U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Frank Herzen - De Reis Van De Zwarte Draeck.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=432 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 880 woorden.

Bibliografie
Jaar: 1990


Samenvatting
Benjamin Janszoon van Capelle probeerde aan te monsteren op de Zwarte Draeck. Wanneer hij staat te dringen voor de poorten van het gebouw van de Compagnie, ontmoette hij in de menigte Hobbe Jelmers, die hem hielp naar binnen te gaan. Binnen werden ze aangemonsterd voor de Zwarte Draeck. Hun zielverkoper leidde ze naar het logement de vette big. In het logement ontmoette ze Japik de volkhouder. In het logement hoorde Benjamin dat je aan boord een maat moest hebben, dus vroeg hij aan Hobbe of die zijn maat wilde zijn. Vlak voor dat ze aan boord werden gebracht van de Zwarte Draeck kwam de zielsverkoper nog even kijken of de zeelieden smokkelwaar bij zich hadden. Bij de kist van Hobbe aangekomen stak de zielsverkoper de handen in diens kist. Hobbe klapte snel de deksel dicht waardoor de handen van de zielsverkoper tussen de deksel kwam. De aangemonsterde zeelieden werden op een ligger gezet, deze bracht hen naar de zwarte Draeck.
Aan boord van de Zwarte Draeck leidde Hobbe, Benjamin meteen naar de beste slaapplaats van hele schip. Hierna gingen ze het schip verkennen. Tijdens het verkennen ontmoette ze de hoofdbootsman van Caerden. Deze had ooit gesmokkeld en zou dus nooit het bewind over een eigen schip krijgen. Omdat hij hier kwaad om was reageerde hij zich af op ieder die onder hem stond. Toen iedereen aan boord was en de reglementen waren voorgelezen voeren ze weg. Op de eerste reis naar Plymuiden, aan de zuidkust van Engeland, werd Benjamin al heel erg zeeziek.
Onderweg ontmoette hij ook een vriend: Evert. Voor de kust van Plymuiden werd nieuw voedsel en water ingeslagen. Ook kwamen er een zekere meneer Vink en drie joffers aan boord. Twee keer waren de passagiers naar de kant gevaren, waardoor Benjamin tijdens het neerlaten van de sloep, tijd had om te praten met Katelijne, één van de drie joffers. Na weggevaren te zijn uit Plymuiden kwamen ze eindelijk op open zee. Benjamin zag hier voor het eerst vliegende vissen, waar hij heel erg verbaasd over was. De Zwarte Draeck lag al ver voor op de rest van de vloot. De opvarenden van de Zwarte Draeck werden onrustig en kwaad omdat het voedsel in zeer slechte staat was. Na nog een tijd gevaren te hebben werd het schip in een storm gepakt. Nadat de storm bedaard was moesten er een aantal dingen gerepareerd worden, waardoor Benjamin Katelijne weer kreeg te zien.
Het schip voer naar Annabom waar het nieuw water en nieuwe voorraden haalden. Van hieruit voer het schip naar Kaapstad. In Kaapstad bleven ze wachten op de rest van de vloot en verversten ze alle voedsel en drinkwater en mocht de bemanning aan wal. De zieke maats en soldaten werden naar het hospitaal gebracht dat Het Kerkhof genoemd werd. De schipper die een ongelooflijke hekel aan de commandeur had, kreeg de kans om zich van de commandeur te ontdoen toen deze op de Zierikzee was. Een paar maats zorgde dat er brand kwam op de Zierikzee, waardoor deze explodeerde. Omdat men bang was dat het vuur over zou slaan op de andere schepen vertrok de Zwarte Draeck.
Deze voer niet terug naar Kaapstad maar de Oost. Ze voeren een tijd lang totdat op een nacht het schip op een koraalrif vast liep. Het schip zonk niet, maar kon geen kant meer op en maakte water. Enkele maats probeerden naar het rif te zwemmen, maar niemand lukte het behalve Benjamin. Op een of andere manier lukte de bemanning om van het schip op het rif te komen. Van het rif gingen ze naar een van de dichtstbijzijnde eilanden.
Ze haalden alle voorraden en bruikbare spullen van het schip en sloegen het op in tenten. Ze ontdekten tamme zeerobben die prima te eten waren. Benjamin kreeg het idee om met de sloep naar het vaste land te varen dat zo’n dertig mijl van het eiland verwijderd was. De schipper stemde hier niet mee in. Benjamin echter gaf niet op. Benjamin bedacht om van de overgebleven wrakstukken van de Zwarte Draeck een nieuw en kleiner schip te bouwen. Hier stemde schipper wel mee in. Dus bouwden ze een nieuw schip dat ze het Draeckejong noemde. Toen het schip uiteindelijk gereed was, laadde ze de resterende voorraden in en voeren naar een lang verblijf op het eiland naar Java.
Met gunstige wind kwamen ze daar uiteindelijk aan. Alle opvarende van hert schip moesten voor het gerecht van de Compagnie komen. De maats werden niet bestraft omdat de rechtbank de aanklachten voor muiterij van de schipper en mijnheer Vink niet voor waar hield. De bemanning had immers het Draeckejong gemaakt. De schipper werd gestraft omdat hij weggevaren was uit Kaapstad. Hij had niet gekeken of er nog overlevenden waren van de Zierikzee. Hij had zijn schip op het rif vervaren. Zijn straf was dat hij verbannen werd uit al de steden van de compagnie en nooit meer bij de Compagnie in dienst kwam.
Hobbe voer met een bericht van Benjamin en geld voor zijn ouders terug met het Wapen van Amsterdam. Benjamin bleef in de Oost en trouwde met Katelijne, totdat haar dienst bij de heer Vink er op zat. Zij voeren terug naar Nederland, waar zij in Hellevoetsluis een winkel met scheepsartikelen opende.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen