U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Yvonne Keuls - Jan Rap En Z’n Maat.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=445 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3255 woorden.

Bibliografie
Auteur Yvonne Keuls
Titel Jan Rap en z’n Maat
Ondertitel -
Verschenen in 1977
Aantal bladzijden 242
Leestijd 9.15 uur, verdeeld over 8 dagen
Uitgelezen op 27 december


Samenvatting
2. Verantwoording van de keuze

Ik heb inmiddels al twee andere boeken gelezen van Yvonne Keuls. Dit zijn ‘Het verrotte leven van Floortje Bloem’ en ‘De moeder van David S.’. Omdat ik deze boeken persoonlijk heel mooi vond, liep ik al langer met het idee rond om nog een boek van haar te gaan lezen. Ik zag het boek in de winkel en heb het toen gekocht en gelezen.

3. Verwachting vooraf

Omdat ik al 2 andere boeken heb gelezen van Yvonne Keuls en ook al een keer wat meer over de schrijfster heb gelezen, dacht ik dat waarschijnlijk dit boek ook over probleemjongeren zou gaan. Door de achterkaft van het boek te lezen, kwam ik erachter dat het over een opvangtehuis ging.

4. Eerste reactie achteraf

1 niet 2 een beetje 3 erg
Spannend X
Meeslepend X
Ontroerend X
Grappig X
Realistisch X
Fantasierijk X
Interessant X
Origineel X
Goed te begrijpen X

Dit werk heeft mij aan het denken gezet Ja
Ik heb iets aan dit werk gehad Ja

Dit werk spreekt me wel aan, omdat het zo geschreven is, zodat Yvonne Keuls ook de minder leuke dingen naar voren laat komen, waarvan ik zelf niet wist dat het zo erg was.

5. Uittreksel van het verhaal
5.1 Tijd en ruimte
Het verhaal speelt zich af tussen 1 december en 18 maart. Dit is heel duidelijk in het verhaal, omdat het eigenlijk een soort dagboek is. Het jaartal weet je niet precies. Wel weet je dat het nog niet zo lang is geleden.
Het verhaal speelt vooral af in het, net nieuw opgerichte, opvangtehuis voor jongeren in Den Haag. Ze gaan ook vaak met de jongeren naar een instelling.

5.2 Wijze van vertellen
Het is een dagboek, wat helemaal geschreven word door Yvonne Keuls zelf. Dat is namelijk ook 1 van de hulpverleners. Zij beschrijft precies hoe zij het ervaart en wat zij meemaakt. Het is dus een typische ik-verteller.

5.3 Spanning
De spanning in het verhaal is heel willekeurig verdeeld. Het is eigenlijk heel het verhaal wel spannend. Dit komt waarschijnlijk ook doordat het een waargebeurd verhaal is. Op het einde van het verhaal wordt het even wel heel spannend, omdat dat de beslissing valt of het tehuis dicht moet, of niet. Maar ook hoe Yvonne daar mee om zal gaan en hoe ze het zal gaan vertellen tegen Gemma.

5.4 Thema en motieven
Het thema van het verhaal is denk ik probleemjongeren. De motieven zijn bijvoorbeeld mishandeling, ruzie met ouders, drugs, zelfmoord.

5.5 Personages
De belangrijkste personage is Yvonne, zij is 1 van de13 hulpverleners en samen met de andere 12 richt zij het opvangtehuis op in Den Haag. Zij vertelt in dit boek precies wat zij beleeft en ervaart.
Nog een belangrijk personage is, denk ik, Gemma. Zij is één van de jongeren en zit er vrij lang. Zij heeft een duidelijk eigen wil. Yvonne is haar begeleidster en Gemma heeft het er heel moeilijk mee dat het huis zal gaan sluiten. Zij kan er namelijk altijd op terugvallen. Maar ook Yvonne heeft het er heel moeilijk mee. Zij twee krijgen een hele mooie band samen. Gemma bespreekt alles met Yvonne.

5.6 Titelverklaring
Als Gemma naar een intakegesprek voor groepstherapie gaat wordt haar gevraagd een formulier in te vullen. Een van de vragen is: “door wie bent u opgevoed?”. Hier antwoord zij met: “door Jan Rap en z’n Maat”.

5.7 Samenvatting van het verhaal
Bron: www.scholieren.com

Het boek gaat over een nieuw opgericht opvangtehuis voor jongeren (in Den Haag). Het pand bevat een huiskamer, keuken en enkele kamers voor de staf en twintig slaapkamers. Er zijn in totaal dertien hulpverleners waarvan Yvonne er een is.

Het verslag begint met de beschrijvingen van een aantal jongeren dat binnenkomt of aangemeld wordt. In totaal heeft de schrijfster eenentwintig jongeren met hun wel en wee beschreven. De eerste waar we over lezen is Joop. Hij ligt in het ziekenhuis na de tweede zelfmoordpoging. Yvonne gaat regelmatig op bezoek. Dan komt Janneke binnen. Ze is mishandeld door haar vriend Ben. Als Ben komt krijgen ze ruzie. Janneke is zwanger en wil abortus, maar Ben wil dat niet. Hij wil een huisje en gezinnetje. Nadat Janneke bij een arts van NVSH is geweest en Koen (hulpverlener) met Ben heeft gepraat gaan ze toch samen weg (na een ruzie met Koen).
Bij de volgende dienst blijken Gemma en Charrie te zijn gekomen. Gemma is een wat volkse meid met een tehuisachtergrond. Ze mag bij een hondentrimmer gaan wonen. Ze komt de volgende dag terug want deze blijkt er een bordeel op na te houden. Charrie is zestien en gevlucht uit een tehuis en bang voor de politie. Hij kan ’s nachts niet slapen. Hij denkt alleen aan zijn echte vader. Na twee dagen heeft Yvonne nachtdienst en hoort ze dat Lenny en Klaasje zijn gekomen. Klaasje blijkt gedwongen door zijn pleegmoeder, shag te hebben gegeten. Hij is door de kinderbescherming gebracht. Yvonne praat met hem en in dat gesprek vertelt ze wat meer over de hulpverleners. Lenny levert nogal wat problemen op. Ze is gevlucht uit een psychiatrische inrichting (drugs, zelfmoord). Een aantal stafleden vindt dat ze niet in het opvangcentrum kan blijven. Men durft nu niet bij vier “cliënten” met twee stafleden de nacht in.
N.a.v. de problemen wordt in een stafvergadering besloten dat Ina (hulpverlener) een week lang er alleen voor Lenny is. Nu horen we voor het eerst van Margriet (de huisdokter). Zij onderzoekt, behandeld en verwijst door naar specialisten en therapie. Pieter wordt binnengebracht, hij is 22 jaar, en steelt, zit onder de luizen. Hij blijkt een videorecorder gestolen te hebben en wil deze het tehuis binnensmokkelen. Ruud (hulpverlener) wil dat terugbrengen en zegt dat Pieter weg moet. Maar na twee vrije dagen van Yvonne is hij er nog. Gemma is van plan haar moeder te zoeken. De tehuisarts vindt haar en de moeder stemt toe. Ze zal na overleg met Yvonne, Gemma proberen over te halen om in therapie te gaan. Als Joop uit het ziekenhuis komt, komen er ook nieuwe bewoners. De ene is Ali, ze is zestien en weggelopen uit een kindertehuis en erg agressief. De ander is Derek, homo en een vreselijke zeur. Klaas heeft zelf een kindertehuis ervaring en weet soms erg goed zeer sarcastisch, de zaken te relativeren. Kan de cliënten ook goed rustig krijgen. Als Derek te veel klaagt en zeurt stelt hij duindoorntherapie voor. Dit komt erop neer dat Derek na de zoveelste klaagzang in de duindoorns wordt gegooid. Het helpt.
Na Yvonne’s vrije dag hoort ze dat Joop op kamers gaat en de verpleging in wil. En Derek als “boy” ergens anders gaat wonen. Eerste kerstdag komt Cor, zelfmoordpoging, a-sociaal gezin, is door de vriend van zijn moeder het huis uitgeslagen. Pakt de enige stoel en gebruikt dat als domein. Charrie krijgt in januari werk op een manege, maar moet dus vroeg op leren staan. Iedereen helpt. Yvonne wordt door een moeder gebeld Haar dochter Mia heeft al twee zelfmoordpogingen gedaan. Margriet verwijst haar door naar een crisiscentrum. Mia overlijdt, de moeder wordt hiervan telefonisch op de hoogte gesteld. Yvonne probeert het crisiscentrum te benaderen maar wordt afgewimpeld. Een legatie gaat vragen of de politie niet meer bij het tehuis wil surveilleren. Er raken hiervan nogal wat bewoners in paniek. Ook dit wordt afgewimpeld. Yvonne heeft moet oudjaar vrij. Als ze 1 januari komt blijkt er oudejaarsnacht veel uit de hand te zijn gelopen. De marmot van Klaasje is in een stuk kerstbal getrapt en gaat waarschijnlijk dood. Het lijkt dat dit ook weer trammelant op levert maar Yvonne en Klaas weten dat te sussen. Ondertussen is Derek weer terug en blijkt Cor flink wat speed te slikken. Hij valt op een nacht Tymen aan met een mes. Yvonne lost het samen met Derek en Gemma op. Klaas stuurt hem naar een afkickcentrum, hij doet dit op eigen houtje en dat levert weer wat onenigheid binnen de staf op. Men (de staf) heeft een plan “het wittehuizenplan” dit is begeleid wonen op kamers voor cliënten die weggaan in een pand met studenten van de sociale academie.
Er zijn twee nieuwe bewoners: Maaike en Laura, zusjes, incest. Maaike heeft een abortus gehad. Haar vriend komt maar ze is bang voor hem, hij is boos over de abortus i.v.m. zijn geloof. Laura wil eindexamen Havo doen. Het lukt niet zo snel, Koe vindt bij een lerares een kamer voor haar, voor de rust en bijles. Gemma gaat naar groepstherapie. Het is een emotioneel afscheid. Als Koen een pand kan huren voor het wittehuizenplan doet hij dat. Dit levert weer enige onenigheid op binnen de staf. Nico wordt door de maatschappelijkwerkster van zijn bedrijf gestuurd. Zijn moeder is overleden en zijn vader verwaarloost het gezin, ruzie. Er wordt in overleg met Release een poging gedaan om het gezin bij elkaar te krijgen met begeleiding. Het gesprek met Yvonne loopt uit de hand. Nico is erg agressief, ook naar andere hulpverleners toe. Lenny gaat volledig door het lint als ze wordt afgewezen in het bejaardencentrum. Gelukkig lukt het ergens anders wel.
Nieuw komen Hannes en Hanneke, zij is zeven maanden zwanger. Haar ouders waren te bemoeizuchtig, daarom is ze weggelopen. Hij is erg lief voor haar. En Edje, bijna zestien, steelt, gebruikt speed en is weggelopen uit een internaat. Als hij depri is gaat hij onder de douche. Omdat iedereen zich verveelt als ze geen baan hebben zegt Klaas dat er een dagprogramma moet komen. Yvonne regelt via de Haagse Comedy allerlei decorstukken en kleding om van alles te maken. Naar het witte huis gaan Joop, Lenny, Pieter, Ali en Klaasje onder supervisie van Koen. Lenny slikt veel valium, een doosje vol. Als ze na een bezoek aan haar moeder teveel pillen wil nemen, pakt Yvonne ze af en legt het doosje op de bank. Ze brengt Lenny naar boven en Joop neemt wat van de pillen. Gemma loopt weg van de kliniek, maar gaat naar vijf dagen weer terug. Derek gaat later beginnen met een opleiding ziekenverzorger, omdat hij op de baby van Hanneke wil wachten. Dat mag. Nieuwelingen: Arnold, zelfmoordpoging, door JAC verwezen. Derek papt met hem aan, maar Arnold gaat terug naar zijn vriend. Thomas. Thomas. Ouder in het buitenland en is verslaafd en kan naar afkickcentrum. En Louis, schijnt medicijnen voor iets te hebben gehad, maar wil niets zeggen. Hij gaat na speed gebruik totaal flippen. Hij blijkt epilepsie te hebben en krijgt van Margriet medicijnen. In het wittehuis gaat het niet goed. Klaasje en Lenny komen tijdelijk terug in het opvangtehuis. Koen stort in en Mieke neemt het van hem over. Hanneke bevalt van een dochter, Merel. Louis draait volledig door. Blijkt ook zijn medicijnen niet te slikken. Hij wordt opgenomen in het crisiscentrum, slaat alles kort en klein en gaat dan naar een kliniek.

Na vijftien weken besluiten ze in een stafvergadering dat het zo niet verder kan. Ze besluiten eerst een week dicht te gaan, doelstellingen te formuleren en een Opvang en geen Behandeling of Crisiscentrum te zijn. Het boek eindigt met de sluiting en de opvang van Gemma door Yvonne. Gemma is namelijk erg boos en teleurgesteld.



6. Verwerkingsopdrachten
6.1 Opdracht 30
Beschrijf een fictief interview dat je houdt met een hoofdpersoon naar aanleiding van een cruciale gebeurtenis uit het boek.

1. Wat is uw naam en wat is uw rol in het boek?
Ik ben Yvonne Keuls en ben 1 van de begeleiders in het boek.
2. Ga je je aan de personen in het opvanghuis hechten?
Ja, ik ben me enorm gaan hechten aan Gemma, omdat zij ook altijd met haar problemen bij mij kwam en ik haar enorm heb geholpen.
3. Hoe ben je in dit opvanghuis terechtgekomen?
Ik kende Ina van te voren al, zij heeft mij gevraagd om ook hulpverlener te worden in het opvanghuis.
4. Dat je je aan Gemma bent gaan hechten, heeft dat ook betrekking tot je naarste gebeurtenis? En wat is je vervelendste gebeurtenis dan?
Ja, zeker weten. Omdat je je helemaal in haar bent gaan verdiepen, leef je ook meer met haar mee. Mijn vervelendste moment in het opvangtehuis was dan ook om haar te moeten vertellen dat het tehuis was gesloten.
De leukste gebeurtenis was toch wel, iedere keer weer, als ik alle “cliënten” bij elkaar zo veel lol zie hebben, bijvoorbeeld toen we met z’n allen naar het circus gingen.
5. Als er weer een soortgelijk opvangtehuis zou komen, zou je er dan weer gaan werken? En waarom?
Ik den kinderdaad dat ik het dan weer zou doen, omdat het gewoon heel leuk is, om te doen, ook omdat je altijd wel resultaat boekt. Je ziet dat kinderen hun leven beteren.
En ik denk ook dat ik misschien met mijn ervaring in dit jaar de mensen daar kan helpen, hoe ze zo slim mogelijk een opvangtehuis als dit opzetten.

Bedankt voor dit interview en nog veel succes verder.
Graag gedaan.


6.2 Opdracht 39
Zoek informatie over de biografie van de auteur en geef aan wat volgens jou de relatie is diens biografie en het gelezen werk.

Overzicht van het werk van Yvonne Keuls
Bron: Yvonne Keuls Actuele onderwerpen no. 2114 2-5-86

Proza
1975 De toestand bij ons thuis
1975 Groetjes van huis tot huis
1976 Van huis uit
1977 Jan Rap en z’n maat
1979 Keuls potje
1980 De moeder van David S., geb. 3 juli 1959
1980 Keulsiefjes
1982 Het verrotte leven van Floortje Bloem
1983 Negenennegentig keer Yvonne Keuls: verhalen
1983 Achtennegentig keer Yvonne Keuls
1983 Waar is mijn toddeltje (kinderboek)
1984 De hangmat van Miepie Papoen (kinderboek)
1985 Het welles nietes boek (kinderboek)
1985 Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel

Toneel
1965 Kleine muizen
1970 Strippen
1970 Over lijken
1970 Jam
1965 Foei toch, Frances
1968 Thee voor belabberder
1968 Kattenstad
1968 Strategisch goed
1968 De spullen van de Turkse staat
1981 Vertel me iets nieuws over de regenwormen

Televisie
1966 Kleine muizen
1967 Onbegonnen werk
1968 Vertel me iets nieuws over de regenwormen
1969 De boeken der kleine zielen (Louis Couperus)
1975 Klaaglied om Agnes (Marnix Gijsen)
1975 De koperen tuin (Simon Vestdijk)
1982 De moeder van David S.


Landelijke bekendheid kreeg ze toen ze voor de NCRV het tv-scenario schreef (10 afleveringen van 70 minuten, de lengte van 8 speelfilms!) van ‘De boeken der kleine zielen’ van Louis Couperus, dat in 69/70 met groot succes werd uitgezonden. Voor dezelfde omroep bewerkte ze ook Simon Vestdijks ‘De koperen tuin’ en ‘Klaaglied om Agnes’ van Marnix Gijsen. Het gevolg hiervan was dat ze door veel middelbare scholen werd uitgenodigd lezingen over deze schrijvers te komen houden. ‘Ik kwam vertellen over een wereld die zij niet kenden, maar ik kende hun wereld niet.’ Ook nu was haar contact met de schooljeugd ongedwongen, meer een groepsgebeuren, waarbij ze de kinderen betrok en vele jongeren kwamen na afloop naar haar toe om over zichzelf dingen te vertellen, en dat waren niet zelden zeer schrijnende persoonlijke moeilijkheden. Daar kwam bij dat ze ook thuis, via haar kinderen, die hun vrienden en vriendinnen mee naar huis namen, menigmaal in aanraking kwam met jongeren in de problemen, die ze probeerde te helpen en als ze van huis waren weggelopen zelfs onderdag verschafte. Zo kwam ze ook voor het eerst in aanraking met drugs.

Zovele kinderen in ernstige moeilijkheden, ze trok het zich zeer aan. Langzaam kwam het besef dat ze, ver weg van de wereld, toch bezig was met ‘papieren mensen’. De èchte mensen, besefte ze, zitten niet in boeken, die lopen op straat.
‘Ik was algemeen geaccepteerd op mijn eigen kwaliteiten ik had bewezen dat ik goed tv-series aan kon, ik kreeg banen aangeboden, alles ging geweldig goed en juist op dat moment kwam de onvrede. Ik vond dat ik niet goed bezig was. Had het gevoel dat ik één grote door mij zelf geschapen papieren muts aan het worden was. Ik was 41, had succes en bevond mij in een totale crisis. Ik ben met alles wat ik deed van het ene ogenblik op het andere opgehouden, en heb 2,5 jaar niet meer geschreven. Ik wilde niet van papier worden. Door al die ellende die ik van de kinderen had gehoord, wilde ik de praktijk in.’
Ze heeft toen mee een opvangtehuis voor jongeren in Den Haag opgericht. ‘Toen is er iets met me gebeurd, waardoor ik alle ervaringen met schrijven kon gaan gebruiken in mijn strijd tegen onrecht. Het heeft een volstrekte omslag in mijn leven betekend.’
Op basis van haar dagelijkse aantekeningen over wat in dat tehuis gebeurde (het bleken bijna 1100 pagina’s te zijn), schreef ze het boek ‘Jan Rap en z’n maat’, dat in 1977 verscheen, de eerste roman (later door haar zelf voor toneel bewerkt) in de serie over zogeheten ‘probleemjeugd’. Het opvangtehuis werd opgeheven wegens financiële moeilijkheden, maar sommige van de jongeren die ze er had leren kennen, bleven haar opzoeken. Velen waren aan drugs verslaafd. Via deze kinderen kwam ze in aanraking met hun ouders en zo zag ze de funeste invloed, die een aan drugs verslaafd kind in een gezin kan uitoefenen. Zo kwam ze tot oprichting van een praatgroep voor ouders van drugsverslaafde kinderen, die ze jaren heeft geleid. Het was zwaar werk, een verschrikkelijke belasting en ze heeft in die jaren ’70 wel een paar stelregels voor zichzelf opgesteld. De eerste was: met zomin mogelijk inspanning van mezelf ànderen tot de grootst mogelijke inspanning voor zichzelf brengen. Die ánder moet de instanties af, niet ik. Door schade en schande wijs geworden, werd haar tweede stelregel: alles terugbrengen tot mezelf. Ik vraag me dan af: wat voel ik, wat wil ik, wat kan ik. ‘Ik was zo langzamerhand niet meer van mijn stuk te krijgen’, zegt ze, ‘al gebeurden de ergste dingen. Als ik het niet aan kon, hield ik er mee op. Gezond egoïsme, daar houdt een mens het leven bij.’ Uit haar ervaringen in die oudergroep ontstond ‘De moeder van David S.’
Ook in de serie over jeugd-in-de-problemen ontstond ook ‘Het verrotte leven van Floortje Bloem’ en ‘Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel.’

De relatie tussen de biografie van de schrijfster is volgens mij, dat ze alles zelf heeft mee gemaakt in de praktijk. Dat is vrij duidelijk na het lezen van haar biografie. Dat blijkt ook in al haar boeken. Want ze weet er veel van.

6.3 Opdracht 43
Vergelijk twee (of meer) werken van een auteur (in hetzelfde of in verschillende genres) over hetzelfde thema en vermeld opvallende overeenkomsten en verschillen.

Hier zou ik graag ‘Het verrotte leven van Floortje Bloem’ en ‘De moeder van David S.’ met ‘Jan Rap en z’n maat’ willen vergelijken.

Ik denk dat hier alleen maar overeenkomsten zijn te noemen. Het zijn alledrie boeken over probleemkinderen, wat Yvonne Keuls heel mooi weet te beschrijven. Iedere keer weer fascinerend!

Wat mij ook opvalt is dat in ieder boek dezelfde soort tekeningen staan. Na hier wat meer te lezen over Yvonne Keuls is dit niet echt vreemd, want de tekeningen zijn steeds opnieuw getekend door de dochter van Yvonne, Claudette Keuls.

Wat ook nog opvalt is dat Yvonne in geen ieder boek de misstappen van haar of van instanties niet vermeld. Hierdoor is het zeker zo geloofwaardig, en dat is het ook.

7. Het eindoordeel

Het onderwerp vind ik zelf heel mooi gekozen, het is namelijk de werkelijkheid. Juist ook omdat het heel herkenbaar in mijn eigen belevingswereld is. Ik heb zelf wel eens over het onderwerp nagedacht, maar wat ik niet wist was dat de sociale instanties, die er zijn om zulke mensen te helpen, vaak zo falen. Dit wist ik niet en hier heb ik ook nooit bij nagedacht. Het onderwerp werd heel mooi ‘uitgelegd’. Niet te oppervlakkig.

De gebeurtenissen waren, denk ik, in dit boek minder belangrijk, dan de gevoelens en gedachten van de personen die er in voor kwamen. De gebeurtenissen, ide er in voor kwamen, vond ik wel steeds weer verrassend.

De personen kwamen heel levensecht over, maar het is ook levensecht, het is een waargebeurd verhaal.

De opbouw vond ik precies goed, ik kon het boek ook vlot lezen. De afloop vond ik juist verrassend, ik zelf had verwacht dat Gemma anders zou gaan reageren.

Ik vond het taalgebruik precies goed. Stond er een keer een woord in dat ik niet helemaal begreep dan werd dan meteen uitgelegd, omdat de ik-persoon (Yvonne) het dan zelf ook niet snapte.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen