U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Theo Thijssen - Kees De Jongen.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2189 en is laatst upgedate op 12/08/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1874 woorden.

Kees de jongen door Theo Thijssen.



A) Redenen om dit boek te gaan lezen en eerste reactie.

Ik had nog nooit eerder van het boek gehoord en ik wist dus niet wat ik kon verwachten. Ik vind het echter een heel leuk en levendig boek. Soms, als ik begin te lezen en niet meer precies weet waar ik was gebleven, vind ik het moeilijk om fantasie en werkelijkheid uit elkaar te houden. Die fantasieën maken het boek wel heel leuk, dus tot nu toe ben ik blij dat ik dit boek gekozen heb!



B) Samenvatting en analyse van het boek.

Proloog.

De schrijver vertelt dat hij gaat vertellen over Kees, de jongen die niet bekend geworden is, maar wel door iedereen zal worden herkend.



Hoofdstuk 1 t/m 30.

Kees woont in de Jordaan in Amsterdam, gaat overdag en 's avonds naar school. Zijn ouders hebben een schoenwinkel.

Kees heeft in zijn jonge jaren veel "stomme streken" uitgehaald. Hij fantaseert veel, vooral dat mensen hem bewonderen. Hij leert een speciale manier van lopen van een vriendje, de zgn. "zwembadpas" waarmee je heel snel kunt lopen.

Op een dag komt er een nieuw kind in de klas, Rosa Overbeek. Kees merkt dat zij anders is dan de rest en veel op hem let. Als Kees' vader ziek wordt, wordt Kees van school opgehaald om boodschappen te doen. Zijn vader heeft tuberculose: hij hoest heel erg en soms spuugt hij bloed. Kees moet nog vaker boodschappen doen voor z'n vader. Die wordt langzamerhand weer beter. Als Kees een atlas nodig heeft, die behoorlijk duur zijn, krijgt hij er eentje van zijn vader.

Als Kees op een dag naar de zwervers bij de Dam staat te kijken, vraagt een Fransman hem waar het Krasnapolsky is. Kees komt niet uit zijn woorden en een straatslijper helpt de man. Kees denkt na over een vereniging van jongens die allemaal Engels, Duits en Frans praten en die op straat de buitenlanders helpen.

Op een avond is het heel stil in hun huis en Kees, die in bed ligt, is bang dat zijn ouders dood zijn. Hij gaat naar beneden, maar zijn ouders zijn gewoon buiten.

Als hij achterstallig geld moet gaan ophalen, komt hij op de heenweg een echtpaar tegen voor het museum. Kees denkt dat ze Frans zijn en hij begint het Frans tegen ze te praten. Ze blijken gewoon Nederlands te zijn en Kees voelt zich dom.

Rosa Overbeek is al een tijdje niet meer op school geweest. Kees denkt na over dat ze misschien wel dood is en dat hij dan een krans op haar begrafenis mag leggen.

Na een boodschap hoort hij muziek uit een raam komen en hij blijft staan om te luisteren. Hij fantaseert dat de dames die uit het raam kijken hem heel bijzonder vinden.

Als Kees nieuwe kleren nodig heeft, biedt Opoe aan, die te laten maken uit een oude mantel van haar. Dit wil Kees helemaal niet en uiteindelijk komt het er ook niet van, want de kleermaker gaat er vandoor met de mantel.

Op school wordt er veel aan postzegels gedaan en Kees doet ook mee.

Met de schoenwinkel gaat het slecht en Kees' vader wordt weer ziek.

Kees zit nu in de hoogste klas en iedereen in zijn klas mag een cadeautje vragen aan school. Kees vraagt als enige een schaakspel en krijgt dat ook.

Kees mag ook de bel, dat betekent dat hij de voordeur op school open mag doen als er wordt gebeld. Rosa komt weer terug.

Er komt een mevrouw in de opkamer van Kees' huis wonen, mevrouw Dubois. Dit omdat zijn ouders het geld nodig hebben.

Dan overlijdt Kees' vader. Ze verhuizen naar een kleiner huis en Kees' moeder begint een koffie-en-thee handeltje. Ze gaat ook naaien. Als Kees een mooi reclameplaatje krijgt, geeft hij het aan Rosa. De volgende ochtend is zij er niet, maar 's middags weer wel, want ze was 's ochtends haar vader, die stuurman is, van de boot wezen halen.

Als Kees na school over straat loopt, denkt hij dat hij zijn vader ziet, maar het blijkt een vreemde meneer te zijn.

In het grote theepakhuis wordt een jongste bediende gezocht. Het gaat thuis slecht en Kees wil het baantje en van school af gaan. Hij mag van zijn moeder. Na zijn laatste dag op school vertelt hij het Rosa en ze kust hem. Kees loopt gelukkig naar huis.



Genre:

 Autobiografische roman, al ontkende Theo Thijssen dit in één van de boeken die hij na Kees de jongen schreef.



Motieven:

 domme streken: aan het begin van het boek wordt verteld dat Kees domme streken heeft uitgehaald toen hij klein was en zijn van school afgaan wordt ook een domme streek genoemd. Het boek heeft dus een beetje een cyclische bouw, al is Kees aan het einde van het boek wel een jaar ouder en wijzer en staat hij dus eigenlijk een trede hoger dan aan het begin van het boek.

 fantasieën: Kees fantaseert veel en in die fantasieën speelt hij de hoofdrol. Naarmate hij groter wordt, krijgt hij meer zelfvertrouwen en komen sommige aspecten van zijn fantasieën ook tot werkelijkheid.



Motto:

 "Tous les enfants ont des imaginations héroïques: ils se voient accomplissant des actions d'éclat qui leur valent la reconaissance et l'admiration publiques.

Léon Frapié, Les contes de la guerre.



 Vertaling: Alle kinderen hebben heldhaftige fantasieën: ze zien zichzelf heldendaden verrichten die hun erkenning en bewondering van hun omgeving bezorgen.

 Verklaring: Kees heeft veel fantasieën waarin hijzelf de hoofdrol speelt en door iedereen wordt bewonderd.



Personages:

 Kees, de hoofdpersoon, is een jongen van een jaar of 12. Hij fantaseert veel, vooral over de geweldige dingen die hij zou doen en dat iedereen hem dan zou bewonderen. Hij wil zich onderscheiden van andere "normale" mensen. Hij wordt steeds zelfverzekerder in de loop van het verhaal, wat blijkt uit het feit dat hij besluit van school af te gaan om geld te verdienen. Hij kan het goed vinden met zijn ouders, broertje Tom en zusje Truus. Ook met hun huisgenoot, mevrouw Dubois, kan hij goed opschieten. Op school vindt hij Rosa leuk, omdat zij volgens hem anders is dan iedereen. Zijn grootouders vindt hij maar raar, hij kan ze nooit tevreden maken. Als hij lang bij ze blijft, zeggen ze: heeft je moeder je niet nodig? En als hij snel weggaat, zeggen ze: vind je het hier soms niet leuk? Hij kan het dus niet zo goed vinden met zijn grootouders. Verdere figuren spelen geen grote rol.



Perspectief en verteller:

 Het verhaal wordt verteld door een verborgen vertellen, al zie je het verhaal "gekleurd" door Kees' ogen.



Ruimte:

 De Jordaan in Amsterdam.

 Het weer speelt onbewust een rol: naarmate het slechter gaat met het gezin, lijkt het vaker te gaan regenen.

 De omgeving wordt niet uitgebreid beschreven en speelt dus verder geen grote rol.



Stijl:

 Het verhaal is geschreven in spreektaal: zou-ie?; neusie-bloed slaan; dat het-ie gedaan! Hierdoor, vind ik, wordt het verhaal heel levendig.



Thema:

 (De) fantasieën (van Kees).



Tijd:

 Het verhaal speelt zich af rond 1890, de tijd dat Theo Thijssen een kind was. Het verhaal is chronologisch en er zitten geen flashbacks in, wel terugverwijzingen. De vertelde tijd is ongeveer een jaar.



Titelverklaring:

 Het verhaal gaat over Kees, een jongen die veel fantaseert.



C) Verwerkingsopdracht E29: schrijf een minibiografie.



Theo Thijssen.

Theodorus Johannes Thijssen werd geboren op 16 juni 1879 in de Jordaan in Amsterdam. Zijn vader, Samuel Jan, had een schoenmakerij. Theo had vijf broertjes en zusjes.

In 1890 overleed zijn vader aan tuberculose en zijn moeder begon een brooddepot. Theo studeerde door voor onderwijzer. In 1894 ging hij naar de Rijkskweekschool in Haarlem. In 1898 haalde hij zijn diploma en gaf les aan verschillende scholen. In 1906 trouwde hij met Johanna Zeegerman. Ze kregen een zoontje, Theo, maar Johanna stierf een half jaar na zijn geboorte. Theo trouwde een jaar later met Geertje Dade en ze kregen 2 zoons en een dochter.

Theo bekritiseerde de bestaande schoolboeken en jeugdliteratuur. Hij publiceerde een aantal rekenboekjes. Hij was ook actief in de bond voor Nederlandse Onderwijzers. Hij schreef veel boeken, zoals Barend Wels, Kees de jongen, Het taaie ongerief. Hij behoorde tot de realisten: hij beschreef de situatie zoals zij was.

Hij werd als onderwijsspecialist van de S.D.A.P (later PvdA) lid van de Tweede Kamer en later Amsterdams gemeenteraadslid.

Toen hij 60 werd legde hij een aantal vakbondsfuncties neer. Na de februaristaking in 1941 werd Thijssen door de Duitsers opgepakt. Hij werd na een paar maanden weer vrijgelaten, maar hij was verzwakt en hij overleed op 23 december 1943.

Bibliografie van Theo Thijssen (de literaire werken):

1908 Barend Wels (roman) Bussum, Van Dishoeck

1909 Jongensdagen. (kinderboek) Bussum, Van Dishoeck.

1923 Kees de jongen. (roman) Bussum, Van Dishoeck

1925 Schoolland. De roman van een klas. Bussum, Van Dishoeck

1926 De gelukkig klas. (roman) Bussum, Van Dishoeck

1927 Het grijze kind. (roman) Bussum, Van Dishoeck

1929 Egeltje. Een bundel vrolik proza. (verhalen) Bussum, Van Dishoeck

1932 Het taaie ongerief. (roman) Bussum, Van Dishoeck

1935 Een bonte bundel. (verhalen) Amsterdam, De Arbeiderspers

1941 In de ochtend van het leven. Jeugdherinneringen. Bussum, Van Dishoeck

1970 Meneer-zèlf komt een uurtje en andere verhalen. Cahiers voor letterkunde voor het voortgezet onderwijs. Samengesteld door N. Scholten & R. Grootendorts. Amsterdam, Meulenhoff Educatief

1979 De liefde van Kees de jongen. Fragmenten uit de roman Kees de jongen. (met litho's van Hans Bayens.) Amsterdam, de Engelbewaarder.



D) Eigen mening over het boek.

Ik vind het boek Kees de jongen een heel leuk boek. Het las vlot en ik vond het heel leuk verteld. Doordat het in spreektaal geschreven is, moest ik, vooral in de gesprekken, soms wel goed lezen om te begrijpen wat ze precies zeiden.

De gebeurtenissen vond ik heel echt, al heb ik de situatie die Kees meemaakte (armoe, vader overlijdt, huisgenoot) niet meegemaakt. Ook in mijn omgeving ken ik geen mensen die in dezelfde situatie zitten.

Echt schokkende gebeurtenissen waren er niet, al maakte het stuk over het overlijden van Kees' vader wel indruk op me.

Ik vond Kees zelf heel sympathiek, al had hij het soms wel hoog in z'n bol! Vooral zijn fantasieën vond ik leuk, ze gaven een heel andere dimensie aan het verhaal. Verder waren er niet echt figuren die ik onsympathiek vond. Ik vond het heel goed van Kees, dat hij besloot van school te gaan om het gezin te helpen.

Het verhaal sprong soms wat van de hak op de tak: 2 hoofdstukken postzegels, dan 2 hoofdstukken over het cadeau op school. Het was niet vervelend dat het zo was ingedeeld, maar soms moest je wel even overschakelen. Echt spannend was het verhaal niet, maar toch bleef ik geboeid. Ik denk, omdat ik met Kees en het gezin meeleefde. Het perspectief vond ik dan ook goed gekozen, omdat je zo niet alleen in Kees' hoofd zit en de omgeving goed kunt overzien. Doordat je Kees' gedachten wel las, bleef je echt betrokken, bv. bij het overlijden van zijn vader.



Ik vond het een leuk, normaal boek. Eigenlijk raar dat niemand eerder op het idee gekomen is om zo'n boek te schrijven!
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen