U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Karakter.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=14288 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3989 woorden.

KARAKTER



1. ZAKELIJKE GEGEVENS.



A. De auteur: F. Bordewijk

B. Titel: Karakter: een roman van zoon en vader, Nijgh & Van Ditmar. 25e druk, ’s-Gravenhage, 1986, 248 blz. ( 1e druk in 1938)



2. EERSTE REACTIE

A. Keuze: Op school was er regelmatig gesproken over dit boek. Vandaar dat mij het wel interessant leek om dit boek te gaan lezen. Verder had ik een samenvatting van dit boek, wat de doorslag gaf voor het lezen van dit boek.

B. Inhoud: In het begin was het boek behoorlijk taai om door te werken, waardoor het ook nogal lang duurde voordat ik hem daadwerkelijk uit had, maar toen het eerste deel eenmaal voorbij was en ik het boek steeds beter begon te begrijpen vond ik het heel interessant te vinden!



3. VERDIEPING

A. Samenvatting:

Rond kerstmis wordt op een Rotterdamse kraam zaal het kind Jacob Willem Katadreuffe met een keizersnede ter wereld geholpen. Zijn moeder is de 18-jarige dienstbode Jacoba (Joba) Katadreuffe. Jacob Katadreuffe is verwekt door de deurwaarder Dreverhaven, de werkgever van Joba. Toen deze op een dag na een frustrerende zakelijke ervaring was thuisgekomen, had hij Joba in woede overweldigd, wat niet helemaal tegen haar zin in was gebeurd. Na de geboorte van Jacob Willem weigert Joba met Dreverhaven te trouwen. Hij stuurt haar telkens weer post en vraagt haar te trouwen en stuurt haar geld, maar zij stuurt het steeds terug tot hij het opgeeft. Jacob Willem groeit op in arme omstandigheden, maar zijn moeder hoort wel bij de fatsoenlijke armen. Ze weet zich zelfs enigszins op te werken door handwerk te veropen. Tegen de tijd dat Jacob Willem het huis uit kan, neemt ze een commensaal op kamers, Jan Maan, met wie Jacob Willem bevriend raakt. Jacob Wilems eerste poging om een maatschappelijke carrière te beginnen mislukt. Hij koopt een sigarenwinkeltje, maar gaat al snel failliet. Er wordt hem een curator toegewezen op het advocatenkantoor Stroomkoning. Wanneer hij daarheen gaat, vallen hem vijf koperen naamborden aan de gevel op, die hem zonnend toeschijnen. hij besluit dat ook zijn naam daarbij moet komen. Zijn curator, De Gankelaar, vindt hem een opmerkelijke jongeman en hij besluit hem te helpen. Hij bezorgt hem een baantje als typist en bediende op het advocatenkantoor. Katadreuffe gaat op kamers wonen bij Graanoogst, Stroomkonings conciërge. Hij ontdekt al spoedig dat zijn vader, Dreverhaven, veel zaken doet met Stroomkoning. Ook ontdekt hij dat Dreverhaven zijn eigen faillissement beschreven heeft. Dreverhaven is een deurwaarder die zich inlaat met allerlei duistere praktijken. Hij heeft zijn kantoor midden in de oudste buurt van Rotterdam. Als hij ontruimingen doet, is daar nooit politie bij nodig. Hij laat zich bij staan door twee angstaanjagende wezens, Hamerslag en Den Hieperboree. Katadreuffe gaat Dreverhaven opzoeken in zijn kantoor, wanneer voor de tweede keer zijn faillissement is aangevraagd. De schulden in verband met de sigarenwinkel waren namelijk geregeld via een Volkskredietbank, waarvan Dreverhaven de eigenaar blijkt te zijn. Deze eist nu betaling. Dreverhaven biedt Katadreuffe een lening aan en legt vervolgens een dolkmes op zijn bureau om te zien of de woedende Katadreuffe hem zal gebruiken. Katadreuffe steekt het in het tafelblad.Het faillissement wordt een feit, maar in plaats van ontslag krijgt Katadreuffe loonsverhoging van Stroomkoning, die wel iets in hem ziet. De Gankelaar voorkomt dat Katadreuffe zijn boeken kwijtraakt door ze op te kopen.Op het kantoor werkt een zekere juffrouw Te George. Zij is de rechterhand van Stroomkoning. Katadreuffe raakt met haar aan de praat, en ze bezoekt hem zelfs op zijn kamertje op zolder. Katadreuffe voelt een lichte angst in haar bijzijn, “Hij werd gedreven naar iets duisters, het waas tevens onmiskenbaar aangenaam”. Juffrouw Te George koestert warme gevoelens voor Katadreuffe, maar hij voorvoelt al dat daar niets uit kan voortvloeien.In deze tijd woedt in Rotterdam het communistisch oproer. De commensaal van Katadreuffes moeder, Jan Maan, mag er van zijn hospita niet aan meedoen. hij zou het wel graag willen, want hij is communist in hart en nieren, maar hij doet het niet. Joba Katadreuffe is een moeder voor hem geworden. Jacob Willem zoekt zijn vader op en leent 2000 gulden van hem om te gaan studeren. De voorwaarden zijn redelijk, mar de lening is onmiddellijk opeisbaar. Jacob Willem blijkt een uitstekend student te zijn, en het wordt hem steeds duidelijker dat hij in het kantoor het hoogste wil bereiken, namelijk ook advocaat worden. Hij ontdekt ook dat hij zeer op Lorna te George gesteld is, maar hij besluit geen verhouding met haar aan te knopen. Dat zou zijn plannen in de war sturen.Intussen wordt de bureauchef, Rentenstein, ontmaskerd als een fraudeur. Hij wordt ontslagen, maar niet gerechtelijk vervolgd, waant hij is door Dreverhaven op het slechte pad gebracht, en Stroomkoning wil niet dat deze in opspraak komt. Katadreuffe mag de opengevallen positie in te nemen. Dreverhaven doet een nieuwe poging Katadreuffe te gronde te richten. Hij eist de lening op die Katadreuffe bij hem heeft lopen. Wanneer dit tot een nieuw faillissement zal leiden zou Katadreuffes positie als eerste bediende onhoudbaar worden. Dit blijkt echter na enige juridische schermutselingen niet e gebeuren. Katadreuffe heeft opnieuw een ontmoeting met zijn vader, vrijwel identiek aan de vorige ontmoeting. weer houdt Dreverhaven hem een mes voor, mar deze keer bewaart Katadreuffe zijn kalmte en vertrekt waardig. Kort daarna slaagt Katadreuffe voor het examen, dat de weg opent naar de universiteit. Op het kantoor geeft met een feestje voor hem. Lorna Te George gaat eerder weg. Katadreuffe laat haar uit, en als ze dan een moment tegenover elkaar staan, voelt Katadreuffe dat dit het machtigste moment van zijn leven is. Hij laat het voorbijgaan. Te George meldt zich de volgende dag ziek en neemt vervolgens ontslag. Stroomkoning probeert vergeefs haar daarvan te weerhouden. Katadreuffe is uit zijn evenwicht en moet van Stroomkoning veertien dagen vakantie nemen. Na een week zet Katadreuffe zijn zorgen van zich af. hij besluit at hij geen man is voor het huwelijk. Het advocatenkantoor krijgt minder werk dor de economische malaise, maar door het vertrek. Het vertrek van De Gankelaar naar Indië en het overlijden van een andere collega, Gideon Piaat, die vooral de strafzaken deed, is dit geen echt probleem. Er zijn naast stroomkoning nu nog twee advocaten over, juffrouw Kalvelage en de heer Carlion. Stroomkoning houdt een plaats open voor Katadreuffe, die aan zijn rechtenstudie begonnen is. Deze studie verloopt vlot. De moeder van Jacob Willem lijdt aan tering. Het is onzeker hoe lang ze nog zal leven. Dreverhaven komt haar op een dag opnieuw ten huwelijk vragen. Ze stelt hem een wedervraag, namelijk waarom hij Jacob Willem blijft dwarszitten. Ze weigert zijn aanzoek. Dreverhaven had zijn zoon willen erkennen als ze hem gehuwd had, maar nu besluit hij Jacob Willem te treffen waar hij kan. Hij ontruimt het pand waarin hij zelf ook woont, door alle huurders op straat te smijten, eenvoudig omdat hij een grote ontruiming wil. Hij zoek daarna het gevaar door zich allen in de menigte te begeven. Er gebeurt niets. Dreverhaven gaat steeds meer misbruik maken van zijn positie. Hij en Katadreuffe komen voor het eerst in de rechtszaal tegenover elkaar te staan. Het betreft een onbelangrijk zaakje, en ze winnen geen van beiden. Katadreuffe past zich steeds meer aan het milieu waarin hij zal komen te verkeren. Hij vervreemdt verder van zijn vriend Jan Maan. De dag voor hij doctoraal examen zal doen, ontmoet hij Lorna te George, die inmiddels getrouwd is. Hij geeft blijk van enig zelfinzicht door zichzelf laf te noemen dat hij de liefde aan de kant heeft gezet voor zijn maatschappelijke carrière. Voor één keer staat hij samen met haar op de kade naar de Nieuwe Maas te kijken. Katadreuffe slaagt voor zijn examen, en Dreverhaven doet nog een laatste poging om het te vloeren, op grond van het feit dat Jacob Willem een onecht kind is. Het mag niet baten. Het koperen bord met de naam Katadreuffe wordt een blinkende zon aan de gevel van het advocatenkantoor.Katadreuffe bezoekt voor de laatste maal zijn vader, om hem zijn overwinning te laten zien. Als Katadreuffe hem voor de voeten werpt dat hij ondanks Dreverhavens tegenwerking geslaagd is in zijn leven, wijst Dreverhaven hem erop dat het ook wel eens dankzij die tegenwerking kan zijn geweest. Later vindt Katadreuffe bij zijn moeder thuis bij toeval een spaarbankboekje, waaruit blijkt dat zij alle toelagen die hij haar heeft overgemaakt, naar de Spaarbank heeft gebracht. Voorin staat dat het geld voor hem is. Hij realiseert zich ook haar nooit bereikt te hebben.



B. Onderzoek van de verhaaltechniek.

1. Schrijfstijl.

Dit boek is geschreven in een bondige, directe stijl, die in overeenstemming is met de zakelijkheid die de hoofdlijn is in het gedrag van Katadreuffe. De zinnen zijn kort, vooral in de voorkomende dialogen.

2. Ruimte.

De ruimte, tijd en plaats: Het verhaal is chronologisch verteld, met één uitzondering. In het zevende hoofdstuk word verteld hoe Katadreuffe aan zijn baan komt, terwijl in het voorafgaande hoofdstuk een daarop volgend gesprek met eerst zijn moeder en later Jan Maan weergegeven wordt. De totale vertelde tijd is gelijk aan de leeftijd van Katadreuffe aan het eind van het boek, 28 jaar. Het verhaal begint bij zijn geboorte. Het verhaal speelt zich tussen 1904 en 1932.

De gebeurtenissen spelen zich voor het grootste gedeelte af in Rotterdam, op het advocatenkantoor waar Katadreuffe werkt. Deze ruimte wordt gebruikt om de

carrière van Katadreuffe te symboliseren.

3. Verhaalfiguren.

Jacob Willem Katadreuffe: hoofdpersoon, hij heeft maar 1 doel: carrière maken. In de loop van zijn carrière komt hij erachter dat carrière maken geen volledig leven is.

Dreverhaven: een schrikwekkend figuur: heeft ook een doel: zijn zoon vernietigen. Hij heeft ook een neiging tot zelfverering (bij de ontruiming van zijn pand en het begeven bij menigte daarna).

Joba (moeder): onmenselijk karakter

Jan Maan: Katadreuffes tegenpool: probeert niet hogerop te komen. Vormt een binding tussen Katadreuffe en het milieu waar Katadreuffe zich probeert tui te werken.

Lorna te Geore: Katadreuffe is verliefd op haar, maar zijn idealen staan voor haar in de weg.

4. Situaties.

Als Katadreuffe zijn doel om advocaat te worden heeft bereikt komt hij erachter dat hij geen van de vier bovengenoemde mensen (uitgezonderd hijzelf) in zijn leven echt bereiken kan.

5. Vertelwijze.

Het verhaal heeft een auctoriale vertelsituatie. Katadreuffe wordt allereerst van binnenuit belicht, maar vervolgens verdwijnt deze stijl en komt verder in het boek de auctoriale vertelsituatie naar voren.



C. Thematiek.

Het thema is de machtsstrijd tussen een vader en een zoon: een generatieconflict dat op zich weinig schokkend hoeft te zijn. Deze machtsstrijd speelt zich af tussen personages met enorme karaktereigenschappen. Dreverhaven zit zijn zoon op allerlei manieren dwars, omdat hij hem haat. Die haat is oprecht, maar langzamerhand ontdekt Dreverhaven dat hij, door zijn zoon tegen te werken, hem ook helpt zijn doel te bereiken. Hij leert hem immers tegen de verdrukking in te groeien, en dat verhardt zijn karakter. Katadreuffe heeft ook bewondering en ontzag voor zijn vader. Goed en slecht kunnen altijd samen voorkomen en kunnen niet zonder elkaar bestaan. Hoofdthema van al de boeken van Bordewijk is: de angst voor de chaos, die door de tucht moet worden bedwongen. Dit kun je ook hier weer heel duidelijk zien aan de dreigende chaos die door Drevenhaven veroorzaakt wordt, waar Katadreuffe bang voor is en er daarom ook heel hard tegen strijdt. De tucht is weer merkbaar aan het faillissement die Katadreuffe moet ondergaan.



D. Plaats in de literatuurgeschiedenis.

Ferdinant Bordewijk werd geboren op 10 oktober 1884 in Amsterdam en stierf op 28 april 1965 in Den Haag. Hij studeerde rechten in Leiden en in 1913 ging hij werken op een advocatenkantoor in Rotterdam. Bordewijk begon in 1916 aan een dichtbundel, die net als zijn andere boeken veel succes had. In de jaren dertig verwierf hij grotere bekendheid met Brokken, Knorrende beesten, Bint, Rood paleis en Karakter. In deze romans beschreef hij op een beeldende manier en in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid de ontmenselijking, veroorzaakt door een relatie of systeem. De personages zijn dikwijl nachtmerrieachtige karikaturen. In zijn latere werk is deze typische sfeer minder overheersend. De Rotterdamse roman Karakter (1938), bezorgde hem duurzame roem. In 1996 werd het verfilmd; de film won een Oscar in de categorie buitenlandse films. De intriges van Bordewijks romans en novellen, en zijn mensenkennis houden duidelijk verband met zijn praktijk als advocaat. De uitbeelding van dikwijls lugubere bouwsels of stadswijken versterkt het angst- en afschuwmotief dat ook in de karakters van zijn hoofdfiguren een belangrijke factor is. Na Noorderlicht (1948) werd de wereld die Bordewijk beschreef menselijker en evenwichtiger. In zijn laatste werken overheersen thema's als ouderdom en dood. In 1953 werd zijn werk bekroond met de P.C.-Hoofdprijs en in 1957 de Constatijn Huygensprijs.



4. BEOORDELING

1. Ik kan geen echte elementen weergeven die er uit sprongen, om het zo maar even te verwoorden. Op zich was de passage over de liefdesaffaire wel heel goed beschreven, waardoor het leuk was om het boek te lezen.

2. De strijd die hij voerde op het moment toen hij samen met Lorna te George in de gang stond na het personeelsfeest, waarbij hij op dat moment kon kiezen voor haar, maar haar liet toch liet staan voor zijn eigen carrière.

3. Het begin van het boek vond ik erg saai. Het begin van het leven van Katadreuffe werd op een erge softe manier beschreven en was naar mijn idee niet echt zinvol: de schrijver had dit op een korte wijze weer kunnen geven, waarbij toch alle elementen genoemd zouden zijn. Ik kan het goed begrijpen dat er mensen zijn die het boek niet uitlezen doordat hij in het begin erg saai is.

4. Het boek zou te vergelijken zijn met de film die over dit boek gemaakt is. Ik heb deze film alleen niet gezien, dus kan ik hier mijn mening ook niet over geven.

5. De schrijver beschrijft op een zeer goede manier de spanning tussen vader en zoon: het botsen tussen de twee karakters geeft zodanig een spanning weer in het boek dat je het gewoon uit wilt lezen om te weten wie er nu gaat winnen.

6. Het taalgebruik is op zich oke! Het is niet allemaal even makkelijk te volgen, maar door bepaalde zinnen gewoon twee keer te lezen begrijp je prima wat ermee bedoelt wordt.

7. Een mooi, maar tevens behoorlijk pittig boek, wat je echt met aandacht moet lezen wil je het allemaal goed begrijpen.

8. Ik zou het alleen aanraden aan mensen die het leuk vinden om literatuur te lezen en zich interesseren in moeilijke boeken. Zij zullen het ook met aandacht lezen en de strekking beter begrijpen dan mensen die alleen maar liefdesromannetjes lezen.



5. ACHTERGRONDINFORMATIE.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam een stroming op in de architectuur die werd aangeduid als de nieuwe zakelijkheid. Het ging erom de gebouwen zo strak mogelijk uit te voeren; alle versieringen werden overbodig geacht. De enige eis die gesteld mocht worden, was die van de functionaliteit. Vanuit de architectuur is op de literatuur een zekere invloed te bespeuren. Zo wordt ook Bordewijks naam vrijwel steeds met die van de nieuwe zakelijkheid verbonden. Dat geldt echter slechts voor een bepaalde periode in zijn schrijverschap. Vooral in zijn boeken zoals Blokken en Brave new world is dit duidelijk te merken aan de expressieve taal en het leven van de mens in een wereld waarin alles wat aan een persoonlijke opvatting herinnert, wordt uitgebannen. In het boek ‘Karakter’ is van deze nieuwe zakelijkheid minder te bespeuren dan in zijn voorgaande boeken. Op zichzelf staan wel de persoonlijke opvatting van de mensen (bijvoorbeeld van Drevenhaven en Katadreuffe) zeer centraal. Bordewijk schept in zijn romans een verbeeldingswereld, die enerzijds herinnert aan de normale werkelijkheid, maar toch iets beklemmendst heeft. Niet ten onrechte zijn Bordewijks romans wel eens in verband gebracht met het magisch-realisme. Bepaalde karaktertrekken worden tot in het absurde doorgetrokken, waardoor figuren onder de pen van de schrijver tot ware monsters uitgroeien. De sfeer krijgt werkelijk iets van een nachtmerrie. Zo ook bij het boek ‘Karakter’, waarbij die karaktertrekken ook heel direct beschrijven worden zoals bijvoorbeeld Drevenhaven die als het ware een soort monster is. Toch wordt deze roman meer als een ‘normale roman’ beschouwt, al blijft in dit boek ook duidelijk de voorliefde voor figuren als Dreverhaven, die beheerst wordt door de wil zijn macht te laten blijken, of figuren die lijden onder een haat-liefdeverhouding zoals de jonge Jacob Katadreuffe. Wel kun je in dit boek weer duidelijk merken dat zijn hoofdthema van zijn werk hier duidelijk naar voren komt zoals in al zijn boeken, namelijk de angst voor de chaos, die door de tucht moet worden bedwongen. (zie ook het punt: thema)



6. RECENSIES.

Ik vond het boek helemaal niet boeiend om te lezen ik vond dat de details te uitvoerig werden beschreven Bordewijk geeft je niet meer de kans je inspiratie te laten werken om hiervan een duidelijk voorbeeld te geven : het licht viel schuin binnen door het bovenste raam van de okergele kamer. De beschrijvingen zijn overdreven. tot het absurde toe. Het verhaal liep ook niet snel genoeg door, men bleef soms te lang op dezelfde passages hangen. Ook de zinnen waren zo verwarrend opgesteld dat wanneer je aan het einde van een zin was je zoveel stof had te verwerken gekregen dat je niet meer wist wat er allemaal in die zin stond, ook door het feit dat alles verwarrend was geschreven



Ik vind het een ontzettend goed boek. Ik vind het goed dat er zoveel aandacht wordt besteed aan de personen, en het verhaal eromheen is vind ik eigenlijk maar ondergeschikt. Ik heb het gevoel dat er echt heel duidelijk over de ontwikkelingen is nagedacht. Ik heb het boek met veel plezier gelezen!



Heel belangrijk was de bespreking door Menno ter Braak in het dagblad Het Vaderland van 9 oktober 1938.

Ter Braak vindt dit boek dicht bij Bint staan, de stijl ervan bewondert hij zeer. Ter Braak weidt dan nogal uit over wat hij onder het begrip karakter verstaat en dat maakt zijn recensie voor ons wel wat minder goed leesbaar: op de inhoud van de roman van Bordewijk gaat hij weinig in. Bovendien trekt Ter Braak een vergelijking met andere schrijvers uit zijn tijd die we nu helemaal niet meer kennen (Querido, Robbers), - de recensie biedt de huidige lezer daarom weinig inzichten in het boek van Bordewijk.



De Telegraaf (van 30 oktober 1938, recensent onbekend) vindt Karakter een overtuigende roman.

Wel blijft de beoordelaar achter met de vraag hoe het verder zou kunnen gaan met Katadreufe aan het eind van het boek. Hij wil daarmee aangeven dat Bordewijk met zijn verhaal heel erg afwijkt van wat de meeste romanschrijvers doen: de uiteindelijke bestemming van hun hoofdpersoon schetsen.



Marcel Janssens schreef in een herdenkingsartikel bij het overlijden in 1965 in De Nieuwe Gids (9 mei 1965) over Karakter. Bordewijk heeft met dit verhaal bedoeld duidelijk te maken hoe een ijzeren wil kan leiden tot zelfverminking.

Door een uiterste zelftucht wordt een individu niet verrijkt is volgens recensent de strekking van Karakter. De stijl van het boek vergelijkt hij net die van Elsschot. Verder bevat dit artikel een goede analyse van de roman.



Een belangrijke bijdrage is een artikel over Karakter is van Maarten 't Hart uit de NRC van 18 november 1988. Hij schreef hier een soort herdenkingsartikel naar aanleiding van de vijftig jaar die waren verstreken na de eerste druk van Karakter.

Hierin verdedigt deze schrijver dat Karakter nog heel actueel is. Allereerst vraagt 't Hart zich af waarom Joba toch niet trouwen wil na een onecht kind te hebben en zeven huwelijksaanzoeken te hebben ontvangen. Ze heeft eigenlijk wel trekken van de huidge Bommoeders, vindt 't Hart.Hoewel het hier niet om een hoofdmotief van het boek gaat stelt Maarten 't Hart vast dat Bordewijk ook beschreef dat de disharmonie tussen de ouders (Joba en Dreverhaven) desastreus was voor het levensgeluk va n de jonge Katadreufe. En om dat te illustreren citeert hij een gedeelte van het slot: ''Toen zag Katadreufe dat vier mensen in zijn leven waren en het was alles een droefheid." 't Hart merkt op dat Karakter de roman is van huwelijken die niet tot stand komen.



Samenvattend: Van enige kritiek op deze roman is nergens sprake – vanaf het begin was duidelijk dat Karakter een meesterwerk van Bordewijk is. De oudste artikelen uit 1938 zijn bijna alle onbereikbaar geworden. Latere artikelen waren gelegenheidsartikelen. Opvallend is dat in filmbesprekingen van de zeer succesrijke film die onlangs is gemaakt naar de roman Karakter de naam van de auteur nauwelijks meer wordt genoemd.





Recensent Maartje Somers (Parool)



'Neen' is geen slecht woord om een boek mee te beginnen en zeker niet als dat boek nergens anders over gaat dan over 'neen'. Dat is het geval in Karakter. Het meisje Joba Katadreuffe zegt niets anders. En alleen die ene keer, als haar patroon thuiskomt met een teleurstellende brief op zak en een overmaat aan frustratie, is haar nee niet hard en overtuigend genoeg.



Het meisje Joba vergeeft zichzelf haar zwakheid niet. Als zij zwanger blijkt, gaat ze weg bij Dreverhaven. Na de bevalling ontspint zich in de kraamzaal het volgende gesprek: 'We bedoelen alleen maar dat de vader moet opbrengen voor je kind.'



'Nee.'



'Hoe nee?'



'Ik wil niet.'



Het kind, pas geboren, ligt 'driftig en ongeduldig bij de moeder'. Het kind Wil Niet. Het weert al af nog voor het kan denken, wat met zulke genen geen wonder is. De vader is deurwaarder Dreverhaven, het 'zwaard zonder genade voor elke schuldenaar die hem in handen viel'. De moeder is Joba, die Dreverhavens maandelijkse postwissels en huwelijkaanzoeken terugstuurt met de woorden: 'Wordt altijd geweigerd.'



Dat grauwe boek dat iedereen op school moet lezen is alleen al niet grauw omdat het zo'n grote portie keihard samengebalde afweer bevat, misschien wel de grootste uit de literatuurgeschiedenis. Daarom valt het bij scholieren niet in de smaak; die hebben genoeg aan hun eigen afweer en halsstarrigheid. Maar later, na school, dient iedereen dit te lezen en vervolgens ieder jaar opnieuw. Niet alleen om Dreverhaven en Katadreuffe, maar ook vanwege Joba. Van de razernij van de vader en de onwrikbare zoon heeft iedereen een beeld in zijn hoofd zitten, dat bij herlezing overigens nooit helemaal hetzelfde blijft. Maar een beeld van Joba is er vaak helemaal niet, terwijl het toch haar 'neen' is, dat ene te zwakke 'neen', dat het boek voortjaagt. Katadreuffe, voortgekomen uit een moment van zwakheid, heeft vanaf zijn geboorte een schuld die hij niet kan inlossen, een afstand die hij nooit meer inloopt.



Vandaar dat Karakter een gehaast boek is. De personages knuppelen zichzelf door het leven, als ze er al niet doorheen geschopt worden door een ander. De diepste concentratie, het allerhardste zwijgen, het heeft iets opgejaagds.



Het haastige boek is traag ontstaan. Bordewijk bedacht eerst het verhaal De man in de hoek, over een man die in de tram zijn zoon herkent. Daarna kwam in 1928 de novelle Katadreuffe en Dreverhaven en pas toen Karakter, dat in 1938 als feuilleton in De Gids verscheen. Zelf had de schrijver er geen hoge pet van op: 'Het boek toont verwantschap met zijn jonge carrièremaker: het slaagde slechts betrekkelijk.'



Maar voor een betrekkelijk geslaagd boek zitten er toch mooie dingen in, werpen we tegen. Waar kunnen we ons als lezer anders laten opsluiten tussen oudhollandse, nu bijna uitgestorven karaktertrekken als reserve, soberheid, strengheid, zelftucht? Een eigenschap als in zichzelf-gekeerdheid, bestaat die nog?



Hier noemen we niet de gebouwen, de gebitten, de stilstand en de vaart in Karakter. Alleen nog de woorden en de zinnen: kort en spaarzaam en met efficiënte komma's aan elkaar geknoopt, zodat ze monotoon gaan klinken in het hoofd van de lezer. Ontzagwekkende woorden, ook oudhollands: staalreuzen, drijvende hijschblokken en machinehuizen, bloedkokerijen bij het abattoir. Op 'Neen', de titel van het eerste hoofdstuk, volgen zakelijk de titels 'Jeugd', 'Jeugd', 'Een faillissement', 'Gevel en kantoor' en 'Kleurlooze tijd'. Ze staan onder elkaar op het schutblad van het boek en je krijgt de indruk dat Bordewijk met deze woorden het liefst volstaan zou hebben.



Met alle respect en no hard feelings, maar nu de kantoorroman een renaissance doormaakt, kan het geen kwaad te stellen dat er maar één de eerste, de mooiste kan zijn. Kandidatuur van Het Bureau Wordt Altijd Geweigerd.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen