U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Lévi Weemoedt - De Ziekte Van Lodesteijn.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2298 en is laatst upgedate op 01/09/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1876 woorden.

Titel

De Ziekte Van Lodesteijn



Uitgeverij

Pandora, Amsterdam



Eerste druk

1986



Aantal pagina's

127



Het Onderwerp

In dit boek komt veel psychologie voor, over hoe personen in iemands leven hem/haar letterlijk ziek kunnen maken. In dit geval is dat een leraar door een schoolhoofd. Vooral in de dialogen wordt dat goed duidelijk gemaakt, want je kan goed merken dat de leraar (Lodesteijn) het schoolhoofd steeds meer zat wordt, tot hij op het eind ook daadwerkelijk kwaad wordt (wat natuurlijk niet erg goed voor zijn carrière is). De dialogen tussen Lodesteijn en het schoolhoofd (Persijn) zijn zo natuurlijk beschreven, dat ze in het echt ook zo gegaan zouden kunnen zijn. Dat maakt het boek tot een goede roman.



De Gebeurtenissen

De belangrijkste gebeurtenis in dit boek zijn de conflicten tussen Lodesteijn en Persijn, die steeds vaker voorkomen, dit heeft vaak de stomste en lulligste redenen; Lodesteijn raakt tijdens zijn les van het onderwerp af en begint over iets anders te vertellen, wat op zich veel interessanter is en de les doet opleven, of Lodesteijn heeft zijn fiets ergens neergezet, waar het sinds kort niet meer mag, terwijl hij zijn fiets daar al jaren neerzet. Een andere belangrijke gebeurtenis is dat Lodesteijn zich niet lekker voelt en naar het ziekenhuis moet gaan voor onderzoek. Maar omdat ze daar niets kunnen vinden wordt hij steeds doorverwezen naar een ander ziekenhuis, dat telkens ergens anders gespecialiseerd in is. Het feit is echter (en dat kom je op het eind ook te weten) dat juist die ziekenhuizen Lodesteijn ziek maken.



Bouw

Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld. Er zitten nauwelijks flashbacks in. Het boek bestaat eigenlijk uit twee delen, namelijk de conflicten tussen Lodesteijn en Persijn (wat heel het boek doorloopt), en de ziekte van Lodesteijn (eigenlijk is dit het gevolg van het eerste deel)



Het Taalgebruik

Het taalgebruik was niet echt overdreven moeilijk, maar er zaten natuurlijk wel een paar moeilijke woorden in (wat je in elke roman wel hebt). Verder werden de gedachtes van Lodesteijn veel beschreven, wat je een goed beeld geeft van hoe hij over de situatie(s) denkt. Ik denk dat dat ook wel nodig is, omdat je de dialogen dan beter begrijpt. Grappig is, dat alle (achter)namen op -ijn eindigen (Lodesteijn, Persijn, Belijn, Zuverijn), ik weet niet precies waarom de auteur dat heeft gedaan, maar het valt wel gelijk op.

Ik vond het een leuk boek om te lezen en mijn cijfer zou een 7 zijn, omdat het toch wel wat langer zou kunnen zijn en er af en toe teveel aandacht wordt besteed aan de beschrijving van de omgeving, dat haalt je uit het boek, vind ik.



Samenvatting

De school waar Lodesteijn lesgeeft gaat verhuizen naar een nieuw gebouw, omdat het oude houten gebouwtje sterk verouderd was. Tijdens de les liepen de ratten door het lokaal en soms zakte er een leerling door de vloer. Lodesteijn bleef tot het laatste ogenblik in zijn oude lokaal zitten en herinneringen ophalen, want meehelpen met verhuizen wilde hij niet. Hij dacht aan de ratten die soms door het lokaaltje liepen. "Die ratten gaven de leerlingen veel vermaak en ook veel troost. Want hoewel de diertjes de hele dag op school zaten en praktisch alle klassen doorlopen hadden, kenden ze nooit hun lessen". Ook moest hij weer terugdenken aan het moment dat de rector, Persijn, eens op het schoolplein onder enorme berg kinderen terecht kwam. Hij gaf het oude gebouwtje de schuld van dit voorval en wilde zo snel mogelijk dat er een nieuwe school kwam.

Tijdens de feestelijke opening van de nieuwe school wordt door de architect uitgelegd hoe het gebouw in elkaar zit en wat alle kleuren betekenen. Ook Lodesteijn wil zijn zegje doen, en begint een uitzonderlijke speech te houden. Hij haalt hierbij fel uit naar het nieuwe gebouw, en naar de 'afgezaagde' wc-deuren die veel te veel van je privacy verloren laten gaan. Hij acht de kans dat een leerling in het nieuwe gebouw door drie betonnen vloeren heen zakt even groot als de kans dat in het oude gebouwtje een leerling door de vloer zakt. Aangezien dit geregeld gebeurde, maakt hij zich daar blijkbaar nogal zorgen over. Ook vindt hij dat door al dat beton en glas de leerlingen niet genoeg geconcentreerd kunnen blijven en de verveling snel zal toeslaan. Hij wordt haastig (maar te laat) afgebroken door Persijn.



Tijdens zijn lessen neemt Lodesteijn het niet zo nauw met de schoolregels. Hij dwaalt telkens van zijn onderwerpen af en vertelt leuke verhalen, net zoals hij in het oude gebouwtje altijd lesgaf. Persijn ergert zich dood aan het feit dat alle leraren zich precies hetzelfde gedragen als ze dat in het oude gebouwtje deden. Dat wil zeggen veel op de gangen lopen en met elkaar kletsen. De nieuwe school is totaal niet wat hij ervan verwacht had. Hij besluit daarom nieuwe maatregelen te nemen, waardoor het weer wat rustiger wordt op de gangen. Verder blijft hij vooral Lodesteijn scherp in de gaten houden. Maar Lodesteijn heeft dat in de gaten en wordt extra voorzichtig.

Als Lodesteijn een keer te laat op school komt is het gelijk raak. Hij zet zijn fiets tegen het hek en sprint naar binnen, maar Persijn staat hem al op te wachten. Gelukkig gebeurt er niets en kan hij naar zijn les gaan. Maar 's middags krijgt hij weer bezoek van Persijn. Het blijkt dat Lodesteijn op vrijdag surveillant A is en samen met de surveillanten B en C de gangen moet controleren op eventuele uitspattingen van geweld. Lodesteijn laat Persijn weten hoe belachelijk hij dat vindt, maar Persijn is daar niet van onder de indruk. Als Lodesteijn 's middags naar huis wil gaan, bemerkt hij dat zijn fiets niet meer tegen het hek staat. Hij komt erachter dat Persijn alle fietsen daar heeft weg laten halen en beneden in het stookhok aan de ketting heeft gelegd, omdat ze het bouwverkeer hinderden.

Uiteindelijk schrijft Lodesteijn ook nog eens een stukje in de krant waarin hij het hele onderwijssysteem belachelijk maakt. Zijn collega's kijken hem nu helemaal niet meer aan voor zover ze dat nog deden. Persijn weet niet wat hij hierop moet zeggen en houdt dus maar wijselijk zijn mond, tijdelijk. Want als Lodesteijn de brugklas een vertaaltekst geeft waarin hij heel somber over het leven schrijft en een meisje uit zijn klas heeft geklaagd over een te korte dagopening zijn de poppen weer aan het dansen.

Bij een bezoek aan V&D valt Lodesteijn flauw en komt met zijn hoofd in de pennenbakken terecht. De dokter verwijst hem direct door naar een specialist om diepgaand onderzoek te laten doen. Hij wordt maandenlang onderzocht door alle mogelijke specialisten. Ze moeten werkelijk alles van hem weten. Tot op het moment dat hij het zat wordt, en het apparaatje dat zijn hartkloppingen registreert losrukt en in de hoek gooit. Het is hem allemaal teveel geworden, hij zit in een hoekje en huilt als een kind.

Als hij weer naar de specialist gaat en vertelt wat hij gedaan heeft, weet de specialist dat hij wel echt ziek moet zijn. Maar als de uitslag komt blijkt dat er niets met hem aan de hand is. Toch zeggen de dokters hem na de zomervakantie terug te komen.

Tijdens zijn vakantie in Rome voelt Lodesteijn zich op en top. Aanvankelijk was hij van plan te gaan schrijven tijdens zijn verblijf in Rome, maar hij vindt dat hij moet genieten van zijn geliefde stad. Na zijn vakantie gaat hij uitgerust en vol goede moed weer naar zijn werk. Hij merkt echter al snel dat hij niet meer welkom is. Persijn vertelt hem dat ze eigenlijk niet meer verwacht hadden dat hij nog terug zou komen. Omdat hij zijn onderzoeken eigenhandig stop heeft gezet, geeft dit voor Persijn het bewijs dat hij werkelijk ziek is. Lodesteijn meldt zich de daarop volgende dagen ziek, en voelt zich steeds ongelukkiger en minder zeker. Dan wordt hij gebeld door de secretaresse van het bestuur, die hem zegt dat hij alleen maar een briefje van de dokter nodig heeft waarin hij gezond wordt verklaard. Er is immers niets met hem aan de hand. Ze geeft hem een adres van een bevriende dokter, waar hij de volgende dag meteen naar toegaat. Deze dokter weet hem over te halen naar het RIAGG te gaan. Zodra Lodesteijn echter bij het RIAGG aankomt, ziet hij dat het net zo'n soort gebouw is als het nieuwe schoolgebouw en maakt hij rechtsomkeert naar huis.

Een week voor kerst krijgt Lodesteijn een briefje met daarop zijn afkeuring. Hij belandt nu in de ZVUT (Zeer Vervroegde UitTreding). Hij wil niets liever meer dan wegzinken in de klassieke wereld, "ongeregistreerd en zo gezond als een vis."



Titel, ondertitel en motto

De titel slaat op één van de twee belangrijkste gebeurtenissen in het boek. Het legt uit dat je niet perse een virus of bacterie nodig hebt om ziek te zijn of om je ziek te voelen, zoals dat bij Lodesteijn het geval was. Er is geen ondertitel, noch een motto.



Genre

Het genre is (in grote lijnen) een roman, meer gedetailleerd zou ik zeggen dat het een humoristische roman is.



Thema en motief

Het boek bevat twee thema's: De situatie van Lodesteijn en de andere leraren op zijn school, Lodesteijn kan eigenlijk met niemand daar opschieten, behalve met (sommige van) zijn leerlingen. Terwijl de leraren onderling toch wel redelijk goed met elkaar overweg kunnen, maar als je dat zo leest, is dat nou ook niet bepaald op een boeiende manier, meer saai. Het toppunt met wie Lodesteijn niet overweg kan is het schoolhoofd Persijn, hij moet Lodesteijn in het bijzonder hebben, waarop Lodesteijn natuurlijk niet vriendelijk reageert, maar het wel zoveel mogelijk 'achter zijn woorden' probeert te houden.

Het tweede thema is de ziekte van Lodesteijn en alles wat er omheen draait. Persijn en de andere leraren hebben natuurlijk een grote rol gespeeld in dit proces.

Het belangrijkste motief van het boek is dat je ziek kan worden door jezelf, namelijk doordat je gaat denken dat je ziek bent. Dit verhaal is daar een voorbeeld van; Lodesteijn valt flauw in de V & D en moet vervolgens naar de huisarts, die hem doorstuurt naar het ziekenhuis, waarna hij vervolgens weer wordt doorgestuurd naar gespecialiseerde ziekenhuizen enzovoorts. Wat de meeste mensen (in de ziekenhuizen) echter niet begrijpen, is dat Lodesteijn juist door de onderzoeken gaat denken dat er wat mis met hem is en zich zo alsmaar ellendiger gaat voelen, zelfs zo erg dat hij op een bepaald moment gewoon even gek wordt en gaat huilen.



Personages

Lodesteijn: Lodesteijn is de hoofdpersoon. Hij wordt door de auteur altijd bij zijn achternaam genoemd. Lodesteijn is iemand die veel nadenkt over van alles en zich interesseert voor Griekse mythologie. Je kan ook in zijn gesprekken zien dat zijn woordenschat groot is, door het taalgebruik die hij gebruikt. Hij is ook echt een persoon die graag schrijft.

Persijn: Echt een zeikerig type. Persijn is een zeer net en geordend persoon, die zich aan de kleinste dingen kan ergeren. Omdat Lodesteijn precies hieraan voldoet, moet Persijn hem altijd hebben.

Belijn en Zuverijn: De 'hulpjes' van Persijn. Ze zijn het altijd met hem eens, en hebben niet echt een eigen mening. Daarom kom je ook niet veel te weten over hun. Dit zijn beide bijfiguren.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen