U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Bint : Roman Van Een Zender.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=2840 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2763 woorden.

Verklaring: Bint is de naam van de strenge directeur van de school waar het verhaal zich grotendeels afspeelt.

De ondertitel
Roman van een zender.
Verklaring: in de roman wordt een signaal uitgezonden dat er iets moet veranderen (aan het onderwijs en/ of aan de maatschappij).

Bladzijdes
76

Episch grondgenre
Roman

Subgenre
Psychologische roman

Thema
Tucht

Motief
vernedering: - De Bree vernedert leerlingen
- De Bree wordt tot 2x toe vernederd als hij op de verkeerde manier naar de werkster kijkt.
Schuld: - De Bree voelt zich schuldig omdat Punselie en Heiligerleven ervandoor gaan tijdens de fietstocht.
- Bint voelt zich schuldig over de dood van Van Beek.
Trouw: - Iedereen blijft trouw aan Bint en zijn systeem.
- De leerlingen blijven trouw aan elkaar
* Alleen is er altijd iemand die ervan afwijkt. Bint wijkt van zijn eigen systeem afwijkt, de hel valt de oproerkraaiers aan, Heiligerleven en Punselie verdwijnen op de fietstocht.

Stroming
Nieuwe zakelijkheid

Compositie

Climax
De zelfmoord van de leerling Van Beek.

Het einde
Gesloten.
De Bree blijft lesgeven, al wou hij aanvankelijk maar een jaar blijven.

Indeling
Een doorlopende tekst verdeeld in een soort ongenummerde, geen afgerond geheel vormende hoofdstukjes met een eigen titel.

Vertelvorm
Personaal

Dialoog
Komt niet zo veel voor

Monoloog
Komt weinig voor en vrijwel alleen bij De Bree.

Wordt er duidelijk beschreven?
Er wordt veel beschreven. De situaties zijn goed voor te stellen, maar personen worden soms op een heel lastige, niet zo duidelijke manier beschreven.

Raamvertelling
Er is geen sprake van een raamvertelling.

Brieven
Er komt een brief in het verhaal voor die geen invloed heeft op het verhaal. De Bree schrijft Bint dat hij blijft.

Dromen
Er komen geen dromen voor in het verhaal.

Bint - F. Bordewijk

De Bree begint met lesgeven. Eigenlijk wil hij zich bezighouden met zijn studie over de vrouw, en in het speciaal Anna Maria van Schuurman, een geleerde vrouw. Lesgeven is bijzaak.
De directeur van de school is Bint, hij wil discipline.
De Bree moet zijn 1e uur lesgeven in Bint's eliteklasje 4D, door De Bree "de hel " genoemd.
Hij laat 7 leerlingen uit de hel op zaterdag nakomen van 2 tot 6. Hij geeft ze werk op en gaat vervolgens weg. In de lerarenkamer hoort hij wat meer over Bint. Remigius vertelt hem dat Bint 5 jaar geleden opeens omsloeg. Bint heerst nu, hij is superieur, heeft oorlog met de wethouder. De school moet over 2 jaar sluiten.
De Bree heeft 4 klassen: de bloemen, de grauwen, de bruinen en de hel. Hij begint oorlog tegen de hel. Na 4 maanden wil de hel vrede sluiten, De Bree weigert.
Dan komen de kerstrapporten eraan. Bint zegt tijdens de rapportvergadering dat hij moeilijkheden verwacht. Hij krijgt gelijk. De leerling Van Beek pleegt zelfmoord omdat hij een slecht kerstrapport heeft.
Op de 1e schooldag moeten alle leraren een uur eerder komen. Dan gaan alle leerlingen op het schoolplein protesteren, alleen de hel gaat gewoon het gebouw in. Op commando van Bint valt de hel de oproerkraaiers aan. De hel bleek van tevoren ingelicht te zijn.
De conciërge die in het geheim adressen heeft afgegeven wordt ontslagen, en ook de nieuw aangestelde werkster, die zijn vertrek nu niet meer hoeft te bewerkstelligen vliegt eruit.
De hel krijgt vrij om 12:00 uur, de andere klassen moeten tot 16:00 zonder eten en werken op school blijven.
Tijdens de paasvakantie zijn er fietstochten. Remigius zou de ene helft van de Hel krijgen, Nox de andere. Remigius wordt echter verhinderd door de geboorte van zijn zoon, dus krijgt De Bree zijn helft. Ze gaan naar Zeeuws-Vlaanderen, België en Frankrijk. Als een leerling, Te Wichel, last krijgt van opkomende teringhoest, wort er van de geplande route afgeweken. Heiligerleven en Punselie gaan er 's morgens vandoor om volgens plan te gaan rijden.
Als ze terugkomen is iedereen woest omdat ze de eenheid verbroken hebben en ze worden in het openbaar afgerost door de vrouw Schattenkeinder, het enige meisje in de hel, en later nog eens door de rest van de groep. Heiligerleven en Punselie moeten De Bree voor de rest van de tocht met meneer aanspreken.
Na de tocht zijn de overgang en eindexamens in zicht. Tijdens de uitreiking van de diploma's merkt De Bree op dat het Bint niet koud laat wat er gebeurt.
Het schooljaar eindigt. De Bree heeft er moeite mee dat lerares To Delorm zich gaat verloven.
De Bree zegt Bint dat hij weg gaat, maar schrijft hem uiteindelijk een briefje omdat hij toch wil blijven.
Na de vakantie blijkt dat Bint ontslag genomen heeft, vanwege Van Beek. Donkers neemt zijn plaats in.
De Bree probeert Bint thuis op te zoeken, maar hij is er voor niemand.
4d wordt examenklas 5c, maar het blijft oorlog tussen hen en De Bree.

Ferdinand Bordewijk

Ferdinand Bordewijk werd geboren op 10 oktober 1884 in Amsterdam. Op zijn 10e verhuisde hij met zijn familie naar Den Haag, daarna nog 11 keer binnen Den Haag.
Hij studeerde rechten in Leiden, na zijn gymnasiumopleiding.
In januari 1913 werd hij te Rotterdam als advocaat beëdigd. Hij krijgt al snel een baan op een advocatenkantoor in Rotterdam, die combineerde hij eerst met parttime leraar op handelsscholen in Den Haag en Rotterdam.
In 1914 trouwde hij met Johanna Roepman, een componiste, en ze kregen 2 kinderen, Robert en Nina.
In 1919 vestigde hij zich als zelfstandig advocaat in Schiedam. 's Avonds schreef hij.
In 1916 debuteerde hij al onder het pseudoniem Ton Ven met "Paddestoelen", en na een aantal fantastische verhalen kwam in 1931 een ander soort boek uit: "Blokken". De stijl is eigenaardig: korte zinnen, vreemde woorden, afwijkende zinsbouw.
In 1933 verschijnt "Knorrende beesten", over macht en tucht en over de zelfde onderwerpen in 1934 "Bint".
Het toneel voor Bint was de Handelsschool aan het Alkemadeplein waar Bordewijk handelsrecht gaf.
In 1936 volgde "Rood paleis", over een Amsterdams bordeel, in 1938 "Karakter", dat zich afspeelt in het advocatenkantoor aan de Boompjes in Rotterdam, waar Bordewijk gewerkt heeft.
In 1941 komt "Apollyon " uit, een liefdesroman met de bijfiguur Ewijk, die veel van Bordewijk wegheeft. In 1944 schrijft Bordewijk onder het pseudoniem Emile Mandeau 'Verbrande Erven, een plaatsbeschrijving'.
De oorlog ging niet ongemerkt aan hem voorbij. Hij verloor al zijn bezit bij een bombardement op het Bezuidenhout in '45, werd naar Leiden geëvacueerd, daarna ging hij weer naar Den Haag. In 1947 werd Bordewijk met een ernstige ziekte opgenomen in de Rudolf Steiner kliniek, en later in Bronovo. Na zijn galblaasoperatie brengt hij nog een aantal verhaalbundels uit, de roman "Bloesemtak", "Tijding van ver" en "de Golbertons", over de verhouding tussen vader, zoon en kleinzoon.
Op 28 april sterft Bordewijk, 80 jaar oud. 6 jaar later sterft zijn vrouw. Zijn zoon Robert werkt met zijn zoon nog op het advocatenkantoor in Schiedam.

Bibliografie

1916 Paddestoelen (poëzie)
1919 Fantastische vertellingen
1923 Fantastische vertellingen 2e bundel en 7 losse verhalen.
1924 Fantastische vertellingen 3e bundel
1928 Dreverhaven en Katadreuffe, voorstudie voor Karakter, gepubliceerd in De Vrijheid
1931 Blokken
1933 Knorrende beesten
1934 Bint, roman van een zender
1935 De laatste eer (grafredenen)
1936 Rood Paleis, ondergang van een eeuw
1936 't Ongure Huissens (in 'De vrije bladen')
1937 Keizerrijk
1937 De wingerdrank
1938 Karakter
1940 Apollyon
1940 De korenharp
1944 Verbrande erven, een plaatsbeschrijving (later opgenomen in 'Bij gaslicht'
1946 Veuve Vesuvius
1946-1955 Letterkundige kronieken voor het Utrechts Nieuwsblad
1947 Félicie, een jeugdbekoring
1947 Bij gaslicht (verhalen)
1947 Vijf fantastische vertellingen (bloemlezing)
1948 Plato's dood (symfonisch gedicht bij muziek van zijn vrouw)
1948 Rotonde (libretto bij opera van zijn vrouw)
1948 Noorderlicht
1948 Eiken van Dodona
1949 Het Eiberschild
1949 Nachtelijk paardengetrappel (bloemlezing)
1949 Zwanenpolder, 20 verhalen
1950 Vertellingen van generzijds (verhalen)
1951 De eenheid in de tegendelen
1951 Studiën in volksstructuur (verhalen)
1952 De doopvont
1954 Meneer en mevrouw Richebois (verhalen)
1954 Haagse mijmeringen
1955 Onderweg naar de Beacons (verhalen)
1955 Arenlezing uit de Korenharp (bloemlezing)
1955 Bloesemtak
1956 Halte Noordstad
1956 Tien verhalen
1957 Tien parodieën
1958 De aktentas (verhalen)
1959 De zigeuners (verhalen)
1960 Centrum van de stilte (verhalen)
1961 Tijding van ver
1962 Wandelingen door Den Haag en omstreken (onder Ton Ven)
1964 Jade, jaspis en jitterbug Wijsheid en schoonheid uit het leven van Baron van Stralen (onder pseudoniem Ton Ven)
1964 Lente (verhalen)
1965 De Golbertons
1971 Karakter bewerkt voor televisie door Walter van der Kamp
1972 Bint bewerkt voor televisie door Jan Blokker
1997 Karakter verfilmd door Mike van Diem (krijgt in 1998 Oscar voor beste buitenlandse film)

Waardeoordeel

Van een aantal mensen die Bint hebben gelezen weet ik dat ze het een vreselijk saai boek vinden. Ik vind het echter zelf een heel leuk, interessant boek, met een origineel onderwerp. Ik heb nog nooit een boek gelezen van een andere schrijver over hetzelfde onderwerp.
Echt een realistisch boek is het niet. Hoe dat in de jaren '30 was weet ik niet, maar tegenwoordig zou het niet meer geaccepteerd worden als op een school volstrekte gehoorzaamheid geëist werd.
Ik vind het trouwens ook nogal vreemd dat de leraren daarin meegaan. Ze hebben geen eigen mening, ze doen wat van ze gevraagd wordt, en bij de leerlingen is dit niet anders.
Ik moet er niet aan denken om geen eigen mening te hebben en gewoon te moeten doen wat een ander zegt zonder te weten waarom.
Verder vind ik de personages nogal raar, bijvoorbeeld De Bree omdat hij a-seksueel is of denkt te zijn en Bint omdat hij doorgaat met een systeem waar hij niet achter staat.
Waarom Bordewijk zijn boek schreef weet ik niet, misschien om commentaar te geven op de massa zonder mening en op het schoolsysteem? Ik vind dat dit wel duidelijker naar voren gebracht had moeten worden.
Wat ik ook lastig vond, in sommige stukjes dan, is zijn taalgebruik. Hij gebruikt geen moeilijke woorden, maar hij gebruikt de woorden lastig. Er zaten zinnen bij die ik niet begreep, zoals "de lucht lag laag morsig roetig", maar na een tijdje had ik minder moeite met zijn vreemde uitdrukkingen en verzelfstandigde werkwoorden, enz.
Al met al vind ik het een goed boek, met een origineel, interessant onderwerp en een apart taalgebruik.

Recensies

Menno ter Braak, Het Vaderland, 27 januari 1935

Tien maal gehoorzaamheid

In laatste instantie komt men, na alles wat bij een boek samenhangt met stijl-uiterlijkheden te hebben overzien, toch weer terecht op de ene grote vraag: is iemand een goed of een slecht schrijver? Bordewijk nu is een goed schrijver, die sedert zijn Fantastische Vertellingen langzamerhand een eigen vorm heft gevonden, over welk kwaliteiten men zich bezwaarlijk kan vergissen.
Hij heeft in Bint (en naar het schijnt ook reeds in zijn vorige verhaal Knorrende Beesten, dat ik tot mijn spijt heb verzuimd) volkomen gebroken met de au fond nog altijd wat gemakkelijke Poe-imitatie¹ van het vroegere werk; in de ijzeren schooldirecteur Bint heeft hij niet alleen een werkelijk groot figuur geschapen, maar ook een bewijs geleverd van zijn oorspronkelijke denkkracht. Daarom ondergaat men Bordewijks stijlmiddelen, die zeker modern zin te noemen, allerminst als opzettelijk modernistisch; dit boek zou met geen andere middelen geschreven kunnen zijn (…); in zoverre zijn dus hier vorm en inhoud één dat men de vorm niet van de inhoud af kan trekken zonder ook de inhoud onherstelbaar te beschadigen. Bint en zijn staf, de leraar De Bree en zijn 'hel'-klasse, zij leven dank zij de zakelijkheid en beknoptheid, waarmee zij zijn geportretteerd; en dit was alleen mogelijk, omdat Bordewijk een zeer goed psycholoog is, die in een enkel detail precies weet uit te drukken, wat minder schrijvers met een omhaal van woorden…niet uitdrukken. (…)
Hij heeft de onmiskenbare humor (…), die hem in staat stelt de representatieve eigenschappen der gnomen met een enkel beeld naar voren te halen uit de 'realiteit'; zelfs zijn fantastische namen, die de zonderlingste associaties doen geboren worden, werken daartoe mee (Whimpysinger, Kiekertak, Taas Daamde, Klotterbooke, Bolmikoke, Schattenkeinder, leerlingen uit 'de hel').
Hoe voortreffelijk Bordewijk de kunst van het beschrijven verstaat zonder ooit te vervallen in het vervelende schilderen met woordklodders (…) moge b.v. blijken uit dit fragment van De Bree's tocht met 'de hel' door Zeeuws-Vlaanderen:
'Zij twaalven stonden een op den dam in Krekerak en zagen over een zak van zee de baai der Oosterschelde. Zij zagen veel dien dag. Hulst omwald, Axel rellende op een hoogte in het stof, ver weg kruivende struisveeren van het bluschwater in Sluiskil, op het terrein der fabriek, en toen zij er waren een motregen van ammoniak, die alle ijzer ontleedde. Er was een dwingende Oostenwind in hun rug. Zij zeilden aan op het diep gelegen Philippine, heel nietig, heel beklemmend, de grens passeerden zij een paar maal, en altijd waren daar slechte keiwegen. Er was veel somberheid van herbergen en grenshuizen. Dan weer dreven zij op den wind door de landen in een vlucht van lage vogels achter elkaar.'
Iemand die zo de beknoptheid weet uit te buiten, heeft recht op beknoptheid. Hij onderscheidt zich soortelijk van degenen die het korte beoefenen, omdat zij aan het lange nog niet eens toe zijn. Maar tevens heeft Bordewijk met deze korte roman Bint de onnozelheid en overbodigheid van de nog steeds geërgerde lange huiskamerromans nog eens afdoende aan de kaak gesteld.

¹) Edgar Allan Poe was een negentiende-eeuwse Amerikaanse schrijver van fantastische verhalen.


Dirk Coster, De Stem jrg 15 nr.9, juli-augustus 1935

Bint, of de kroning der schoften

Wil de heer Bordewijk de schoft ten troon heffen ten koste van de normale mens? Wil hij de sluwe sluipmoord op zwakkeren, het over lijken gaan, een prachtige geste vinden? Wil hij kruipen voor dom en bruut geweld? Wil hij ons vaderlandse en historische verleden bezoedelen door er ideeën over te luchten die zelfs in het brein van een polderjongen niet zouden opkomen? Wil hij over moderne techniek, over opvoedkunde gedachten luchten waar elke technicus, elke vakman smakelijk om lacht? Dit alles zou nog verdraaglijk zijn. Er zijn meer slechte gedachten en geschreven boekjes op de wereld, en ach, wat komt er niet allemaal op in het hoofd van een intellectueel die stikvol angsten en zenuwkwaaltjes zit. Hoe droomt hij niet van de sterke man die geen kwaal en angsten kent? Maar dat dan deze onsmakelijke lefdroom in ons tot nu gezonde Holland unaniem geprezen en deftig beschouwd wordt, dat leden uit de 'bloemenklas', in casu de katholieken, het uitgeven, dat de rest van de 'bloemenklas' dit toejuicht en prachtig vindt, dit bewijst dat ook in ons land de hysterie en de intellectuele verdomming reeds ver gevorderd is. Zouden wij dan toch dichter bij het 3de Nederlandse Rijk zijn, dan we denken?
Neen, goddank, het krantenvullende, complexenverwerkende literatendom is nog lang het eenvoudige en gezonde Nederlandse volk niet, het volk der arbeiders, der ingenieurs, der leraren, der doktoren, allen die hun werk doen in een door geen reclame bezoedelde toewijding en inspanning. De bloemenklas is nog sterk, contra de kleine en door de Heer Bordewijk verheerlijkte kern van ploerten en aberaten.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen