U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Anke De Vries - Opstand.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2273 en is laatst upgedate op 30/10/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1949 woorden.

A-deel: Zakelijke gegevens

Titel: Opstand!

Auteur: A. de Vries

Tweede druk, Rotterdam 1988.

174 bladzijdes.

Dit boek is getipt door de Nederlandse Kinderjury 13-16 jaar in 1989.

B-deel: Samenvatting

In het begin van het boek hoor je dat Gérard vertrekt naar Lyon om werk te zoeken. Hij was ongeveer de enige medestander van Marcelin Albert. De grote armoede in de streek wordt veroorzaakt doordat de druifluis enige jaren geleden de oogsten verwoestte. Men ging goedkope wijn invoeren, waarmee op grote schaal werd geknoeid. Nu de boeren eindelijk weer goede wijn hadden, konden zij de wijn niet meer verkopen.

Marcelin Albert vocht al jaren tegen de armoede, maar niemand luisterde. Dit veranderde toen het huis van Mazet, een wijnboer, werd leeggehaald omdat hij de belastingen niet meer kon betalen. Hij pleegde zelfmoord door zijn huis in brand te steken. Zijn twaalfjarige zoon kwam daarbij ook om het leven. Marcelin vond steeds meer aanhangers.

Thomas trok veel met Sandrine op, omdat zij samen de dochter van Mazet verzorgden. Thomas hielp Marcelin met zijn bijeenkomsten, die door steeds meer mensen werden bezocht. Marcelin ging een heleboel steden en dorpen langs om de mensen daar ook toe te spreken. Zo ook in Narbonne. Ook Ferroul, de burgemeester van die stad, was bij zo een bijeenkomst aanwezig.

Marcelin begon steeds meer de greep op de menigte te verliezen, die zich nog steeds uitbreidde. Ferroul probeerde ondertussen de macht subtiel te grijpen. Hij stelde een ultimatum aan Clemenceau, de eerste minister van Frankrijk, zonder dat Marcelin er iets over te vertellen had. Marcelin had er tot nu toe steeds op aangedrongen dat de bijeenkomsten vreedzaam waren, maar met het ultimatum liep dit steeds meer uit de hand. Clemenceau negeerde dit ultimatum en er braken stakingen uit. Clemenceau pikte dit niet en zette het leger in… Intussen werd duidelijk dat Gérard een baan in het leger had aangenomen. Hij moest dus meevechten tegen de opstandelingen.

Er onstonden rellen tussen de bevolking en het leger. Eén legeronderdeel richtte de wapens op de grond, roepend: “Wij weigeren de wapens op te nemen tegen onze eigen mensen.” Er vielen gewonden en zelfs doden. Eén soldaat werd gedood doordat eigen soldaten hem (per ongeluk) neerschoten.

Ook Thomas ging naar Narbonne en kwam dus eveneens in de rellen terecht. Hij zag hoe de opperbevelhebber van de politie werd mishandeld en in het water gegooid. Thomas hielp hem en liep zelf ook verwondingen op. Hij belandde in het ziekenhuis.

Intussen kreeg Sandrine een angstig voorgevoel dat Thomas iets zou overkomen. Ze ging naar Narbonne en ging regelrecht naar het ziekenhuis. Ze kreeg daar te horen dat Thomas dood was, maar dit bleek op een misverstand te berusten: het ging namelijk om Gérard, de neef van Thomas. Sandrine had gelijk gekregen: Thomas was inderdaad opgenomen, maar niet met dodelijke verwondingen.

Ferroul en Marcelin spraken af dat zij zich zouden melden bij de gevangenis. Ferroul hield woord, maar Marcelin ging eerst naar Parijs, om Clemenceau te overtuigen van de noodzaak van hulp. Marcelin kreeg z’n zin, er kwam een wet tegen het geknoei met wijn. Clemenceau gebruikte toen de pers omdat Marcelin zijn woord had gebroken. Marcelin kwam terug in Argeliers, waar hij woonde, maar werd uitgejouwd. Mensen hadden gehoord dat hij zijn woord had gebroken, maar dat had hij alleen gedaan om hen te helpen! Alleen de dokter van de stad, Rooie Berthe en Thomas bleven hem trouw. Toen zag Thomas in dat de Midi ook voor andere gewassen geschikt gemaakt zou kunnen worden.

C-deel: Bespreking van de inhoud

Welke aspecten komen aan de orde?

Dit zijn o.a. armoede en de daaropvolgende opstand. Verder nog politiek.

Het eigenlijke onderwerp

Het boek gaat over de grote armoede en de opstand.

Titelverklaring

Opstand! luidt de titel. De bewoners van de Midi worden zó arm dat ze in opstand komen.

Beschrijving hoofdpersonen

Thomas Laval

Hij is ongeveer zestien jaar. Hij is verliefd op Sandrine en hij doet mee aan protestacties. Hij is zoon van een wijnbouwer.

Sandrine Chancel

Sandrine is verliefd op Thomas, en andersom. Zij probeert Thomas ervan te overtuigen, dat je niet alleen wijn zou moeten produceren in de Midi, maar ook andere gewassen. Zij heeft af en toe helderziende ogenblikken.

Het probleem van de hoofdpersonen

In een belangrijke wijnstreek van Frankrijk, de Midi, gaat het slecht met de boeren doordat er (goedkope) wijn wordt ingevoerd; boeren kunnen hun wijn niet meer kwijt. Grote armoede teistert de streek. Ook Thomas wordt getroffen door de armoede in het gebied.

Beschrijving bijpersonen

Gérard Laval

Neef en beste vriend van Thomas, die naar Lyon vertrekt om werk te zoeken.

Marcelin Albert

Hij strijdt geweldloos voor betere omstandigheden in de Midi, maar door de mentaliteit van de mensen in de Midi is dat bijzonder moeilijk. Men legt zich bij het lot neer.

Rooie Berthe

Zij is voedvrouw en steunt Marcelin Albert en is net als Thomas tegen Ferroul.

Ferroul

Burgemeester van Narbonne, strijdt net als Marcelin Albert voor betere omstandigheden, maar Ferroul schuwt geen geweld. Hij probeert hogerop te komen in de politiek door deze protestacties.

De verhoudingen tussen de personen en de eventuele veranderingen daarin

Thomas is verliefd op Sandrine, en is de neef van Gérard. Thomas steunt Marcelin Albert, en is tegen geweld tijdens de demonstraties. Rooie Berthe is voor Marcelin. Ferroul wordt in het boek afgeschilderd als negatief.

Hoe leer je de personen kennen en wat zijn de gevolgen daarvan?

Thomas en Sandrine leer je van ‘binnenuit’ kennen, en de andere personen slechts van buiten. In het begin twijfelde ik of ik Sandrine als hoofdpersoon moest beschouwen, maar later vond ik meer en meer dat dit eigenlijk wel zo is, ofschoon dit niet blijkt uit de samenvatting.

Opbouw

Hoofdstukindeling

Het boek telt 21 hoofdstukken, die geen titel hebben.

Lengte van het boek

Het boek telt 174 bladzijdes.

Hoeveel tijd verloopt er van begin tot eind?

Moeilijk te zeggen, in het begin gaat de tijd sneller dan aan het eind. Ik denk dat er ongeveer zes maanden tussen het begin en het eind zit.

Tijdsverloop

In het begin wordt de situatie beschreven, maar later gaat de tijd steeds langzamer. Het boek is wel chronologisch.

Hoe eindigt het boek?

Gesloten, want aan het eind is het duidelijk wat er met de personen gebeurt. Alleen is nog niet duidelijk ‘hoe het nu verder moet’ met Thomas en Sandrine. Ook zijn veel boeren nog steeds arm, ondanks de nieuwe wet die net in werking is getreden. Daardoor heeft dit boek ook nog trekjes van een open einde.

In welke vorm is het boek geschreven?

Het boek is geschreven in de hij/zij-vorm.

Waar en wanneer speelt het verhaal?

In de Midi, een belangrijke wijnstreek in het zuidoosten van Frankrijk. Het jaar waarin boek begint is 1907.

De bedoeling van de schrijver

Die is mij onbekend. Misschien omdat ze het leuk vindt, maar misschien ook om geld te verdienen of om prestige te verwerven.

De verhaalsoort

Het is een historisch verhaal.

D-deel: Eigen mening

Mijn mening

Ik vond dit boek leuk, want…

Er komen meerdere aspecten aan de orde. Ik ben zowel geïnteresseerd in politiek als in geschiedenis, en beide aspecten komen in het boek voor.

Ik vond dit boek soms moeilijk te volgen, want…

Het liefdesleven met Sandrine en de opstand worden allebei tegelijk gevolgd, zodat je soms moet overschakelen ‘naar het andere verhaal.’

Ik vond dit boek niet te kort, want…

Er werden veel dingen in het boek verteld. Normaal lees ik langere boeken, maar hierin werd veel verteld met weinig papier.

Ik vond dit boek niet spannend, want…

Ik had dit boek al gelezen. Meestal kies ik boeken voor een leesverslag die ik al gelezen heb, omdat ik dan goed kan beoordelen of het boek geschikt is voor een boekverslag. Ik wist nu bijvoorbeeld al dat Gérard vrij vlug zou sterven.

Ik vond dit boek makkelijk in taalgebruik, want…

Het taalgebruik was aangepast aan jongeren van mijn leeftijd.

Ik vond dit boek realistisch, want…

De kans is groot, hoewel ik het niet heb gecontroleerd, dat aan het begin van de 20e eeuw inderdaad grote armoede heerste in die streek van Frankrijk. Er moet natuurlijk iets spannends worden toegevoegd, om het boek aantrekkelijk te maken.

Ik vond dit boek aantrekkelijk, want…

Op de achterzijde van het boek was duidelijk aangegeven waar het boek over ging, en dit klopte ook met de werkelijke inhoud van het boek.

Is je verwachting van het boek uitgekomen?

Min of meer wel. Ik had zo’n verhaal wel zo ongeveer verwacht, maar uiteraard kon ik niet de details verzinnen. Ook toen ik eenmaal aan het lezen was, had ik bepaalde verwachtingen en die klopten steeds met de werkelijkheid. Bijvoorbeeld, toen ik in hoofdstuk twee was, had ik al het vermoeden dat Sandrine een belangrijke plaats zou innemen en dat Thomas verliefd op haar werd. Dat bleek later te kloppen! Ik vind dit trouwens geen afbreuk doen aan de spanning die je voelt als je een boek leest.

Een situatie uit het boek

‘De zuster vertelde dat je op zoek was naar een jongen Laval…’ Sandrine knikte, haar keel zat dichtgesnoerd. Hij legde beschermend een arm om haar schouders en zei: ‘Kom even met me mee,’ en leidde haar naar een klein kamertje waar een bureau stond vol paperassen. ‘Ga zitten, ga zitten.’ Hij schoof een stoel aan. Daarna kuchte hij en streek onzeker door zijn haar. Opeens begreep Sandrine dat hij haar iets verschikkelijks mee ging delen. ‘Is hij dood?’ kneep ze eruit. De dokter knikte en wendde zijn blik af. ‘Dat kan niet, dat is onmogelijk…’ ‘Helaas…’ Hij haalde gelaten zijn schouders op. ‘Hij was al niet meer in leven toen ze hem hier binnenbrachten. Hij moet vrijwel op slag dood geweest zijn. Een schot in de rug dat zijn hart heeft geraakt. Het moet afgevuurd zijn door soldaten van zijn eigen regiment.’ Sandrine hoorde de stem van de arts in de verte; het duurde een tijd voordat het tot haar doordrong. ‘Regiment…’ herhaalde ze verwezen, ‘regiment…’ ‘Hij is de enige soldaat die vanmiddag is omgekomen, de andere slachtoffers zijn allemaal burgers.’ ‘Soldaat? Maar Thomas… Thomas is geen soldaat,’ stootte ze eruit.

Ik heb dit gedeelte gekozen omdat je echt denkt dat Thomas dood is, maar als je naar het bladzijdenummer kijkt (142) dan weet je dat hij nog niet dood kan zijn, want het boek telt 174 bladzijden en Thomas is één van de hoofdpersonen. Maar wie dan wel? Je vraagt jezelf al lezend dit af, en dan kom je erachter. Leuk geschreven.

E-deel: Informatie over de schrijver

Anke de Vries woonde tijdens haar jeugd op de Veluwe. Ze volgde de middelbare school in Ede, en toen zij die had afgemaakt, ging ze reizen maken, naar o.a. Griekenland en Frankrijk. In 1957 trad ze in het huwelijk met een Fransman. Ze wonen sinds 1963 in Den Haag. Ze volgde een cursus en in 1972 publiceerde ze haar eerste boek (De vleugels van Wouter Pannenkoek).

In haar boeken beschrijft ze problemen van gewone kinderen en soms volwassenen. Ze schrijft jeugdboeken voor alle leeftijden. In tienerboeken gaat het vooral over problemen als discriminatie en criminaliteit. Haar boeken spelen zich af in Franse dorpen. Ze heeft het vaak over de 20e eeuw.

Ze heeft veel boeken geschreven en daarvan noem ik er zes, omdat die een bekroning of een nominatie of zoiets hebben.

1976 Zilveren Griffel Het geheim van Mories Besjoer

1989 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13-16 jaar Opstand! (dit boek dus)

1991 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13-16 jaar Kladwerk

1991 Prijs van de Nederlandse Kinderjury 10-12 jaar Kladwerk

1993 Prijs van de Nederlandse Kinderjury 13-16 jaar Blauwe plekken

1993 Prijs van de Nederlandse Kinderjury 10-12 jaar Blauwe plekken

Verder nog boeken die ik gelezen heb:

1977 Belledonne kamer 16

1982 Weg uit het verleden

1984 Medeplichtig

1988 Opstand!

1994 Fausto koppie

1996 Memo zwijgt (ook verfilmd: “de jongen die niet meer praatte.”)
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen