U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Nigel Hinton - Collision Course / Vluchten Kan Niet Meer.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/375 en is laatst upgedate op 18/08/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1756 woorden.

Vluchten kan niet meer

Hinton Nigel

Taal: Nederlands Vak: Engels Soort: Uittreksel

4. Naam van de uitgever: Lemniscaat



1 Het genre van het boek is avontuur.



2. Er is eigenlijk maar een echt hoofdpersoon en dat is Peter. Peter is ongeveer een jaar of 14/ 15. Hij is altijd (bijna altijd) eerlijk. En het is een jongen die van voetbal houd.

Zijn broertje (Derek) speelt ook wel een grote rol in het verhaal. En hij kijkt bijna altijd naar de t.v.



3. De titel van het boek is wel goed gekozen. Want je weet van tevoren als er zoiets gebeurt dat ze er vroeg of laat toch achter komen.



4. Het verhaal speelt zich af: thuis

buiten

op de voetbal



5. Het probleem is dat Peter een motor heeft gestolen, en met die motor een oude vrouw dood rijdt.



6. Ik vond het een heel mooi boek, omdat er steeds weer wat gebeurde.

En ik vind dat het de moeite waard is om te lezen.





Ik ga nu eerst een korte samenvatting maken van het boek wat ik heb gelezen

Hier komt het:



Peter kwam terug van school. Het was heel erg saai geweest. In het begin had hij nog geprobeerd om zijn eigen te consenteren, en te luisteren. Maar na een tijdje lukte dat niet meer. Hij had er nog maar een beetje bijgehangen, en poppetje getekend.

Toen het 4 uur was ging hij naar huis. Hij dronk een kop thee en ging naar boven.

Een tijdje later kwam zijn vader thuis.

Maar hij had geen zin meer om binnen te zitten en ging naar buiten. Hij trok een dikke trui en zijn parka aan.

Het was ondertussen 7 uur en er was niemand meer op straat. Hij liep langs een paar winkels. Overal was het donker allen bij de wasserette brandde nog fel licht.

Hij slenterde verder, en kwam bij een café. Het zag er warm en gezellig uit. Hij zou er eigenlijk best naar binnen willen, maar hij zag er jong uit voor zijn vijftien jaar. Hij was ook al een keer een bioscoop uitgeschopt, omdat hij met een paar vrienden naar een film wilde, voor boven de zestien. De andere waren er wel ingekomen, en moesten hem de volgende dag vertellen wat hij had gemist.

Hij draaide zich om en bedacht dat hij het beste maar weer naar huis kon lopen. Op dat moment kwam er een motorfiets het kleine parkeerplaatsje naast het café oprijden.

De bestuurder stapte af maar liet de motor draaien, terwijl hij zijn helm losmaakte, liep hij naar het café..

Peter liep langzaam naar de machine toe, het was een Honda 125 met gele tank. Hij hoorde hoe lekker de motor liep en opeens voelde hij hoe ontzettend graag hij er op wilde zitten. Hij liet zijn hand over de handgrepen en de knopjes dwalen. Hij slingerde z`n been over het zadel en ging wijdbeens op de motorfiets zitten.

Peter keek naar het café, en zag dat de man er nog steeds zat. En hij besefte dat hij maar een ding wilde en dat was: wegrijden.

Hij verstevigde zijn greep om de koppeling. Hij zette de motor in zijn eerste versnelling, en duwde hem van zijn standaard. Voor de zekerheid keek hij nog even om, maar de man stond nog steeds met zijn rug naar hem toe. Voorzichtig gaf hij gas. Langzaam liet hij de koppeling opkomen, en zette zich toen in beweging.

De motor reed weg zonder al te veel problemen te geven. Voor hem lag een rotonde en terwijl hij er op af reed man hij de afslag Blackston. In de verte kon hij de lichtjes van Blackston al zien.

Ineens spookte het door zijn hoofd dat hij wel eens herkend zou kunnen worden of door de politie aangehouden worden.

Opeens stopte er een auto. Hij keek op. Hij kon niet goed wie het was. Net toen hij de motor in zijn eerste versnelling wilde zetten, vroeg een wat oudere vrouw:

Pardon, weet u misschien of hier in de buurt een benzinestation open is?

Ik weet het niet, zei hij zachtjes.

Pardon, zei de vrouw.

Ik weet het niet zei hij iets luider.

Ach hemeltje ik heb bijna geen benzine meer en ik ben bang dat ik mijn huis niet haal, Mijn meter staat op leeg.









Haar stem krakerig en een beetje deftig. Ze had een belachelijke hoed op met grote veren.

‘Het spijt me’

‘Nou het maar te hopen dat ik het haal. Dank u’.

En ze stapte weer in

Hij was er zo van geschrokken dat hij maar weer besloot om naar huis te gaan. Maar hij wist niet wat hij met de motor moest. De wind werd harder, en daar opeens stond de mini aan de kant van de weg. Hij reed er met een grote bocht omheen, toen plotseling het lichtje in de auto aanging. Iemand deed de portier openen en stapte uit. In paniek gaf hij een ruk aan het stuur en remde uit alle macht. Hij voelde dat de motor onder hem vandaan schoof.

Zijn rechter been kwam met een smak tegen het wegdek, en hij viel half op zijn zij half op zijn rug. Toen raakte zijn hoofd het asfalt en hij voelde een geweldige klap en een explosie die door zijn hersenpan echode.

Hij was bewusteloos toen de motor de oude vrouw tegen de deur van de auto aansloeg. Met haar hoofd naar de grond viel ze tegen de motor aan en sleurde met haar nek langs de hete uitlaat.

Toen hij een paar seconde later weer bij kwam zag hij de vouw dood liggen.





Toen hij thuis kwam is hij meteen naar boven gegaan, en heeft het tegen niemand gezegt.

De volgen de dag was het eerste wat hij deed in de krant kijken of er iets over het ongeluk in stond. En hij zag er iets over staan, ook dat die motor eerst `s avonds al was gestolen.

Hij heeft er tegen niemand wat van gezegt. Zelfs tegen ze beste vriend niet.

Hij probeerde er zo min mogelijk aan te denken.



Zo ging het gewoon de hele tijd door

Peter wou al heel lang in het schoolvoetbal team, maar dat was nog nooit gelukt. Hij had dit jaar weer meegetraind En hij hoopte dat hij nu wel mee mocht doen met de wedstrijd. En toen het grote moment daar was (de leraar had een blad opgehangen met namen) zag hij dat zijn naam op het blad stond. Weliswaar nog als reserve maar hij zat erbij en dat was nog nooit gelukt.

De grote dag was daar, en hij was best zenuwachtig. Hij stapte de bus in en hij zag dat zijn beste vriend Dave er nog niet in zat. Hij ging zitten en net op het laatste moment zagen ze Dave aankomen, Hij stapte in liet zich naast Peter vallen en ze vertrokken.

Ze begonnen en Peter zat op de reservebank. In de eerste helft waren allebei de teams een beetje voorzichtig. Ze waren allebei bang om fouten te maken.

De laatste vijftien minuten mocht peter er nog in. Het spel ging dor en Dave knipoogde toen hij voorbij kwam. Peter kreeg een bal, en hij was de enige die met een tegenspeler de bal kon spelen. Als de andere hem zou krijgen zou de tegen spelen een punt scoren. De bal draaide weg door een aanraking, maar Peter kon niet meer van richting veranderen en hij raakte het been ven de buiten halverwege de scheen. De buiten viel zwaar op zijn zij. De scheidrechter kwam aanrennen en keek naar de jongen. Je zag duidelijk dat hij pijn had. Peter liep naar hem toe en wilde zeggen dat het hem speet, maar de scheidsrechter duwde hem weg.

De scheidsrechter liep met opgeheven vinger naar Peter toe: ‘Nog een keer zo voetje en je ligt eruit’ Hij was boos en wees kribbig naar de plek waar de vrije trap genomen moest worden. Toen het fluitsignaal klonk liep Peter meteen naar de buiten toe

‘Het spijt me, doet het nog pijn’

‘Nee, het valt wel mee;

‘Het spijt me echt, het was helemaal niet de bedoeling’

‘Heb ik nogal veel aan’ was het bitse antwoord.

De coach kwam naar Peter toe en zei ‘maak je niet druk, het was helemaal eerlijk wat je deed. Het was een kantje, kantje balletje en jij won.

Op de terug weg vroeg er iemand aan Peter of hij vanavond bij hem thuis ook kwam feesten.

Peter ging naar het feest en tegen halftien voelde hij zich dronken worden Toen zag Peter een leuk meisje en vroeg of ze met hem wilde dansen. Toen stopte de muziek en keek Anna aan.

; Wil je wat drinken’

;Graag’

‘Wat’

‘Bier’

‘Wacht ik haal het wel even’

Een tijdje later moest Anna naar huis. Ze hadden nog afgesproken dat ze hem zou bellen morgen. Anna stapte de auto in en reed weg.

Peter ging weer naar binnen. Half-een schrok hij, Hij had beloofd om, om twaalfuur thuis te zijn. Hij rende naar huis en kroop in bed.

Het regende toen hij wakker werd.

Hij ging naar beneden en zag dat Derk televisie aan het kijken was

‘Waar zijn papa en mama’

‘uit’

‘Waar naar toe’

“Naar oma’

‘Waarom hebben ze me niet wakker gemaakt’

‘Ik weet het niet, ze zeiden dat ik je met rust moest laten’

‘Wanner zijn ze weg gegaan’

‘Ik weet het niet’

‘Hebben ze een briefje achtergelaten?’

‘Nee’

‘Over de kip of zo?’

‘Nee’

Je bent weer erg spraakzaam vandaag. Derk negeerde hem en bleef naar de televisie kijken

Zij vader en moeder kwamen een tijdje later thuis en ze vroegen of Peter ook nog een keertje naar zijn oma wilde gaan, en dat deed hij.

Toen hij bij zijn oma was heeft hij een tijd met haar zitten praten. Het bezoek uur was afgelopen en hij belde naar huis. Hij kreeg Derk aan de telefoon. En hij moest zeggen dat Peter nog even naar de bioscoop ging.

Toen de film was afgelopen belde hij weer naar huis. Hij kreeg nu zijn vader aan de telefoon. Hij klonk heel gek. Ze zijn er achter gekomen dacht hij. Ik weet het zeker.

(Hij had voordat hij weg ging een brief gemak met daarin een bekentenis) Ze hebben de brief gevonden. Terwijl hij naar huis reed dacht hij weer aan het ongeluk.

En toen hij de straat in liep stond de politieauto al voor zijn huis geparkeerd.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen