U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thomas Rosenboom - Publieke Werken.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=443 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2462 woorden.

Bibliografie
Auteur: Thomas Rosenboom
Titel: Publieke werken
Ondertitel: -
Verschenen in: 1999
Aantal blz.: 488
Leestijd: 6 uur
Uitgelezen op: 23 oktober 2000


Samenvatting
Thomas Rosenboom, Publieke Werken, 3e druk, Querido Amsterdam 1999
Xandra Schutte, recensie van Publieke Werken, bron: http://www.vnrespons.nl/recensie2.htm geen datum en plaats bekend.

Mijn moeder had dit boek een paar maanden geleden gelezen. En was er wekenlang helemaal weg van. Ze had mij er van tevoren al heel veel over verteld en elke keer als we langs het Victoria Hotel in Amsterdam liepen vertelde ze weer hoe het kwam dat er twee kleine huisjes in zaten. De meeste boeken die mijn moeder leest spreken mij niet zo heel erg aan, maar dit was helemaal mijn boek. Ik hou namelijk erg van historische romans. Toen kregen we in de Nederlands les een keer een blad met allemaal moderne literatuur erop en daar stond Publieke Werken ook op. Op dat moment dacht ik: ‘ik moet dat boek lezen.’

Vooraf dacht ik dat de hoofdpersonen veel nuchterder zouden zijn, maar het bleek dat ze allebei aan zelfoverschatting leden. Het boek leek me eerst niet zo heel erg meeslepend, maar het bleek heel erg meeslepend te zijn. Ik had een niet al te moeilijk geschreven modern Nederlands verwacht, maar het Nederlands van Rosenboom bevat veel onbekende woorden, die nauwelijks meer in modern Nederlands gebruikt worden, zoals: met veel verve spreken of “…tot blozens toe doorgloeid van alles wat hem tegelijkertijd geworden was, de deerlijk verwachte wederkeer van Ebert…”. Ook dacht ik dat het verhaal alleen maar om het Victoria Hotel ging en niet ook over een apotheker in Hoogeveen.

De twee hoofdpersonen van het boek zijn: Walter Vedder, een vioolbouwer in Amsterdam en zijn neef Christof Anijs, die in Hoogeveen woont. Walter Vedder woont tegenover het Centraal Station, dat in het boek nog gebouwd wordt. Hij is een pseudonimist en een van meubelmaker opgeklommen vioolbouwer. Op een dag leest hij in de krant dat zijn huis plaats moet maken voor het Victoria Hotel. Hij begrijpt dat hij een goede onderhandelingspositie heeft tegenover het Victoria Hotel. De hotelonderneming zal hem immers moeten uitkopen. Hij krijgt van zijn buurman de volmacht om te onderhandelen voor hem. In dezelfde tijd krijgt de apotheker in Hoogeveen concurrentie. Hij had al problemen met de dokter, omdat hij ook medische diagnoses deed, maar nu heeft hij een nog groter probleem, omdat de concurrerende apotheker een universitaire graad in de farmacie heeft en hij slechts een diploma gehaald van de Provinciale Commissie van Geneeskundig Toeverzicht, dat zeven jaar nadat hij het gehaald had niet meer geldig was om een nieuwe apotheek te beginnen. Hierdoor besluit hij om allerlei liefdadige activiteiten te doen voor de mensen in het naburig turfstekersgehucht. Anijs wil de mensen in het turfstekersgehucht ander werk geven, maar geen enkele fabriek ziet zijn plannen zitten.
Vedder vraagt alleen veel te veel geld voor zijn huis.
Anijs wil de bevolking van het turfstekersgehucht verhuizen en hij en Vedder bedenken het plan om de mensen naar Amerika te verhuizen. Ze hebben daarvoor vijftigduizend gulden nodig en dat moeten de mensen terug betalen met een lichte rente. Ze schrijven de mensen in en ze zullen naar Amerika verhuisd worden. Maar het huis is nog niet verkocht, en dat gebeurt ook niet meer, want het hotel wordt om de twee huizen heen gebouwd.

De titel Publieke Werken slaat op het deel van de Amsterdamse gemeenteraad dat verantwoordelijk is voor hoe de stad eruit ziet, daar schrijft Vedder over als pseudonimist. Ook slaat het op de daden die Anijs doet voor de bevolking van het turfstekersgehucht. Het boek heeft geen ondertitel, motto of opdracht.
Het boek bestaat uit 23 hoofdstukken een proloog en een epiloog. De proloog betekent niet zo veel voor het boek; het gaat over hoe de turfstekersfamilie van Bennemin naar Hoogeveen trekt. De epiloog verklaart echter een stuk meer. In de epiloog wordt namelijk beschreven hoe de turfstekers in Amerika zijn aangekomen en hoe ze daar ontvangen zijn, ondanks dat er nooit betaald is.
De hoofdstukken zijn allemaal in hetzelfde lettertype geschreven. Alleen de brieven worden cursief gedrukt.
Het verhaal begint bij het chronologische begin. Het boek verloopt ook verder chronologisch, op een paar terugblikken na. Dus de fabel is gelijk aan de sujet. Er komen geen flashforwards of hiaten in voor.
De verteltijd van het boek zou ongeveer een uur zijn, als je er een toneelstuk van zou maken, dat komt omdat alle scènes zeer uitvoerig beschreven worden en er weinig tijd in verstrijkt. De vertelde tijd daarentegen is 2 jaar. Het verschil tussen de vertelde tijd en de verteltijd komt doordat er vaak grote stukken tijd die niet van groot belang zijn overgeslagen worden of versneld verteld worden. De scènes die belangrijk zijn, worden erg vertraagd verteld.
De ruimtes, waarin het verhaal verteld wordt, zijn niet zo heel belangrijk voor het verloop van het verhaal. Het huis van Vedder is een van de plaatsen, het is gelegen in Amsterdam aan de Prins Hendrikkade. Het ligt tegenover het Centraal Station als men het Centraal Station uitloopt kan men het nog zien. Het is een van de twee huizen die in het Victoria hotel vastzitten. Het is een redelijke mooie woning voor die tijd. Vooral in het atelier speelt veel tijd van het verhaal af. Een andere belangrijke ruimte uit het boek is de apotheek van Anijs. Zowel in het verkoopgedeelte als in de rest van de apotheek spelen veel scènes. Deze apotheek ligt in Hoogeveen. Ik weet niet of hij echt bestaat. De apotheek zelf is niet van grote invloed op het verhaal, alleen de apotheker en zijn klanten. En de laatste belangrijke ruimte is het turfstekersgehucht nabij Hoogeveen. Hier speelt een minder groot gedeelte van het boek zich af dan in de huizen van Anijs en Vedder, maar toch is het minstens even belangrijk, zoniet belangrijker. Ook het huisje van de Bennemins is hier belangrijk, hier spelen zich dingen af die Anijs aanzetten om de mensen naar Amerika te sturen.
Het verhaal wordt in een personaal perspectief verteld, dit houdt de spanning in het boek, en houdt het boek duidelijk, want je komt toch genoeg te weten om het verhaal te kunnen volgen.
Na het lezen van de eerste hoofdstukken werd het boek al best spannend, want je wilde weten, wat het bod voor het huisje van Vedder werd. En hoe Anijs de problemen met de arts en de apotheker oploste. Toen er een bod was uitgebracht ging je je afvragen wat de uiteindelijke prijs voor het huisje werd. Ook toen Anijs de mensen ander werk wou geven en ging helpen, ging ik me steeds harder afvragen wanneer de apotheker ontdekt zou worden en wat de turfstekers voor werk zouden krijgen. Op het moment dat de huizen om het huis van Vedder en zijn buurman gesloopt werden wachtte ik met spanning op het moment dat of Vedder of de onderhandelaar zijn prijs zou aanpassen. Nadat de mensen naar Amerika gebracht waren werd het weer spannend, omdat het de vraag was wat men zou doen met die mensen waarvoor niet betaald was. Daarna de dood van Vedder en de brief van Bennemin. Tot het gesloten einde dat alle spanning wegneemt, maar wel bevredigend is, want je weet hoe het afloopt.
Het thema van dit boek is zelfoverschatting, omdat Anijs denkt dat hij arts kan zijn en Vedder zijn huis voor veel te veel wil verkopen. Technologische vooruitgang is ook een thema van het verhaal. In Amsterdam komt dit voor in de vorm van grote stations elektrisch verlichte hotels en grote nieuwe tramlijnen. In Hoogeveen is het vooral merkbaar doordat de turf steeds minder gebruikt gaat worden. Ook de concurrerende apotheker gaat technologisch erg vooruit, hij bied in zijn apotheek ook fotografie aan en heeft voor de show ook allerlei elektrische lampen.
Kinderloosheid is een van de motieven van dit boek, dit komt bij allebei de hoofdpersonen voor en ook bij de dochter van de Bennemins en als die eindelijk zwanger is krijgt ze een miskraam. Violen is ook een motief, de Bennemins willen hun viool verkopen, Vedder verkoopt en repareert violen en Ebert brengt zijn viool bij hem in reparatie.
De hoofdpersonen van dit boek zijn de twee neven Vedder en Anijs. Het zijn beide round characters. Ze zijn allebei zelfoverschattend. Vedder komt vooral op voor de armen en verdrukten. Hij probeert altijd interessant te doen, door Latijn in zijn taalgebruik te stoppen of door in feestcommissies te gaan zitten. Hij is in zijn hart een aardig persoon, maar moeilijk in de sociale omgang. Hij was bevriend met de burgemeester, de dominee en de andere notabelen van Hoogeveen, maar met allemaal heeft hij ruzie gemaakt. Hij is getrouwd met een vrouw die van veel hogere komaf is dan hij. Hij verandert wel een beetje in het boek, hij probeert veel minder interessant te doen dan eerst, maar echt verandert hij niet. Vedder is meestal veel rustiger dan zijn neef, hij probeert niet zo interessant te doen. Alleen is hij snel opgewonden over kleine dingen. Hij verandert in het boek van een redelijke, verstandige man in een op geld beluste onredelijke man. Op het eind van het boek stort hij in, letterlijk en figuurlijk, want hij raakt overspannen en hij valt uit het raam.

Het boek is een historische roman uit het neorealistische tijdperk. Het verhaal is niet zo heel erg neorealistisch, het is op een zeer goed gedocumenteerde historische basis geschreven.
Het boek is alleen qua schrijfstijl kenmerkend voor Rosenboom, hij gebruikt veel bijna nooit gebruikte woorden.

Ik vond het boek zeer goed. Dit komt ook omdat ik altijd al van historische romans gehouden heb. Het onderwerp sprak me ook erg aan, ik vond alleen dat de onderhandelingen uitgebreider hadden moeten plaatsvinden. Het enige wat ik niet zo goed vond aan het boek, dat was de manier waarop de bijpersonen beschreven werden. Er werd niet diep genoeg op hen ingegaan.
De gevoelens van de mensen werden erg uitvoerig beschreven, dat was ook waarom er veel pagina’s aan één scène besteed werd. De gebeurtenissen in het boek werden objectief, maar toch zeer boeiend beschreven. Sommige gebeurtenissen waren niet erg reëel, zoals de val van Vedder. Die was op zo’n raar moment, dat die gebeurtenis ongeloofwaardig was, maar ondanks de rare val was het slot erg goed. Het was een goed einde voor een goed boek.
De hoofdpersonen waren erg levensecht beschreven, vooral Anijs. Ik vond beide hoofdpersonen wel apart. Ze waren allebei een beetje raar. De bijpersonen vond ik wat minder goed beschreven. De vrouw van Anijs bijvoorbeeld; die had een best grote rol in het boek, maar werd te weinig beschreven. Veel van de bijpersonen kwamen daardoor een beetje apart over. Dat maakte wel de sfeer van het boek spannender.
Het boek was goed te lezen, op het begin liep het een beetje stroef, maar toen ik aan het taalgebruik gewend raakte kon ik vlot doorlezen. De opbouw van de spanning had wel iets subtieler gemogen van mij. Hij leest in de krant dat zijn huis verkocht moet worden en een paar dagen later staat er een onderhandelaar voor de deur. Ik vond het boek op geen enkel moment saai. Ik vond de tweede helft van het boek spannender dan de eerste, omdat er interessantere dingen gebeurden.
De taal van Rosenboom is werkelijk schitterend. Hij gebruikt lange, ingewikkelde, met moeilijke, weinig voorkomende woorden doorspekte zinnen. Daardoor kon je je nog beter in de 19e eeuwse omgeving inleven. De dialogen in het boek waren vaak van korte duur, maar hadden toch veel inhoud. Ze waren natuurlijk en toch verrassend.

Omdat ik nergens een uittreksel kon vinden heb ik zelf een uittreksel gemaakt.
Het boek heeft twee hoofdpersonen: Walter Vedder, een vioolbouwer in Amsterdam en zijn neef Christof Anijs, die in Hoogeveen woont. Walter Vedder woont tegenover het Centraal Station, dat in het boek nog gebouwd wordt. Hij heeft geen vrouw, maar hij heeft een soort van pleegzoon, Theo. Walter is een pseudonimist en een van meubelmaker opgeklommen vioolbouwer. Op een dag leest hij in de krant dat zijn huis plaats moet maken voor het Victoria Hotel. Hij begrijpt dat hij een goede onderhandelingspositie heeft tegenover het Victoria Hotel. De hotelonderneming zal hem immers moeten uitkopen. Hij krijgt van zijn buurman de volmacht om te onderhandelen voor hem. In dezelfde tijd krijgt zijn neef in Hoogeveen concurrentie. Hij is een apotheker en heeft een hele aardige vrouw. Hij had al problemen met de dokter, omdat hij ook medische diagnoses deed, maar nu heeft hij een nog groter probleem, omdat de concurrerende apotheker een universitaire graad in de farmacie heeft en hij slechts een diploma heeft gehaald van de Provinciale Commissie van Geneeskundig Toeverzicht, dat zeven jaar nadat hij het gehaald had niet meer geldig was om een nieuwe apotheek te beginnen. Hierdoor besluit hij om allerlei liefdadige activiteiten te doen voor de mensen in het naburig turfstekersgehucht. Op een avond krijgt de dochter van Bennemin, een van de turfstekers en ook degene die de mensen in het gehucht leert lezen, weeën. De bevalling gaat mis en hij moet een keizersnee maken. Maar het kind wordt dood geboren. Nu moet hij de dokter nog meer vrezen, want hiertoe is hij helemaal niet bevoegd.
Anijs wil de mensen in het turfstekersgehucht ander werk geven, maar geen enkele fabriek ziet zijn plannen zitten.
Zijn neef gaat ervan uit dat hij zijn huis voor vijftigduizend gulden kan verkopen terwijl Ebert, de onderhandelaar van de hotelonderneming, slechts twintigduizend biedt en zegt dat hij niet hoger mag en kan gaan. De vioolbouwer blijft ervan uitgaan dat hij vijftigduizend kan krijgen, omdat de hotelonderneming haast heeft.
Anijs wil de bevolking van het turfstekersgehucht verhuizen en hij en Vedder bedenken het plan om de mensen naar Amerika te verhuizen. Ze hebben daarvoor vijftigduizend gulden nodig en dat moeten de mensen terug betalen met een lichte rente. Ze schrijven de mensen in en ze worden naar Amerika verhuisd. Maar het huis is nog niet verkocht, en dat gebeurt ook niet meer, want het hotel wordt om de twee huizen gebouwd. Anijs gaat naar het turfstekersgehucht om de sporen van de keizersnee en miskraam uit te wissen, maar de dokter en apotheker zitten achter hem aan. Anijs loopt tijdens de achtervolging tegen een bijenkorf aan en wordt bijna doodgestoken. Als Anijs in het ziekenhuis ligt krijgt hij een brief van Bennemin. Daarin staat dat er niet betaald is voor de oversteek. Hij gaat naar zijn neef om hem dat te vertellen, terwijl hij nog helemaal niet hersteld is. Op datzelfde moment wordt het hotel geopend. Alleen er gaat iets verschrikkelijk mis; de hoteldirecteur zegt dat Vedder via zijn raam het hotel binnen moet komen, maar Vedder valt en is dood. Anijs takelt weer verder af en moet opnieuw naar het ziekenhuis. Daar krijgt hij weer een brief, maar dit keer bevat hij goed nieuws. Er staat in dat de maatschappij die hun oversteek geregeld heeft op mysterieuze wijze verdwenen is en dat ze nu vrij Amerika in kunnen.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen