U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jos Vandeloo - Het Gevaar.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2225 en is laatst upgedate op 05/03/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1938 woorden.

Titel: Het gevaar

Auteur: Jos Vandeloo

Uitgever, jaar van uitgave: Manteau Antwerpen, 1989

Eerste druk: verschenen in 1960



Uitleg keuze boek:

Als ik een boek wil gaan lezen neem ik meestal een boek van een bekende auteur. Het leek me leuk om is een keer een boek te nemen van een auteur die voor mij onbekend is. Toen ik een boek ging uitzoeken leek me dit een leuk boek en de titel sprak me erg aan. De titel

“Het gevaar” kwam bij mij mysterieus over en ik wilde graag weten wat voor gevaar dit dan was. Daarom heb ik voor dit boek gekozen.



Eerste persoonlijke reactie:

Ik vind het een goed boek omdat het echt gebeurd kan zijn. Ook vind ik het een spannend boek, vooral het vluchten is heel spannend. Doordat het boek redelijk grote letters heeft leest het vrij gemakkelijk. Ik vond het ook wel weer een moeilijk boek omdat ik nog nooit een boek had gelezen met een proloog-verhaal-epiloog constructie. In het boek lees je wat er kan gebeuren als mensen aan radioactieve straling worden blootgesteld. Ik leefde met de hoofdpersonen mee, omdat het kan voorkomen dat je zelf ook de stralingsziekte kan krijgen als je in een kerncentrale werkt. Het boek zette me niet echt aan het denken, omdat het boek een gesloten eind heeft en alle personen aan het eind van het boek zijn overleden aan de ziekte. Ik vind dat Jos Vandeloo de personen erg goed beschreven heeft omdat ik me goed in de personages en in het verhaal kon inleven.



Samenvatting:

Proloog

Alfred Benting zit in de trein, nadat hij ontsnapt is aan het gevaar, de radioactieve straling. Tegenover Benting gaat een man zitten. Hij is in het zwart gekleed en stelt zich voor als

E. Lava en gaat Benting grijnzend aan zitten staren. Benting raakt min of meer in paniek door Lava. Hij wil zich van Lava afschermen en daarom houd hij een tijdschrift voor zijn gezicht. Lava haalt een oog uit zijn oogkas en legt het op het tafeltje bij Benting. Lava zegt: “We zien elkaar nog wel.” Lava verlaat de trein. Geen van de andere reizigers ziet het oog. Benting zakt in elkaar. Er rennen mensen naar Benting en een reiziger trekt aan de noodrem, maar Benting overlijdt.



Hoofdstuk 1: Praten met populieren.

Drie mannen, Martin Molenaar, Alfred Benting en Harry Dupont worden bij een ongeluk in een studiecentrum aan radioactieve straling blootgesteld. Benting wordt onderzocht. Hij is eerst grondig gewassen en met chemicaliën bewerkt, maar het helpt niet. Toch voelt Benting nog geen angst, want hij heeft wel eens meer in zo’n bad gezeten. Toen bleef er uiteindelijk geen spoor van enig gevaar achter. Molenaar is voor Benting onderzocht. Dupont zal na hem aan de beurt zijn. De straling is te erg geweest. Zij moeten worden overgebracht naar een speciale afdeling van het Academisch Ziekenhuis.

‘s Nachts liggen ze te luisteren naar de treinen die voorbij komen. Ze zijn helemaal geïsoleerd. Ze zien alleen de mensen die hen behandelen. Dit zijn de professor en de verpleegster. Benting staat veel en graag voor het raam. Dan praat hij tegen de populieren. Voor Dupont vergroot dit alleen maar de marteling.

Dupont krijgt een brief van zijn vrouw, maar Benting hoort niets van zijn vrouw. De vierde dag lijkt de toestand van Dupont en Benting te verbeteren, maar die nacht daarop voelen ze zich zieker dan voorheen, ze krijgen hoge koorts en Dupont zijn haren vallen uit. Die nacht hoort Molenaar dat hij geen kans meer heeft op overleven. Dit zien de doktoren, omdat het aantal witte bloedlichaampjes vanaf de eerste dag schrikbarend af loopt en er helpt niets tegen. Martin hoort ook dat de andere twee nog maar een dag of acht te leven hebben. Martin Molenaar sterft de volgende dag. Bij de anderen slaat de wanhoop toe.



Hoofdstuk 2: De glazen tunnel van de nacht.

Met Dupont gaat het weer iets beter, daardoor krijgt hij weer hoop. Benting voelt zich slechter. Dupont wordt bang, bang dat hij alleen over zal blijven en hij wil weg. Als Benting zich de volgende dag ook weer iets beter voelt, stelt Dupont voor om te vluchten. Hij voelt zich een proefkomijn en wil niet lijdzaam blijven liggen wachten tot hij sterft. Benting wil niet, hij wil geen gevaar voor andere mensen zijn. De mensen hier dragen speciale beschermingskleren. In een stad zal hij iedereen besmetten. Maar Dupont laat het idee niet meer los. Hij denkt constant aan het plan. Dupont probeert Benting te overtuigen. Niemand bekommert zich om hen. Waarom zullen zij zich bekommeren om anderen?

Benting zit nu veel voor het raam. Hij voelt zich niet best, maar in het binnenste van zijn hart hoopt hij nog steeds dat hij beter wordt. In de tuin van het ziekenhuis ziet hij een vrouw. Het blijkt Dupont’s vrouw te zijn. Ze heeft de tuinman omgekocht.



Hoofdstuk 3: Wonen in een steen.

Het weerzien met zijn vrouw, op de tiende dag, heeft Dupont nog onrustiger gemaakt. Hij wil nu meer dan ooit weg. Dupont heeft Benting kunnen overtuigen. Benting denkt ook dat de omgeving hem zieker maakt dan hij misschien al is. Het opgesloten gevoel hebben en niets kunnen doen. Hij twijfelt wel aan het slagen van de vlucht, hoewel Benting er goed over na gedacht heeft, hij heeft zelfs medicijnen verzameld voor de eerste dagen. Na het avondeten blijft de deur een uur niet afgesloten en van dat uur zullen ze gebruik moeten maken. Ze gaan met de lift naar de kelder, nemen een van de paraat staande ziekenauto’s en rijden weg. Voor het flatgebouw waar Dupont woont, stoppen ze. Door de intercom vraagt hij aan zijn vrouw kleding voor twee personen en wat geld in de lift te leggen. Hij zegt ook tegen zijn vrouw dat hij pas thuis zal komen als het gevaar voor besmetting geweken zal zijn. In het park kleden ze zich aan, verdelen het geld en nemen afscheid. Dupont gaat lopend weg. Het regent. Hij gaat naar een café. Hij is ontmoedigd, hij had gedacht dat als hij uit het ziekenhuis was alles vanzelf zou gaan. Hij bestelt een glas bier maar hij stoot het om. Hij heeft zich gesneden aan het glas en hij bloed dood in het café. Het bloed bevatte te weinig bloedstollende elementen. Benting gaat met de tram naar een oude tante waar hij in zijn studententijd een kamer huurde. Hij betaalt een week de huur en vraagt de oude tante om hem zoveel mogelijk met rust te laten want hij moet studeren. Inmiddels heeft de politie een grote zoekactie op touw gezet. Een paar uur later wordt het lijk van Dupont in het Academisch Ziekenhuis binnengebracht. Benting is veilig bij zijn tante, want ze leest geen krant en heeft geen radio.

De twaalfde dag gaat hij ‘s avonds een luchtje scheppen. Zijn tante vindt hem er slecht uitzien en ze wordt achterdochtig. Benting gaat de volgende dag weg. Hij gaat naar het station. Niemand merkt hem op. Benting denkt kracht genoeg te hebben om de treinreis aan te kunnen.







Epiloog:

De epiloog volgt de proloog op en begint op het moment dat de medereizigers zich om Bentng verdringen. Hij hoort hem zeggen dat hij dood is. Hij ziet hem ook, maar hij kan geen teken van leven geven. Ook de dokter constateert de dood. Benting voelt zich machteloos, maar hij wil nog niet begrijpen dat dit het einde is. Na een poos “geslapen” te hebben, wordt hij “wakker” in het mortuarium. Er liggen nog twee andere lichamen in het mortuarium. Het lijkt net of een van hen, hem aankijkt. Benting herkent met een schok de man uit de trein. Het is Lava. Nu heeft hij geen hoop meer. Hij kan niet meer ontsnappen. Hij is dood.



Verhaalaspecten:

Onderwerp:

Het onderwerp, de radioactieve straling, spreekt mij best wel aan, omdat het tegenwoordig wel eens voor komt dat mensen worden besmet met deze straling. Zoals laatst nog in Japan, waarbij drie mensen zijn besmet. Aan de hand van dit boek kun je de gevolgen hiervan zien. Ik heb niet iets nieuws geleerd omdat ik het meeste van dit onderwerp al wist.



Gebeurtenissen:

Het verhaal bevat voldoende gebeurtenissen om te blijven boeien. Eerst wil je weten hoe het komt dat Alfred Benting sterft in de trein. Later wil je weten of ze blijven leven en of ze kunnen ontsnappen uit het ziekenhuis.

De gebeurtenissen komen niet in de juiste volgorde voor. Het verhaal begint met Alfred Benting die in de trein sterft en later wordt in het verhaal verteld wat de oorzaak is van zijn dood. Het eindigt weer met Benting die naar het mortuarium wordt gebracht en daar Lava ontmoet.

Ik vind de gebeurtenissen best wel spannend, omdat je steeds wilt weten hoe het afloopt. Ook zijn ze geloofwaardig, omdat het steeds vaker kan voorkomen dat mensen worden besmet met radioactieve straling.



Personages:

Martin Molenaar:

-Kort in de twintig en hij is vrijgezel.

-Werkt sinds kort in de kerncentrale.

-Is aansprakelijk gesteld voor het ongelijk.

-Is er het slechts aan toe en overlijdt de vijfde dag.



Harry Dupont:

-Is 45 jaar oud, is 17 jaar getrouwd en denkt veel aan zijn vrouw.

-Kwam slechts een paar keer per week bij de kernreactor.

-Humoristisch, luidruchtig, goedaardig van karakter.

-Hij bereidt de ontsnapping voor en regelt alles.

-Hij heeft dik, grijs haar.

-Na afscheid genomen te hebben van Benting is hij volkomen hulpeloos.

-Hij sterft de tiende dag.













Alfred Benting:

-Kort in de dertig, is tien jaar getrouwd en heeft een kind.

-Hij verbergt angst en liefde.

-Hij beschouwt het ongeluk als een niet te voorkomen beroepsrisico.

-Kan nieuwe situaties zakelijk en verstandig oplossen. Hij zoekt onderdak bij een oude tante en hij betaald een week van de huur vooruit.

-Hij sterft de dertiende dag.



Opbouw:

Het verhaal is best spannend, omdat je steeds wilt weten wat er met de personen gaat gebeuren en of ze kunnen ontsnappen. Hierdoor blijft het verhaal je boeien. Het verhaal bevat een goede bouw want de proloog maakt je nieuwsgierig en hierdoor wil je verder lezen.

Het verhaal heeft geen open eind want alle drie de mannen sterven op het laatst.



Taalgebruik:

Het verhaal is niet lastig om te lezen want het boek heeft redelijk grote letters en de zinnen zijn ook niet moeilijk. Er worden niet veel moeilijke woorden gebruikt. Je kunt het verhaal dus goed volgen.



Informatie over de auteur:

Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven in het Belgisch Limburg. Zijn vader had in Zonhoven een rijwielhandel. Jos ging na de lagere school naar het middelbaar onderwijs in Hasselt. In de laatste oorlogsmaanden had hij als tolk gediend bij het tweede Britse leger. Van 1949 tot 1953 was hij werkzaam bij een Belgisch houdstermaatschappij die hem voor onderzoek naar diverse Europese mijnbekkens stuurde. Waar hij het hele jaar 1953 doorbracht. Toen de eerste kenmerken van de dreigende crisis in de mijnbouw zichtbaar werden, besloot hij van werk te veranderen. Hij vond werk bij de uitgever Manteau waar hij adjunct-directeur werd van de Brusselse vestiging en twee jaar later werd hij directeur van Manteau in Antwerpen. In het begin van de jaren zeventig was hij werkzaam als journalist en als sportverslaggever. In 1969 stapte hij over van Mateau naar de standaard Uitgeverij van Antwerpen. Sinds 1983 wijdt hij zich uitsluitend aan het schrijven. Hij publiceerde diverse literaire tijdschriften zoals: De Vlaamse gids en het Nieuw Vlaams tijdschrift.

Jos Vandeloo is in 1949 getrouwd en woont sinds 1955 in Antwerpen en hij heeft drie kinderen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen