nader inzien', 1991


  • 'Hoffman's honger', 1993






En ter afsluiting wilde ik nog melden dat het grote Amerikaanse filmdebuut van Leon de Winter eraan zit te komen. De relatief onbekende filmmaatschappij 'Sensor Pictures', heeft de filmrechten gekocht van 'De hemel van Hollywood'.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen