U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Simon Vestdijk - Ivoren Wachters.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2235 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2256 woorden.

Titel

Ivoren wachters



Schrijver

S. Vestdijk



Jaar van eerste uitgave

1984



Aantal bladzijden

243



Samenvatting

Op een zonnige septembermorgen koopt Philip Corvage, leerling van 6A van de gymnasiumafdeling van het Stedelijk Lyceum, in een groentewinkel okkernoten (door hem hersenvoedsel genoemd) en twee repen. Hij heeft weinig geld bij zich en als hij zich er met smoesjes niet uit kan redden, zet hij het op een lopen. Op veilige afstand kraakt Philip zoals gewoonlijk een noot tussen zijn tanden, met als gevolg dat er een aangevreten kies met de bast naar buiten komt. Hij ontmoet twee schoolvrienden en een klasgenote, Elly Temminck. Ze zijn benieuwd naar het nieuwe sonnet dat hij aan het schrijven is en dat hij morgen als de nieuwe leraar Nederlands niet komt opdagen, voor wil lezen. Als hij vast een proeve van deze "Rouwklacht om zijn gebit" ten beste geeft, wordt hij door razende kiespijn overvallen. Elly neemt hem mee naar de dichtstbijzijnde tandarts, L.P. Brandt. Deze neemt het in de wachtkamer afgemaakte sonnet minzaam als betaling in ontvangst, na naam en adres van de voogd van Philip te hebben genoteerd. Hij vult de pijnlijke kies zonder verdoving. Die avond eet de zus van oom Selhorst, Philips grommige voogd, mee. Oom weigert te praten over die luiwammes, die altijd Latijnse citaten in het rond strooit en tot overmaat van ramp zijn gebit opzettelijk vernielt met noten en snoep. Vroeger was hij dol op die jongen, maar nu ziet hij slechts het gezicht van Philips vader in hem terug. Daar deze hem en zijn zus heeft opgelicht, ziet hij de laatste jaren alleen nog maar slechte karaktertrekken in zijn pupil. Vandaar zijn antipathie, die elke keer als hij naar de blonde, slanke en welgemanierde Philip kijkt, verhevigd wordt. Tijdens het eten schiet Selhorst weer uit zijn slof en stuurt Philip naar zijn kamertje. De in stilte verliefde, maar getrouwde dienstbode Nel brengt hem daar zijn avondeten. Daarna bekijkt Philip een foto van het lichtzinnige, ironisch kijkende gezicht van zijn vier jaar daarvoor gestorven vader. Zijn moeder stierf toen hij zeven was, waarna hij bij oom Selhorst in huis kwam.



Het is maandagmorgen en de pas afgestudeerde, briljante neerlandicus Frits Schotel de Bie (Philip heeft al een bijnaam bedacht: Schotel met Schol.) wandelt met zijn verloofde, de bibliothecaresse Lida Feltkamp, naar het lyceum, waar vandaag zijn betrekking begint. Hij is een bijzonder met zichzelf ingenomen type en twijfelt er niet aan dat hij zijn eerste dag als leraar zonder problemen zal doorstaan. Hij bereidt een proefschrift voor over van Jan van Boendale. Zijn moeder is er erg op gesteld dat hij promoveert tot doctor in de letteren. (Frits heeft een erg sterke binding met zijn moeder.) Lida is zeer geinteresseerd in alles wat met school te maken heeft. Frits stuurt haar echter weg voordat ze rector Hovenius heeft gezien. Zijn welkomstgesprek vindt Frits achteraf zonde van zijn tijd. Hij vindt dat de rector te veel Latijnse termen erdoorheen gooit. In de leraarskamer wordt hij op de hak genomen. De leraressen Lenstra en Van Leeuwen houden een onbegrijpelijk dialoog en de zeer intelligente leraar Fernaud doet expres zo vulgair mogelijk. Ondanks zijn irritatie hierover verloopt zijn eerste les in klas 6A over Justus van Effen, die toch vrij saai is, uitstekend. Totdat vlak voor het einde van de les zijn blik valt op de honende grijns van een jongen met een werkelijk totaal verrot gebit. Dit irriteert hem buitengewoon en hij valt uit tegen de jongen, met het bevel zijn "afgebrande kerkhof" een beetje voor zich te houden. Omdat hij vermoedt dat hij iets te ver is gegaan, bespreekt hij het geval met zijn vriend collega Karsten en later met de rector. Hij hoort dat hij het tegen een intelligente, gevoelige en zelfs dichtende jongeman heeft gehad, waar hij verder maar geen aandacht moet schenken. De leerlingen, onder aanvoering van Elly, vinden de uitval echter te belachelijk en halen Philips over om excuus te vragen van Schotel de Bie, maar hij voelt zich volstrekt niet beledigd. Na schooltijd pocht Frits tegen Lida over zijn successen, maar Karsten die er bij is, vertelt ook iets over de botsing met "de dichter". Dit brengt Frits weer uit zijn humor. Lida is gefrustreerd dat ze buiten het schoolleven wordt gehouden. Philip kan het heel goed vinden met Nel. Hij heeft een gedicht voor haar gemaakt, waar haar man nogal bezwaar tegen heeft. In het bijzonder de woorden 'kus' en 'zwanger' staan hem niet aan. Nel vraagt Philip geen gedichten meer voor haar te schrijven, maar ze laat wel merken dat ze op hem gesteld is. Die avond is oom Selhorst opvallend mild gestemd. Hij heeft Philips chaotische kamer op orde laten brengen en als zijn kerstrapport voldoende is, zullen ze maar weer iets aan zijn gebit laten doen. Voorwendend dat hij even naar een leraar moet om uitleg over de les te vragen, gaat Philip de deur uit. Hij belt aan waar hij Schotel de Bie heeft zien binnengaan. Het blijkt het huis van Lida te zijn. Ze gaan samen naar de woning van Frits en onderweg krijgt ze het verhaal over de belediging te horen. Philip vertelt haar dat hij eist dat Schotel zijn excuses aanbiedt. Frits weigert Philip te ontvangen. Lida kiest de partij van Philip en samen wandelen ze, Lida na een ruzie met Frits, weer terug. Philip vertelt dat hij zich eigenlijk helemaal niet beledigd voelt. Ze spreken verder nog over de schooltijd van Lida: ze moest van de HBS af om haar moeder te helpen. Toen ze 21 werd, ging ze op zichzelf wonen; ze kreeg een baan als bibliothecaresse. En Philip vertelt waarom bijna niets hem kan kwetsen, zijn oom scheldt altijd op zijn vader en Selhorst verwijt hem dat hij precies op zijn vader lijkt. Lida vindt dat hij daar tegenin moet gaan en laat hem dat beloven (voornamelijk de toespelingen over het oplichter-zijn van zijn vader), nadat ze hem een lange kus op de mond heeft gegeven, hier is hij erg van ondersteboven. Als hij thuiskomt, vertelt Nel hem dat Selhorst hem onmiddellijk wil spreken. Selhorst heeft een brief gekregen van de tandarts, waarin het verhaal over het sonnet stond. Selhorst wordt kwaad en gaat weer op zijn vader schelden, dit bezorgt Philip een aanval van blinde drift en hij probeert Selhorst te wurgen. Op dat moment krijgt Selhorst een beroerte, maar Philip denkt dat hij hem vermoord heeft. Nel komt binnen en stelt Philip gerust: hij heeft de oude man niet vermoord. Zij stuurt hem naar de dokter en naar zijn tante en drukt hem op het hart, niets over zijn aandeel in het ongeval te vertellen, hij heeft gewoon een beroerte gehad. Als hij de deur uit is, pakt Nel een zware wandelstok en geeft Selhorst een tik. Buiten komt Philip tot rust. Zijn schuldgevoelens nemen af, maar de angst om verder te moeten leven zonder Selhorst neemt toe. Hij wil niet bij zijn tante wonen. Hij gaat naar Lida, met wie hij denkt openlijk te kunnen spreken. Hij wil haar verantwoordelijk stellen, maar zij vindt dat hij overdrijft. Ze barst in lachen uit, als hij haar vraagt om samen met hem te vluchten. Philip gaat gekrenkt weg en blijft overtuigd dat haar kus hem tot de daad heeft aangezet. Hij loopt langs de tandarts en gooit een gulden met een briefje naar binnen: 'Dit geld, langs de weg van geweld en onrecht verkregen, moet u ten verderve zijn'. Philip klopt aan bij Nel, die inmiddels naar huis is gegaan. Ze vertelt dat de dokter geen sporen van wurging heeft geconstateerd. Piet, de man van Nel, komt dronken thuis en verdenkt Nel al enige tijd van overspel met Philip. Nel vertelt het geval van de beroerte aan Piet, maar verzwijgt de klap met de wandelstok. Ze drinken samen nog wat en dan zegt Nel dat Piet Philip maar naar huis moet brengen, anders loopt hij nog ergens een gracht in. Piet en Philip gaan naar buiten en Piet vertelt Philip dan dat Nel hem aangegeven heeft bij de politie, geschokt hoort hij de leugen aan, want nu moet hij toch vluchten. Buiten de stad mindert Piets auto vaart en Piet duwt Philip het kanaal in. Dinsdagochtend hoort Schotel de Bie van de rector dat Philip Corvage zelfmoord heeft gepleegd. Het is natuurlijk niet duidelijk of dat door de belediging van Frits kwam. Een telefoontje brengt hun het nieuws dat Philips oom van schrik is overleden. Schotel de Bie is erg geschrokken en vertelt 6A dat het hem erg speet van de belediging. Na schooltijd gaat hij bij Lida langs, ze is vertrokken, ze heeft een brief achtergelaten waarin staat dat ze is gaan studeren en dat ze vindt dat Frits niet bij haar past.



De epiloog eindigt met de neergang van de snel ouder en krommer wordende Schotel de Bie, die nog wel een saai proefschrift schrijft, maar sociaal gezien een buitenstaander blijft. Zijn collega's vinden hem zielig. Over Philip Corvage wordt nog steeds gesproken: Fernaud oppert de mogelijkheid dat Philip helemaal geen zelfmoord heeft gepleegd, omdat zoiets helemaal niet in zijn karakter lag. Karsten meent ook, dat Philip eerder een gedicht zou maken dan in het water zou springen als iets hem dwars zat, maar men besloot de zaak verder maar te laten rusten.



Recensies

Voordat we de twee recensies bijvoegen wil ik eerst nog een aantal kritische opmerkingen citeren van mensen die recht van spreken hebben. Misschien kunnen deze korte kanttekeningen ons nog tot hulp zijn bij het verder analyseren van dit werk.



C.J.E. Dinaux: `Een voortreffelijk werkstuk, ondanks enkele zwakke fragmenten'.



J.D.F. Warners: `Met kopieerlust heeft dit boek niets van doen, deze alle lof tartende ontdekkingsreizen naar het diepste van het menselijk innerlijk.'



H.A. Gomperts: `In een roman als deze zou de dood van de held , hoezeer ook door toevalligheden en uiterlijk ingrijpen bevorderd, uit een innerlijk gebrek aan levensvatbaarheid moeten volgen.'



P. Rodenko: `Men kan zich niet geheel aan de indruk onttrekken dat de schrijver maar eens een onderwerp ter hand genomen heeft, er een tijdlang min of meer verstrooid aan heeft zitten knutselen, er ten 'slotte geen aardigheid meer in had en er haastig een eind aan heeft gemaakt.'



v.D. (= J. v. Doorne): `knap gedaan. Goed geschreven, boeiend zelfs. Maar dat is dan ook alles.'



K. van Breukelen: `Een overtuigende en boeiende psychologische roman van Vestdijk, waarbij de schrijver zich helaas in het slot heeft verslikt.'



Martin Hartkamp: `Een goed plot ontwikkelt zich uit de karakters en de handeling, en mag daar dus niet óp worden gedrukt, b.v. met behulp van een `deus ex machina', een oplossing uit het luchtledig. Dat nu echter is precies wat er in de roman gebeurd.'



Persoonlijk betoog

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik erg van het boek heb genoten. De schrijver is erin geslaagd je mee te voeren naar de achtergronden van de verschillende personen en je wordt als het ware gedwongen om actief deel te nemen aan verwerkings en oplossingsprocessen van de personen in kwestie. De titel is ontleend aan het sonnet dat Philip heeft geschreven om de tandarts te betalen. Met de 'ivoren wachters van het maagdarmkanaal' bedoelt hij zijn gebit, dat uiteindelijk tot zijn ondergang leidt. De tandarts zegt nog dat het beter emaille wachters of glazuren wachters hadden kunnen zijn. De titel vind ik enorm goed gekozen. Deze “ivoren wachters” is een wezenlijk motief van het boek en daarom erg belangrijk om verschillende zaken in het boek te kunnen doorgronden. Het taalgebruik in zonder meer moeilijk te noemen. De lange Nederlandse zinnen worden afgewisseld met Latijnse uitspraken (vooral leuk als je er aan het eind pas achter komt dat er een toelichting achterin staat die de Latijnse termen vertaald.) De woordkeus is absoluut zeer verzorgd, en zorgt ervoor dat je de aandacht er absoluut bij houdt. Het boek is niet direct spannend te noemen, al is het ook zeker niet saai. Volgens mij is het ook niet de bedoeling van de schrijver geweest om er op die manier spanning in de leggen, de climax wordt eigenlijk door heel andere dingen opgebouwd. Natuurlijk zijn er wel wat gebeurtenissen in het verhaal die opmerkelijk of misschien zelfs tegen spannend aan genoemd kunnen worden. De personages handelen zeer herkenbaar; het karakter van de hoofdpersoon wordt door het boek heen heel erg duidelijk voor ogen geschilderd, hierdoor is het absoluut makkelijker zijn handelingen en denkbeelden te begrijpen en je er zelf mee te identificeren. Het einde van het boek vond ik persoonlijk wat tegenvallen. Zoals P. Rodenko (zie recensies) al schrijft lijkt het eind van het boek inderdaad te zijn afgeraffeld; de gebeurtenissen die vlak daarvoor hebben plaatsgevonden vinden geen duidelijke aansluiting op het eind en zodoende is het moeilijk het verband (terug) te vinden en tot een conclusie of oplossing te komen. Om iets over het thema te kunnen zeggen, moeten we eerst kijken naar een aantal motieven. Een duidelijk motief is: “jeugdige overmoed tegenover de bezonnenheid van de ouderen”, als ik het zo mag uitdrukken. Verder is wraak natuurlijk ook een heel herkenbaar motief en ook de relatie pleegvader-pleegkind. Tenslotte moeten we het –al eerder genoemde- gebit van de hoofdpersoon ook als een motief beschouwen. Als we dit zo samenvoegen zou ik tot een thema komen in de trend van: “De ondergang van een begaafde en intellectueel zelfbewuste adolescent.” Al met al moet ik zeggen dat ik het een enorm goed boek heb gevonden en dat het boek mij tot nadenken heeft gezet (en als een schrijver zoiets voor elkaar krijgt vind ik ‘m al aardig geslaagd!).
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen