U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jos Vandeloo - Het Gevaar.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2223 en is laatst upgedate op 03/12/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1261 woorden.

1 : DE GESCHIEDENIS-HET VERHAAL- DE TEKST.

Wat zijn de voornaamste gebeurtenissen ?

In de proloog bevindt Alfred Benting zich in een trein en ontmoet Edward Lava. Benting heeft allerlei waandenkbeelden (hallucinaties).

Alfred Benting werkt op het studiecentrum voor kernsplitsing. "Een wereld die opgesloten ligt in een koepel vol geheime stilte". De sfeer is echter "zwaar geladen", want 3 medewerkers hebben blootgestaan aan het gevaar. Benting, Molenaar en Dupont zijn besmet met radioaktiviteit. Ze worden grondig schoongewassen en onderzocht. Na opsluiting in een bunker worden ze al snel overgebracht naar het academisch ziekenhuis.

De mannen praten weinig, ze leven in een vreemde, vrijwel van alles geïsoleerde wereld. Benting is kalm en ziet de mannen als objecten waarmee geëxperimenteerd wordt. Dupont is onrustig en klaagt over zijn ziekteverschijnselen (blaren, koorts en haaruitval). Molenaar is er het ergst aan toe. In de nacht van de 4e op de 5e dag constateren de doctoren dat Molenaar geen kans meer heeft. Hij heeft echter het gesprek gehoord en vertelt Benting en Dupont dat hij nog een dag te leven heeft en zij nog 8 dagen. De volgende middag wordt de bijna levenloze Molenaar weggehaald. Hij komt niet meer terug.

Ondanks hun wisselende lichamelijke conditie, voelen Benting en Dupont zich als terdoodveroordeelden. Dupont besluit dat hij weg wil. Hij probeert Benting ervan te overtuigen dat ze een hopeloze strijd voeren tegen de experimenten van de doctoren. Benting staat voor een dilemma. Hij wil anderen niet in gevaar brengen, maar hij wil ook niet langzaam sterven. Ook twijfelt hij aan het nut van de behandeling, omdat de ziekteverschijnselen langzaam verergeren. Dupont merkt de verandering en blijft op hem inpraten. Hij is vastbesloten om weg te gaan, vooral nu hij zijn vrouw in de tuin van het ziekenhuis gezien heeft. Op de avond van de tiende dag vluchten de twee vermoeide, zwakke en duizelige mannen. Met een ziekenauto rijden ze de stad in naar het huis van Dupont Ze krijgen kleren van Dupont's vrouw. De mannen zijn onrustig, zenuwachtig, rillerig en moe. Als ze afscheid van elkaar nemen laten ze niet blijken dat dit hen aangrijpt.

Benting vindt onderdak bij een oude tante bij wie hij in zijn studietijd al eens gelogeerd heeft. Hij verzint een verhaal over een studie als voorbereiding op een tentamen, waarbij hij niet gestoord wil worden. De vrouw accepteert alles en Benting gaat naar zijn kamer, waar hij door zwakheid overmeesterd, in slaap valt. Intussen belandt de verzwakte Dupont in een café. Door een ongelukje verwondt hij zich : bloed stroomt over de vloer. Als de doodgebloede Dupont naar het ziekenhuis gebracht wordt, blijkt dat Benting nog twee dagen te leven heeft. Twee dagen later is Benting nog steeds bij zijn tante. Heldere momenten wisselen af met "valluiken van zijn ziekte". Hij blijft geloven in zijn genezing en tegen zijn tante houdt hij vol dat er niets aan de hand is. Toch is hij bang dat zijn steeds achterdochtiger wordende tante een dokter waarschuwt. Hij verlaat daarom het huis en loopt verdwaasd en met onzekere stappen naar het station. Daar valt hij midden in de menigte op de grond.

In het epiloog hoort Benting in een schemerzone tussen leven en dood hoe de dokter zijn dood constateert. Hij "wordt wakker" in een naargeestige, holle ruimte. Er liggen nog twee lichamen. Benting beseft dat vluchten nutteloos was. Hij had de tijd verlaten.



Is er een duidelijke samenhang tussen de gebeurtenissen ?

Neen, niet direct. Dit komt mede doordat het verhaal in medias res begint en mede doordat het verhaal een opbouw heeft van proloog - verhaal - epiloog. Pas nadat een beetje van het verhaal wordt verteld, kunnen we constateren dat het verhaal chronologisch is opgebouwd, met kleine flash-backs in het begin van het verhaal.



Waar vond de auteur de 'geschiedenis' ?

Misschien kunnen we in dit boek een waarschuwing zien voor de toekomst, die zich nu voltrekt. Dit hebben we onder andere al kunnen zien tijdens de ramp van Tsjernobil en zal volgens mij in de nabije toekomst nog verschillende keren voorkomen.



Begint het verhaal 'ab ovo' of 'in medias res' ?

In medias res.



Heeft het een open of een gesloten einde ?

Gesloten einde.



Welke tekstgedeelten vind je voornamelijk in het boek ?

We vinden vooral beschrijvende gedeelten in het boek, en met name over de gevoelens van de personen.



2 : MOTIEVEN EN THEMA.

Leidmotieven ?

geen !



Thema ?

N Het boek draait rond de gevoelens van drie stervende mannen, die niet lang meer te leven hebben, maar toch nog hopen op genezing.



N Ook probeert de auteur in dit boek de lezers te waarschuwen voor het nakende gevaar van atoomrampen. In dit boek wordt slechts een kleine ramp beschreven, die toch nog kon gecontroleerd worden, maar wat als ze dit niet meer konden of zouden kunnen in de toekomst ?



Verband titel - thema.

De titel is een rechtstreekse waarschuwing van de schrijver voor radioactiviteit in het algemeen, maar ook voor de schade die een technologie als kernsplitsing kan veroorzaken bij contact tussen mensen.

Geen motto.



3 : TIJD.

Vertelde tijd : ± 12 dagen. Het verhaal wordt chronologisch verteld met enkele retrovisies naar het ongeval.



Verteltijd : 123 pagina's



Tijdsverlenging en tijdsverdichting ?

Geen tijdsaanduiding. De schrijver wil elke tijdsaanduiding vermijden om aan te tonen dat het probleem tijdloos is. Daarom is het verhaal ook in de tegenwoordige tijd geschreven.



4 : RUIMTE.

Geen ruimteaanduidingen, om dezelfde redenen als bij de tijdsaanduiding.



5 : PERSPECTIEF.

Het verhaal is verteld vanuit een auctoriële alleswetende verteller.



6 : SPANNING.

Emotionele spanning : Wij weten al dat de hoofdpersonages zullen sterven, maar zij beseffen dit nog niet, of willen dit nog niet beseffen, en houden er moed en hoop in op hun genezing.



7 : PERSONAGES.

N Bentings : In het ziekenhuis blijft hij kalm en rustig en luistert hij naar Dupond, waarmee hij goed bevriend geraakt. Hij piekert veel en is eerder gesloten van karakter, maar als de 2 proberen te ontsnappen, wordt Bentings erg zenuwachtig en verliest zijn kalmte.

ð Hij is een ROUND CHARACTER.



N Dupond : Hij is in het ziekenhuis onrustig, praat veel en maakt zich zorgen. Het was een groot kind : hij was of heel vrolijk of heel triestig. Bij de ontsnapping blijft hij nuchter en kalm.

ð Hij is een ROUND CHARACTER.



N Molenaar : Hij is één van de slachtoffers, maar hij sterft zeer vlug. Daardoor komen we niet veel te weten van hem. Hij droeg wel de verantwoordelijkheid van het ongeval.



Opmerking :

In de roman komen veel elementen voor die een benauwende sfeer scheppen. De hallucinerende schrijfstijl van de proloog werkt al vervreemdend. In de proloog (en ook in de epiloog) probeert de auteur een wereld te beschrijven zoals die er na de dood uit kan zijn (Edward Lava zou den de Dood zelf kunnen zijn).

De auteur schrijft heel direct over voorwerpen en gebouwen alsof het levende voorwerpen zijn. Ook de korte zinnen roepen een bepaalde spanning op. Benauwend is ook de besloten ruimte van de ziekenhuiskamer en het onvermogen van de hoofdpersonages om contact te maken met de buitenwereld. Illustratief hiervoor is de scène waarin de vrouw van Dupond in de ziekenhuistuin naar de mannen zwaait en het contact van Dupond met zijn vrouw via de huistelefoon. Ook de tante van Benting die vervreemd van iedereen als een mummie leeft, is een voorbeeld van isolement.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen