U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Diamant.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=430 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 955 woorden.

Bibliografie
Eerste druk: 1954


Samenvatting
Persoonsbeschrijving: De hoofdpersoon of eigenlijk het hoofdvoorwerp van het boek "de diamant" is de diamant de Siddhartha.

Samenvatting van het verhaal:
In het land Malaga woonde Diptadharma, een eenvoudige diamantenzoeker. Hij vond een enorme diamant. Verrukt ging hij op weg naar de hoofdstad. Onderweg ontmoete hij een rishi (een soort kluizenaar) die hem aanraadde om niet naar de koning te gaan. Hij sloeg deze raad in de wind. In de stad aangekomen zei hij tegen alle mensen dat hij binnenkort rijk zou zijn. Bij de koning werd hij hartelijk ontvangen. Hij kreeg niet veel geld voor de diamant van de koning en stribbelde tegen, waarop de koning hem liet vermoorden. De reden dat de koning niet veel wilde betalen was dat zijn macht was gebaseerd op een diamant die hij bezat en zogenaamd van de goden had gekregen als eeuwige grootste diamant. Alleen was de diamant van Diptadharma veel groter. Dus verstopte de koning de diamant.
Enkele generaties later vond een andere koning per ongeluk de diamant. De welvaart van het land, dat na het overlijden van de eerste koning was ingezakt, herbloeide weer. Er werden zelfs tempels voor de diamant opgericht. Totdat het land opeens was uitgebloeid. De diamant werd gestolen door een arme jongen in opdracht van Amemtie van Alexandrië die hem er veel geld voor betaalde. De onderdaan van Amemtie die de diamant vervoerde werd overvallen door rovers, maar zij spaarden hem omdat zij dachten dat hij een nepdiamant bij zich had. Amemtie betaalde de onderdaan goed en ging naar Alexandrië om daar bij de grootste diamantveiling ter wereld te zijn. Er werd hoog geboden op haar diamant, tot er een andere diamant verscheen die minstens even groot was. Amemtie viel en de diamant brak in twee stukken. Het ene (het kleinste) stuk werd verkocht aan een jood, het andere (het grote) stuk aan een Indiër. De jood ging naar Rome en verkocht de diamant aan een rijke Romein. Vlak daarna werd hij vermoord door een Germaan en beroofd. Een slaaf van de Romein stal de diamant en dook onder. De slaaf ging mensen ronselen om zijn wraak op Rome uit te voeren. De eerste was de Germaan van wiens geld alles werd betaald. Met zeventigduizend man viel de slaaf Rome aan. De helft van zijn mannen verloor hij onderweg. In Rome was men druk bezig de stad te verdedigen. Het leger van de slaaf viel Rome aan, maar de slaaf werd samen met de diamant geplet door zijn eigen artillerie.
Anvapas reisde naar Malaga met de diamant. Zijn oom, de koning wilde de diamant niet meer. Anvapas reiste het land uit. Hij trok over de bergen en stierf daar. Een Mongoolse herder vond zijn lijk jaren later en ook de diamant. Een koopman vermoordde de mongool en zijn familie om de diamant te krijgen. De koopman verkocht de diamant aan de keizer van China. Om de diamant werd een hele godsdienst gecreëerd. Vijf eeuwen later werd de dochter van de keizer uitgehuwlijkt aan de koning van Tibet en zij wilde de diamant mee. Ze kreeg haar zin en de hele godsdienst werd vernietigd. In Tibet werd de diamant in de navel van de lachende Boeddha geplaatst. Enkele eeuwen later werd de diamant weg genomen en naar het fort van de verheven meditaties gebracht ter bescherming tegen de tartaren. De tartaren omsingelden het fort. De nonnen wisten te ontsnappen doordat men geloofde dat zij in varkens konden veranderen. Dit konden zij niet. De nonnen lieten echter hun varkens los. De tartaren schrokken hier van en stortten van de berg af. De diamant werd zwart en veranderde weer in koolstof. Een van de nonnen bracht de diamant weer terug naar de plaats waar hij is gevonden door Diptadharma. Onderweg werd zij gevolgd door de lijfwacht van de Dalai Lama. Op de plaats waar Diptadharma de diamant had gevonden stortte zij zich met de diamant in een ravijn.
Aan de rand van Rome werden opgravingen gedaan. Er speelden kinderen en één van hen vond het kleine stuk van de diamant samen met de botten van de verpletterde slaaf. De diamant werd in een museum tentoongesteld. Een vrouw jatte de diamant en ging naar Parijs. Daar bedacht zij een nieuwe godsdienst rondom de diamant. Enkele generaties later was de godsdienst in volle bloei. De opperpriesteres werd beschuldigd van een moord, die in opdracht van een beroemde kunsthandelaar werd gepleegd. Ze werd ter dood veroordeeld en haar eigendommen werden verkocht. De kunsthandelaar kocht de diamant en gaf een groot feest. Hij was van plan om zichzelf samen met de diamant van kant te maken, maar zijn neef was hem voor. Hij pakte de diamant en duwde zijn oom uit het raam. De neef ging naar Berlijn om de diamant over de het ijzer gordijn naar de andere kant van Berlijn te smokkelen. Gewoon voor de lol. Hij werd gek en schiet zichzelf door de kop. De Amerikanen vonden de diamant en wilden hem in stukjes laten hakken om precisie-instrumenten van te maken. De Amerikanen gaan met de diamant naar Amsterdam. Waneer de diamant geslepen gaat worden is er een grote groep mensen aanwezig. De diamantslijper klimt met een ladder door het raam naar binnen. Als hij op de diamant slaat vliegt deze naar buiten. De eigenaar van het museum in Rome probeert er met de ladder achteraan te gaan maar valt te pletter. Iedereen gaat zoeken maar de diamant is verdwenen.
Een arme boerenknecht gaat met zijn schillenkar naar huis. Daar aangekomen sorteert hij de schillen van de andere troep. Als hij de diamant vindt zegt een andere knecht dat je een diamant in het vuur moet gooien om te zien of hij echt is. De knecht doet dit en de diamant verbrandt. Van ellende hakt hij zijn eigen hoofd af.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen