U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Lévi Weemoedt - De Ziekte Van Lodesteijn.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2300 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1414 woorden.

Titel

De ziekte van Lodesteijn



Druk

7e druk 1994



Uitgave

Bulkboek Amsterdam – Penta Pockets



Eerste druk

1986



Samenvatting

Leraar klassieke talen Lodesteijn heeft niet deelgenomen aan de verhuiswerkzaamheden van de protestant-christelijke middelbare school in Vlaardingen; dit tot ergernis van o.a. schooldominee Belijn. Lodesteijn is gehecht aan het oude, gammele noodgebouw, waarin hij tien jaar gewerkt heeft. Verschillende keren heeft hij 's nachts rector Persijn een ruitje zien forceren om de nieuwbouw te bespoedigen. Sinds de rector op een dag door een massa leerlingen op het schoolplein werd lastig gevallen, kwam hij zijn kamer niet meer uit. Lodesteijn heeft een afkeer van de nieuwe school, die van glas en beton is, versierd met een verticale gifgroene streep.

De feestelijke opening van het nieuwe gebouw verloopt nogal chaotisch; er wordt kritiek geleverd door een leerling en door Lodesteijn (tot grote ergernis van de rector). Al een paar dagen na de opening worden de huisregels aangescherpt. Lodeteijn, die extra in de gaten wordt gehouden, omdat hij alle voorschriften aan zijn laars lapt, krijgt het aan de stok met de rector, omdat hij een leerling, die niet geestelijk aanwezig was, als absent had opgegeven. Zijn oude Gazelle-fiets, die op een verkeerde plaats stond, wordt aan de ketting gelegd. Lodesteijn raakt ook met anderen in conflict: met Belijn (over een lokaal), met leerlinge Janneke Schuyt (over ochtendgebed en bijbellezing) en met natuurkundeleraar Griffijn (over een evangelisatiegroepje, "The Young Faithbearers") Na de kerstvakantie wordt Lodesteijn steeds somberder (hij voelt zich een "ondode"); de conflicten nemen in hevigheid toe. Openlijk kraakt hij het leraarschap af (o.a. in een dagbladartikel) en veegt hij de vloer aan met het hele onderwijssysteem (in een artikel "De hoer van Babylon"), in de onderwijsbijlage van de plaatselijke "Havenloods". N.a.v. een omstreden brugklasproefwerk vraagt de staf schorsing aan bij het bestuur. Hij zoekt troost op de schrijfwarenafdeling van V&D, krijgt daar een black-out en belandt in het Sint Franciscus Gasthuis. Tijdens het onderzoek (foto en EEG) denkt hij aan zijn moeder. Internist De Keyzer maakt een hartfilmpje en stuurt hem naar huis met een Holter-recorder, die 24 uur de hartwerking moet registreren. Thuis rukt hij panisch de snoeren van zich af. Als de internist niets benoembaars kan vinden, vertrekt Lodesteijn per trein naar zijn geliefde stad Rome, waar hij volop geniet.

Aan het begin van het nieuwe cursusjaar gaat hij weer aan het werk. Hij maakt De Keyzer duidelijk dat hij geen verder onderzoek wil. Een paar dagen later moet hij bij Belijn op het matje komen, omdat Janneke over zijn lessen geklaagd heeft. Een week later vertelt de rector hem, dat een deel van zijn lessen na de kerstvakantie door de vrouw van collega Plantijn overgenomen zal worden. Een lid van het bestuur verwijst hem naar de moderne jonge arts Van Wijnbergen, die hem weer doorstuurt naar het RIAGG.

Het afschuwelijke hard-blauwe gebouw schrikt hem zo af, dat hij geen gebruik van de adviezen van het RIAGG zal maken. Lodesteijn komt terecht in de ZVUT (zeer vervroegde uittreding) en ontvangt een week voor kerst zijn bewijs van afkeuring. Jarenlang wordt hij van de ene instantie naar de andere gestuurd, zonder dat er een financiële regeling tot stand komt. Zijn dagen brengt hij het liefst door met lezen (vooral Herodotus); hij is "ongeregistreerd en zo gezond als een vis".



Tijd

De vertelde tijd bedraagt ongeveer 1½ jaar, met daarna een sprong van enkele jaren.

De meeste verteltijd wordt besteed aan:

De aanvaringen op school. De medische onderzoeken.

De beschrijving van de ruimte.



Het verhaal speelt zich chronologisch af; langzaam wordt de lijdensweg van Lodesteijn afgewikkeld. Het overgrote deel van het verhaal loopt continu, behalve aan het eind, als er een grote tijdsprong wordt gemaakt.



Een directe DAT-vooruitwijzing:

'Komt u dan maar snel mee, er moet nogal het een en ander aan u gedaan worden'

(hoofdstuk 5) Dit heeft tot functie om de spanning in het verhaal te houden.



Terugwijzingen:

"En plotseling wist hij weer waarvan. Het was de kleine, lastige vragenstteller op de feestelijke opening van deze nieuwe wonderschool." (hoofdstuk 2) Dit heeft een verklarende functie.



Functionele ruimtebeschrijvingen

De nieuwe school, het RIAGG gebouw, het ziekenhuis, deze worden allen als deprimerend beschreven, wat weer in verband staat met hoe Lodesteijn er zich in voelt. De grote tegenpool hierop is de stad Rome, waar Lodesteijn weer helemaal op adem komt.



De beschrijving van het weer is ook functioneel, omdat dit het gevoel van Lodesteijn in veel gevallen benadrukt. Het sociaal milieu waarin Lodesteijn zich bevindt is van groot belang in het verhaal. Door het christelijk milieu krijgt Lodesteijn veel aanvaringen met o.a. Janneke.



Belangrijke verhaal figuren

Lodesteijn: Round character, omdat hij een duidelijke ontwikkeling doormaakt, en helemaal uitgediept wordt.

Leraar oude talen op een prot.-chr. school in Vlaardingen, maar is zelf geen christen.

Is een tegenstander van de moderne cultuur, en het onderwijssysteem, kan daarom slecht met zijn collega's overweg.



Persijn: Flat character, omdat hij weinig wordt uitgediept en altijd op dezelfde manier reageert.

Rector op dezelfde school als Lodesteijn.

Houdt van orde en netheid, en stelt ook alles in het werk om dit te bereiken, bv. Als hij pijlen op de gang laat aanbrengen die de looprichting aangeven.



Janneke Schuyt: Flat character, omdat ze altijd op dezelfde manier reageert.

Streng christelijk, daarom krijgt Lodesteijn ook aanvaringen met haar, als hij bv. Het ochtend-gebed afraffeld.



Er is sprake van speaking names:

Alle namen van het schoolpersoneel eindigen op –ijn, alleen die van Lodesteijn eindigt op –eijn. Dit laat zien dat hij er wel bij hoort, maar toch een uitzondering vormt.



Contrasterend kunnen genoemd worden Lodesteijn en het andere personeel, omdat hij als enige tegen het schoolsysteem is en zijn standpunten. De functie hiervan is om de standpunten van Lodesteijn de nadruk te geven, HIJ denkt anders.



Motieven

Ziekte , leidmotief

Levensangst , thematisch component

De lelijkheid van de moderne architektuur, en de schoonheid van de oude, thematisch component

De schijnheiligheid van het moderne christendom, thematisch component

De onmenselijkheid van de gezondheidszorg, thematisch component



Thema

De moderne cultuur (christendom, architektuur, onderwijssysteem en gezondheidszorg) is onmenselijk en ziekmakend.



Titelverklaring

De titel verwijst naar het langzaam ziek worden van de hoofdpersoon: Lodesteijn. Tevens zit er ook een ironische lading in, omdat de eigennaam van de ziekte vaak verwijst naar de ontdekker ervan.



Perspectief

Het boek is in de personale enkelvoudige perspectief vorm geschreven, daardoor kan de schrijver heel goed de blik van de hoofdpersoon op de wereld beschrijven.



Begin en einde

Het boek begint op de wijze van "ab ovo", de lijdensweg van de leraar oude talen wikkelt zich zo het boek door af. Het boek eindigt met een gesloten eind: de leraar eindigt in de ZVUT, dit benadrukt weer het thema.



Stijl

Er is veel originele beeldspraak, normale zinslengtes, met voldoende afwisseling. De taal is normaal te begrijpen, dus in normale omgangstaal. Verder zijn er veel verwijzingen naar de Bijbel te vinden.



Visie van de schrijver

De visie van de schrijver op het leven is dat het slecht gesteld is met de moderne cultuur. In bepaalde opzichten ben ik het daar wel mee eens. Maar hij belicht heb vaak toch te negatief, de positieve kant laat hij vaak weg.



Enkele symbolen in het verhaal

Het Beloofd Land (H.1)- Verwijst naar de uittocht van het volk Israël. Hiermee wordt verwezen naar iets dat heel mooi moet wezen, maar je hebt het nog niet gezien, dus het kan ook tegenvallen.



De Opstanding (H.1)- Verwijst naar de opstanding van Jezus, nadat Hij aan een marteldood gestorven was. Hier wordt bedoeld dat Persijn een tijd lang is getrijterd, maar nu weer opnieuw gaat beginnen en het recht weer in eigen handen neemt.



Waarde oordeel

De thematiek is nog steeds actueel, is trouwens altijd actueel. Altijd zal er kritiek bestaan op het systeem. Zoals in dit boek wordt uitgebeeld.

Het toeval neemt in dit boek een zeer kleine tot geen rol in. Wat tot gevolg heeft dat het een verhaal is dat in het echt had kunnen gebeuren. De figuren zijn dan ook levensecht. De daden die de figuren doen worden ook voldoende gemotiveerd. De meesten hebben als leidraad de Bijbel en gedragen zich dan ook volgens die wetten.

Het boek begint met een inleiding waarin alles wordt beschreven en uitgelegt, dat zet wel aan om verder te lezen, maar echt spannend is het niet. Er zijn weinig vooruitwijzingen in het verhaal, maar de sfeerbeschrijving is wel heel uitgebreid. Er zijn verder geen verrassende ontknopingen in het boek te vinden, en er is weinig afwisseling in verloop van de tijd.

De opbouw is goed evenwichtig.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen