U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Bint.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=13112 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1489 woorden.

Titel: Bint

Auteur: F. Bordewijk

Plaats en jaar van uitgave: 1992, Amsterdam (Is geschreven in1934)

Druk: De zevenentwintigste druk



Samenvatting



De Bree is de hoofdfiguur in dit boek. Hij is een vrij norse stugge man. Hij gaat op een school werken als leraar.

Wanneer hij de eerste dag op deze school komt wordt hij ontvangen door de directeur, Bint genaamd. Deze vertelt De Bree dat de eerste klas die hij krijgt zijn voorganger heeft weggetreiterd. Het is de favoriete klas van Bint, zijn gaafste werk noemt hij het. De Bree heeft direkt al een soort van bewondering voor Bint.

De hele les is de Bree echt superstreng, geeft geen les, speelt alleen maar de baas. Hij ‘temt’ alleen maar en verklaart de klas de oorlog. Hij gaat de klas de Hel noemen. Na een paar lessen gaat hij voorzichtig beginnen met lesgeven. Bint vertelde hem dat hij een stalen tucht eist.

De Bree geeft ook nog les in andere klassen. Langzamerhand begint de Bree door te krijgen dat op deze school Bint superieur is, en hij schaamt zich dan ook als Bint ziet dat de Bree naar een schoonmaakster kijkt, want dan blijkt dat hij inferieur is.

Van andere leraren krijgt de Bree te horen dat Bint vijf jaar geleden met zijn nieuwe beleid is gestart. Dat houdt in dat alleen de sterksten overblijven, dat er tucht en

gehoorzaamheid heerst. En de meeste leraren, en vooral de Bree zijn het daarmee eens.

Het beleid van Bint heeft sterke fascistische kenmerken, bijv. dat een leerling, door hun een ‘meisjesachtige jongen’ (=homo) wordt genoemd, en dat alle leraren door Bint worden gewaarschuwd om op te passen voor deze jongen.

Tijdens een vergadering van het eerste rapport wordt het geval ‘van Beek’ besproken, dat is een ‘zenuwachtige’ jongen, die thuis voor het gezin moet zorgen (er is geen vader meer) en zo heel veel lasten op zijn schouders moet dragen.

Als er een schoolreisje komt, krijgt de Bree (uiteindelijk) de helft van de Hel mee. Alles gaat perfect, en de Bree voelt zich steeds meer verbonden met de Hel. Er is slechts een probleem onderweg maar dat wordt door de leerlingen zelf opgelost.

Aan het eind van het jaar vraagt Bint aan de Bree of hij het volgende jaar ook wil lesgeven, maar de Bree zegt nee want het was eigenlijk zijn plan om maar voor 1 jaar les te geven. Maar hij krijgt al bijna meteen spijt dat hij nee heeft gezegd en gaat toch door, hij wil zijn missie doorzetten.

Als hij na de zomervakantie terugkomt is Bint weg. Dit is een echte schok voor alle leraren, en uiteindelijk blijkt dat Bint weg is om het geval van Beek. Hieruit blijkt voor de Bree dat Bint ook zijn menselijke kanten (=fouten) had,

De samenstelling van de klassen is een klein beetje veranderd, alleen de hel is zoals altijd, slechts ouder. En al snel gaat alles weer zo zijn gangetje, en gaat hij verder met zijn missie om de kinderen zo te vormen dat de mensen later zeggen: “Die zijn van de school van Bint”



3. De psychische gestoordheid is hier het idee dat leeft onder de leraren op school en vooral onder Bint. Ze hebben een afkeer van de school en hebben de ‘dwang’ om de leerlingen met tucht en gehoorzaamheid vol te stampen, zodat de maatschappij wordt veranderd.

De psychische gestoorheid heeft sterke fascistische trekjes. Zoals dat er stalen tucht moet heersen, Bint zijn

school wil zuiveren van ‘minderwaardigheden’ zoals de ‘meisjesachtige jongen’ de homo dus, en de neuroot van Beek. Bint zelf is dus gek, vanwege zijn dwang om die kinderen zo op te leiden, maar het grootste deel van het boek gaat over de Bree en zijn gedachtes, en de Bree is ook gek, dus heb ik besloten om het over de Bree te houden.



3a. Over de oorzaak van de ‘gestoordheid’ van Bint is niet echt met zekerheid te praten. Dat staat ook in het boek, op blz. 93 (Ik heb het boek waarin nog 2 andere verhalen staan) ‘Het was eenandere man, die daar sprak. De slag van zijn zinnen was kort geworden, zijn woord had de toon van de absolute despoot. Wij zijn allen met hem meegegaan, ook zelfs - je lacht - Keska, al kan die niet zo mee. We voelden dat Bint zijn vorm had gevonden op het laatst van zijn leven.’ ‘De reden?’ ‘Dat weet niemand. We hebben hem nooit goed begrepen. Hij werd ons eerst recht begrijpelijk. Maar hij werd bovendien superieur. Binnen het jaar was er oorlog met de wethouder. Het regende klachtern van de ouders. Het werd een school van ombarmharyigheid,

maar het werd een school’

Ook komt het door hun afkeer van de maatschappij, en hoe er tegenwoordig met alles word omgegaan. Blz. 106: ‘Bint vervolgde: ‘Driemaal, de laatste jaren, hebben leerlingen met slechte rapporten zich zonderling gedragen, zijn gaan zwerven en dergelijke. De ouders in angst, de politie op de been. De school krijgt de schuld, de ouders hebben de schuld. Mijn kweek kenmerkt zich door evenwichtigheid. De gedesequillibreerden stoot de school af omdat zij niet willen leren gehoorzamen. Ik maal niet om de psyche van een kiind, dat een rottigheid is van deze tijd.



3b. Iedereen is het met de gestoordheid eens, en dan heb ik het vooral over de leraren, Bint dus, en ook 1 klas een beetje; de hel. Dat merk je ook uit het geciteerde van

3a: ‘Maar hij werd bovendien superieur’ En de verslagenheid waarmee iedereen reageert als Bint van school is, maar

ze wel allemaal van plan zijn om zijn beleid voort te zetten.



3c. De gestoorde komt niet uit zijn gestoodheid, iedereen blijft erbij dat het goed is. Ze willen zoals ik al zei het beleid voort zetten. Op blz. 149: ‘Hij overwon zichzelf opnieuw. Het chaotisch klassebeeld ging hem langzamerhand boeien. Hij zou werken, ook zonder Bint,maar in de geest van Bint, maar met de ziel van Bint. Donkers zou de nieuwe voorganger zijn. Bint zou hij niet wezen. Erfgenaam van Bint zijn systeem, van Bint zijn school, werd Donkers toch een grote figuur.

Het blijkt ook uit hoe ze hem missen, op blz. 154 ‘De Bree gooide zich mistroostig op zijn bed. Daar vocht hij het uit met zichzelf. Bint wilde dat zo: geen sprankel genegenheid voor hemzelf, liefde alleen voor de school. Waarachtig, hij las het in zijn bloed-omcirkeld oog. De volgende dag werd hij heel vroeg wakker. Hij voelde dat hij wilskrachtiger leefde dan ooit, maar met een elemant van eerbied dat nieuw was omdat het plechtig was.

Zijn visie is ‘zwart’ hij heeft het overdreven om echte typetjes neer te zetten. Dus heeft hij het echt overdreven allemaal. Het is ook een beetje gebaseerd op een school waar Bordewijk ooit geweest is. Bijvoorbeeld hoe de Bree in het begin met de hel omgaat op blz. 80: ‘Jullie bent te groot voor iets kinderachtigs. Daarom, ik beschouw dit als vijandschap, twee stellige blijken van vijandschap. Jullie wilt oorlog. Het zal oorlog tussen ons zijn, zonder ophouden, het hele schooljaar door..’

Of hoe hij ze bijnamen geeft, nog in dezelfde les: (Blz. 81)

‘Jullie kunt me niet kwaad maken. Jullie zult nooit iets van boosheid zien. Ik ken geen andere straf dan schoolblijven en wegjagen. Ik geef je nu de gelegenheid op je plaats te gaan zitten. Er kwam beweging. Stommelend, klotsend groepeerde de klas zich anders. De gier vloog hoog de voliere in. (..) Het rustte op een granietig wezen, klein, in een grote bank alleen, zijn vinger wees

onbeweeglijk. ‘Jij vraagt de directeur hier te komen.’ Het sfinxig wezen..”



De visie van de auteur

De visie van de auteur is ook niet geheel duidelijk. Want, als je bekijkt hoe de omgeving op de gestoordheid van de Bree reageert, hangt het er van af hoe je het bekijkt. Als je binnen de school kijkt, is de omgeving het namelijk voor een groot gedeelte met de gestoordheid eens, de leraren

vooral. En de klas die de Hel wordt genoemd ook natuurlijk, die gaat zelfs als de andere klassen in opstand komen (om een logische, menselijke reden) met de andere klassen in gevecht, omdat ze zelf ook eigenlijk net zo gek zijn als de Bree, Bint, en de andere leraren. Maar de andere klassen komen op een gegeven moment dus wel in opstand tegen het regime van de school. En hun ouders dienen ook klachten in.

En dan; aan het einde van het boek, neemt Bint ontslag. En dan denkt de Bree over zijn opvolger zoiets als: “Het zal geen tweede Bint worden, maar we zullen samen met de andere leraren proberen het regime in stand te houden”

Dus ik denk dat de auteur het niet met de extreme vorm eens is, omdat hij Bint aan het einde weghaalt, maar wel met de wat mildere vorm, omdat ze toch gaan proberen het regime voort te zetten. En dan denk ik niet dat hij het er natuurlijk echt mee eens is, maar ik denk meer zoiets; dat hij het zo wel “grappig” vindt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen