U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Lévi Weemoedt - De Ziekte Van Lodesteijn.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2299 en is laatst upgedate op 03/08/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1660 woorden.

Auteur

Lévi Weemoedt



Titel

De ziekte van Lodesteijn



1e druk

1984



Indeling

7 hoofdstukken met Romeinse cijfers aangegeven



Opdracht

Opgedragen aan Karin en Oscar



Geleding

Het verhaal is opgedeeld in zeven genummerde hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk gaat het over de opening van de nieuwe school. Hoofdstuk II t/m IV staan in het teken van de conflicten met de schoolleiding. Hoofdstuk V gaat over de medische onderzoeken die Lodesteijn moet ondergaan. In hoofdstuk VI is hij op vakantie in Rome. In hoofdstuk VII wordt Lodesteijn ontslagen.



Fabel

De school waar Lodesteijn jarenlang heeft gegeven gaat verhuizen naar een nieuw gebouw, omdathet oude houten gebouwtje sterk veroudert is. Tijdens de opening van de school houdt Lodesteijn nog een boeiende (en lachwekkende) toespraak, waaruit blijkt dat hij die hele school niet ziet zitten (leerlingen zullen toch wel door de grond zakken, saaie kleuren). Tijdens de lessen neemt Lodesteijn het niet zo nauw met de schoolregels. Hij vult geen absentenbriefjes in, dwaalt van de onderwerpen af, e.d. Persijn, de rector die van totale orde op school droomt, vindt dat de leraren zich net zo 'slecht' gedragen als op de oude school: kletsen op de gangen etc. Hij neemt nieuwe maatregelen waardoor het weer wat rustiger wordt. Een tijdje later heeft Lodesteijn een baal-dag: het begint al met (wel 3 minuten) te laat komen. Ook blijkt in de pauze dat hij al enkele weken zijn postvakje niet leeg heeft gemaakt, omdat hij niet wist dat hij moest surveilleren. Persijn is er als de kippen bij om Lodesteijn erop aan te spreken. Enkele dagen later schrijft Lodesteijn een stukje in de krant waarin hij het hele ondewijssysteem belachelijk maakt. Persijn zegt daar voor de verandering niets over, maar als hij die week een repetitie Latijn aan de brugklas geeft, waarin hij heel somber over het leven praat, en een 'godslasterende' dagopening geeft, nodigt Persijn hem wel uit voor een gesprek. Bij een bezoek aan de V&D valt Lodesteijn flauw. De dokter wijst hem door naar een specialist die bij Lodesteijn een diepgaand onderzoek wil doen. Op een gegeven moment wordt alles hem teveel en stopt hij met het onderzoek. Dan gaat hij met vakantie naar Rome. Daar geniet hij volop van de prachtige bouwwerken en het lekkere weer: hij voelt zich weer helemaal de oude. Maar thuisgekomen blijkt dat hij niet echt meer welkom is op school: hij was niet eens meer ingeroosterd, omdat ze dachten dat hij echt ziek was omdat het onderzoek stopgezet is. Lodesteijn kan er nu niet meer tegen, en meldt zich de volgende dag ziek. Een secretaresse vertelt hem dat hij met een doktersbewijs gewoon weer aan de slag kan. Lodesteijn gaat naar de RIAGG. Maar als hij bij het gebouw van de RIAGG aankomt blijkt het in precies dezelfde stijl gebouwd te zijn als de school en hij maakt rechtsomkeert. Een week voor kerst krijgt hij een briefje van de schoolleiding dat hij ontslagen is. Hij komt dan in de ZVUT (zeer vervroegde uittreding). Hij wil niets anders meer dan wegzinken in de klassieke wereld, "ongeregistreerd, en zo gezond als een vis".



Hoogtepunten

· Zijn vakantie in Rome, waar hij zich weer zo gezond als een vis ging voelen. ·

Ook het eind is eigenlijk een hoogtepunt. Hoewel Lodesteijn voor de maarschappij afgeschreven en onbruikbaar is geworden, is hij gelukkig in zijn eigen wereld. Hij is blij met oude literatuur, zijn kaart van Rome, zijn gedachten en af en toe een reisje naar Rome.



Dieptepunten

· De verhuizing van het oude naar het nieuwe gebouw ·

Het lesgeven op die nieuwe school bestaat grotendeels uit kleine dieptepuntjes ·

Het opgeven van het onderzoek ·

Het feit dat van hem verwacht werd dat hij niet weer terug zou komen op school na de vakantie. ·

Het ontslag



Breekpunt

Het moment dat hij gaat lesgeven op de nieuwe school. Vanaf dat moment gaat alles fout.



Slot

Dit boek heeft geen open einde, het is een gesloten einde. Het verhaal dat gaat over het begin, het verloop en de gevolgen van de "ziekte van Lodesteijn" wordt beschreven, en na het verwachte ontslag en de gevolgen daarvan is het verhaal ook echt afgelopen.



Thema

Een intelligent, weldenkend mens kan zich niet handhaven in de burocratische, verpeste toestand van de tegenwoordige maatschappij in het algemeen, en de moderne middelbare school in het bijzonder.



Motieven

Beginmotief

De verhuizing.



Verhaalmotieven ·

De 'moderne' lelijke kleuren en vormgeving. ·

De drang naar orde van Persijn. ·

De klassieke werken, vooral van Herodotus. ·

Die schijnheilige christelijkheid van Janneke en Griffijn.



Algemene motieven

- De schoonheid van klassieke schrijvers.

- De schoonheid van de stad Rome Ziekte.

- De verpeste moderne wereld.

- De vreemde gang van zaken in de medische wereld,.

- De schijnheilige Christelijke wereld.



Titelverklaring

De titel verwijst naar de 'ziekte' die de hoofdpersoon schijnt te hebben. Het is een beetje ironisch omdat doordat een naam bij een ziekte vaak wordt gebruikt om diegene die het ontdekt heeft aan te geven: bijv. Ziekte van Parkinson. Na het lezen van het boek kom je erachter dat de titel zelf ook erg krom is, omdat eigenlijk de rest van 'de wereld' ziek is, en niet Lodesteijn, die als enige zichzelf probeert te blijven.



Idee

Het is moeilijk om vanr Lévi Weemoedt (pseudoniem van Isaäck van Wijk) een idee te vinden, omdat hij nog maar erg weinig romans geschreven heeft. Wel een aantal verhalen en wat Poëzie. Het lijkt in ieder geval, naar de titels en korte inhoud van enkele van zijn werk te hebben gekeken dat hij de huidige maarschappij afkeurt, en dat hij van melancholie houdt.



Vertelstandpunt

Het verhaal wordt 'personaal' verteld: de verteller stelt Lodesteijn voor. Het is in de verleden tijd geschreven. Een paar kleine gedeelten zijn vanuit het auktoriële vertelstandpunt geschreven.



Beginpunt

Het verhaal begint op het moment dat de hele schoolbevolking net is verhuisd naar het nieuwe gebouw en dat Lodesteijn in het oude gebouw herinneringen aan de goede oude tijd staat op te halen.



Chronologie

Het wordt chronologisch verteld, alleen worden de gedachten aan het verleden af en toe even beschreven, zoals in het begin, waat Lodesteijn over de verhuizing verteld.



Verteltijd en Vertelde tijd

In 124 bladzijden verteld Weemoedt ongeveer een tijdsverloop van anderhalf jaar. Op de laatste bladzijde wordt nog eens een paar jaar beschreven. Hoofdstuk I t/m V spelen zich af in het eerste schooljaar in de nieuwe school. Hoofdstuk VI in de grote vakantie, Hoofdstuk VII in het nieuwe schooljaar, tot de kerstvakantie.



Tijdssprongen en tijdsverdichtingen

Er worden dus geen tijdssprongen gemaakt, en de laatste alinea's vormen dus een tijdsverdichting: er worden in een paar alinea's enkele jaren beschreven.



Ruimte

Het grootste gedeelte van de tijd wordt doorgebracht in het angstaanjagende nieuwe schoolgebouw van een protestants-christelijke scholengemeenschap in Vlaardingen. Alles in die gemeente is grauw, somber en deprimerend: het oude schooltje (vervallen en verlaten), het ziekenhuis (druk, saai, lang wachten), het RIAGG gebouw (zelfde 'moderne' vormgeving als de nieuwe school). Dat staat in schril contrast met de verademing van het zonnige, schone en mooie Rome.



Verhaalfiguren

In het verhaal is Lodesteijn de enige Round Character: hij heeft een boeiende persoonlijkheid, meerdere speciale eigenschappen, je leert hem al lezende kennen. In het begin komt hij naar voren als een prettig gestoord figuur, die het saaie leven op school voor de leerlingen wat opvrolijkt. Hij neemt het niet zo nauw met de schoolregels, tot ergernis van zijn collega's. Maar later blijkt dat hij de enige normale persoon is, en de rest niet gewoon is. Lodesteijn, de weldenkende mens, houdt zich aan zijn principes, en doet gewoon gewoon, waardoor de wereld langzamerhand steeds donkerder en grauwer wordt. Dat probeert hij op te vangen door aan de klassieke tijd te denken, waar mensen gewoon zichzelf konden zijn. Ook lijkt hij last te krijgen van ruimtevrees, hij huiverde bij de ruime school met al die inkijk.



De rest van de mensen die in het boek voorkomen zijn echt typen: ·

Rector Persijn, een dictatoriale heerser, aan wie iedereen en alles moet gehoorzamen. Hij wil totale orde, maar zijn pogingen tot ordehouding zorgde in het oude schooltje juist voor het tegenovergestelde effect. Daarom wilde hij zo graag dat nieuwe gebouw. ·

Dominee Belijn, de domme hond, schijnt nauwelijks een eigen mening te hebben: loopt wat achter Persijn aan. ·

Natuurkundeleraar Griffijn, een erg gelovig persoon, die eigenlijk liever mensen bekeert dan lesgeeft, maar Persijn durft er niets over te zeggen omdat Belijn dat niet op prijs zou stellen. ·

Conciërge Bastijn, een echt conciërge, die man die er is als het nodig is, maar op een eigen wil heeft als het aankomt op openingstijden van de school. ·

Leerlinge Janneke Schuyt, het streng gelovige meisje dat klaagt als de dagopening te kort is.



Auteur

Lévi weemoedt (pseudoniem van Isaäck van Wijk) werd in 1948 in Vlaardingen geboren. Na zijn studie Nederlands gaf hij van 1971 to 1984 les op een scholengemeenschap in Vlaardingen. Hij werkte mee aan het studentenblad Propria Cures en aan een aantal radio- en televisieprogramma's. Daarnaast publiceerde hij gedichten en verhalen in kranten en tijdschriften. Ook trad hij negen jaar lang op met cabaretier en schrijver Hans Dorrestijn. In de verhalen en de poëzie van Lévi Weemoedt zijn melancholie en doodsverlangen belangrijke thema's, vaak met een satirische ondertoon. In 1982 werd zijn poëzie gebundeld in 'Van harte beterschap' en in 1996 verscheen Zondagskind, een keuze uit meer dan 100 verhalen die hij de afgelopen 20 jaar schreef.



Stroming en Genre

Genre is dus duidelijk, naast gedichten en verhalen, romans, maar dan ironische romans.



Kenmerkend taalgebruik

Zijn taalgebruik is duidelijk herkenbaar: Alles is eenvoudig en duidelijk geschreven, met een prettige leesbare stijl, en uit vrijwel alles stijgt een geur van subtiele humor op. Ook zijn er stukken Grieks/Latijn gewoon in de tekst gelaten, en worden soms niet of slechts ten dele vertaald. Dat is grappig, en heel anders dan bij veel andere schijvers. Ook wordt er met dagelijks taalgebruik veel in de maatschappij gebruikelijke dingen belachelijk gemaakt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen