U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Bint : Roman Van Een Zender.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=4419 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2559 woorden.

Plaats van uitgave: Groningen

Jaar van uitgave: 1998

Gebruikte druk: Niet bekend

Jaar van eerste druk: 1934

Aantal hoofdstukken
+ pagina's: 76 genummerde pagina's
27 hoofdstukken met korte titels




Samenvatting


De nieuwe leraar De Bree gaat voor het eerst les geven op de school van Bint. Bint, een lange, magere man, schrijft een ijzeren tucht en discipline voor aan zijn leerlingen en zijn leraren. De Bree wordt meteen voor de leeuwen gegooid:
Klas 4d, waarvan de vorige leraar is weggepest. Bint vindt de klas zijn meester-werk: "Die klas is uniek. Zo een heb ik er nog nooit kunnen vormen, voor deze". De vorige leraar is weggepest en De Bree verklaart de klas de eerste les al de oorlog, het hele jaar door, zonder onderbreking. Na die eerste les moeten al zeven leerlin-gen uit 'de hel', zoals hij dat noemt, op zaterdagmiddag nakomen, en eentje wil hij voordragen voor schorsing.
De Bree maakt kennis met de leraren Remigius, Keska, Talp en To Delorm en aan Keska heeft hij meteen een hekel.

De Bree geeft al zijn klassen namen, en de eerstvolgende klas die hij heeft is de 'bloemenklas', een makke klas waarvan hij niet al te veel last heeft.

De leerlingen die moeten terugkomen geeft hij expres geestdodend werk, en hij loopt telkens de klas uit waarbij hij bij iedereen een kruis achter het laatst-geschreven woord zet om na een terug te komen en te kijken hoever ze zijn.

Remigius vertelde hem over Bint, hoe hij vijf jaar geleden begon, en hoe hij al bin-nen een jaar ruzie had met de wethouder. Bint eiste plotsklaps een stalen tucht en
Het regen de klachten van ouders. Remigius vertelt ook dat hij sterke vermoedens heeft dat een 'wulpse' werkster aangetrokken is door Bint om de conciërge, die heult met een leerling, en zijn vrouw tegen elkaar uit te spelen.

De Bree is volgens zichzelf volledig a-seksueel en is bezig aan een studie over de vrouw, en in het bijzonder Anna Maria van Schuurman, een geleerde vrouw. Hij vindt het leraarzijn slechts bijzaak. Hij geeft nu les in vier klassen: de bloemenklas,
De bruinen, de grauwen en 4D, de hel.
Op een keer kijkt de Bree onwillekeurig naar de werkster en als hij opkijkt ziet hij Bint spottend kijken. Als hij de volgende keer probeert niet te kijken, ziet hij Bint weer spottend kijken. Dit overtuigt Bint om allen nog maar voor zijn werk te gaan leven. De hel komt dan ook nog vragen om vrede, maar De Bree weigert dat.
Tijdens de leraarsvergadering wordt er gepraat over Van Beek die gedreigd heeft zelfmoord te plegen als hij een onvoldoende krijgt, waarop hij resoluut een drie krijgt. Ook waarschuwt Bint voor Jerome Fleau, een leerling, die als Van Beek zelf-moord pleegt, een opstand aan zal voeren. Van Beek pleegde inderdaad zelfmoord en er kwam een opstand. Als op de eerste lesdag de bel gaat komt allen de hel naar binnen. De oproerkraaiers waren woedend op hen en gooiden stenen naar de school.
Via een achteruitgang had Bint de hel weer naar buiten gelaten en zij vielen nu op zijn teken de meute aan. De hel overwon, Bint feliciteerde hen en Fleau werd van school gestuurd.

Het blijkt dat de conciërge de leerlingenlijst aan Fleau heeft gegeven en dat hij alle leerlingen is langsgegaan, maar op de hel geen vat heeft kunnen krijgen. De Bree dankt dat Bint misschien de dood van Van Beek heeft aangezet om de school te kunnen zuiveren. Bint gooit de conciërge eigenhandig de school uit en naar nu blijkt is de hel de avond voor het oproer bij Bint geweest om instructies te krijgen.

Tegen Pasen neemt De Bree de helft van de hel mee op schoolreis, een fietstocht naar Zeeuws-Vlaanderen. Er moet van het oorspronkelijke plan worden afgeweken om dat een leerling, Te Wichel, ziek wordt. Heiligenleven en Punselie, twee ande-ren, voeren het voor hen heilig geworden plan toch uit en maken de lange fietstocht helemaal vol. 's Avonds, bij aankomst, worden ze afgetuigd door de enige vrouw in het gezelschap, Schattenkeinder. Voor straf moeten ze de rest van de tocht 'Meneer' tegen De Bree zeggen. Ze komen nog even in Frankrijk, eten nog in Brussel en gaan dan terug.
Weer op school leerde de hel goed en hij verbiedt, door een plotseling inzicht, de Bruinen nog vragen te stellen. De Conciërge en de werkster komen bij hem aan de deur om hulp vragen maar hij weigert.
De examens komen en De Bree moet surveilleren. Hij vindt dat examens niet nodig zijn en dat een woord van Bint voldoende zou moeten zijn. In de zomervakantie vertelt Bint hem dat hij herbenoemd kan worden, maar hij weigert dat. Als hij zijn manuscript nog eens overleest is hij toch niet tevreden en hij vraagt toch nog een herbenoeming aan en krijgt die ook.

In het nieuwe schooljaar leert hij dat Bint ontslag heeft genomen en Donkers, die nu directeur is, bevestigd tegenover De Bree dat het om Van beek was. De Bree neemt zich voor om in de geest van Bint voort te werken. Als hij weer voor de hel staat ontdekt hij dat de klas vermenselijkt en volwassener is geworden. Hij denkt dat hij misschien iets te hard is geweest in zijn oordeel over hen, maar als de klas rumoerig wordt, verklaart hij dat het nog steeds oorlog is.
De Bree doet nog twee pogingen om Bint te spreken, maar beide keren is Bint (zo-
genaamd?) niet thuis. De Bree voelt, weer op school, de geest van Bint.












Analyse

Thema: - Zelftucht en gehoorzaamheid aan het systeem; door het hele ver-haal zijn deze thema's te herkennen: Bint die zijn school een ijzeren discipline oplegt en De Bree die zichzelf a-seksueel vindt en dat met enige aarzeling ook volhoudt; de hel die gehoorzaam blijft aan Bint en trouw aan elkaar: ze halen allemaal vijven en gaan allemaal over.
Centrale ge-
dachte: - Tucht is ontbeerlijk bij de opvoeding tot weldenkend sociaal mens

Motieven: -1) Tucht als levensstijl: Bint en De Bree zijn hiervan de belangrijk-ste voorbeelden.

-2) Zelfmoord: De zelfmoord van Van Beek is de uiteindelijke reden van het ontslag van Bint

-3) Reismotief: De schoolreis is kenmerkend voor de uitleg die De Bree geeft aan het systeem van Bint: ontspanning mag, maar er moet orde heersen en als er gewerkt moet worden (weer op school) dan is hij weer de baas.

-4) Degeneratie/ontmenselijking: De leerlingen worden aangeduid als dieren en monsters: Sprinkhaan, Diepzeemonster.

-5) Opvoeding: Hoe voedt je leerlingen op in een tijd van angst en chaos? Volgens Bint en later ook De Bree door een stalen tucht.


Titelverkla- - De titel van dit boek verklaren is simpel: het ontleent zijn korte
ring: maar krachtige naam van de directeur van de school waar De Bree op lesgeeft. Bint bepaalt met zijn stalen discipline de sfeer en de handelingen op de school. Ook heeft hij de 'hel' samengesteld om er zijn meesterwerk van tucht, orde en saamhorigheid van te maken.

Motto: - Er is geen motto.

Perspectief: - Het perspectief is dat van de 'personale verteller' ('HIJ' is De Bree)

Personages: De hoofdpersonen:
-Bint: Bint is een lange, droge, kaarsrechte en rietmagere man, in overeenstemming met zijn innerlijk. Hij heeft een afschuw van de bandeloosheid en verwildering die gaande is. Zijn remedie hiervoor is gehoorzaamheid en zelftucht. Zij ideaal is om zijn land groot te maken als in het verleden. Dit verklaart zijn fanatisme, want het systeem, de school, gaat boven alles. Dat wordt duidelijk bij de zelfmoord van Van Beek en de affaire met de conciërge. Hij heeft de werkster aangesteld om hem te verleiden tot dingen waardoor Bint hem kan ontslaan. Dat gebeurt overigens op een andere manier (Je-rome Fleau). Bint gaat dus over lijken om zijn doel te bereiken: reu-zen kweken: geen biologische, maar maatschappelijke.
Bint is streng tegenover anderen, maar ook tegenover zichzelf: hij moet de rest van zijn leven ploeteren om de schuld van zijn dochter af te betalen. Bint is een Round Character want je leert hem steeds meer als een emotioneel mens kennen. Vb: Het voorval 'Van Beek' grijpt hem meer aan dan hij laat blijken en hij neemt daardoor ont-slag.

-De Bree: De Bree is een hoekig en nors mens: leeft alleen op een kamer die heel zuinig is ingericht, a-seksueel, lacht (bijna) nooit en doet wetenschappelijk werk: hij schrijft een studie over Anna Maria van Schuurman, een 17e eeuwse intellectuele vrouw. De school doet hij erbij als afleiding en test voor het echte leven. Hij gaat langzaam aan in het systeem van Bint geloven. Hij pakt 'de hel' zeer streng aan, maar heeft met de andere klassen geen moeite. Wel verbiedt hij aan 'de bruinen' het vragen, omdat dat, in overeenstem-ming met een theorie van Bint, 'een geraffineerde poging is om een ander om-laag te halen door te schijn te wekken tegen hem op te klimmen'. Hij vindt dat in de gezinnen te weinig tucht heerst, maar als hij moet kie-zen, kiest hij toch voor school en niet voor de wetenschap. De tucht die hij zichzelf oplegt komt voornamelijk voort uit zijn ijzeren wil, want diep in zijn hart is hij te romantisch. Als hij de leerlingen na de zomervakantie terugziet zijn het geen monsters meer, maar mensen, en hij denkt dat hij hen te fantastisch heeft gezien, en hij weet niet of dat aan hem of hen lag, maar hij heeft wel een sterk vermoeden. Ook dat a-seksuele weet hij op een moment niet meer zo zeker, als Bint hem spottend toekijkt wanneer hij een sluikse blik naar de werkster werpt. Ook heeft hij op een zeker moment een niet definieerbaar ge-voel over To Delorm, maar dat is snel over als zij aankondigt zich te gaan verloven. Hij is daar diep van onder de indruk en wijdt zich weer volledig aan zijn werk. Hij is ook een beetje bedroefd als Bint ontslag neemt maar die wil van geen medelijden of iets dergelijks weten en doet net alsof hij niet thuis is. De Bree is een Round-Charchter, je volgt hem eigenlijk in zijn eigen ontdekkingsreis op zoek naar zich zelf.

- De Bijpersonen:

-De 'hel', de leraren en andere leerlingen: Zij zijn allen types en ka-rikaturen. Hun uiterlijk en namen worden overdreven. De kinderen komen uit sociaal zwakke milieus.

Ruimte - De ruimte is zowel sferisch als beeldvormend. De school en de ka-mer van De Bree zijn de beste voorbeelden hiervan. De donkere gangen van de school scheppen een sfeer van mistroostigheid en je ziet de gangen bijna voor je. Ook het lokaal waar de 'hel' in zit is zo'n geval: kleine ramen met spijlen ervoor, je moet naar de kelder gaan om er te komen, dus in zekere zin daal je werkelijk af naar de hel; een podium met alleen de stoel van de leraar erop. De kamer van De Bree is ook zo'n geval. Weinig meubilair, en de sombere sfeer is bijna tastbaar. Ook de stad en het schoolplein zijn niet zo gezellig: alles is grijs en de fabrieksroet daalt bijna constant neer. Ook op de schoolreis zijn de verblijfplaatsen niet het toppunt van gezelligheid en zijn de fabriekspijpen veelvuldig aan de horizon te zien.

Tijd - Het verhaal speelt zich ongeveer af tussen 1930 en 1939, vlak voor de opkomst van het nationaal socialisme. De vertelde tijd is een (1) schooljaar. Het verhaal is chronologisch en niet continu.





Beoordeling


Een uitermate saai boek. Ik kan niet anders zeggen. Ik heb het over het algemeen al niet zo op Nederlandse literatuur, uitzonderingen daargelaten natuurlijk, want er zitten best wel goede boeken tussen, uitzonderlijk goede zelfs. Maar dit is echt weer zijn geitenwollensokkenboek van voor de oorlog dat voor de meeste mensen onder de 40, 50 jaar niet normaal te verteren. Ik begin meestal positief aan een boek, maar deze keer had ik het al na zo'n zes a zeven bladzijden gezien. Saai!! En er viel natuurlijk weer helemaal niks van te begrijpen. Het begin was nog wel te doen. Zoals De Bree de school binnen kwam, dat kon ik me nog wel voorstellen. Het had wel iets weg van mijn eigen basisschool, de Juliana. Maar vanaf dat hij de klas van de hel binnenstapte, ben ik eigenlijk zo' beetje de draad van het verhaal kwijt geraakt en had ik ook moeite om de klas en de gezichten voor me te zien. Om een boek goed te kunnen lezen, moet ik me een voorstelling van de ruimte en de personages kunnen maken. "Een roofvogel, ergens vanuit het midden, vroeg plots krijsend: …". Ik me kan deze leerling toch niet echt voorstellen, of het moet dan een soort pterodactylus in jongenskleren worden. En ook van het gezicht van de leerling Heiligenleven kan ik mij geen anatomisch verant-woorde voorstelling maken: " Het hoofd, (..), van breed naar spits, was tegen een trof-fel aan geboetseerd met slordige natte kwakken kalk. Het zat met een rare steel op zijn schouders ". Hier kan ik mij werkelijk niets zinnigs bij voorstellen. Ook de namen zijn volledig overdreven: Klotterbooke, Whimpysinger, Bolmikolke. In 1934 hadden ze toch ook wel normale namen, dacht ik zo. Ik snap wel dat dit alles gedaan is om het verhaal wat aan te dikken, om het goed vanuit de visie van De Bree te zien, maar van mij had het niet gehoeven.

Ook het doel van het verhaal is mij volstrekt onduidelijk. Wat wil Bordwijk met dit verhaal zeggen? Waarschijnlijk helemaal niets.

Er zit ook helemaal geen structuur in. De eerste vier lessen worden uitgebreid beschre-ven, en dan zit ik op eens weer bij Pasen, en daarna weer bij de examens. De tussen-liggende tijd wordt helemaal niet beschreven terwijl dat volgens mij wat meer 'begrij-pelijkheid' in het verhaal had kunnen brengen.
En om nog even terug te komen op de personages; ik zat me telkens af te vragen hoe oud De Bree nu eigenlijk was. Aan de hand van wat ik in het verhaal lees (eerste keer leraar, studie over De Vrouw, vindt zichzelf a-seksueel, wat duidt op onervarenheid in het leven) maar ik kan hem alleen maar voor me zie als een man van 55 met een baard en een ijzeren brilletje. Ook weer zoiets.

Dus om even kort samen te vatten: een saai boek over en nog saaier onderwerp, zo mogelijk nog saaier verteld. Krijgt op de schaal van Merkens een 3.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen