U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Rood Paleis.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=78 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1463 woorden.

Rood Paleis



F. Bordewijk 1936 176 blz.

Verdeeld in circa 50 hoofdstukjes die niet op een nieuwe pagina beginnen.



Een bruine, die Tijs Herdigein heet, ontmoet Henri Leroy, ze kennen elkaar van school. Tijs is op bezoek, Henri doet in zijn bedrijf helemaal niets. Tijs komt uit Indië en komt een maand voor hij gaat trouwen nog even lekker de beest uithangen in Nederland en hij vraagt Henri, die impotent is, hem rond te leiden. Ze zijn beiden geboren rond 1870, het is nu 1913. Tijs vindt het fin de siècle tweestrijdig: technische vooruitgang en cultureel verval. Hij vindt dat mensen niet moe moeten zijn als ze niet eens gewerkt hebben, Henri is het daar niet mee eens: hij is moe. Tijs wil vernieuwen, Henri niet. Henri vindt dat hij is opgeleid voor decor, hetgeen gelukt is. Hij is er trots op. Henri werkt samen met Tastenbreker, de compagnon van zijn vader. Henri twijfelt, op school heeft hij dingen geleerd maar die gedachten zijn een eigen leven gaan leiden toen hij van school afkwam. Henri vertelt van het roode paleis, Tijs wil er meer van weten. Het roode paleis is roze, veel planten zijn ook roze. Het roode paleis ligt aan de Passeerdersgracht. Tijs gelooft hem niet, hij had er eerder van gehoord moeten hebben. Henri vindt niets beter dan twijfel: ongeloof is twijfel, weten is zekerheid. Tijs twijfelt aan de waarheid van het Roode Paleis. Tijs vond het roode paleis somberheid en verschrikking uitstralen. Henri heeft gelogen maar het roode paleis is in werkelijkheid wel een bordeel. Henri had onzag voor de waardin, die een demon was. Tijs was een beetje een bangerd die in indië nooit met een inheemse naar bed is geweest, Henri was altijd al een beetje een losbol. Henri loopt weg van het Roode Paleis, hij vindt Tijs te kuis om met hem een bordeel te bezoeken. Tijs gaat zich moed indrinken in zijn hotel en achtervolgt dan twee mannen die naar het Roode Paleis aan de Passeerdersgracht gaan. Een paar dagen achter elkaar is hij gaan kijken, maar hij durfde niet naar binnen te gaan. Na vier dagen komt Tijs Henri tegen en ze gaan samen naar binnen. Tijs zegt dat hij impotent is, Henri doet net alsof hij hem gelooft. Er zaten geen hele mooie vrouwen, maar ook geen hele lelijke. Finda ( mevrouw Doom ? ) is volgens mij de waardin. In het Roode Paleis werden de heren nog met respect behandelt, maar het Roode Paleis was in verval (=heren in verval, emancipatie). Contrepartie was een lelijk frans meisje dat Finda expres in dienst had om het niet al te zoetsappig te maken. De waardin gedraagt zich SM-achtig: ze geeft bevelen, ook aan bezoekers. In het Roode Paleis werkte ook een zekere Eduard, een lelijk, vet gedrocht. In het Roode Paleis werken nog twee mannelijke gedrochten, Benjohan en Fré, zij worden door de dokter onderzocht. Er komt een nieuwe hond in het Roode Paleis die Walter Leopold van Brandhuizen gaat heten. In het Roode Paleis werkten 31 vrouwen. Er is een nieuw meisje in het Roode Paleis die Truida Donk heet. Fré laat Truida de bijkelder zien, het is een ruimte waarvanuit niemand je kan horen, Fré zegt dat Truida moet voorkomen dat ze daarin terecht komt. Truida heet voortaan Fibris. Contrepartie moet van de dokter opgenomen worden. Henri haalt meneer Helmstrijd erbij om Tijs tips te geven voor de beurs. Henri’s vader heeft op de beurs gewerkt. Henri zegt dat hij het niet meende dat mevrouw Doom een demon is. Henri heeft een abonnement bij het Roode Paleis. Tijs wil er nog wel eens naar toe met Henri. Henri vindt Tijs amusant op een grimmige en soms grove manier. Henri gaat naar het Roode Paleis om daar een luisterend oor te treffen. Tijs en Henri gaan samen naar het Roode Paleis, zij gaan niet naar binnen. Henri vindt de mens een geboren leugenaar. Tijs is volgens Henri niet besmet met de ziekte fin de siècle. Tijs voelt zich besmet raken en wil naar het Roode Paleis. Grootvader kwam naar het Roode Paleis. Hij is de meerdere van mevrouw Doom. Het Roode Paleis was versierd. Opa, die Hulbert heet, had Truida gekeurd. Mevrouw Doom heet met haar voornaam Keetje. Tijs heeft een verloofde, die uit een boerengezin komt. Tijs verdient goed met zijn aandelen. Ze gaan weer naar het Roode Paleis. Henri vertlet over een keer dat hij door de woestijn was gelopen en gebeten was door een hagedis, het verhaal werd erg ongeloofwaardig omdat hij zegt dat hij ’s ochtends wakker werd temidden van reuzen, zogenaamd omdat je ’s nachts langer wordt en ’s middags weer korter. Henri heeft zijn moeder niet gekend. Schaamte vindt hij niet erg, valse echter wel. In het Roode Paleis zijn in de zomer 20 meisjes en maar één man omdat dat volgens het protocol niet kan. Tijs’ aanstaande vrouw, hij wilde principiëel niet verloven, Marie van Dam komt drie dagen langs. Toen Tijs Marie zijn bezoeken aan het Roode Paleis had verteld wilde zij het Roode Paleis van buiten zien. Marie begrijpt niet dat hij er naar toe is gegaan. Tijs gaat met Marie naar het oosten. Contrepartie gaat dood. Henri vindt dat mevrouw Doom zich zonder medeleven gedraagt, hij vindt haar een demon. Die avond blijft hij met Tijs thuis. Er wordt een galanacht georganiseerd waarbij de entreeprijs vier keer zo hoog is en alleen de duurste champagne geschonken wordt. Er vindt dan een grote orgie plaats waar Fibris absoluut niet aan mee wil doen omdat ze bang is gemaakt door Fré. Fré stuurt haar dan naar een kamer vol met ratten, dan wil ze wel. Een kleine Japaner raakt gewond en wordt behandeld door Sauger. Tijs zoekt een bedrijf dat hij kan opkopen en waarin hij dan kan gaan werken. Tijs wil iets met van zijn leven gaan maken. Toen Tijs voor de zesde keer naar het Roode Paleis ging, ging hij alleen. Tijs is vooral geïnteresseerd in Finda. Mevrouw Doom vraagt Tijs of hij wil investeren in het Roode Paleis. Henri gaat naar de kerk en denkt na over de plaats die mensen innemen in de aarde, vroeger en in de toekomst. In het fin de siècle neemt men alles voor lief wat men krijgt, niet meer en niet minder. Henri hoopt het eind van dit tijdperk mee te maken. Henri komt ongeveer twee keer in de week, behalve in de zomer. Hij heeft nooit sex gehad met iemand uit het Roode Paleis. Mevrouw Doom repecteert Henri als een heer. Er kwamen steeds meer mensen die enkel wat kwamen drinken. Henri vergelijkt Mokum met de ondergang van het fin de siècle. Hij is gehecht aan Amsterdam. Tijs koopt een bedrijf dat in de autohandel zit. Henri was Tijs’ getuige bij zijn huwelijk. Tijs gaat voor de laatste keer, omdat hij gaat trouwen, naar het Roode Paleis, Finda ontmaagd hem en hij heeft er al meteen spijt van en gaat weg zonder een fooi te geven. Henri gaat met mevrouw Doom naar Parijs, hij eerste, zij tweede klas. Mevrouw Doom was een eerlijk mens. Mevrouw Doom heeft het vak geleerd in Marseille bij huize Corymbe, waar Henri na drie keer naar binnen gaat. Mevrouw Corymbe is voor Henri de vierde mevrouw Doom ( hij heeft er nog twee gezien in de trein). Hij voelt zich bijna meteen op zijn gemak. Hij vraagt naar mevrouw Doom en ze praten met z’n drieën wat. Marie van Dam eist dat Henri geen getuige is. Opa ontslaat Chabran zomaar. Opa vindt de twee zwarten die Kaatje heeft meegebracht maar niets. Kaatje wil wraak op opa nemen vanwege zijn kritiek. Henri kan Marie helemaal begrijpen en is niet boos. Terwijl Henri vertelt, krijgt hij de indruk dat de twee meisjes minder geïnteresseerd in hem zijn, hij voelt zich minder op zijn gemak. Henri gaat met de derde klas trein naar Haarlem waar hij is opgegroeid. Hij gaat naar zee en komt tot de ontdekking dat hij én niets nieuws kan beginnen én het fin de siècle niet kan afstoten. Henri heeft zijn abonnement niet verlengd bij het Roode Paleis en hij heeft mevrouw Doom niet meer gezien sinds Marseille. Henri houdt van zijn vader maar begint nu de invloed van de fin de siècle in hem te haten. Henri noemt zich vanaf nu Hendrik Lorrewa, hij scheert zijn snor af en knipt zijn haren. Hij biedt zich aan als vrijwilliger in het vreemdelingenlegioen in Frankrijk. Henri vindt dat Tijs nooit echt bij het fin de siècle heeft gehoord. Mevrouw Doom komt langs, het Roode Paleis is gesloten. Ze spreken af om 23 uur in het café van Jacobs voor een laatste gesprek. Mevrouw Doom vertrekt naar Spanje. Mevrouw Doom sticht brand in het Roode Paleis. De hond van het Roode Paleis heet Van Brandhuizen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen