U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Theo Thijssen - Kees De Jongen.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2188 en is laatst upgedate op 12/08/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2326 woorden.

Boekverslag Kees de Jongen





Beschrijving





Ik heb dit boek gekozen omdat ik een top 10 van boeken gelezen heb. Daar stond dit boek (meen ik) op de 4e plaats. Toen ik deze lijst aan mijn moeder liet zien raadde zij mij dit boek aan.





Ik zal nu een korte samenvatting geven over de inhoud.



De hoofdpersoon in dit boek is (zoals voor de hand ligt) Kees Bakels, een gewone 12 jaar oude jongen die leeft in het Amsterdam van rond 1890. Kees is de zoon van een schoenmaker in de Jordaan. Hij heeft een jongere zus, Truus en een jonger broertje, Tom. Kees heeft volgens eigen zeggen toen hij klein was veel 'stomme streken' uitgehaald. Maar nu is dat verleden tijd. Overdag en 's avonds zit hij op school. Van een vriendje dat op gymnastiek zit, heeft hij een hele speciale manier van lopen geleerd waarmee je je veel sneller kunt verplaatsen. Het eerste gebruik vind plaats op weg naat het zwembad, dus deze pas krijgt de naam 'zwembadpas'. Dan komt er een nieuw meisje in de klas bij Kees: Rosa Overbeek. Ze is duidelijk anders dan de andere meisjes, dat heeft Kees al gauw gezien. Ook heeft hij gemerkt dat Rosa speciaal op hem let. Op een dag wordt hij tijdens de gymles door de buurvrouw van school gehaald omdat zijn vader plotseling ziek is geworden. Kees moet medicijnen voor zijn vader gaan halen. Op den duur mag hij ook belangrijke opdrachten voor zijn vader gaan doen, zoals de aflossing van de schuld maandelijks bij een kantoor brengen.

Als het op een avond doodstil is in huis, wordt Kees bang dat zijn ouders dood zijn. Als hij gaat kijken blijkt dat ze alleen maar met de buren stonden te praten.

Wanneer Rosa een tijd lang niet op school komt, blijkt hoeveel hij aan haar denkt, want hij fantaseert dat hij haar namens de hele klas een briefje mag bezorgen.

Als hij weer eens een boodschap heeft gebracht, komt hij langs een huis waaruit mooie, klassieke muziek komt. Wanneer de mensen in het huis naar hem kijken, blijft hij extra lang luisteren; misschien wordt hij wel binnengevraagd en wordt hij ontdekt als violist...

Nog steeds kan Kees zijn gedachten niet van Rosa Overbeek afhouden. Misschien gaat ze wel dood! Dan mag Kees een krans voor haar leggen op het kerkhof.



Met de schoenwinkel gaat het steeds slechter: er komen te weinig klanten. Er wordt, om wat extra bij te verdienen een juffrouw op kamers genomen. Tot overmaat van ramp gaat het met vader ook steeds verder achteruit, totdat hij uiteindelijk aan tuberculose overlijdt. De winkel wordt verkocht en moeder, Kees, Truus en Tom verhuizen naar een nog kleinere woning. De juffrouw verhuist ook met hen mee. Moeder moet er een agentschap in thee bijnemen, terwijl ze 's avonds wat naaiwerk verricht. De armoede laat steeds diepere sporen achter.

Kees voelt dat hij zijn moeder in de deze barre tijden moet bijstaan en hij neemt, een paar maanden voordat hij zijn school zou afmaken, op eigen initiatief een baantje als jongste bediende bij de firma waar zijn moeder werkt. Moeder is het er eerst niet mee eens en gelooft hem niet, maar legt zich er tenslotte bij neer.

Als Kees beseft dat hij nu echt van school af moet, voelt hij zich erg weemoedig en eenzaam. Hij stort zijn hart uit bij Rosa, die hem zoent en haar arm om hem heen slaat. Hij kijkt haar na totdat ze uit het zicht is verdwenen en loopt dan versuft naar huis. Maar onder het lopen hoort hij 'blijde, schallende' muziek klinken, en voelt hij zich als een overwinnaar, een jongen, 'die àlles zou kunnen, nu hij eenmaal begonnen was'.





Mijn eerste persoonlijke reactie is: ik vond het een erg werkelijk en boeiend boek, omdat het over een jongen gaat die ondanks alle tegenslag toch nog volzit met goede voornemens en de moed niet opgeeft.



Nu volgt de uitgebreide persoonlijke reactie:



Onderwerp

Het onderwerp van het boek is het leven van Kees. Een beschrijving van iemands leven kan heel erg saai zijn maar ook erg boeiend. Ik vond het laatste het geval. Ik vind dit vooral omdat Kees zich als een gewone jongen gedraagt, maar hij is dat eigenlijk niet. Hij is erg positief ingesteld en zijn gedachten zijn erg mooi. Ik vind het erg knap dat Kees zo ingesteld is, ik zou het zelf niet kunnen. Daarom kan ik mij ook niet zo goed in het onderwerp en in de hoofdpersoon inleven. Ik heb natuurlijk ook niet zulke barre tijden als Kees meegemaakt.



Gebeurtenissen

Ik vind de belangrijkste gebeurtenis in het boek als Kees' vader overlijdt. Dan moet het gezin verhuizen en dat vindt iedereen heel erg. Door deze gebeurtenis gaat hij een baantje zoeken en verlaat hij vroegtijdig de school, hoewel hij slim genoeg is om verder te leren na de lagere school, alleen is er geen geld voor. Ik denk dat de gedachtes en gevoelens van Kees de belangrijkste rol spelen en niet de gebeurtenissen. Dat denk ik omdat Kees wat er ook gebeurt, altijd blijft lachen (figuurlijk). Eigenlijk gebeurt er niet zo veel bijzonders in het boek, het boek gaat meer over hoe een jongen op zijn eigen manier zijn leven leidt.



Personages

Ik vind Kees echt de held van het verhaal. Hij slaat zich overal doorheen en het heeft (min of meer) een happy end als hij toch nog iets leuks met Rosa, het meisje van zijn dromen, krijgt. Ik vind Kees echt een herkenbare persoon, omdat ik zelf ongeveer zo oud ben als hij. Ik kan mij om die reden goed in hem verplaatsen. Ik vind het niet belangrijk dat je je kunt verplaatsen in de hoofdpersoon van een boek. Je kunt ook bijvoorbeeld een sprookje over prinsessen en prinsen lezen en het heel erg leuk vinden. Ik zou wel anders reageren dan Kees op de situaties. Ik zou veel eerder bij de pakken neer gaan zitten en hij gaat onverstoorbaar verder met de dingen zo goed mogelijk proberen te doen.



Opbouw

Het verhaal is niet ingewikkeld van opbouw. Het is gewoon rechttoe rechtaan in chronologische volgorde zonder tijdsprongen. Het verhaal is niet echt wat je noemt spannend, het is meer meeslepend. Je ziet dit boek niet door de ogen van iemand. Het is geen ik-vertelsituatie maar een personale vertelsituatie. Ik vind wel dat je een gekleurd beeld krijgt van wat er gebeurt, omdat je ook alleen maar Kees volgt en alleen zijn gedachten over andere mensen. Je ziet dus niet hoe andere mensen over hem denken. Het eerste hoofdstuk in het boek was een beetje vaag, het ging namelijk over Kees die samen met een vriendje naar een schilder stond te kijken. Dat begreep ik niet helemaal en ik had toen ook nog geen flauw idee waar het verhaal nu eigenlijk over ging. Het verhaal heeft me vanaf het tweede hoofdstuk tot het eind geboeid.



Taalgebruik

Het taalgebruik in het boek is niet echt moeilijk, soms kom je echter wel woorden tegen die niet meer in de moderne taal gebruikt worden, zoals "Dat zou Kees 'm anders lappen" of "die dooie tol". Dit is ook wel begrijpelijk, als je bedenkt dat de eerste druk anno 1923 was. Ik vind het taalgebruik wel goed passen bij Kees, omdat hij een jongen van 12 is, en die gebruiken nog niet zoveel moeilijke woorden.



Mijn eindoordeel is over het algemeen goed, omdat ik het boek makkelijk om te lezen vond en omdat ik het een boeiend onderwerp vond om over te lezen. Wat mij niet zo beviel is dat je niet ook eens vanuit een andere persoon het verhaal te horen kreeg.





Verdiepingsopdracht







Ik had de verwachting dat het boek over het leven van een jongen zou gaan, omdat de titel dat al enigszins doet vermoeden en omdat er op de omslag een plaatje van een jongen staat.

Het verhaal gaat achter elkaar door. De geleiding van het verhaal is eigenlijk niet in delen.

Elke gebeurtenis hangt met een andere samen. Elke gebeurtenis heeft invloed op het leven van Kees, en dus vloeien daar weer andere gebeurtenissen uit voort.

Zijn leven is dan ook één gebeurtenissenreeks, één verhaallijn. Het verhaal loopt over 1 jaar en daarin wordt maar één verhaal verteld, namelijk hoe Kees omgaat met de gebeurtenissen die hij tegen komt in zijn leven. Er is dus geen sprake van relatie tussen verhaallijnen omdat er simpelweg maar één verhaallijn is. Het verhaal begint als Kees thuis bij vader wat stomme streken doorneemt. Dit is tevens het cyclistische element in het boek. Kees heeft het op de laatste pagina's weer over een stomme streek die hij heeft uitgehaald: zijn eigen besluit om van school te gaan en een baantje als jongste bediende te nemen bij de firma waar zijn moeder een agentschap voor heeft. Het verhaal begint ab ovo. Het begint niet echt met een gebeurtenis, je valt er eigenlijk gewoon in. De enige terugverwijzing à la in medias res zijn de stomme streken aan het begin. Ik vind dit niet genoeg om het begin in medias res te noemen.

Door de hij-vorm vertelsituatie lijkt het of het perspectief steeds buiten Kees ligt. De lezer denkt een objectief beeld te krijgen, maar dat is schijn. In werkelijkheid leest hij in veel gevallen de interpretatie, het commentaar van Kees. De openingszinnen van het boek zijn daar een prima voorbeeld van: "Als kleine jongen haalde Kees verscheidene stomme streken uit. Sommige herinnerde hij zich niet eens meer." Je zou kunnen denken dat het waar is wat hier staat: toen Kees klein was had hij allerlei stomme streken uitgehaald; neemt u dat nou maar van mij aan. Maar dat staat er niet, temminste: voor wie weet dat het Kees zelf is die dit zegt. Er staat eigenlijk: "Vroeger heeft Kees allerlei stomme streken uitgehaald, vindt hij nu." De vertelsituatie is dus onbetrouwbaarder dan je op het eerste gezicht zou denken. Het onderwerp is het leven van de hoofdpersoon en je volgt de hoofdpersoon overal en altijd en je weet zelfs wat hij denkt. Het effect op de lezer is dat je je heel goed kunt inleven in zijn gedachten



De secundaire literatuur die ik heb opgezocht is het boekje "Theo Thijssen - KEES DE JONGEN" uit de Memoreeks geschreven door Jos Paardekooper.

Ik heb de structuur bestudeerd omdat ik wel eens wou weten wat dit boekje over de structuur van Kees de Jongen te vertellen heeft, omdat ik niet zoveel bijzonders kon vinden.

Het boekje heeft te vertellen over dit onderwerp (in grote lijnen):



De roman is niet "uit één stuk" gegoten. Regelmatig springt het verhaal van de ene gebeurtenis vrij plotseling over op de andere. Je zou, als het je er louter om te doen was eens een aardig verhaaltje te lezen, bijvoorbeeld zonder problemen zomaar bij hoofdstuk 10 kunnen beginnen.

Toch is Kees de Jongen geen opeenvolging van aparte jongensbelevenissen. Het heeft een weloverwogen structuur.

Ten eerste kent de roman twee lijnen, een opgaande en een neergaande lijn. De opgaande lijn is zijn zelfvertrouwen dat gaandeweg groeit. In het begin lopen zijn fantasieën - belangrijkste voedingsbron voor zijn zelfvertrouwen - nog wel eens op een mislukking in de werkelijkheid uit, gaandeweg weet hij zich een steeds zelfverzekerder houding te geven. Dat resulteert er zelfs in dat hij op de valreep zijn schoolloopbaan af te breken, en vol zelfvertrouwen aan een betrekking te beginnen.

De neerwaartse lijn stelt de maatschappelijke omstandigheden van het gezin Bakels voor. Vader wordt steeds zieker, er wordt iemand op kamers genomen, vader overlijdt, de winkel moet verkocht worden, men verhuist naar een kleinere woning. Aan het eind van het verhaal is de situatie vrijwel uitzichtloos geworden.

Subtiel detail: steeds vaker wordt er iets over het weer gezegd; het regent altijd.

Vervolgens wordt er iets over het cyclistische element gezegd, dat ik hierboven al beschreven heb.

Er wordt afgesloten met de conclusie: Het boek speelt over één jaar, en in dat ene jaar is hij van zo maar een kleine jongen tenslotte Kees, Kees De Jongen geworden.

Het boekje secundaire literatuur heeft dezelfde titel als het gewone boek, dus de titelverklaring lijkt me nogal duidelijk.

De bevindingen die ik had gedaan kwamen wel overeen met wat in het boekje stond, alleen waren er nog dingen aan mijn beschrijving toe te voegen.

Ik vind het wel goede uitleg die over de structuur gegeven wordt. Het klinkt allemaal logisch, en er worden passages uit de tekst als voorbeelden bij vermeld. De secundaire literatuur was erg goed bruikbaar, omdat de dingen in normaal begrijpelijke taal werden uitgelegd. Ik heb er wel wat aan gehad, bijvoorbeeld de bijzonderheden van de structuur heb ik eruit gehaald.



Evaluatie

Ik vind Kees de jongen een interessant en mooi boek omdat met een heel simpele opbouw het boek me toch goed bleef boeien. Het boek viel me erg mee voor literatuur die ± 80 jaar geleden geschreven is.

Mijn oordeel is niet veranderd. Dat ik nu begrijp hoe de structuur in elkaar zit verandert niets aan mijn mening over dit boek. Ik ben wel tevreden over het uitvoeren van beide opdrachten, want ik heb ze goed gedaan denk ik. Het lezen was geen moeilijke klus of zoiets. Het verhaal was gewoon rechttoe rechtaan, en dus was er niet veel dat je niet kon begrijpen. Het was dus absoluut geen boek dat zo moeilijk was dat ik het niet begreep. Er waren dus ook geen dingen die ik onduidelijk vond. Ik vond deze opdrachten ook niet echt lastig om te doen. Dat kwam om dezelfde reden als die hierboven staat beschreven over het boek zelf. Zo kon ik de vragen snel beantwoorden. Het ging allemaal vrij vlot, dus ik denk dat ik de vaardigheden die nodig zijn wel bezit.

De volgende keer ga ik denk ik deze opdrachten wat sneller maken nadat ik het boek uit heb.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen