U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marie-aude Murail - Babysitter Blues.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=1317 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Frans en het aantal woorden bedraagt 9098 woorden.

Samenvatting “Babysitter Blues”





Een vriend van Emilien, Xavier Richard, heeft een eigen videorecorder en ook zijn eigen videotheek, met horrorfilms, vertelt Emilien aan zijn moeder. Over de andere films die Xavier heeft, zwijgt Emilien, want daar weten Xavier’s ouders ook niets van.

Maar Emilien wil ook zo’n videorecorder, maar hij krijgt te weinig zakgeld van zijn moeder, en hij vindt zichzelf de armste jongen op school.

Na een korte woordenwisseling met zijn moeder, stelt ze hem voor om te gaan babysitten, net zoals haar petekindje Martine-Marie.

Volgens Emilien beschouwt zijn mama Martine-Marie als een engel, die uit de wolken kwam en aan wie ogenblikkelijk wel eens vleugels zouden kunnen gaan groeien.

Maar goed en wel, Emilien denkt na over het voorstel van zijn moeder, en rekent uit hoe lang hij zal moeten babysitten om die videorecorder te kopen en die videotheek aan te leggen:



Een jongen als hij, wonende in Montigny, verdient 20 FF per uur om te babysitten. Een videorecorder zoals die van Richard kost 5520 FF. Dus 5520 : 2 = 276 uren babysit; en als men dan rekening houdt met het feit dat hij maandag niet kan omdat hij naar de cineclub moet, dat woensdagavond ook niet kan omdat hij donderdagochtend vroeg moet opstaan en dat hij twee keer op de maand zondags volleybalcompetitie heeft, denkt hij dat hij de eerste video’s voor zijn videotheek pas zal kunnen aanschaffen als hij op pensioen gaat.

Dus zijn moeder zegt dat als hij 2000 FF zelf heeft verdiend zij het overige geld voor de videorecorder zal geven? Emilien begint opnieuw uit te rekenen, maar krijgt naar zijn voeten van zijn moeder, en ze zegt dat hij beter naar Marie-Martine belt om een paar adressen te vragen, want ze heeft er honderden.



En zo is hij als babysitter begonnen... bij mevrouw Jacqueline Grumeau. Als hij aanklopt en zij open doet, vraagt ze of hij en Martine-Marie nauwe familie zijn, en hij voelt aan dat het haar geruststelt als hij zou zeggen dat ze neef en nicht zijn. Mevrouw Grumeau was verbaasd dat de mama van Martine-Marie nog een zus had, en om haar gerust te stellen vertelt Emilien er nog een leugentje om bestwil bij : het zijn zelfs tweelingen.”Je trekt inderdaad wel wat op Martine-Marie” is het antwoord van mevrouw Grumeau dan. Eenmaal binnen vertelt mevrouw Grumeau dat haar twee dochters, Anne-Sophie (7 jaar) en Anne-Laure (5 jaar) om half negen gaan slapen, dat Anne-Sophie’s nachtlichtje aan moet en dat Anne-Laure een glas water naast haar bed moet hebben. Dan zegt ze hem dat ze een lijstje met telefoonnummers (van de politie, brandweer, ambulancedienst, het ziekenhuis, dringende transfusies en het antigifcentrum) naast de telefoon heeft gelegd, maar hij zegt dat ze haar geen zorgen moet maken, omdat hij het gewoon is van te babysitten. Op haar vraag of hij veel babysit, antwoord hij weer met een leugen :”Ja, op Ludovic, mijn neefje, het zoontje van een broer van haar mama.” Ze is verheugd.



Maar haar kinderen zijn precies een stuk erger ; Anne-Sophie vraagt hem of hij het is die hen bijhoudt, en Anne-Laure zegt dat ze dat niet wilt, dat ze Martine-Marie wil. Daarop begint Anne-Laure dan te schreeuwen. Als er een ding is waar Emilien niet tegen kan dan zijn het wel schreeuwende kinderen, dus schudt hij Anne-Laure zachtjes door elkaar, tot gevolg dat ze harder begint te schreeuwen en tiert ze “Je bent een lelijkaard, ik wil mijn mama!”

Dus lost hij het op door te zeggen dat indien ze niet zwijgt hij de politie zal opbellen, dat haar moeder hem het telefoonnummer heeft gegeven. Ze roept dat dat niet waar is, maar zijn dreigement heeft toch het juiste effect opgeleverd.

Op het momnet dat hij aankondigt dat ze gaan slapen, zeggen ze hem dat hij nog een verhaaltje moet vertellen, dat Martine-Marie dat ook altijd doet, over een klein groen konijntje dat zijn ouders kwijt is. “Hij heet Perlijn het konijn” voegt Anne-Laure er nog snel aan toe.

Maar Emilien kent het verhaal en zegt hen dat hij eigenlijk Ranflanflan-des-Epinettes heet, en een dodelijke vijand heeft Tartempion-les-belles-Mirettes, die zo gemeen is als een wolf, als een menseneter, als 36 000 heksen, heet. En hij is zijn ouders helemaal niet kwijt, die zijn slechts op vakantie naar Club Med, en ze zullen terugkomen met de trein van 12u07, op het einde van de week, en dat ze als ze gebruinde konijnen willen zien, ze maar nar het station moeten gaan. Hij voegt er ook nog aan toe dat hij een stuk of 3 000 verhalen van Ranflanflan kent, en belooft hen ze allemaal te vertellen.

Om 22u gaat hij naar beneden en valt in slaap op het tapijt, juist nadat hij zichzelf heeft gezworen nooit vader te worden.



Mevrouw Grumeau zal hem snel hebben aanbeveelt bij haar vriendinnen, zo tevreden waren haar kinderen over hem als babysitter. Daardoor belde hij voor zijn tweede babysit aan bij mevrouw Durieux. Als een jongedame opendoet en hij naar mevrouw Durieux vraagt, blijkt zij dat te zijn (hij hield haar voor haar dochter). Ze gaat met haar man naar de cinema, en haar zoontje van zes maanden, Anthony, ligt te slapen. Hij vraagt haar naar de noodnummers, maar ze was verbaasd dat hij dat vroeg. Ze zegt hem dat ze enkel het nummer van het taxibedrijf “Taxi’s Blues” heeft, waarop hij het grapje maakt door te zeggen dat hij dan tenminste een taxi kan bellen om hem naar de brandweer te brengen indien het huis aan het branden is. “Grapjas”, noemt ze hem, en weg is ze, want ze is blijkbaar al te laat.

Dan kijkt hij is rond in het huis en ziet overal rond hem meubels, zetels zo lelijk als padden, stoffen bloemen en plastiek fruit, en valse boomstronk in de openhaard met daaronder een rode lamp om de schijn van gloeiende assen te verkrijgen...tenslotte nestelt hij zich neer in de zetel...en er is tenminste en televisie zegt hij bij zichzelf. Die zet hij dan ook aan, en bij toeval is er juist een voetbalinterland tussen Frankrijk en Rusland bezig. Na tien minuten staat het nog altijd 0-0, als hij een geluid hoort. Eerst denkt hij dan dat hij het zich verbeeldt, maar dan wordt het geluid nog is bevestigd en valt zijn frank dat het uit het achterste kamertje komt waar Anthony ligt. Hij loopt er, wat angstig, heen en hoort Anthony brullen. Hij stormt de kamer binnen, doet het licht aan, haalt de kleine uit zijn bed, schudt hem door elkaar en houdt hem dan ondersteboven. Als hij hem terug omdraait, kijkt de kleine hem met grote ogen en open mond aan. En hij begint opnieuw te brullen. Bijna loopt Emilien dan weg, maar dan beseft hij dat hij er een liedje voor kan zingen, dat deed zijn moeder ook toen hij twee maanden oud was, omdat hij ook nooit kon slapen en dan woedeaanvallen kreeg. Dus zingt hij :

“Wie heeft er in de naaktheid de aardworm gezien

Wie heeft er in de naaktheid de kleine worm naakt gezien?”



Maar zijn gezang had geen effect op Anthony. De wanhoop nabij schiet hem te binnen dat Xavier Richard ooit heeft gezegd dat ook hij vroeger niet kon inslapen en dat zijn vader hem dan altijd op de achterbank van de auto zette en dat na 10 km hij steevast sliep. Dus belt Emilien naar Taxis Blues en na 5 min staat er een taxi. Hij beveelt de taxichauffeur rond de woonwijk te rijden tot het mormeltje in slaap is gevallen. Eerst denkt hij dat de taxichauffeur hem gaat uitschelden, maar blijkbaar had ook hij een dochter die niet kon slapen en hij reed er ook mee rond en zong dan ook een liedje ondertussen, maar niet dat va de aardworm :

Vorige keer pipon, pipon

Op de boulevard Rochechouart pipon, pipon

Stonden twee moeders te vechten pipon, pipon

Met twee bezemstelen pipon, pipon

De politie pipon, pipon

Altijd vol goede ideeën pipon, pipon

Liet affiches kleven pipon, pipon

Affiches die zeiden pipon, pipon

Vorige keer pipon, pipon

Op de boulevard Rochechouart pipon, pipon…



En verder geraakte de taxichauffeur niet, want Anthony was in slaap gevallen. De chauffeur vond dat Emilien een schattig broertje had, maar Emilien antwoordde dat het niet zijn broertje was, maar zijn neefje.

Mevrouw Durieux begreep niet goed waarom ik 60 FF babysitgeld vroeg en 20 FF voor de Taxi blue, maar ze betaalde. Ze had zelfs niet door dat Anthony terug wakker was geworden, want ze was een film met Alain Delon gaan zien en ze kon er maar niet over zwijgen. Anthony is genoemd naar Anthony Delon, de zoon van Alain Delon, die ze nu knapper vindt dan Alain zelf.



Elke woensdagmiddag komt Martine-Marie langs om mee te eten en laat mama ze vertellen. Martine-Marie doet nog steeds aan moderne dans, Martine-Marie zal nooit blijven zitten, Martine-Marie zal op taalkamp naar Duitsland gaan.

Dan vroeg Emilien haar of ze al op de kleine Anthony had gepast (nee is het antwoord) en waarom kleintjes beginnen schreeuwen (volgens mama en Martine-Marie : ze hebben honger of dorst, moeten ververst worden, hebben nachtmerries, tandpijn of buikpijn, ze zijn wakker geschrokken door een of ander geluid, te koud, te warm...) en toen viel Emilien z’n frank dat de kleine Anthony een moeilijk leven moest hebben.

Emilien besluit zich te gaan informeren in de bibliotheek over het gedrag van baby’s, en na een aantal leugens vertelt de bibliothecaris hem waar die boeken staan.

De leugens die hij tenslotte sinds het begin van het verhaal al heeft verteld zijn : de moeder van MM was de tweelingzus van zijn mama, en de vader van Ludovic en Anthony, zijn neefjes, was niemand anders dan Mr. Durieux, dus de broer van zijn mama en dus de nonkel van MM.

Uiteindelijk vindt hij een boek, maar hij moet de bibliothecaris nog een leugen vertellen om z’n eigen vel te redden, maar door die leugen komt hij nog meer in de problemen : uiteindelijk komt het er op neer dat mevrouw Grumeau een zus is van Mevrouw Durieux.

Na het boekje dat hij heeft gelezen (een roos boekje) trekt hij de conclusie dat mevrouw Durieux niet van haar kind houdt, maar zijn mama zegt dat mevrouw Durieux nog jong is en nog de behoefte heeft om zich te amuseren, en dat zijzelf dat ook had toen ze beviel van hem, en dat ze daarom niet bij zijn vader is gebleven, maar hij zegt haar op te houden, omdat zijn vader verleden tijd is en hij toch maar enkel de neus van z’n vader blijkt te hebben.



Mevrouw Aziz had zijn telefoonnummer via mevrouw Grumeau, en ze vroeg hem of hij de gewoonte had van op kinderen van 7-8 jaar te babysitten, en haar oudste zoon Martin (7) was nogal ongehoorzaam en Axel (5) was nogal energiek... Emilien kreeg een beetje schrik maar de gedachte aan z’n videorecorder sprak hem nieuwe moed in. Alleen vergat Mevr Aziz te vertellen dat hij de tiende babysit was sinds het begin van dit jaar...

Martin ziet er volgens Emilien koppig en rebels uit (zal altijd direct nee zeggen) en Axel heel levendig (aan de ogen te zien).

Emilien probeert via een verhaal over Ranflanflan de twee jongens te overtuigen om hun tanden te gaan poetsen maar zonder al te veel succes. Ze besloten een spelletje te spelen, en Axel had ongelooflijk veel geluk tijdens het spel, hij gooide slechts 6en en 5en, terwijl Martin pech had. Het spel heet “Kleine Paarden”.



Na een tijdje geraken de gemoederen verhit en beginnen Martin en Axel te vechten. Emilien haalt ze met een beetje moeite uit elkaar en zegt dat het niet goed is om te vechten, broers zouden nooit moeten vechten. Hij vraagt hen wat Ranflanflan zou doen nu hij helemaal alleen is, zonder zijn ouders... en de jongens leggen het verband tussen hem en het konijn en vragen hem of hij verdrietig is...hij zegt van niet, maar zegt ook dat het mooi is om een broer te hebben, waarop de jongens braaf hun tanden gaan poetsen, hem een nachtkusje geven en gaan slapen.

Later vertelt hij aan de ouders dat hij later ook zo’n twee kinderen wilt, omdat hij dan altijd wel iets om handen zal hebben, waarop Mr. Aziz zegt dat ze eigenlijk wel goede kinderen zijn.

Hij krijgt 100 FF en denkt dat zijn videorecorder beetje bij beetje, dichterbij komt.



Emilien herleest nog eens het roze boekje, met de titel “Houden van zijn kind en het begrijpen” en stilletjes aan kruipt de gedachte dat Anthony misschien wel mentaal gehandicapt, doof of zelfs motorisch gehandicapt kan zijn. Deze gedachte wordt bij hem bevestigd doordat Anthony niet brabbelt, of nog niet stapt of nog niet recht kan zitten. Hij besluit dus een paar testen te doen ; zodra de Durieuxs weg waren, ging hij altijd naar Anthony en na een paar keer moest hij hem zelfs niet meer wakker maken, maar wachtte Anthony hem op en begon hij met zijn beentjes te stampen, omdat hij blij was Emilien te zien. Dit was voor Emilien het bewijs dat hij niet mentaal gehandicapt was. De volgende proef bestond uit het maken van allemaal rare geluiden, en omdat Anthony telkens zocht van waar de geluidjes kwamen, was dit het bewijs dat hij niet doof was. De laatste proef was Anthony recht naast een stoel zetten. In het begin viel Anthony altijd om, maar na verloop van tijd bleef hij mooi rechtstaan, wat weer bewees dat hij niet motorisch gehandicapt was. Toen Emilien mevr Durieux van z’n testen op de hoogte bracht, vroeg deze waarom hij dit allemaal deed. En natuurlijk antwoordde hij met een leugen : hij vertelde dat hij later zou gaan studeren in psychologie om de praktijk van mr. Grumeau over te nemen, die zijn oom is, en psychiater is.



Op een dinsdag stapt Emilien een babywinkel in het commerciële centrum binnen om voor Anthony een cadeautje te kopen, als hij helemaal achteraan in de winkel mevr Aziz opmerkt die een jurk met een heeeeeeel brede taille aan het passen is. Nog een kleine Aziz erbij denkt hij dan. De winkelierster komt dan naar hem en vraagt of ze hem kan helpen en laat hem dan met rust omdat hij naar de knuffels aan het kijken is. Er staan er allemaal verschillende : apen met staarten in alle kleuren van de regenboog, turkooizen olifanten, katten die < pouin pouin> zeggen of giraffen die <pouet pouet> zeggen, rupsen die scheel kijken, kleine kangoeroes in de buidel van grotere kangoeroes, een levensgrote labrador en een heleboel beren die een gat in je bankrekening maakten. Hij wilde ze allemaal, tot hij een konijn met grote, ietwat neerbuigende oren opmerkte, dat groen was, ZIJN konijn ( denk aan Ranflanflan). Hij wijst hem aan de verkoopster aan en zegt: “Ce Ranflaflan” en verbaast zich dat de verkoopster niet weet wat een Ranflanflan is.



Hij sluipt Anthony’s kamer binnen en gooit dan ineens het konijn voor Anthony en denkt dat hij in een schreeuwen zal uitbarsten, maar in plaats begint Anthony ongelooflijk hard te lachen. Later vertelt Anthony aan mevr Durieux dat Anthony voor de eerste keer heeft gesproken, in de zin van <dadada> en <gueguegue>. Mevr Durieux gaat het ogenblikkelijk aan haar moeder schrijven, die ze heeft achtergelaten, samen met haar broers en vrienden, in Sarreguemines, omdat haar man daar geen werk kon krijgen. Daardoor is zij zo “angstig” en is haar man zo achterdochtig.



De volgende keer dat hij bij Anthony is, is Anthony volgens mevr Durieux al heel de dag schreeuwerig en eet hij niets. Volgens Emilien zijn het de tandjes die doorkomen, maar zelfs hij begint te panikeren en gaat dan naar de keuken om iets te eten, wat hij altijd doet als hij in paniek is en niet goed weet wat te doen. Dan keert hij terug naar Anthony, die zelfs nog harder begint te krijsen en in zijn ogen staat, even duidelijk als dat hij het gezegd zou hebben, “Help me”. In paniek belt Emilien mevr Grumeau op om har man te kunnen spreken, omdat hij niet weet wat doen, maar zij zegt hem dat hij slaapt en dat hij Anthony maar moet laten boeren, dat ze voor zoiets haar man niet gaat wakker maken.



In wanhoop gaat Emilien op zoek in het kinderverzorgingboek van mevr Durieux naar schreeuwen : scherp geschreeuw...zachte pijn...alarmerend...eet niet...gekrijs gevolgd door stilte...de crisis verslechterd...bloedverlies, chirurgisch ingrijpen...

Hij belt opnieuw naar mevr Grumeau en verplicht haar haar man door te geven, want anders zou ze een moord op haar geweten hebben...hij verteld mr. Grumeau dat het om een acute darminfectie gaat en mr. Grumeau antwoord dat hij er direct is. De 5 min die verstrijken voor hij er is waren afschuwelijk en eens de dokter (mr. Grumeau) er is moet Emilien de ziekenwagen bellen (al een geluk dat hij het nummer, dankzij mevr Grumeau’s voorzorgen tijdens de allereerste babysit, van buiten kent).

Juist nadat de ziekenwagen met Anthony is vetrokken, komen de Durieuxs binnen, en ze vertrekken met drieën naar het ziekenhuis. Daar vertelt een verpleegster (die volgens Emilien op MM trekt, engelachtig) dat alles goed komt. Dan komt dr. Grumeau en zegt dat Emilien iets heeft gedaan dat hij waarschijnlijk nooit meer zou doen : een leven redden. Maar Emilien antwoord van wel, want later wil hij dokter worden (zijn moeder zou verbaasd zijn want de avond ervoor zei hij haar nog dat hij reporter zou worden); dan zegt mevr Durieux : “ al een geluk dat u neefje er was” waarop mr. Grumeau raar opkijkt, maar Emilien vlucht gauw weg.



Hij slenterde wat rond in het commerciële centrum, wachtend op MM. Het was de eerste woensdag van de maand. Hij vond dat alles goed ging, dus ging alles ook goed. Door zijn avontuur met Anthony, was hij de enige aanneembare babysit in Montigny. In deze maand juni had hij al 1820 FF. Nog steeds wachtend op MM keek hij rond in de vitrines en hij zag een paar Nike air staan, maar zijn oog viel iets verder op een baseballbad die hij moest hebben, des te meer omdat hij ietsje terug het bijhorende handschoen had gekocht.

Dan komt MM aan en kletsen ze wat over het babysitten, terwijl ze in een winkel zijn waar MM walkman gaat kopen, met 130 FF. MM geeft toe dat ze graag babysit, maar Emilien wil niets toegeven. Maar voor zichzelf vond hij het wel zalig te babysitten, hij had namelijk zijn familie uitgebreid : hij had twee zussen ( Anne-Sophie en Anne-Laure), twee broers (Axel en Martin en een komende Aziz) en hij voelde zich natuurlijk ook thuis bij de Grumeaus en bij de Durieuxs, maar het belangrijkste was Anthony, sinds hij diens leven had gered was het echt zijn kleine broertje. MM vraagt hem hoeveel kinderen hij later wil en hij antwoordt 4, waarop zij zegt “ik ook” en kijkt hij opzij naar haar en is hij er sindsdien ook zeker van dat engels kunnen blozen. Ze kochten een walkman, gingen de winkel uit en dan vroeg hij haar of hij echt lelijk was, waarop zei antwoord dat ZIJ hem NIET lelijk VINDT. (alles ging goed...)



Zoals elke dinsdag gaat hij naar de Durieuxs, maar als hij er aankomt, zit mevr Durieux nog in de zetel en ze lijkt zich niet te spoeden om haar man te vergezellen. Ze zegt hem dat ze niet weggaat vanavond, mar dat ze verhuizen naar Sarreguemines, want haar man heeft er werk gevonden en ze voelen zich hier toch niet zo thuis. (mevr Durieux is 18); Ze vertrekken zaterdag en mevr Durieux wou hem nog niets vertellen, voor ze zeker was dat ze weggingen. Ze vraagt of Emilien nog een laatste keer naar Anthony wil gaan en hij gaat, maar zegt dat hij alleen wil gaan als hij merkt dat ze hem volgt. Aan de deur aangekomen, heeft hij de moed niet om binnen te gaan omdat hij weet dat Anthony hem “staat” op te wachten en zodra hij zou binnenkomen en iets zou zeggen zou Anthony zijn armpjes naar hem strekken en hem roepen <min, min, min>, dus blijft hij voor de gesloten kamerdeur staan en zegt hij “dag Anthony.”



Hij fietst naar huis, dmv een lange omweg onder de sterren. “Deze planeet doet soms zeer” denkt hij. Onderweg beeldt hij zich in hoe dom hij is geweest door zich die zogenaamde familie in te beelden, hij was tenslotte slechts de babysitter, punt uit. Zijn moeder is verbaasd dat hij zo gauw thuis is. Des te beter zegt ze, want ik heb iets voor je en ze verdwijnt in haar kamer en komt terug met een groot pak, maar Emilien weet al dat het de videorecorder is en zou de vorige avond nog zeer blij mee zijn geweest. Zijn moeder wordt argwanend en kwaad omdat hij niet enthousiast is en hij zegt dan dat het niet wat was dat hij wou; zijn moeder scheldt hem de huid vol en vraagt hem wat hij dan nodig heeft (een brommer, een camera...) waarop hij antwoordt “een broertje”.

Zijn moeder staat versteld en voelt zich een beetje schuldig (“als ik bij je vader was gebleven...”) maar Emilien legt een hand op haar schouder en zegt dat ze het zich niet moet aantrekken en zegt dan lachend dat hij later een groot gezin zal hebben om het goed te maken. Hij stuurt ook een kaartje naar Anthony :



Anthnoy, mijn kleine makker, neem je moed met twee handen vast!

Het is waar dat het leven hard is. Maar als iemand van je houdt en jij houdt van iemand, dan is het goed, het leven.

Je goedgelovige babysitter

Emilien



Nu Emilien naar het derde gaat, moet hij van z’n moeder wat vroeger gaan slapen, omdat hij schitterende rapporten moet halen...de televisie was al afgeschaft (omdat zijn leraar wiskunde van vorig jaar zei dat het een schitterende leerling was, als hij niet sliep). Maar als hij vroeger moet gaan slapen kan hij dus niet gaan babysitten, waardoor er een ruzie ontstaat, waarin Emilien zijn eerste oorveeg krijgt, waarin ook nog komt vast te staan dat hij in het weekend niet mag gaan babysitten, waarin hij dreigt dat hij een overval gaat plegen om toch aan geld te komen, omdat het zakgeld dat hij krijgt niet genoeg is, waarin de mama zegt dat een vader hem op het goede pad zou doen wandelen, waarop hij antwoord dat diegene die afwezig zijn , het altijd hebben gedaan en waarin achteraf de mam bezorgt is omdat Emilien van haar oorveeg bloedt, maar het is niets ergs. Er wordt ook beschreven wat ze eten : royco minute soup tomate, gepaneerde vis (uit de diepvries komende) van het merk FINDUS en appeltjes van het merk (ook uit de diepvries komende) VICO en achteraf eet Emilien nog een ijsje met twee bollekes vanille.



Een paar dagen later ontmoet hij MM die, eerst “zaagt” over de gestegen prijs van een mountainbike, waarna ze vraagt wat er met zijn kaak is gebeurd (de kaak waar hij de oorveeg op heeft gekregen). Dan zegt hij dat zijn moeder hem heeft verboden nog te babysitten omdat zijn schoolresultaten te laag zijn en dit en dat en zei zegt dan dat hij zeker geld nodig heeft waarop hij opgelucht is dat iemand hem eindelijk begrijpt. Hij zegt dat hij dan gaat stelen, waarop zij lacht en ze praten wat voort maar uiteindelijk wordt MM kwaad en plots stelt ze hem dan voor om Franse les te geven waarop hij reageert “wanneer, waar, hoe en waarom?” en zij dan zegt “uitstekend, je kunt ineens met de vragende woorden beginnen”.



Terug thuis, tijdens het eten van een steak(komende uit de diepvries) van het merk VIVAGEL, die vanbinnen nog half bevroren is omdat de mama niet veel tijd heeft, begint Emilien over het voorstel van MM.(Franse les geven aan een kind uit CM1 voor 65 FF/ per uur) Nadat ze weer een korte woordenwisseling hebben, waarin Emilien zijn stoel behoedzaam naar achter schuift (uit schrik voor een tweede oorveeg), merkt Emilien dat zijn mama haar trouwring (waarmee ze hem de eerste keer heeft geslagen en waardoor hij dus bloedde) niet meer aan heeft en hij vraagt hoe dat komt, waarop ze zegt dat het zijn zaken niet zijn (weer een korte woordenwisseling) en dan staat Emilien op en wilt naar buiten gaan zegt zijn moeder dat het voorstel van MM goed is en dat ze de trouwring heeft uitgedaan omdat ze hem ermee heeft zeer gedaan.



Een korte tijd nadat school opnieuw is begonnen, ontmoet Emilien zijn leerling(e). Ze heet Friquet Fricaire(de voornaam komt van Frédérique, en ze is een meisje). Haar moeder is een chique dame, met twee rijen parels en samengeknepen billen. FF doet haar jaar opnieuw en het is niet echt schitterend (lees in het boek de voorbeelden maar -> wat ze schrijft in haar schrift). Volgens Emilien is FF eerder getalenteerd in tekenen en het maken van modelbouwauto’s en is ze vrij rebels, maar toch begint hij met een dictee. Een dictee dat echt rampzalig is. Tijdens het dictee loopt Emilien in het rond, met een hand op de rug (zoals een goede leerkracht moet doen volgens hem) en dicteert zelfs punten en komma’s. Als Emilien vraagt of ze opzettelijk zo slecht schrijft, antwoord ze dat ze woordblind is ( Chui dislexique = Je suis dislexique). Emilien vraagt of het besmettelijk is, waarop een (weliswaar sarcastische) haha volgt. Dan besluiten ze aan een opstel te werken dat FF moet maken, met als onderwerp : “ een oud voorwerp op de zolder neemt het woord en vertelt je zijn herinneringen. Fantaseer de scène (minimum 10 regels)” , Emilien vraagt of ze een idee heeft waarop ze antwoord dat ze over de pispot wil schrijven.



Emilien belooft FF dat ze woensdag haar opstel zullen afmaken, maar hoe hij het ook draait of keert, hij kan niet tot een deftig opstel komen. MM stelt dan voor van op de zolder van Amandine te gaan kijken , dat dat hem misschien een idee oplevert. Amandine is de nicht van MM, die de vriendjes van haar vriendinnen pikt. Dan vertelt Emilien ons dat het door FF haar opstel is dat hij dus op Amandine’s zolder verzeilt geraakt en hij hoopt dat we tot nu toe al goed hebben gevolgd, want dat het “drama” nu ingewikkeld begint te worden.



De moeder van Emilien is beroofd ( ze is 10 m² zijde, met de hand beschildert kwijt). Ze wordt zot van al die diefstallen. Vroeger werkte ze in een Haute Couture zaak, maar nu ontwerpt ze zelf haar modellen, met behulp van een vriendin Martha Haller, waarna ze ze verkoopt in een winkel in de Latijnse buurt (hyperduur, ultrasnob, en het zorgt voor een juist groot genoeg inkomen). Als Emilien met zijn moeder spreekt, antwoord ze geregeld met <an, an> of <on, on> (wat niets wil zeggen). Nadat Emilien boven zijn trui heeft uitgedaan en zijn basketters heeft aangetrokken, gaat hij naar beneden en zegt tegen zijn moeder dat hij weg is (moeder antwoord met <an, an>) en dat hij misschien niet op een deftig uur zal thuis zijn omdat hij naar de nicht van MM gaat en dat dat niet naast de deur is (moeder antwoordt met <on, on>). Emilien rolt met zijn ogen en gaat de trap af als hij zijn moeder achter hem aan hoort komen. Ze vraagt hem hoe het zit met zijn schoolwerk, en hij antwoordt dat hij dat de gisteren al heeft gedaan, zodanig dat hij zijn zondag vrij zou hebben. Dan vraagt hij haar of ze eigenlijk wel luistert als hij haar iets zegt. Zij vraagt hem dan waar hij naartoe gaat, waarop hij een antwoord met “Maar...” begint maar dan een teleurgesteld gebaar maakt en de trap verder afgaat terwijl zijn moeder zich hees begint te schreeuwen.



MM wacht hem op op het perron van de RER, ze draagt een mantelpak, platte schoenen en een haarspeld (hij werpt haar een sombere blik en hij heeft haar nog nooit zo ouderwets gezien). Ze zegt dat hij zich misschien wel deftig had kunnen kleden, omdat de mama van Amandine graag deftige jongens met een zijstreep ziet. Hij zegt dan dat hij geen huwelijksaanzoek gaat doen, zij vraagt hem wat hij weer heeft gegeten, waarop hij antwoord leeuw (uit de diepvries).



Emilien begreep snel waarom Amandien altijd met de vriendjes van haar vriendinnen ging lopen, of beter gezegd, de vriendjes zouden vanzelf komen aanlopen. Hij heeft zich nog nooit zo lelijk gevoeld als toen MM hem voorstelde aan Amandine en haar moeder. Naar de verhalen van MM zijn Amandine en haar moeder verbaast dat Emilien werkelijk leeft, maar hij maakt er een grapje over door te zeggen dat hij het zichzelf soms ook afvraagt als hij zichzelf ’s morgens in de spiegel ziet.

De moeder van Amandine had een klein vieruurtje voorzien vanillethee en zelfgemaakte koekjes (waarvan hij verbaast was dat ze niet diepgevroren waren en dacht bij zichzelf dat het een goede moeder moest zijn). Voor Emilien was dat echt het toppunt, dineren met zo’n twee dames, hij wist echt geen blijf met zijn ellebogen, knieën en voeten. Hij merkte ook een zeer nauwe verbondenheid tussen moeder en dochter op, ze moesten elkaar echt alles vertellen, dacht hij.

Dan vertelt MM waarom ze hier eigenlijk zijn, en op het moment dat ze dan effectief de zolder vernoemt, stoot Amandine haar tas thee om. De moeder van Amandine is een beetje verbaasd, maar vraagt zich af waarom niet, maar ze zegt wel dat er misschien muizen kunnen zitten, waarop Amandine haar verbeterd en zegt dat het wel ratten zullen zijn. De moeder gaat dan op zoek nar de reservesleutel van de zolder, omdat Amandine zegt dat ze de (originele) sleutel zelfs niet meer hebben. Voor ze naar boven gaan, ruimen ze de tafel af en maakt Amandine een “nee-gebaar” met het hoofd richting Emilien die er niets van begrijpt. Wat later zegt ze dan tegen Emilien dat MM niet mee naar boven mag, waarop Emilien voorstelt dat MM beter beneden blijft, met haar mantelpak. Iedereen stemt toe en wat later bevinden Emilien en Amandine zich alleen op de zolder, waar Emilien, nadat hij op aanvraag van Amandine heeft gezegd dat hij een geheim kan bewaren, het licht aansteken. De zolder blijkt een opslagplaats met gestolen goederen, die Amandine met een aantal mensen, heeft gestolen (de goederen dan). Er staan drie inductor, een radio, een walkman, een skateboard en een aantal gezelschapsspelen. Daarom mocht MM ook niet mee nar boven, omdat Amandine ook een preek van haar zou krijgen en ze het waarschijnlijk nog aan de moeder ging vertellen ook.

Uit het verderlopende gesprek tussen Emilien en Amandine blijkt dat niemand hier iets vanaf weet, en dat Amandine toch het toch niet zo voor haar moeder heeft. Ze gaan terug naar beneden en vinden MM en de moeder in de woonkamer. Daar binnengekomen, vraagt MM of ze iets hebben gevonden, waarop Meilien antwoordt dat hij waarschijnlijk gaat schrijven over een doos met juwelen die wordt teruggevonden op een zolder en die gestolen blijkt te zijn. Hij zal dan over de diefstal schrijven. Iedereen vindt het een goed gedacht, waarna Emilien, met een blik op Amandine , vertelt dat hij altijd twee standpunten inneemt bij een diefstal; die van de dief en die van de bestolene. Dan vertelt hij dat z’n moeder is beroofd (wat gestolen is vertegenwoordigt volgens hem : werk, liefde en geld). Hij zegt dat zijn moeder een artieste is en dat ze elke vierkante meter met de hand heeft beschilderd. Na het verhaal volgt er een stilte, die wordt verbroken door de moeder die “jazeker jazeker” zegt. Dan gaan Amandine en Emilien een aantal rozen plukken in de tuin (gele rozen, die eigenlijk altijd al de lievelingsrozen van Emilien zijn geweest, maar hij weet niet waarom). Amandine vraagt hem dan of hij echt nog nooit iets heeft gestolen, waarop hij zegt: “ nee, want diegenen die stelen, kunnen zich niet op een andere manier uitdrukken.” Emilien verbaast Amandine, ze zegt hem dat hij ouder voordoet dan hij werkelijk is, dat de jongens van 15 nog echte kindjes zijn, hij echter...hij bedankt haar nadrukkelijk voor de rozen (5 gele, die hij aan z’n moeder moet geven), want er zijn terreinen waarop hij liever niet wil gaan avonturieren, want ze geeft hem een raar gevoel.



Als hij terug thuis is, is Martha, de collega van haar moeder, er ook. Martha zorgt vooral voor de kassa en het geld terwijl zijn moeder vooral de goederen maakt. Hij kan Martha niet hebben, onder meer omdat hij haar een paar dingen heeft horen zeggen (zoals : met mannen niets als last, met kinderen niets als problemen...). Dit zijn voor Emilien redenen waarom Martha celibatair leeft en enkel een Afghaanse windhond heeft, die haar bevredigingen oplevert. Hij biedt zijn moeder de rozen van Amandine aan, het antwoord is <an, an> waarop hij denkt dat hij zelfs had kunnen zeggen dat ze van keizerin Josephine waren, om hetzelfde antwoord te krijgen. Martha vraagt hem of hij geen werk te doen heeft, waarop hij zegt dat als ze hem weg wilt ze het even goed zo kan zeggen. Zij zegt aan de moeder (Sylvie is haar naam) dat haar kind niet goed opgevoed is, waarop zei antwoordt dat ze zich maar moet bezighouden met de opvoeding van haar hond. Beide vrouwen kijken elkaar aan en zijn volgens Emilien, die de rozen op de grond smijt en weggaat, aangedaan door de diefstal.



Emilien heeft dan als avondeten heel de diepvries leeggegeten (inktvis met frietjes, cheeseburger en een pizza met zeevruchten), waarop haar moeder als ze de keuken binnenkomt, verbaast is dat de diepvries leeg is, waarop hij dan zegt dat kinderen die de nodige affectie niet krijgen, die wegeten. Ze zegt hem dat ze moe is en uiteindelijk zegt Emilien dat niet alleen volwassenen problemen hebben, of moe kunnen zijn, maar dat hij moe is en een algemeen probleem heeft.

Haar moeder vraagt of het probleem “Amandine heet” waarop hij haar met grote ogen aankijkt en haar vraagt hoe ze dat weet. Ze antwoordt: Emilien komt thuis met zijn hemd verkeerd geknoopt, Emilien heeft gele roze, zijn lievelingsrozen bij, verkondigt theatraal dat ze van Amandine voor mij zijn; conclusie: het probleem is Amandine.

Emilien is versteld en denkt bij zichzelf dat zijn moeder wel geen koekjes kan bakken, maar dat ze buiten dat, geniaal is. Hij zegt haar dat hij voor har een couscous bij da Arabier gaat halen, die toch tot 22u open is en zegt, uit schrik dat ze er misschien niet meer zal zijn als hij terugkomt, dat hij direct zal terug zijn.



Emilien stijgt snel in de achting van FF, omdat hij al haar oefeningen over grammatica maakt. Op een dag stelt ze voor om haar kamer te bezichtigen, en het eerste dat opvalt als hij binnenkomt, is een lange tafel bedekt met werkgerief, potten verf, uiteengehaalde telegeleide auto’s en een hoogslaper. Op de vraag wat haar moeder ervan vindt, antwoord FF dat haar moeder zich met Alexandra bezighoudt, die blond als een Barbie is, danst en een viool speelt.

Dan zegt ze dat haar vader haar meer interesseert dan haar moeder, hij heeft de loto gewonnen en een verhuisbedrijf opgestart, als Emilien het goed begrepen heeft en FF heeft een grote bewondering voor haar vader en de loto en zegt dat ze als ze de loto heeft gewonnen ze niet maar naar school zal gaan. Dan ziet hij een plank met allemaal kleine figuurtjes op (monsters, dwergen, heksen, gnomen en andere wezens. Ze stelt voor of hij er een wil hebben en zegt dat ze haar uren hebben gekost om ze zo gedetailleerd te schilderen. Het gevoel om alles op de grond te smijten, doordat alle wezens gestolen zijn, onderdrukkend kiest Emilien een gobelin uit( een zwarte met een doodshoofd). Dan keren ze terug naar het salon, waar Emilien zijn spullen inpakt, mevr Fricaire groet en de zwaardverdiende 65 FF op zak steekt.

Hij besluit nog langs de winkel van zijn moeder te gaan, met de RER neemt het toch maar een drie kwartier in beslag en hij heeft nog tijd zat. In de metro ziet hij Amandine met een jongen (tussen de 18 en de 20, met een litteken over z’n kaak en die er volgens hem als een echte Liverpoolsupporter uitzag. Hij heeft kortgeschoren haar, waardoor je de schedel kunt zien), met elkaar praten. Als ze opsplitsen, wandelt Emilien Amandine tegemoet, maar doet alsof hij haar niet heeft opgemerkt. Ze merkt hem op, en blijkbaar is ze ook op weg naar Parijs, dus zijn ze samen op weg. Hij kan het niet laten haar te vragen wie die andere jongen was, en ze zegt hem dat het haar broer was en vraagt hem dan al lachend of hij haar bespioneerde. Amandine wil graag eens zien wat zijn moeder doen, dus bevinden ze zich ietsje later in de winkel van Emiliens moeder. Ze is er niet, enkel Martha. Amandine valt in de ene bewondering na de andere, terwijl Emilien naar buiten kijkt, naar de voorbijgangers, op haar wachtend. Ze vetrekken terug te voet en plots slaat Amandine haar arm onder die van Emilien en zegt dat het spijtig is dat hij zo goed overeenkomt met MM. Emilien wenst MM naar alle duivels toe, en wat later wandelen ze op de kaai.



Als hij thuiskomt, verwacht Emilien zijn moeder op de veranda, omringd door brandweer en politie, maar dat is niet het geval? Ze is aan het bellen met Martha, want blijkbaar is er in de winkel gestolen. Het gaat om twee oorhangers, met een schitterend motief. Emilien’s moeder was er zeer aan gehecht en zou er moeite mee hebben gehad ze te verkopen, laat staan dat ze gestolen zijn. De diefstal is rond 19u gebeurd, volgens Martha. Ondertussen gaat Emilien een sandwich smeren (voor hem en zijn moeder) met pastei (en augurken voor z’n moeder). De moeder barst bijna in tranen uit en zegt dat ze met de winkel wil stoppen, waarop Emilien zegt dat ze dat niet moet doen, maar zij zegt dan dat ze weet dat hij ook liever heeft dat ze er mee stopt, omdat ze bijna nooit thuis is, nooit voor hem (vers eten) kookt en dat ze geen tijd heeft om te luisteren. Maar hij zegt dat als iemand zo iets zou zeggen, die persoon het dan niet waard is om aandacht van iemand te krijgen. Ondertussen eten ze hun sandwich op en praten ze nog wat over de diefstal, maar Martha heeft de aanwezigheid van Emilien en Amandine niet aan de mama verteld, zozeer bestaat Emilien niet in Martha’s ogen.



De volgende zaterdag heeft Emilien afgesproken met Amandine. Hij had een smoes dat hij naar de volleybal training moest gebruikt om MM af te schepen. In het station is hij een half uur te vroeg dus besluit hij om een pakje kauwgom te kopen, als hij Amandine terug met haar broer opmerkt. Het lijkt of ze een beetje ruzie hebben en Amandine gehuild heeft, en Amandine probeert een pakje aan haar broer af te geven, maar deze weigert het aan te nemen.

Wat later ontmoeten ze elkaar dan (Emilien zwijgt over wat hij gezien heeft, omdat hij niet wil dat Amandine denkt dat hij haar altijd bespioneert). Ze besluiten om te gaan tennissen en gaan langs Emiliens huis om z’n raket en die van z’n moeder op te pikken en na nog geen tien minuten zij ze op het tennis, waar nog een van de 2 velden vrij is. Daar komen ze zeer toevallig MM tegen, die verbaast is en kwaad om Emilien, omdat hij normaal gezien met haar wegging maar naar de volleybal training moest. Amandine doet of ze verast is en na een kort gesprek (waarin MM duidelijk laat merken dat ze gekwetst is en dat dit het einde betekent van iets) gaat MM weg. Emilien speelt en goed potje tennis en achteraf vraagt Amandine of hij iets drinkt, maar hij zegt dat hij naar huis gaat, waarna zij zich verontschuldigt voor wat ervoor met MM was gebeurd, waarna hij haar verast door te zeggen dat ze een echt plakbeest is en dat hij misschien nu eindelijk van haar verlost is. Maar dat was blijkbaar niet echt het antwoord dat Amandine verwachtte.



Hij had de behoefte om alles aan iemand te vertellen, maar wist niet goed aan wie en doet dan zijn verhaal aan FF, en na een gesprek waarin ze vanalles vraagt trekken ze de conclusie dat Emilien zich moet wreken (des te meer om dat er een mogelijkheid is dat Amandine de oorhangers heeft gestolen.).

Thuis gekomen vindt hij Martha, die hem zegt dat hij binnen een week de gestolen oorhangers moet terug hebben, of ze gaat aan z’n moeder vertellen dat zijn vriendin een dievegge is en hij een leugenaar. (Martha rookt, volgens Emilien, verschrikkelijke kleine zwarte sigaren en hij vraagt zich af hoe haar hond het uithoudt.) Emilien’s frank valt dat hij groter is als Martha en dat aangezien Martha en zijn moeder geregeld kleren uitwisselen en dus dezelfde maten en grootte hebben, hij dus ook groter is dan zijn moeder, en aangezien dat hij groter is dan Martha heeft hij ineens geen schrik meer van haar, en zegt haar dat zijn zaken zijn zaken zijn en dat hij ze zelf wel zal oplossen, als een man. Martha schiet in een lachbui, maar dat kan hem niets schelen, ze is klein en ze is lelijk!

Dan loopt hij naar z’n kamer en bekijkt zichzelf met tranen in de ogen in de spiegel en vraagt zich af waar die man is...dan gaat hij op z’n bed liggen. Hij begint na te denken over de diefstal : vorige woensdag nam Amandine de sleutel van de toonbank, doet de vitrinekast open en neemt de twee oorhangers. Mogelijk? Ja. De volgende zaterdag, ziet ze haar “broer” op de gewoonlijke plaats en wil hem de oorhangers geven, maar hij wil ze niet (ofwel kan hij zo’n opspoorbare voorwerpen niet van de hand doen, of hij wil zulke dingen gewoon niet). Waarschijnlijk? Ja. Wat kan Amandine met de oorhangers hebben gedaan? Op haar kamer? Gevaarlijk. Doorverkopen? Riskant. Blijft er enkel de zolder over...

Dan denkt hij terug aan de zolder : een wieg, een opengescheurde zetel, een jachtgeweer, een hoge kinderstoel, een kinderwagen zonder wielen, een klein wasmachientje...hier en daar verspreid, en daartussen een spiksplinternieuw voorwerp. Als de oorhangers daar ergens zijn, dan zijn ze daar, en als iemand ze daar kon vinden dan was hij het wel.



Een paar dagen later ziet hij een bankuittreksel van z’n moeders zaak liggen en besluit, na een kort innerlijk gevecht, te kijken. Uiteindelijk snapt hij wat er staat en is zijn verbazing groot want z’n moeder staat nog meer in de schulden dan hij dacht (5537 FF). Wat later gaat hij dan naar FF en besluit hij van al het geld dat hij verdient aan de loto te spenderen, en vraagt FF of z’n vader bereid zou zijn hem te helpen, tot grote vreugde van FF (omdat Emilien dat vraagt).



Zodra de school gedaan is, gaat Emilien dan naar het bedrijf Fricaire. FF heeft voor hem de weg al uitgestippeld en daar aangekomen behandelt de vader van FF ham alsof hij een intellectueel is. De man vormt een groot contrast met z’n vrouw ( ronde schouders en rug, een buikje en een vrolijke snuit). Na een korte uitleg en een half uur extra uitleg, snapt de man wat Emilien van plan is en zegt dat het een “grootse wraakactie” is.

Wat later belt hij naar Angèle Carrère, de moeder van Amandine, met de smoes dat hij oude meubels zoekt voor het goede doel. Na wat geleuter krijgt hij haar zover dat ze alles wel zal geven, maar dat een hele verhuis wordt. Emilien zegt dat zij daar wel voor zorgen.



De volgende namiddag stopt er en camionette voor het huis van Amandine, met op de zijkant, leesbaar, maar snel geschilderd, “ De voddenrapers van de abdij Pierre”, de naam van het goede doel in wiens naam Emilien gisteren naar AC (de moeder van Amandine) heeft gebeld.

Mr. Fricaire ( die een beetje verlegen is, valt Emilien op) en Emilien stappen uit, en Emilien gaat aanbellen. De moeder van Amandine doet open en is een beetje verbaasd hem te zien maar zegt dat Amandine niet thuis is, waarop hij antwoordt dat hij niet voor haar komt, maar dat als hij wat tijd heeft een handje toesteekt bij de voddenrapers. Ondertussen merkt AC mr. Fricaire op, die haar al een minuut aan het begroeten is met gebaren van z’n hoofd. Ze zegt tegen Emilien dat wat hij doet een mooi gebaar is en vraagt dan aan mr. Fricaire of hij diegene is die gisteren gebeld heeft. Hij zegt nee en begint dan een beetje te stotteren en wijst Emilien aan, die zegt dat het de lokale verantwoordelijke was, maar dat die zoveel werk had, dat hij het niet was die alles kwam ophalen. Mevr Carrère leidt hen dan tot aan het luikgat en geeft Emilien de sleutel en zegt dat hij de weg kent, en dat ze haar moeten excuseren, maar dat ze aan het koken is. Ze is terrine van foie gras aan het maken.



Na een vijftal seconde bevinden ze zich op de zolder en daar stamelt mr. Fricaire, die een krachtige lamp bijheeft, dat het hier inderdaad het hol van Ali-Baba is (maar hij is blij dat hij aan het werk kan, want alles moet naar beneden). Mr. Fricaire begint alles in te pakken in krantenpapier en maakte het vast met touw. Ze hadden een klein uur nodig om alle gestolen goederen naar beneden te brengen ( de wieg, de kinderstoel, de wasmachine en de kinderwagen “vergezellen” de inductor, de walkman, het skateboard, cd’s , een audiocassette en een walkie talkie naar beneden). Ondertussen begint Emilien te panikeren omdat hij de oorhangers niet kan terugvinden en begint een beetje te vrezen dat ze hier niet liggen. Dan valt zijn blik op het kleine kistje (dat hem op het idee bracht voor het opstel van FF), en roept mr. Fricaire, die een beetje ongerust dichterbij komt. Emilien houdt een klein pakje vast, en mr. Fricaire zegt dat indien dat de oorhangers zijn Emilien wel heel sterk is, en nadat Emilien het papier er heeft afgescheurd zegt hij zelf dat hij inderdaad wel heel sterk is. Zijn wraak was volledig en hij stak de oorhangers in z’n zak.



Een uur later hadden ze alles in de tuin uitgestald en toen ze onder het toeziende oog van mevr Carrère, de camionette hebben volgeladen, horen ze ineens piepende fietsremmen. Amandine was er. Ze is verbaasd als ze ziet dat alle spullen van de zolder beneden staan, ingeladen in de camionette, en zegt aan haar moeder dat ze toch niet alles gaat wegdoen, waarop haar moeder antwoordt dat het toch maar oude spullen zijn en Emilien speelt er dan nog handig op in dat voor de arme mensen die niets hebben iets ouds iets nieuws is. Amandine is “kwaad” als ze hoort dat Emilien met de oorhangers in z’n zak schudt. Emilien stelt haar een partijtje tennis als wraak voor. Dan stappen Emilien en mr. Fricaire in en rijden door en na de eerste bocht schiet mr. Fricaire in een schaterlach.

Ze weten niet wat ze nu met de goederen moeten doen, maar ze gaan in elk geval niet naar de politie omdat Emilien dat beloofd had aan Amandine (de eerste keer op de zolder). Mr. Fricaire vertelt dan dat hij geluk heeft gehad in het leven (hij heeft de loto gewonnen) maar dat anderen minder geluk hebben gehad in het leven, en daarom schenkt hij elk jaar aan arme kindjes geschenkjes en ze besluiten om alles aan de kinderen te geven.



Emilien belt naar z’n moeder om te zeggen dat de wiskundeleerkracht ziek is en dat hij dan wel eventjes langs de winkel komt. Ze zegt dat het goed is en dat ze dan chinees zullen eten. Onderweg schrijft hij op een blad :

Deze juwelen bevielen me, toen ik in uw winkel kwam. Zonder na te denken heb ik ze genomen en zoals jullie kunnen zien ben ik er niet echt goed van. Gelieve me te vergeven voor deze daad.

En poetst hij de oorhangers nog een keer op en steekt ze dan samen met de brief in een plastiek zak. In de winkel aangekomen is zijn moeder bezig met een jonge klant die maar niet kan beslissen en doet hij z’n moeder te teken met de hand, dat ze zich van hem niets moet aantrekken. Hij gaat op een kruk zitten en schuift deze stilletjes richting toonbank, terwijl z’n moeder de klant vertelt dat zwart de mode is deze winter. Met een snel gebaar opent hij een schuif en neemt de kleine sleutel (van de vitrine) uit de schuif en doet deze dan zachtjes dicht. Hij staat op en loopt zogezegd geïnteresseerd naar de vitrine, terwijl zijn moeder de klant vertelt (op het verzoek van de klant naar fluokleuren) dat fluokleuren in de zomer mode waren, maar dat nu, in de winter zwart de mode is. Onopvallend opent Emilien de vitrinekast, maar verschiet van het geluid dat dat maakt en kijkt verschrikt naar z’n moeder, maar deze is nog druk in de weer met haar klant en heeft niets gehoord. De klant maakt haar stilletjes ambetant. Emilien haalt zijn gehandschoende hand uit z’n zak met de plastiek zak en wil deze ergens in de vitrinekast leggen, als hij z’n moeder tegen de klant hoort zeggen dat ze inderdaad maar is moet nadenken. Emilien denkt bij zichzelfdat hij zich moet haasten. Dan hoort hij de deurbel en laat hij de zak met goed geluk op een van de schappen in de vitrinekast vallen. Hij heeft nog juist genoeg tijd om de kast op slot te doen en de sleutel uit het slot te halen en zich om te draaien als z’n moeder naar hem komt. Ze zegt hem dat ze snel haar jas pakt, waarop hij antwoordt dat ze rustig aan mag doen, dat hij toch nog zijn handschoen moet pakken die hij naast de toonbank heeft laten vallen. Hij steekt de sleutel weg.



Mama sluit de winkel al, Emilien’s benen trillen nog na en ze gaan op weg naar de chinees. In de chinees vertelt Sylvie (Emiliens mama) dat ze de winkel gaat verkopen en Emilien is zeer verbaasd (het brood dat hij aan het eten is blijft halverwege tussen z’n bord en z’n mond steken). Martha heeft blijkbaar een koper gevonden, en de zaken gaan toch niet zo goed dus... Emilien vraagt zich af of hij hard genoeg heeft gepest tegen de winkel maar nu hij er bij stil staat dat ze effectief de zaak gaat sluiten, voelt hij zich er niet goed bij. Moeder vraag aan Emilien waar hij aan denkt en hij antwoordt dat hij aan de loto denkt. Ze zegt hem dat ze werk gaat zoeken en dat de verkoop van de winkel haar financieel gezien weer deugd gaat doen en dat hij zich geen zorgen moet maken.



Iets voor kerstmis loopt Emilien rond in het commercieel centrum en gaat naar binnen in de CASINO, een supermarkt. Daar gaat hij eerst naar de hifivideo en kijkt naar een afstandsbediening die hij waarschijnlijk met kerstmis zou hebben gekregen, maar wat nu niet het geval zal zijn. Met de afstandsbediening kon hij zijn muziek harder opzetten. Dan laat hij zich door de gehaaste klanten meevoeren naar een volgende rayon en merkt dat hij bij het speelgoed is terechtgekomen. Daar kwam hij even aan de telegeleidde auto’s en keek hij even naar de videospelletjes en zag dan een beetje verder de barbies staan, die hem deden denken aan de zus van FF , die hem aan FF deed denken, die hem aan haar vader deed denken, die hem aan Amandine deed denken en die hem tenslotte aan MM deed denken. Dan besluit hij een kerstcadeau voor MM te kopen, en merkt hij dat hij in de parfumerie is aangekomen, en merkt daar dan een flesje met een ouderwetse kristallen dop, genaamd “Aube”. Een verkoopster vraagt hem of hij wil proberen en ze laat hem rieken. Hij zegt hem dat hij die te zoet vindt en ze vraagt hem dan naar wat hij op zoek is en hij zegt dan dat hij op zoek is naar iets straffers, iets bevangende. En iets dat goedkoper is, want hij heeft maar 15FF op zak. Hij kijkt een beetje verder rond en neemt dan een flesje “Ciel d’Orage” (=onweerslucht) vast dat perfect in z’n vuist past. Hij twijfelt of hij het zou meenemen, denkt dat iedereen het doet en de verkoopster heeft hem toch de rug toegekeerd, dus steekt hij snel z’n handen in z’n zakken. Snel wandelt hij weg en denkt dat alles goed is gegaan, tot hij iemand hoort die hem aanspreekt en zegt dat hij hem heeft gezien en dat hij geen drama moet maken maar meekomen. Emilien vraagt zich af waarom en wordt wel heel misselijk van zichzelf omdat het zo gemakkelijk is en dat iedereen het doet en dat juist hij zich dan laat pakken. In het kantoor van de mr. moet hij z’n zakken leegmaken (het flesje parfum, zijn sleutels, zijn geldbeugel en zijn telefoonkaart). De man vraagt naar z’n papieren en hij zegt dat hij die niet bij heeft. De man vraag dan de nummer van z’n vader en Emilien antwoordt dat hij die niet heeft en de man wordt dan kwaad en vraagt hem sarcastisch of hij ook geen moeder heeft en of hij van de verzekeringen is...Emilien zegt dat hij niet weet waar z’n vader is maar dat hij wel z’n moeder wil bellen...dus belt hij z’n moeder en zegt dat hij gepakt is op diefstal in de CASINO, dat het een weddenschap was met vrienden. Ze zegt hem dat ze ogenblikkelijk komt. Na anderhalf uur wordt Emilien uit z’n “lijden verlost” en betaalt z’n mama, nadat ze het flesje heeft bekeken, de 260 FF aan de man (in cash geld) en zegt tegen Emilien dat ze naar huis gaan.

Thuis aangekomen, ruikt da moeder aan het parfum en bekijkt hem een beetje verwilderd en vraagt hem wat hij ermee ging doen, waarop hij zegt dat hij het aan iemand wou schenken. De moeder vraagt dan aan wie en hij zegt aan haar, maar ze zegt dan “dieven, tot daar toe, maar leugenaars, dat kan ik echt niet hebben”, waarop Emilien dan zegt dat hij het aan MM wou schenken, omdat ze een kleine ruzie hebben. De moeder vraagt dan of Amandine de oorzaak van de ruzie is en hij zegt dat dat er niet toe doet. Ze antwoord dan dat dat parfum niet voor MM geschikt is, dat zij iets fleurigs en vrolijks moet hebben, dat “Ciel d’Orage” eerder iets voor haar is.

Dan draait ze een nummer een laat twee keer over gaan voor ze de hoorn aan Emilien doorgeeft :

“hallo” klinkt een fleurige en frisse stem aan de andere kant van de lijn

“euh...oh, MM...euh...hallo...

Ja, het is met Emilien”
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen