U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Simone Van Der Vlugt - De Guillotine.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2248 en is laatst upgedate op 23/02/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2681 woorden.

Zakelijke gegevens



Titel: De guillotine

Auteur: Simone van der Vlugt

Uitgever: Lemniscaat

Jaar van uitgave: 1999

Aantal bladzijden: 216



Korte uitleg waarom het boek gekozen is



Ik was al een tijdje op zoek naar dit boek, maar het was elke keer als ik in de bibliotheek kwam uitgeleend. Toen ik het dus zag staan heb ik het meteen meegenomen. Ik wilde het boek lezen, omdat ik de andere boeken van Simone van der Vlugt (De amulet en Bloedgeld) erg goed vond. Ik vind dat ze met haar schrijfstijl het verleden boeiend maakt, wat ik ook vind van Thea Beck-man.

Ook wilde ik het boek graag lezen, omdat ze er tijdens de schrijversmiddag vorig jaar over had verteld en dan wil ik weten hoe zo’n verhaal verder gaat.



Eerste persoonlijke reactie



Ik vond de guillotine een erg interessant en leerzaam boek, want je komt een heleboel te weten over de Franse revolutie. We hadden dat onderwerp wel behandeld bij geschiedenis, maar echte details weet je dan nog niet. Hier was vanuit verschillende gezichtspunten de revolutie be-schreven en daarom is het erg duidelijk wat er aan de hand is geweest vroeger. Ook was het boek redelijk spannend, want de hoofdpersoon kan elk moment opgepakt worden, omdat ze van adel is.

Het verhaal zet me ook wel aan het denken over die tijd en hoe verschillend de mensen toen leefden. Ik vind het wel begrijpelijk dat de mensen het beter wilden hebben, maar het ging er wel hard aan toe.

Ook is het wel een droevig boek, want Sandrine verliest in één klap haar ouders, haar zus en haar kamermeisje, van wie ze veel hield.

D. Korte samenvatting van de inhoud



Sandrine de Billancourt is een meisje dat is opgegroeid in een adellijk gezin. Zij leeft in het Parijs van 1789, waar er onder het ‘gewone’ volk een dreigende sfeer hangt. Op een dag komt Sandrine samen met haar kamenier Julie in een oproer terecht. Ze weten hier veilig uit te komen, maar Sandrine heeft wel kennisgemaakt met de armoede van het volk. Ze ziet hoe mensen vechten om maar een klein beetje meel. Zelf heeft Sandrine nog nooit honger gehad en ze verbaast zich over de verschillen in de stad.

Elk jaar gaat Sandrine met haar familie in de zomer naar Poissy, een kasteel in de Touraine. Normaal heeft ze het daar heel erg naar haar zin, maar dit jaar broeit er iets. Ze hoort dat er veel mensen verhongerd zijn de afgelopen winter en ze krijgt toch wel medelijden met de men-sen. Als ze daarover iets laat blijken tegenover haar ouders, vinden die dat ze er niet zo over mag denken. Het leven is nu eenmaal zo.

Op een dag horen ze dat in Parijs de revolutie is uitgebroken. En in de dagen erna komen steeds meer geruchten van wrede moorden op aristocraten. De spanning stijgt en al snel bestormen ook de mensen in hun omgeving het kasteel. Gelukkig ziet Sandrine dit net op tijd aankomen en kan de hele familie vluchten. Ze besluiten terug naar Parijs te gaan, waar haar vader denkt dat het zo ver niet zal komen.

Dit blijkt in het begin wel zo, maar na een paar jaar gebeurt toch waar ze zo bang voor waren, de Nationale Garde valt binnen in het huis van de familie de Billancourt. Iedereen wordt afge-voerd, behalve Sandrine, want Julie heeft haar verstopt in een luik onder de grond.

Sandrine besluit, als het stil geworden is, naar de schoenmakersfamilie Lambertin te gaan die ze vaag kent van Julie. Ze mag daar blijven, maar het wordt wel heel moeilijk voor haar. Weinig voedsel, zwaar huisvrouwenwerk, achterdochtige buurvrouwen, en het verlies van haar ou-ders, zusje en Julie. Deze waren namelijk nog dezelfde avond vermoord.

Ondanks alles blijft Sandrine volhouden, ze past zich aan en ze gaat zelfs mee naar een feest, waar allerlei mensen die voor de revolutie zijn bijeenkomen. Op het feest ontmoet ze Nicolas, een jongen die ze nog van de Touraine kent. Hij weet dat Sandrine van adel is, maar hij ver-raadt haar niet. Ze worden zelfs goede vrienden.

Wanneer de koning wordt geguillotineerd breekt de oorlog uit met Engeland, Spanje, Italië en de Verenigde Nederlanden. De situatie verslechterd en er worden nog meer mensen dan ooit opge-pakt, die vervolgens allemaal onder de guillotine verdwijnen. Iedereen die ook maar ook iets van kritiek op de revolutie heeft geuit wordt opgepakt. Allerlei roddels doen de ronde.

Op een dag ziet Philippe dat Nicolas op de lijst staat om opgepakt te worden. Hij besluit te vluchten en Sandrine wil ook mee. Net als ze denken dat het lukt, worden ze gepakt en belan-den ze in één van de vele gevangenissen. Sandrine en Nicolas hebben veel steun aan elkaar, maar op een dag wordt Sandrine opgeroepen om mee naar de rechtbank te gaan. Een triest af-scheid volgt. Onderweg naar de rechtbank komt de kar, met daarin Sandrine, in een door Philip-pe georganiseerde opstand terecht. Philippe zelf is er ook en het lukt hem om Sandrine te bevrij-den. Ook aan Nicolas heeft hij gedacht en hem lukt het ook om te ontsnappen uit de gevangenis. Philippe en Sandrine komen nog diezelfde avond Parijs uit, dit lukt omdat Philippe valse passen heeft geregeld, Nicolas een dag later.

Bespreking van verschillende verhaalaspecten.



 Fictie en werkelijkheid

Het verhaal lijkt niet op onze maatschappij, dit komt vooral omdat het verhaal zich ten tijde van de Franse Revolutie afspeelt. De extremen stonden in die tijd recht tegenover el-kaar. Eerst veel verschillende standen en rangen in de bevolking en hele grote verschillen tussen rijk en arm en later werd iedereen gelijkgeschakeld en kregen alle mensen dezelfde titel.

In onze samenleving zijn er wel verschillen, maar niet zo vreselijk groot.

Hier een fragment over het afschaffen van de titels:

‘Sandrine staat samen met Julie in een rij voor de bakkerswinkel: “Kom, mademoisel-le,” spoort Julie haar aan. Sandrine schrikt op. “Je zei mademoiselle,” waarschuwt ze. “O! Ik kan er maar niet aan wennen,” zegt Julie met een zucht. “Het voelt niet góed om u bij de voornaam aan te spreken.” “Op straat moet je dat toch maar doen,” zegt San-drine. “Je weet toch dat ik er geen problemen mee heb.” “Nee, u niet. Maar madame... Ik kan haar gewoon niet recht in haar gezicht burgeres noemen. Stel je voor! Ik kán het niet. En ik doe het ook niet. Ook al word ik ervoor opgepakt. De nieuwe regering kan wel zoveel zeggen. Adellijke titels afschaffen, iedereen met je en burger aanspreken... Het is heel mooi dat ze vinden dat alle mensen gelijk zijn, maar om nu in de gevangenis gegooid te worden als je alleen maar beleefd wilt zijn... het gaat me allemaal te ver.” Sandrine loopt nadenkend door. Dikwijls heeft ze het gevoel dat Julie meer moeite heeft met de sociale omwentelingen dan zij. Eigenlijk spreekt haar het idee van gelijke rechten voor iedereen wel aan.’

Over titels hoor je in onze maatschappij haast niks, behalve natuurlijk de titels die je zelf kunt behalen door te studeren, zoals dr., ing. en ir. Maar titels die je met je geboorte mee-krijgt zijn niet echt belangrijk. Toch wordt in onze samenleving ook niet iedereen burger of burgeres genoemd, dat gaat ook weer zo ver.

Ook de armoede waarin de mensen toen leefden, zal je in onze maatschappij niet meer te-genkomen. Mensen moesten urenlang in de rij staan voor een klein beetje voedsel. Dit lijkt op de verhalen over de 2e wereld oorlog.



Het verhaal lijkt al helemaal niet op mijn eigen wereld, ik leef niet in zo’n grote stad als Parijs, ik lijd geen honger, er is hier geen revolutie aan de gang, verschillen tussen mensen komen er in mijn wereld niet echt voor. Toch kon ik me goed in het boek inleven.



Hoewel het verhaal in de historie afspeelt is het toch redelijk realistisch. Dat komt omdat het afspeelt in Parijs, een stad die ik wel ken. Ook komt het omdat ik al wat over de Franse Re-volutie wist. In boeken die in de toekomst spelen of op een andere planeet of in een wereld-deel vind ik dat toch altijd al veel minder.



 Spanning en open plekken

De schrijfster probeert spanning te creëren door het verhaal te vertragen en door op een andere verhaallijn over te schakelen. De andere manieren, terugblikken of herinneringen en vooruitwijzingen komen niet voor. Het verhaal vertragen komt het meeste voor. Dit ge-beurt door eerst een heleboel bijzaken en details te vertellen en dan pas bij een hoofdzaak te komen. Bij het fragment hieronder is dat het geval.

Sandrine en Philippe zijn samen naar het feest (zie samenvatting). Ze zitten wat met el-kaar te praten. ‘Philippe komt half overeind en zwaait naar iemand die hij een eindje verderop ziet staan. “Een vriend,” verduidelijkt hij voor Sandrine. Hij wenkt zijn vriend, die zich door de pratende en lachende mensen naar hen toe werkt. Sandrine fronst haar wenkbrauwen. Dat kan toch niet. Dat donkere haar, de manier waarop hij loopt... De gelijkenis is wel groot. Als Philippes vriend dichterbij komt weet ze het ze-ker. Het ís hem! Even later staat hij voor haar en kijkt ze recht in de ogen van Nicolas.’

In het begin van dit fragment weet je niet wie de vriend van Philippe zal zijn. Dan zie je dat Sandrine hem kent, maar je weet niet waarvan en of het gevaarlijk voor Sandrine kan worden. Als je dan leest dat het Nicolas is, die je nog kent van het begin van het verhaal, weet je niet of hij Sandrine zal herkennen en als hij haar zou herkennen of hij haar dan zou verraden. Die paar regels wekken dus een heleboel vragen bij de lezer op en pas een stuk later in het verhaal lees je dat Nicolas Sandrine niet verraadt.



Spanning opwekken door op een andere verhaallijn over te schakelen komt een stuk minder vaak voor. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is een fragment op het einde van het boek. Sandrine is net bevrijdt door Philippe, terwijl ze vanuit de gevangenis naar de rechtbank werd gevoerd. Zij moeten nu zo snel mogelijk de stad uit en Sandrine wil graag terug naar Poissy. Je weet dan niet of het ze lukt om de stad uit te komen en dat kom je voorlopig ook niet te weten, want het verhaal springt ineens over naar Nicolas, die nog in de gevangenis zit. Als Nicolas erachter komt dat Philippe er ook voor gezorgd heeft dat hij kan ontsnappen en dat hem ook lukt, schakelt het verhaal weer over naar Sandrine en Philippe. Je leest dan dat het hun wel lukt om de stad uit te komen, maar van Nicolas weet je dan nog niks, mis-schien lukt het hem wel niet en wordt hij wel gepakt. Het is dan al laat en de poorten gaan bijna sluiten. Pas als het verhaal weer overgaat op Nicolas gaat de spanning, na nog een paar vertragingen, eraf. Het blijkt dat hij ook veilig kan ontsnappen.

Informatie over auteur



Simone van der Vlugt is voor mij een bekende schrijfster, vooral nadat ze vorig jaar op de schrij-versmiddag was. Ik wist dus al wel wat over haar, maar ben toch op zoek gegaan naar wat informatie. In de bibliotheek kon ik niks vinden, maar op internet gelukkig wel.



Biografie

Simone van der Vlugt is geboren in 1966 en daardoor één van de jongste auteurs van Lemnis-caat. Schrijven is altijd al haar passie geweest. Haar ouders konden haar geen groter plezier doen dan een pak schrijfpapier en later een typemachine te geven. Toen ze dertien jaar was be-naderde ze voor het eerst een uitgever, maar daarvoor had ze al vele korte verhaaltjes ge-schreven. Deze uitgever stimuleerde haar om door te gaan.

Toen Simone aan de lerarenopleidingen Nederlands en Frans ging studeren kreeg het schrijven serieuzere vormen. Na afronding van haar studie begon ze meteen te schrijven. In eerste in-stantie ging dat niet lekker door een drukke baan en later kwam er ook nog een baby bij.

Nu heeft Simone twee kinderen en ze werkt parttime, waardoor ze meer tijd heeft om te schrij-ven. Ze heeft een eigen kamer en aan haar spullen mag niemand komen.

Haar schrijfstijl is apart: “Ik schrijf in fragmenten. Een stukje uit het midden van het verhaal, een stukje uit het einde. Gewoon wat in me opkomt. Later schrijf ik alles aan elkaar.”



Bibliografie

1995 De amulet (getipt door de Nederlandse Kinderjury 1996)

1996 Bloedgeld

1999 De guillotine

Simone van der Vlugt heeft nog een boek geschreven, namelijk ‘potverdorie, Sophie’, maar daar kon ik verder geen informatie over vinden. Het enige is dat ik weet dat het een voorleesboek is voor 3 tot 6 jaar.



Alle drie de boeken die voor jongeren zijn geschreven, zijn historische verhalen. ‘De amulet’ gaat over heksenvervolging, wat al een hele tijd geleden is. ‘Bloedgeld’ speelt zich af in de tijd van de VOC en de scheepsconvooien die toen naar Nederlands-Indië voeren. ‘Bloedgeld’ was vorig jaar ook geselecteerd door de jonge jury, maar het werd tweede.

De amulet’ en ‘Bloedgeld’ zijn beide in het Duits vertaald.



De pers over De amulet:

De amulet heeft indruk op me gemaakt. In de eerste plaats is het boek opvallend goed geschre-ven. Het taalgebruik is zorgvuldig, gevarieerd en beeldend. Van der Vlugt is een echte vertel-ster, zoals veel auteurs van historische jeugdromans.... Ze schrijft zuinig en beknopt, maar te-gelijkertijd levendig en helder. [...] We hebben er een jeugdboekenschrijfster van formaat bij.’ (Ruud Kraaijeveld in Levende Talen)



‘Dit boek is heel spannend en goed geschreven. Als je het leest is het net of je zelf in de tijd leeft. Het boek blijft van het begin tot het einde boeien.’ (Zeewolder Courant, 27 juni 1995)



Ook noemden verschillende critici Simone van der Vlugt de tweede Thea Beckman, iets wat ze zelf liever niet hoort, want ze wil een persoon op zich zijn, maar wat wel een groot compli-ment is.





Twee gedichten



Ik heb ervoor gekozen om een gedicht te zoeken, en om er eentje zelf te schrijven.



Grens



Hier, je papieren, man!

Een nieuw, denkbeeldig mens.

Maar niets weet je hier van.

Je gaat over de grens.

Je bent zoals er staat:

Haar blond en ogen blauw.

En dit certificaat

Ben jij en is van jou.

Kijk blauwer! En doe blond!

Ga zitten in de trein!

Kus niet de vreemde grond!

Loop in een zigzaglijn!

Je hebt een leenlichaam.

Je bent artificieel.

Haal nu je nieuwe naam

Voorzichtig uit je keel.

De oude weet je niet!

Dit is een nieuwe dag.

Spreek over wat je ziet,

Maar denk aan wat je zag.



Jos brink



Ik vind dit gedicht goed bij het verhaal passen, omdat in het verhaal Parijs een gesloten stad is, waar je niet zomaar in en uit kunt lopen. Iedereen werd gecontroleerd of de gegevens op zijn pas wel klopten. Het controleren gebeurde omdat de aristocraten (rijken) wilden vluchten en dat wilden ze voorkomen. Iedereen die opgepakt werd verdween in de gevangenis en werd later on-der de guillotine gegooid. Ook Sandrine was een aristocraat en werd dus ook gezocht. Bij de 2e vluchtpoging had Philippe valse passen voor Sandrine en Nicolas gezorgd, waardoor ze wel de stad uitkonden. In het gedicht is het ook zo dat iemand valse papieren nodig heeft om de grens over te gaan.





Kiezen



Ze wordt verplicht te kiezen,

Armoede, óf de dood

Kou, óf de dood

Leugens, óf de dood

Angst, óf de dood

Kiezen tussen leven en dood.



Ik vind dit gedicht bij het verhaal passen, omdat de hoofdpersoon Sandrine ieder moment onder de guillotine kan verdwijnen, maar doordat ze zichzelf aanpast aan de levensstijl van de ge-wone bevolking, aan hun armoede, de constante honger en de kou in de winter, weet ze in leven te blijven. Als ze geen leugens gebruikt is het afgelopen met haar. Hoewel ze in een constante spanning leeft, de kans op verraad is groot, blijft ze leven. Maar door één verkeerd woord te zeggen kan haar leven afgelopen zijn.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen