U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Bint : Roman Van Een Zender.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=3217 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2195 woorden.

PRIMAIRE GEGEVENS:

Ferdinand Bordewijk
Bint
Roman van een zender
Nijgh & van Ditmar
Amsterdam 1934

TITELVERKLARING:

Bint, alles in het boek draait om hem en zijn systeem van stalen tucht.

MOTTO:

"Aan mijn rector en zijn staf" , hier wordt verder geen uitleg bij gegeven.

ACHTERGRONDEN:

Ferdinand Bordewijk werd op 10 oktober 1884 geboren in de Jan Steenstraat in Amsterdam. Een jaar later nam het gezin zijn intrek in een huis aan Het Singel, no. 198. Dit huis zal later beschreven worden in de novelle Keizerrijk uit de bundel 'De Wingerdrank'. In 1894 verhuisde de familie naar Den Haag. Dit was het begin van een hele serie verhuizingen, steeds echter binnen de grenzen van de residentie. De talrijke woonhuizen hebben misschien bij de jonge Ferdinand de kiem gelegd voor de opvallende belangstelling voor architectonische eigenaardigheden die de auteur Bordewijk later in zijn werk aan de dag zal leggen.

Na het gymnasium ging Bordewijk rechten studeren in Leiden. In december 1911 verloofde hij zicht met de componiste Johanna Roepman. Na zijn promatie tot doctor in de rechtswetenschappen in 1912, werd hij in januari 1913 beedigd als advocaat. In datzelfde jaar volgde zijn aanstelling op een groot advocatenkantoor aan de Boompjes, no.11, in Rotterdam. Dit pand zal later in de roman Karakter beschreven worden als het advocatenkantoor van mr. Stroomkoning. Bordewijk werkte daar tot 1919. In tussen was hij op 1 augustus 1914 getrouwd met Johanna Roepman: ze zouden twee kinderen krijgen. Van 1918 tot 1920 was Bordewijk tevens leraar handelsrecht aan de Handelsschool aan het Van Alkemade-plein in Rotterdam. Het schoolgebouw is plaats van handeling in de roman Bint (1934). In 1919 vestigde Bordewijk zich voor de rest van zijn carriere als zelfstandig advocaat in Schiedam, maar hij bleef in Den Haag wonen. Intussen was hij ook begonnen met het publiceren van zijn eerste proeven op het gebied van de literatuur. In 1919 verscheen zijn eerste prozawerk, de verhalenbundel 'Fantastische vertellingen' , in 1923 en 1924 gevolgd door twee gelijknamige bundels in hetzelfde genre. Als schrijver zou Bordewijk zichzelf altijd blijven beschouwen als een dillettant: schrijven was voor hem misschien een persoonlijke behoefte, maar zijn beroep als advocaat behield de voorrang. Bij hun verschijnen bleven de bundels 'Fantastische vertellingen' vrijwel onopgemerkt. Meer aandacht, zij het niet altijd in positieve beoordelingen, schonk de kritiek aan de als 'romans' gepresenteerde werken 'Blokken' (1931),'Knorrende Beesten' (1933) en 'Bint' (1934) , alle drie verschenen bij uitgeverij De Gemeenschap in Utrecht. In 1938 volgde Karakter, een roman die speelt in de wereld van de advocatuur. Opzet en stijl van dit werk sloten meer aan bij het traditionele genre van de breed uitgewerkte psychologische roman. Misschien is het mede daaraan toe te schrijvan, dat Karakter niet alleen bij de meeste recensenten een gunstig onthaal vond, mijn ook bijval oogstte bij een breder publiek. Van nu af aan gold Bordewijk als een van de belangrijkste prozaisten dan de eigentijdse Nederlandse literatuur.

Dit had tot gevolg, dat de bezetter in de Tweede Wereldoorlog sterke druk op hem uitoefende om zich aan te melden als lid van de Cultuurkamer. Bordewijk reageerde daarop echter met de mededeling, dat hij geen schrijversarbeid meer verrichtte, zodat aan melding geen zin had. In tussen was in 1941 nog wel zij roman'Apollyon' verschenen. Gedurende de oorlog verscheen bij de illegale uitgeverij De Bezige Bij in 1944 nog 'Verbrande erven; een plaatsbeschrijving' , onder he pseudoniem Emile Mandeau. De oorlogsjaren gingen ook aan het gezin Bordewijk niet ongemerkt voorbij. Bij het bombardement van het Haagse Bezuidenhout (1944) ging hun huis, en daarmee ook de bibliotheek van de auteur Bordewijk, in vlammen op. De aangevraagde schadevergoeding (voor de bibliotheek) werd niet toegekend, omdat Bordewijk advocaat van beroep was: voor de wet was hij als schrijver een dilettant. Hiermee werd van hogerdand Bordewijks eigen visie op zijn schrijverschap bevestigd. Toch raakt eBordewijk na de oorlog meer betrokken bij het officiele literaire leven. In 1945 werd hij benoemd tot voorzitter van de Ereraad voor letterkunde, die bevoegd was schrijvers die met de bezetter hadden gecollaboreerd tijdelijk een publicatieverbod op te leggen. Van zijn eigen publicaties in de eerste naoorlogse jarenm kreeg vooral zijn roman 'Noorderlicht' (1948) een gunstige beoordeling Bordewijk zelf beschouwde deze roman als zijn beste werk. Evenals 'Blokken','Knorrende beesten', 'Bint' en 'Karakter' werd hij herhaaldelijk herdrukt.

De erkenning van Bordewijk als auteur van formaat kwam ook tot uitdrukking door zijn benoeming tot voorzitter van de Jan Campertstichting. In 1953 verd hem de P.C. Hooftprijs toegekend voor 'Studien in volksstructuur' (1951) en voor de roman 'De doopvont' (1952). In 1954 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Voor zijn hele oeuvre kreeg hij in 1957 de Constantijn Huygensprijs van de Jan Campertstichting. Op 25 april 1965 overleed hij, tachtig jaar oud, in Den Haag, waar hij vanaf zijn tiende jaar bijna onafgebroken had gewoond. Bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar werscheen in 1982 het eerste deel van zijn 'Verzameld werk', dat in totaal elf delen zou gaan omvatten. Gedurende de laatste jaren houdt de literatuurwetenschap zich steeds meer met het onderzoek van Bordewijks werk bezig.

Bobliografie van Ferdinand Bordewijk.
De meest bekende werken:
1919-1924 Fantastische vertellingen, drie verhalenbundels
1931 Blokken, roman
1933 Knorrende beesten, roman
1934 Bint, roman
1936 Rood paleis, roman
1938 Karakter, roman
1941 Apollyon, roman
1946 Eiken van Dodona, roman
1948 Noorderlicht, roman
1952 De doopvont, roman
1955 Bloesemtak, roman
1961 Tijd van ver, roman
1982 Zeven fantastische vertellingen. Vagelaten feuilletons.

PERSPECTIEF, VERTELLER:

Ferdinand Bordwijk heeft dit boek geschreven en verteld het ook, hij schreef het naar aan leiding van een studie van Anna Maria Schuurman, ook staat er op de eerste bladzijde aan mijn rector en zijn staf. Ook hieraan kan je zien dat Ferdinand de verteller is en bij hem het perspectief ligt.


PERSONAGES:

Het verhaal draait vooral om de twee personen die ik hier onder zal behandelen verder gaat het boek ook over meer personen die ook op de school voorkomen maar De Bree en Bint zijn in bijna
elke gebeurtenis het belangrijkst.
Bint: Bint is de direkteur van de school. Hij is gortdroog, niet mager en kaarsrecht. Dit komt overeen met zijn innerlijk. Hij is streng, hard, nuchter en is een echte leidersfiguur. Alles moet gebeuren zoals hij dat wil. Zijn systeem van stalen tucht gaat boven alles, zelfs als iemand dreigt met zelfmoord wijkt hij niet van zijn systeem af. Hij vindt dat de leraren niet tot het niveau van de leerlingen moeten afdalen, maar de leerlingen moeten stijgen tot het niveau van de lereaar. Bint ziet de school als een soort opvoedingsinstituut.
Met zijn systeem wil hij de leerlingen op maatschappelijk gebied wijzer maken. Aan het einde van het boek wordt Bint slachtoffer van zijn eigen systeem. Hij neemt ontslag.
De Bree: Hij is hoekig, nors en lacht nooit. Hij werd uit nieuwsgierigheid leraar op de school van Bint, maar ook als afleiding en (om zijn krachten te meten aan de werkelijkheid). Hij gelooft in het systeem van Bint. Hij houdt net als Bint van strengheid, orde, tucht en netheid. De Bree begrijpt niets van vrouwen en beschouwt zichzelf als a-sexueel.

TIJD:

Het verhaal speelt zich af tussen 1930 en1940. Dit waren de jaren van het opkomende fascisme. Er werd toen op alle scholen noch veel strenger lesgegeven dan nu. Je kunt dit merken aan de stijl waarin het boek geschreven is. Het verhaal is chronologies en er is spraken van tijdverdichting.
De verteltijd is 76 pagina's. De vertelde tijd is iets meer dan een schooljaar.


RUIMTE, PLAATS:

Nederland de school van directeur Bint, die bevindt zich in een stad die niet bij naam genoemd wordt het word.
De stad wordt wel in het boek op Pag.74 "de werkstad" genoemd. Dat kan in verband staan met Rotterdam, de stad waar F. Bordewijk heeft lesgegeven.

België : Pag. 49 à Het ging die dag over Brugge op Turnhout aan.
Frankrijk: Pag. 57 à Ze overnachtten in Rpubaix, en de volgende dag passeerden ze weer de grens op weg naar Yperen.

SAMENVATTING:


Op een sombere, winderige novemberochtend meldt een nieuwe leraar, De Bree, zich bij de school van Bint. Hij zal voor de rest van het schooljaar invallen voor een leraar die het niet meer aankon. Het is zijn eerste job als leraar en hij wil ook niet langer dan tot het einde van het schooljaar blijven.

De school van Bint kent een strenge tucht, die hij vijf jaar geleden heeft ingevoerd. Hier zijn de wethouders en de ouders het niet mee eens. Daardoor zijn er al 3 jaar geen klassen toegelaten zodat er alleen nog 4e en 5e klassen zijn. De Bree moet lesgeven aan 4D. De klas bevind zich in de kelder en daglicht is er niet zodat de lampen altijd aan moeten. Het ziet er uit als "de Hel" en zo noemt de Bree de klas ook. In "de Hel" zitten alle mislukten bij elkaar en alleen met strenge tucht kan er wat met die klas bereikt worden.
Wie het in deze klas redt, is sterk genoeg voor het systeem van Bint, de anderen vallen vanzelf af.

De Bree verklaart "de Hel" de oorlog. De andere klassen geeft hij ook namen. Je hebt : "de bruinen", "de grauwen" en "de bloemenklas". Aan één leerling uit de bloemenklas heeft hij een hekel: Jérôme Fléau. De Bree begint langzamerhand ook steeds meer te vertrouwen in het systeem en de tucht van Bint.

Welke consequenties dit systeem voor de leerlingen heeft, hoort hij tijdens de vergadering voor het kerstrapport. Behalve cijfers voor de diverse vakken en de lerarencijfers, komt er een schoolcijfer op het rapport. Dit
schoolcijfer, dat niet per se het gemiddelde van de lerarencijfers is, wordt door de leraren vergadering vastgesteld. Leerlingen met een onvoldoende schoolcijfer hebben een "slecht rapport". Wie met kerstmis een slecht rapport heeft, kan dit niet meer ophalen en blijft zitten.
Ook van Beek heeft met kerstmis een slecht rapportcijfer. De jongen komt uit een arm gezin en moet naast zijn schoolwerk zijn moeder (die weduwe is) ook nog helpen.
Van Beek dreigt zelfmoord te plegen, maar dit doet Bint niets. Van Beek moet van school.

Tijdens de kerstvakantie doet van Beek een poging tot zelfmoord. Hij springt in het water, wordt gered, maar sterft aan de gevolgen van longontsteking. Zijn moeder gaat naar de wethouder en er worden vragen gesteld in de gemeenteraadsvergadering.
Samen met de conciërge komt Fléau en nog veel meer andere leerlingen in opstand. Alleen "de Hel", die Bint blijft steunen, doet niet mee.
"De Hel" zorgt ervoor dat de opstand stopt. Fléau wordt van school gestuurd en de conciërge
wordt ontslagen. Bint is trots op zijn klas ( de Hel), dit is zijn gaafste werk.

De Bree komt nogmaals in aanraking met het effect van het systeem van Bint als hij tijdens de paasvakantie met een deel van "de Hel" een fietstocht maakt. Twee jongens die er voor een dag en een nacht vandoor gaan, worden bij hun terugkomst door hun klasgenoten bestraft. Net zoals Bint duldt "de Hel" geen enkele ongehoorzaamheid.

Met de examentijd nadert het einde van het schooljaar. Bints school zal daarna nog maar een jaar bestaan. Alle leerlingen van "de Hel" gaan over. Na de overgangsvergadering zegt Bint tegen de Bree dat hij automatisch herbenoemd zal worden, als hij het laatste jaar nog zou willen blijven. Eerst weigert de Bree, maar thuis gekomen besluit hij om nog één jaar bij Bint in dienst te blijven.

Na de grote vakantie deelt onderdirekteur Donkers mee, dat Bint ontslag heeft genomen. Ze vermoeden dat het om van Beek is. De Bree snapt het :"Bint was zwakker dan zijn systeem geweest". Maar de Bree vindt ook dat Bints systeem niet verloren is. Bint heeft het doorgegeven aan zijn volgelingen.
Tijdens zijn eerste les aan "de Hel" ziet de Bree dat de leerlingen in de vakantie veranderd zijn, hij vindt ze meer volwassen. Die avond gaat de Bree naar Bints huis om afscheid van hem te nemen. Bint wil hem echter niet ontvangen, ook niet bij latere pogingen van de Bree. De volgende dag gaat de Bree vroeg naar school om daar afscheid van Bint te nemen.

THEMATIEK & MOTIEF:

Nieuw-zakelijke roman
Hoofdthema: Het kweken van kerels, reuzen door middel van Bints systeem: stalen tucht en een ijzeren hand.
Neventhema: Het land en de samenleving sterker maken.
Motief: De studie van Anna Maria van Schuurman.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen