U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Harry Mulisch - De Aanslag.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=429 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1500 woorden.

Samenvatting
Poëtica:
à De poëtica van een schrijver is zijn manier van schrijven, welke methodes hij gebruikt.

Biografie:

à Een biografie is de levensloop van een schrijver, in dit geval Harry Mulisch.
Harry Kurt Victor Mulisch wordt op 29 juli 1927 in Haarlem geboren als enige zoon van Karl Victor Kurt Mulisch (geboren in 1892 in Oostenrijk - Hongarije, overleden in 1957) en Alice Schwarz (geboren in 1908 in België). Waneer zijn ouders scheiden, gaat hij bij z'n vader in Haarlem wonen. Er is een Poolse die voor de huishouding zorgt. Hij is de enige die goed Nederlands spreekt. Tijdens de bezetting werkt zijn joodse moeder bij de Joodsche Raad en is z'n vader directeur van Lippman-Rosenthal, de bank die geconfisceerde joodse bezittingen beheert. Daar voor is hij drie jaar geïnterneerd geweest.
In 1971 trouwt hij met Sjoerdje Woudenberg. Er worden twee dochters geboren: Anna en Frieda. In 1977 wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje- Nassau. Hij heeft ook een aantal literaire prijzen gewonnen, waaronder de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs.
Een citaat van hem is "Ik ben de 2de wereld oorlog"


Bibliografie:

à Een Bibliografie is al het werk van en over de schrijver.
Het Primaire werk is wat hij geschreven heeft (zijn boeken, artikels enzovoort).
Het secundaire is al het werk wat over hem geschreven is (essays, artikels, retenties enzovoort)

Primair werk
1947 Ik, Bubanik (novelle, pas in 1994 gedrukt)
1952 Tussen hamer en aambeeld (novelle)
1952 Archibald Strohalm (roman)
1953 Chantage op het leven (bundel met twee novellen)
1954 De diamant: Een voorbeeldige geschiedenis (roman)
1955 De sprong der paarden & de zoete zee (novelle)
1955 Het mirakel: Episodes van troost en liederlijkheid uit het leven van de heer
Tiennoppen (verhalen)
1956 Het zwarte licht (kleine roman)
1957 De versierde mens (novellenbundel)
1958 Manifesten (aforismenbundel)
1959 Het stenen bruidsbed (roman)
1960 Tanchelijn: Kroniek van een ketter: Geen historisch toneelstuk in vijf bedrijven
(toneelstuk)
1961 Voer voor psychologen (roman, essay)
1961 Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf, tijdens de Jongste Dag
(parodie)
1962 De zaak 40/61. Een reportage. (reportage)
1962 Quauhquauhtinchan in den vreemde: Een sprookje (sprookje)
1966 Bericht aan de rattenkoning (roman)
1967 Wenken voor de Jongste Dag (verzamelbundel)
1968 Het woord bij de daad: Getuigenis van de revolutie op Cuba. (reportage)
1970 De verteller (roman)
1970 Paralipomena orphica (verzamelbundel)
1971 De verteller verteld (roman)
1972 Soep lepelen met een vork: tegen de spellinghervormers. (pamflet)
1972 Oidipous Oidipous: Naar Sofokles. Gevolgd door een vertaling van 88 profetieën en
de fragmen over Armenië van Leonardo da Vinci. (roman)
1972 Wat gebeurde er met sergeant Massuro? (verhalen)
1972 De toekomst van gisteren: Protocol van de schrijverij (verslag)
1973 Woorden, woorden, woorden (typografisch spel)
1973 Het seksuele bolwerk (essay)
1974 De vogels: Drie balladen (gedichten)
1974 Bezoekuur (toneelstuk) 1975 Tegenlicht (gedichten)
1975 Mijn getijdenboek (geïllustreerde autobiografie)
1975 Volk en vaderliefde: Een koningskomedie (scenario)
1975 Twee vrouwen (roman)
1975 Kind en kraai: of Familie duurt het langst (gedichten)
1976 Het ironische van de ironie: Over het geval G.K. van het Reve (polemische brochure)
1976 De grens (novelle)
1976 Vergrote raadsels: verklaringen, paradoxen, mulischesken (aforismen- en
citatenreeks)
1976 De wijn is drinkbaar dank zij het glas. (gedichten)
1977 De taal is een ei (gedichten)
1977 Oude lucht: Drie verhalen (verhalenbundel)
1978 Wat poëzie is: Een leerdicht (gedichten)
1979 Paniek der onschuld (verzamelbundel)
1980 De compositie van de wereld (essays)
1982 Opus Gran (gedichten)
1982 De aanslag (roman)
1983 Egyptisch (gedichten)
1984 Het boek (essay)
1985 Hoogste tijd (roman)
1987 De pupil (novelle)
1988 De elementen (roman)
1988 Het licht (gedichten)
1989 Het beeld en de klok (novelle)
1989 Voorval: Variatie op een thema (verhalen)
1990 De zuilen van Hercules (essays)
1992 De ontdekking van de hemel (roman)
1995 Bij gelegenheid (opstellen)
1996 De Oer-aanslag (fascimile-uitgave van het manuscript)
1997 Zielespiegel. Bij wijze van catalogus (catalogus)
1998 Het zevende land (essays)
1998 De Procedure (roman)

Secundairwerk
Van het secundair werk is te veel om op te noemen.

Titel:

De titel is De Aanslag. Dit woord komt heel vaak terug in het boek. De Aanslag op Fake Ploeg in 1945 in Haarlem in de straat waar Anton woont, is waar het hele boek om draait. Steeds krijgt de hoofdpersoon Anton weer te maken met dat deel van z'n leven, waar hij het liefst niets meer mee te maken heeft.


Thema:

De tijd is het thema. Dat komt steeds terug in het boek. Bijvoorbeeld het kanaal achter zijn huis, het was eerst een rivier, maar in de loop van de tijd verandert het, eigenlijk word het omgebouwd, in een kanaal. Het water stroomt net als de tijd stroomt. Maar de tijd staat ook stil, de molen die nooit draait is te verglijken met een klok. Als er een man aankomt die zijn schip voord duwt, beschrijft Anton deze als "een man uit vroeger eeuwen", deze man is vader tijd. Ook beschrijft Mulisch hoe een man zijn schip voord duwt door te bomen. Hij steekt eerst bij de boeg, dat is de voorkant van een schip, zijn boom in het water, dan loopt hij naar de achterkant van de boot, zo de boot voord te duwen en tegelijkertijd blijft de man op dezelfde plaats. De boot is de tijd. Als je terug in de tijd kijkt ga je verder in de toekomst maar blijf je op dezelfde plaats.

Motief

De Steen is het motief het komt ook steeds terug. De steen is iets wat de tijd trotseert. Als hij de dobbelstenen gooit, gooit hij zijn lot. Als hij de dobbelstenen nog in zijn hand heeft, heeft hij zijn lot nog in de hand. Als Fakke de steen door zijn spiegel gaat verandert de waarheid. Hij zelf heet ook Steenwijk, hij trotseert de tijd.
Later gaat Anton naar de gedenksteen in Haarlem. Daar staat ook zijn broer op. Deze steen trotseert ook de tijd.

Karakteristiek:

Het is een psychische roman want Anton wordt op de voet gevolgd en ook zijn gedachten.

Stijl:

Mulisch begint het boek (proloog) als een sprookje, namelijk met "Ver, ver, weg". Dan breekt Mulisch uit de traditie door de tijd te vertellen, twee regels later doet Mulisch het weer door de plaats te vertelen en een sprookje is altijd plaatsloos en tijdsloos. Hij houdt ook van woordspel. Zoals de namen van de vier huizen, Welgelegen Buitenrust Nooitgedacht Rustenburg.
Buitenrust word ook beschreven als buiten de rust, niet zozeer als de rust van het buiten zijn. Nooitgedacht is dat Anton nooit had gedacht dat het verplaatsen van het lijk zulke erge gevolgen zou kunnen hebben.
Als het huis wordt verband blijft er niets over dan een ravage. Aan het eind van het boek zit Anton met een kruiswoord puzzel waar het antwoord ra vage op is. Ook gebruikt Mulisch graag elegante synoniemen voor woorden.
Het boek begint met een proloog en dan is het verder opgebouwd als een Griekse mythe (5 episodes).


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen