U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Joke Verweerd - Permissie.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2231 en is laatst upgedate op 22/09/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2004 woorden.

1. Zakelijke gegevens

a. Auteur: Joke Verweerd

b. Titel: Permissie, Mozaïek, Zoetermeer, 1999-3, 239 blz. (eerste druk maart 1999).

c. Roman.



2. Eerste reactie

a. Ik heb dit boek eigenlijk niet echt zelf gekozen om te lezen. Mijn moeder had het gelezen en zei dat het een leuk boek was om te lezen, toen ben ik het gaan lezen.

b. Ik vond het een bijzonder boek. Ik vond het wel jammer dat er niet zoveel spanning in zat, maar daar staat tegenover dat de gedachten van de verschillende personen heel goed beschreven worden. Je hebt aan het eind van het boek het idee dat je de belangrijkste personen bijna persoonlijk kent.



3. Verdieping

a. Samenvatting: Moesina, moeder van Nonnie en grootmoeder van Dee, is uit Indonesië weg gegaan en naar Nederland geëmigreerd. Hun dochter Nonnie was nog maar een kind toen ze met haar ouders naar Nederland emigreerde. Moesina en haar man Chris hebben tijdens de oorlog in Indonesië verschrikkelijke dingen meegemaakt. Hierover werd nooit meer gepraat. Nonnie, die als klein kind uit Indonesië weg was gegaan had ook het nodige gezien en krijgt hierdoor psychische problemen. Dee, die de voormalige tandartspraktijk van haar opa heeft overgenomen, bezoekt haar grootouders zeer regelmatig. De tandartspraktijk zit aan het huis van haar grootouders vast, dus in de pauze komt ze altijd even met hen praten. De onderwerpen zijn altijd over wat er zich op dít moment in Indonesië afspeelt of de problemen van de dag. Er wordt nooit over het verleden gesproken. Dee heeft goed contact met haar grootouders, maar haar moeder heeft maar af en toe oppervlakkig contact met haar ouders. Dan besluit Nonnie opeens voor een aantal weken naar Indonesië terug te gaan. Omdat Nonnie al zo lang in een zogenaamde ‘dip’ heeft gezeten en nu ze heeft besloten om naar Indonesië te gaan zo blij is, laat men haar, ondanks de problemen in Indonesië op dat moment, toch gaan. De studenten in Indonesië zijn namelijk in opstand gekomen tegen het regime. Eenmaal daar aangekomen, gaat Nonnie haar eigen weg en vermijdt het contact met de reisorganisatie, die terugvliegt omdat het te gevaarlijk wordt in Indonesië. Heel af en toe heeft Nonnie telefonisch contact met haar ouders. Dee vindt het te gevaarlijk worden voor haar moeder en besluit haar achterna te gaan. Ze laat haar grootouders achter met Nonnies man, een vriendin van Nonnie en de waarneemster van de tandartspraktijk. Dee ontmoet tijdens haar vlucht een vrouw uit Indonesië, Wiatti. Zij blijkt heel behulpzaam te zijn en Dee mag, eenmaal in Indonesië aangekomen bij haar (en haar broer en moeder) blijven logeren. Dee wordt verliefd op haar broer Arie, maar hier ontstaat geen vaste relatie uit. Wiatti en Arie willen haar graag helpen bij haar zoektocht naar haar moeder. Met de auto gaan ze op zoek in Jakarta, waar haar moeder waarschijnlijk zal zijn. Na een zoektocht van een paar dagen, vindt Dee haar moeder in een Chinese wijk, die voor een groot deel leeggeroofd en vernield is. Nonnie verbleef daar bij een Chinees gezin, waarvan de oudste man veel voor haar vader had betekend. Van deze man (Tan), krijgt Dee een heel groot stuk geschiedenis te horen over wat haar moeder en grootouders hebben meegemaakt tijdens de oorlogsjaren en het Bersiatijdperk. Wanneer Dee en haar moeder weer terug zijn in Nederland begint er een totaal ander leven voor haar, haar moeder en haar grootouders. Haar moeder ziet eindelijk haar probleem onder ogen en zet de eerste stap op weg naar de verwerking.

1. Het verhaal is geschreven in 2 personages. De grootmoeder van Dee, Moesina, vertelt in de ikvorm. Maar Dee, wordt auctoriaal beschreven. De gedachtes van Dee worden dus als het ware door Moesina verteld, hoewel zij helemaal niet altijd bij Dee in de buurt is. Deze twee personages zijn dan ook de hoofdpersonen.

2. Er komen ongeveer 6 personen voor, waarvan Moesina, Nonnie en Dee de drie belangrijkste zijn. Nonnie zelf zegt zeer weinig, maar er wordt door Moesina, Chris en Dee veel over gepraat en gedacht.

3. In het begin van het verhaal zijn er geen grote gebeurtenissen. Het leven gaat zijn gangetje, totdat Nonnie naar Indonesië vertrekt.

4. Het verhaal heeft een happy end, Nonnie kan eindelijk over haar problemen praten.

5. Het thema / rode draad die door het boek heen te vinden is, is het al dan niet verwerken van de herinneringen aan de tijd in Indonesië. Door Moesina, Nonnie en Chris wordt op de manier gedacht van: wat we niet zeggen, is er niet. Maar eigenlijk weten ze zelf ook dat het niet zo zit.



b. Verhaaltechniek

1. De schrijfstijl is in de ikvorm en auctoriaal. Moesina vertelt in de ikvorm en de andere personages worden auctoriaal weer gegeven.

2. Het verhaal speelt zich af in Nederland, dat wil zeggen thuis bij Moesina en Chris. En in Indonesië, waar Dee en haar moeder zijn. Het speelt in het jaar 1998.

3. De hoofdpersonen zijn Moesina en Dee. Moesina is een oude vrouw die veel heeft meegemaakt in Indonesië. Zij was als hulpje gekocht voor de familie van Chris en zijn broer George. Zij werd later tot vrouw gekozen voor George, maar omdat hij vermoord werd door zijn plantageslaven en in stukjes werd gevonden door Moesina, trouwde zij later met Chris. Met hem is ze naar Nederland geëmigreerd omdat hij hier werk kon vinden als tandarts (hij had namelijk ook al in Nederland gestudeerd). Het is een vriendelijke en verzorgende vrouw. Ze houdt veel van haar man en is af en toe zelfs trots op hem. Ze heeft veel aandacht nodig van Dee en eigenlijk ook van haar dochter Nonnie. Het doel in haar leven was Nonnie gelukkig te maken, en omdat dat niet goed gelukt is voelt ze zich schuldig over haar situatie. Moesina houdt ervan om met mensen te praten, maar over het verleden durft ze niet te praten, maar ze denkt er wel veel aan. Ze twijfelt vaak of ze wel de goede keus heeft gemaakt om er met Nonnie nooit over te praten, of dat ze beter alles had kunnen vertellen en uitleggen. Moesina is een flat-caracter.

Dee is een ondernemende vrouw. Ze heeft net als haar opa tandheelkunde gestudeerd en heeft zijn praktijk overgenomen. Ze woont nog steeds bij haar moeder in huis, die na twee jaar getrouwd te zijn geweest met Kees van hem van tafel en bed gescheiden is zonder duidelijke reden. Dee houdt nog heel veel van haar vader. Dee probeert haar moeder zo gelukkig mogelijk te maken en dus is eigenlijk de moeder – dochter rol omgekeerd. Ze is snel bezorgd en wil graag weten wat er aan de hand is, daarom gaat ze ook achter haar moeder aan. Ze is tijdens het boek aan het uitvinden hoe het christelijk geloof in elkaar zit. Haar oma heeft ze alleen maar zien bidden als ze iets nodig heeft, maar als ze bij de familie van Wiatti komt in Indonesië ziet ze dat God ook hele andere kanten heeft. Ze weet dat haar grootouders haar nodig hebben en bezoekt ze dan ook elke dag. Dee is een round-caracter.



4. De situaties worden zoals al eerder gezegd vanuit twee personen beschreven. Aan de ene

kant worden de situaties door Moesina, de oma van Dee beschreven, dat is eigenlijk altijd in het huis van Moesina. Dee bevindt zich niet altijd op dezelfde plaats, zij gaat namelijk naar Indonesië. In verschillende situaties worden grotendeels de gedachten van deze twee personen beschreven. Er wordt minder gezegd in het boek, dan dat er gedacht wordt. Er worden meer gedachtes beschreven dan gesprekken.

5. De vertelwijze is auctoriaal en in de ikvorm.



c. Thematiek

1. Het thema in deze roman is de zoektocht naar het verleden.

2. Het meest typerende motief hiervoor is het besluit van Nonnie om terug te gaan naar Indonesië en daar alles te weten gekomen wat haar altijd werd verzwegen.

3. De titel is ‘permissie’. Dit betekent toestemming, verlof of vergunning. Het gaat hier om de toestemming om vragen te stellen over het verleden. Die toestemming was er voordat Nonnie wegging naar Indonesië totaal niet. Alles van vroeger werd verzwegen. Nadat Nonnie terug was gekomen werd er langzamerhand steeds openlijker over gedaan. Er was dus permissie om vragen te stellen en antwoorden te geven.



d. Plaats in literatuurgeschiedenis

1. Het werk is voor het eerst in maart 1999 gepubliceerd.

2. Joke Verweerd heeft heel veel details verwerkt uit Indische gewoontes en denkwijzen, maar ik weet niet of zij ook een Indische is. Andere romans die ze heeft geschreven zijn ‘De wintertuin’ en ‘De rugzak’. Ook heeft ze een aantal gedichtenbundels geschreven, zoals ‘Licht aan de lucht’ en ‘Dichterbij het Wonder’. Ook kan je uit verschillende tekstgedeeltes opmaken dat ze waarschijnlijk zelf christelijk is.

3. Zij schreef het boek rond 1998/1999. In die tijd waren er in Indonesië ongeregeldheden, wat ze ook in haar boek verwerkt.

4. Ik kan niet zeggen of dit werk typerend voor de schrijver is, omdat ik nog geen andere literatuur van haar heb gelezen.

5. Het is een modern boek, maar ik denk toch niet dat het typerend is voor deze tijd. Er worden namelijk geen voorwerpen speciaal uit deze tijd genoemd. Daar staat tegenover dat het over veel psychische problemen gaat, dat is dan wel meer van deze tijd.



4. Beoordeling

1. De verhaalelementen die mij het meest aangesproken hebben waren die stukken tekst waarin de gedachten van zowel Dee als Moesina verteld werden.

2. Omdat er niet echt spannende dingen gebeuren is er niet speciaal één passage die me aanspreekt, maar als ik toch moet kiezen vind ik het feit dat Wiatti zo behulpzaam is om Dee te helpen zoeken naar haar moeder toch wel bijzonder.

3. Voordat Nonnie vertrekt naar Indonesië wordt er heel veel over gepraat en veel drukte over gemaakt, dat wordt na een tijdje behoorlijk saai en bijna irriterend.

4. Nee, ik kan dit boek niet met een film of ander boek vergelijken. Ik heb nog nooit iets gelezen wat veel op dit boek leek.

5. Ik vind het best een goed onderwerp, omdat er best veel mensen, denk ik, met dit probleem zitten, dat ze dingen uit het verleden verzwijgen. Je leert meer over zulke mensen en waarom ze het verzwijgen. Het boek heeft me wel aan het denken gezet soms. Omdat de gedachtes in het boek zo goed beschreven waren, dacht ik soms bij mezelf: wat denk ik op dit moment. Dat is best raar.

6. Het taalgebruik is niet moeilijk.

7. Een goed boek, mooi geschreven, makkelijk te lezen en niet saai, ondanks dat er geen grote wendingen in het verhaal zijn.

8. Ja ik zou een ander dit boek aanraden, omdat het makkelijk leest en een nieuw boek is.

9. Ik heb een recensie gelezen uit het Reformatorisch Dagblad (van internet) van Enny de Bruijn van 7 april 1999. In deze recensie wordt gesproken over het kundige schrijven van Joke Verweerd en het leren kennen van de twee hoofdpersonen. Joke Verweerd heeft veel onderzoek gepleegd voor het schrijven van het boek, dat zei ze in een interview van het Ref. Dagblad. Deze details heeft ze alleen als sfeerversterking gebruikt en niet om de lezer meer informatie te geven. Tot zover ben ik het met deze recensie eens. Maar er wordt ook gezegd dat aan het eind van het boek alle vragen zijn opgelost en dat de zogenaamde ‘zoektocht’ die het hele boek eigenlijk was, beter door had kunnen gaan door er een open einde aan te maken. Hier ben ik het niet mee eens, er is inderdaad een happy end, maar dat neemt nog niet gelijk alle problemen van de personages weg. Ik heb het gevoel dat de personages nu een stuk verder zijn, maar niet dat alle problemen zijn opgelost. Wel heb ik het gevoel dat ze in de goede richting gaan. Dan is het boek ook afgelopen. Je hebt het idee of je zomaar uit hun leven stapt, net alsof je er ooit in hebt gezeten.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen