U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Theo Thijssen - Kees De Jongen.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2187 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2681 woorden.

Titel

Kees de jongen



Uitgever

Ooievaar Pockethouse



Datum oorspronkelijke uitgave

1923



Datum gebruikte uitgave

1995



Aantal bladzijden

331



Aantal hoofdstukken

29



Aantal delen

1



Vorm

Het boek is een roman.



Genre

Het boek is een soort biografie en ook een psychologische roman. Het beschrijft namelijk de jeugd en de gedachtengang van Kees de jongen.



Thema

Het thema van het boek is dat Kees Bakels een moeilijke jeugd beleeft doordat zijn ouders erg arm zijn, en zijn vader erg vroeg sterft. In het boek lees je hoe Kees zich door deze problemen heen worstelt, en ook nog eens een opmerkelijk persoon probeert te zijn.



Plaats van handeling

Het verhaal speelt zich af in Amsterdam. Het speelt zich voornamelijk af in:

-Het huis van Kees Bakels (en de straat waaraan het ligt)

-De school van Kees Bakels

-Het huis van de opa en oma van Kees

-Het huis van de oom en tante van Kees



Tijd van handeling

Het verhaal speelt zich af aan het begin van deze eeuw, in 1912. Het is namelijk gedrukt in 1926, en dan is Kees, de hoofdrolspeler, al volwassen. Hij was dus een jongen aan het begin van de negentiende eeuw. Dit is ook te merken aan het feit dat er geen auto's rondrijden maar koetsen, en de gebruiken zijn ook erg ouderwets.

Tijd: Het verhaal speelt zich af in het jaar 1912, want Kees is twaalf jaar oud, en in het boek staat dat hij is geboren in het jaar 1900. Het eindigt in het voorjaar (maart) van 1913, want Kees is één keer jarig in het boek (dan is hij dus 13 jaar oud), en het boek eindigt wanneer Kees in maart van school gaat om te gaan werken.

Het verhaal is chronologisch verteld, want het begint aan het begin van het schooljaar, en de gebeurtenissen worden achter elkaar afgehandeld.

Er zijn weinig flashbacks in het verhaal. Één van de weinigen staat in het begin, op bladzijde 9, vanaf regel 1 t/m 11. Hierin denkt Kees terug aan toen hij een kleine kleuter was. Ook een flashback staat op bladzijde 98. Daar wordt er verteld hoe Kees met het verzamelen van postzegels is begonnen. Eerlijk gezegd kan ik me geen enkele andere flashback uit het boek voor de geest halen, en ik vermoed dan ook dat deze de enige waren.

Het verhaal begint met hoe Kees denkt over toen hij klein was, en hoe hij is veranderd. Dit begin is als een soort inleiding bedoeld: Je komt meteen te weten wat de geschiedenis van Kees is, waar hij woont, wat zijn ouders zijn, e.d.. Het begin is dus niet 'in medias res'.

Vooruitverwijzingen zijn er helemaal niet in dit boek: Het is erg chronologisch gericht, en houdt zich de hele tijd aan het moment waar het zich afspeelt.

Een tijdsverdichting komt vaak voor. Meestal gebeurt er erg weinig in die tijd, en wordt alles erg snel verteld. Dit komt elke keer als er een nieuw hoofdstuk begint voor. Dit komt doordat elk hoofdstuk meestal een eigen onderwerp heeft, en wat er tussen de hoofdstukken in gebeurde wordt dan meestal snel verteld, of soms zelfs weggelaten als het echt niet belangrijk is. Tijdsvertragingen zijn er ook wel. Het grootste deel van de gebeurtenissen worden erg uitgebreid verteld, maar als de vader van Kees is overleden (blz. 227 t/m 233) is de tijdsvertraging wel erg opvallend groot. Kees treurt dan erg om zijn vader, en dat wordt uitgebreid beschreven.



Schrijfstijl

Aan het eind van dit boekverslag vindt U een gekopiëerde bladzijde uit het boek, waarop de algemene schrijfstijl van het boek goed te zien is.



Perspectief

Het perspectief is een personale vertelsituatie in de derde persoon. De lezer kent alleen de gedachten en meningen van Kees, en van geen enkel ander persoon uit het boek. De verteller vertelt in de proloog dat hij Kees zelf gekend heeft, dus misschien komt hij in het boek even voor, maar er wordt dan niet vanuit de ik-persoon geschreven, dus zeker weten doe ik het niet. Overigens weet ik niet zeker of de schrijver zijn proloog symbolisch of letterlijk bedoelt: Hij zegt namelijk Kees zelf gekend te hebben; het kan zijn dat hij dat letterlijk bedoelt, maar misschien bedoelt hij dat hij vroeger net zo als Kees was, of iemand kende die zo was.

De schrijver heeft dit perspectief gebruikt om de lezer goed te laten zien hoe Kees denkt (/dacht) en om het contrast met de volwassenen en anderen aan te geven. Als hij vanuit zichzelf zou schrijven zou de lezer zelf ook meer vanuit Kees denken, maar de bedoeling is (volgens mij) juist dat de lezer een eigen mening vormt over Kees en hoe hij denkt, en dat is moeilijker als het verhaal in de eerste persoon staat. Het resultaat vind ik erg goed: Het is net alsof je Kees goed kent, en weet wat hij heeft beleefd, maar je voelt je niet alsof je Kees bént: Hij is iemand anders.



Woordgebruik

Achterin dit boekverslag vindt U. bij de kopie, opmerkingen over het woordgebruik.



Motieven

Een zeer duidelijk motief was dat Kees steeds maar weer fantaseerde dat hij iets heel goed kon, zou worden opgemerkt, en dan heel beroemd en vereerd zou worden (hij wilde dus een held zijn). Een motief dat hier bij hoort is dat in realiteit het telkens omgekeerd uitpakte: Hij werd afgewezen, niet opgemerkt of hij kon iets niet goed. Dit motief werd gebruikt om een gebeurtenis op het einde verrassender te maken, namelijk dat hij 'verkering' krijgt met een meisje uit zijn klas waar hij het hele boek door verliefd op is. Kees fantaseerd namelijk de hele tijd over dat het meisje hem heel speciaal vindt, en hoe ze hem stiekem bewonderd. De lezer denkt, door de andere fantasieën van Kees die ook niet uitkwamen, dat dit toch niet zo is, maar op het eind van het boek blijkt dat ze hem wel bewondert en verliefd op hem is. Een ander motief is dat Kees vaak iets graag wil hebben, maar het nooit krijgt. Dit heeft waarschijnlijk ook te maken met de eindgebeurtenis hiervoor beschreven (hij 'wil' het meisje en 'krijgt' haar ook). Het derde grote motief was dat de ouders van Kees voortdurend overhoop lagen met hun ouders (Kees' grootouders), en dat ging altijd over geld dat ze tekort kwamen. Er waren nog een aantal andere motieven, maar die waren niet zo belangrijk.



Hoofdpersonen

Kees Bakels: Kees is een jongen van twaalf (later dertien) jaar oud. Hij heeft lichtbruine haren en blauwe ogen. Hij is niet zo groot, maar wel erg snel. Kees is de zoon van twee arme mensen, waarvan de vader timmerman is, en de moeder een winkeltje runt. Hij heeft een broertje en zusje, en ze hebben maar net genoeg geld om het hele gezin te onderhouden. Op school is hij een van de oudsten, alhoewel velen uit de klas hem een opschepper vinden. Hij is best wel aardig en beleefd. Hij is ook erg emotioneel en moet, ookal wil hij het niet, vaak huilen. Hij heeft een (over-)grote fantasie, en loopt veel te dagdromen. In het begin van het verhaal speelt hij een passieve rol in de intrige, want hij fantaseert alleen maar, maar doet helemaal niets: Hij laat alles met zich gebeuren. Langzamerhand krijgt hij een steeds actievere rol, en begint hij eigen inbreng in dingen te krijgen. Zijn doel is een beroemd, vereerd persoon te worden, en met Rosa Overbeek te 'gaan'. Hij ondervindt geen echte hulp of tegenwerking van mensen, alhoewel zijn broetje en zusje het hem soms lastig maken, en ook zijn opa en oma hem wel eens dwarsliggen, maar hij is zelf de hoofdzakelijke 'lastigheidsfactor', want hij durft vaak dingen niet te zeggen of te doen. Ook de dood van zijn vader werkt hem tegen. Kees is een rond karakter, want aan het eind van het boek weet je veel over hem, en ook hoe hij denkt.



Moeder Bakels: Haar echte voor- en achternaam weet ik niet, want ze wordt in het boek altijd 'moeder' genoemd. Ze is ongeveer vijfenveertig jaar oud, schat ik. Ze is erg arm, en haar gezin kan van het inkomen van haar echtgenoot, en van haar eigen, slechtlopende winkeltje maar net rondkomen. Ze is erg aardig, en geeft veel om haar kinderen en haar man. Met haar ouders kan ze het minder goed vinden. Ze speelt een actieve rol, want ze maakt veel beslissingen voor Kees. Ze heeft geen echt doel voor ogen, behalve dat ze een winkel wil hebben. Ze ondervindt geen tegenwerking, en hulp van haar broer Dirk en zoon Kees. Ze is wel een rond karakter, want ik weet veel van haar eigenschappen.



Vader Bakels: Zijn voornaam is Jan. Hij is ongeveer vijftig jaar oud. Hij is arm (zie beschrijvingen van moeder Bakels en Kees Bakels). Hij is ook erg aardig, en geeft erg veel om zijn oudste zoon. Hij is goedmoedig, en geeft snel dingen toe als zijn kinderen erom zeuren. Zijn rol is passief in het boek, want hij ondergaat alles: Ruzies, zijn ziekte en zijn dood. Aan het eind van het boek speelt hij helemaal geen rol meer, want dan is hij dood. Hij heeft geen duidelijk doel, en ondervindt daar dus ook geen hulp of tegenwerking van. Over het algemeen kun je echter zijn dood wel tegenwerking noemen. Hij is een vlak karakter, want zijn enige duidelijke eigenschap is dat hij aardig is voor Kees, en dat is ook het enige belangrijke van hem voor het verhaal.



Rosa Overbeek: Zij is, net als Kees, twaalf jaar oud. Ze heeft lange, blonde haren en bloost snel. Ze is een beetje een stil, verlegen meisje, maar wel aardig en grappig. Haar ouders zijn rijker dan die van Kees, en zij vaart dus ook wel. Ze durft niet altijd te zeggen wat ze vindt. Haar rol in de intrige is actief, want het verhaal wordt grotendeels bepaald door wat zij zegt en doet. Haar doel is niet duidelijk. Ze is een rond karakter, alhoewel ze voornamelijk in de fantsie van Kees wordt beschreven, en ik dus niet zeker weet of ze ook zo is.



Structuur

Dit is een samenvatting van de gebeurtenissen in het boek: Kees fantaseert over zijn toekomst, en gaat naar school. Zijn vader wordt ziek, en later weer beter. Tijdens de ziekte van zijn vader zorgde Kees voor het gezin (vond hij). (blz. 9 t/m 40)



Kees ontmoet een hond die zijn vriend niet wil zijn. Hij moet geld halen voor zijn ouders, fantaseert over de afloop, en het blijkt anders uit te pakken. Er komt een nieuw meisje op school: Rosa Overbeek. Kees 'vermoed' dat zij anders is dan de andere meisjes. (blz. 41 t/m 72)



Kees krijgt een wambuis van zijn grootouders, maar hij vindt het een lelijk ding. Zijn moeder koopt een mooi pak voor hem. Kees probeert indruk te maken op Rosa. Hij koopt een grote postzegel voor weinig geld, waar hij heel blij mee is. (blz. 73 t/m 117)



Op school worden prijzen uitgedeeld, en Kees mag er ook een. Hij kiest voor een schaakspel, en fantaseert erover dat iedereen er erg jaloers op is. Als hij het spel krijgt kan hij echter niemand vinden om het mee te spelen. Rosa is opeens afwezig, en komt pas na een lange tijd terug. Als ze Kees een opschepper noemt vindt hij haar opeens erg stom. (blz. 118 t/m 159)



Op school plaagt Kees Rosa, die zich heftig verweert. De ouders van Kees vragen geld te leen bij zijn grootouders, maar die laten niets van zich horen. Er komt een vrouw bij de Bakels inwonen, en ze geeft Kees een riem, waar hij heel trots op is. (blz. 160 t/m 204)



De vader van Kees wordt weer erg ziek.Kees zijn zus gaat bij zijn oom en tante logeren, en zijn kleine broertje logeert bij de buren. Op school heeft iedereen medelijden, en Rosa geeft Kees een pen, waarna Kees haar weer aardig vindt. Dan overlijdt de vader van Kees, en zijn famillie treurt diep.(blz. 205 t/m 254)



De famillie overlegt wat ze nu moeten gaan doen. Moeder Bakels wil haar winkel voortzetten, en mevrouw Dubois, de huurster, steunt haar idee. Kees krijgt 'iets' met Rosa, maar voelt zich wel een beetje schuldig tegenover zijn vader. Dan besluit hij van school te gaan om te gaan werken. (blz. 255 t/m 331)



Titelverklaring

Het boek heet "Kees de jongen", omdat het gaat over de jongen, Kees, die langzaam volwassener wordt, en fantasie naar realiteit weet om te zetten. "de jongen" staat er ook omdat Kees net zo als de doorsnee jongen uit die tijd was.



Mening

"Kees de jongen" is een leuk boek. Ik vond het erg grappig om te lezen wat hij telkens fantaseerde, hoe overdreven dat was. Het boek had een leuke sfeer, en de personages waren goed uitgewerkt, en erg waarschijnlijk. Sommige stukjes waren wel zielig, maar nooit té zielig. Het grootste deel van het boek was erg vrolijk. Ik vond het leuk dat Kees uiteindelijk veel dapperder was, en minder fantaseerde en meer deed. De ontwikkelingen die hij doormaakte waren erg leuk. Sommige stukjes vond ik wel eens een beetje saai, maar al met al was het een erg leuk boek. Het einde vind ik een beetje abrupt, maar dat paste wel bij het boek.

De persoon die me het meest is bijgebleven is natuurlijk Kees, de hoofdpersoon. Over hem kwam je het meest te weten, en hij was het meest uitgewerkt.

De gebeurtenis die me het meest is bijgebleven is dat Rosa haar pen aan Kees gaf. Dat was een leuk moment, want toen 'laaide de hoop op' dat zij Kees toch leuk vond.



Typerende passages

"Blieft U, mevrouw?"

" 'k Wou meneer even spreken"

"Meneer de Boer zeker?"

"Ja, het hoofd van de school hier."

"O ja, mevrouw, dat is meneer de Boer. Wacht u hier maar even, ik zal meneer roepen."

Ze knikte vriendelijk, en kwam het portaaltje in.

Kees, om te tonen hoe volkomen hij op z'n gemak was, liep zachtjes neuriënd weg. Ze zou wel nieuwsgierig wezen, wat dát voor een nette jongen was...

(blz. 152 + 153)



Hierin zie je al hoe Kees fantaseert dat de volwassenen hem erg net, beleefd, vriendelijk, e.d. vinden. Ook zie je een beetje welke spreektaal wordt gebruikt ('blieft'). Deze passage is wanneer de moeder van Rosa komt zeggen dat haar dochter binnenkort weer op school komt.



Een andere passage

Met één sprong was-ie uit het gangetje op de vloer van de winkel.

Geweldig; had-ie nooit gekund, nu ging het ineens! Door de gordel natuurlijk.

Toen de straat op.

In het raam van de slager zag-ie zichzelf gespiegeld. Verrek, wat stond het énig.

Wat zag-ie er sterk uit, zo van bijzijden! Even kijken hoe-ie er van voren uitzag. Hij stak de straat over, en liep regelrecht op de komenijswinkel af, goed lettend op zijn spiegelbeeld in het raam daar. De nikkelen slang zag-ie duidelijk zitten. Niet helemaal precies in het midden. Hij versjorde de gordel een eindje; ja, nu zat de haak in het midden. `t Stond énig hoor...




Deze passage is typerend omdat het laat zien hoe blij Kees was met alles dat hij kreeg. Hij wilde altijd dat iedereen het zag, en dat hij er zelf specialer door werd.



Opmerkingen over het woordgebruik

Zoals u ziet zijn er veel woordcombinaties met '-ie' (kon-ie, had-ie, gaf-ie, begon-ie enz.). In het begin vond ik dit spreektaal-achtige-woordgebruik een beetje irritant, maar later wende ik er wel aan. Ook is op deze pagina te zien dat er soms Franse zinnen in voor komen. Over het algemeen is het woordgebruik wel beschaafd, maar wel op plat-Amsterdamse manier. Dit woordgebruik past echter uitstekend bij het boek.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen