U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Louis Paul Boon - Mijn Kleine Oorlog.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=5876 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 663 woorden.

a) Tijd

De schrijver had de bedoeling het boek chronologisch weer te geven en dit doet hij in één flashback: hij vertelt in het verleden. In die ene grote flashback zitten er soms nog flashbacks verborgen.

Oneindig lange inleiding (in vergelijking met de rest van het verhaal) zorgt voor een vertraging in het verhaal.
Het begin van het verhaal speelt zich af net voor de start van de oorlog (40). Dan wordt het begin van de oorlog verhaald en vervolgens gaat de schrijver over tot de vrijlating van de krijgsgevangen(voor 9/5/44). Vanaf dan gaat de schrijver door over de hier opvolgende periode tot net na de oorlog. Daarna slaat hij 15 jaar over à ellips (TG>>TV).

Bij alle beschrijvingen die hij gebruikt is TV >> TG (pauze).

Dialogen zijn er niet aanwezig want hij vertelt zelf de dialogen

Daarna blijft het een hele tijd tijdens de oorlog en een jaartje bij van de bevrijding

De tijdsbeschrijvingen in dit verhaal zijn zeer vaag. Dit is het gevolg van het niet echt samenhangen van de ‘verschillende verhaaltjes’.

b) Ruimte:

De ruimte is net zoals de tijd vaag beschreven. Er kan wel worden afgeleid dat het verhaal zich afspeelt in Vlaanderen.

De ruimte is sfeerscheppend.
Bvb: - Gevecht aan Albertkanaal à sfeer van chaos en vernieling.
- Krijgsgevangenenkampà sfeer van bederf, erbarmelijke omstandigheden.
- Hun dorp in België à sfeer van armoe tegenover rijkdom, patriotten tegenover landverraders...

De ruimte doet waarheidsgetrouw aan: het Albertkanaal en Florenne bestaan.

De straatnamen die voorkomen zijn (?) symbolisch gekozen.
Bvb. Spaarzaamheidstraat, Luie hoek, Naarstigheidstraat.



Vergelijking:

a) Tijd

In alle drie de verhalen komen de gebeurtenissen chronologisch voor. Toch zijn er in elk verhaal, om verschillende redenen, flashbacks aanwezig.
Zowel in ‘De aanslag’ als in ‘Mijn kleine oorlog’ wordt het verhaal verteld als één grote flashback. Dit in tegenstelling tot ‘De donkere kamer van Damocles’.
In de drie verhalen wordt, zoals eerder al gezegd, gebruik gemaakt van flashbacks, maar geen flashforwards.
De periode van 1940à1945 is in elk verhaal gedeeltelijk aanwezig. In elk boek wordt een bepaald deel van deze periode genegeerd. In ‘De aanslag’ wordt de periode van 1945à1981 verder uitgewerkt. In ‘De donkere kamer van Damocles’ vat het verhaal reeds aan in1933.
In ‘Mijn kleine oorlog’ wordt de tijd niet zo duidelijk vermeld. Toch weten we dat het boek eindigt in1960.
Er wordt zeer veel gebruik gemaakt van versnellingen en ellipsen.

b) Ruimte

‘De aanslag’ en ‘De donkere kamer van Damocles’ spelen zich beiden af in Nederland. Dit in tegenstelling tot ‘Mijn kleine oorlog’ die zich afspeelt in België.

In ‘De aanslag’ en ‘De donkere kamer van Damocles’ zijn de beschrijvingen zeer gedetailleerd, in ‘Mijn kleine oorlog’ zijn deze zeer vaag.

In alle gevallen doet de ruimte waarheidsgetrouw aan, dit komt door het gebruik van reële plaatsnamen.


Algemeen besluit: ruimte en tijd spelen een belangrijke rol in oorlogsverhalen.

Evaluatie:

De boeken vielen in het algemeen wat tegen dit omdat ze niet meer zo recent zijn en het taalgebruik soms wat ouderwets was.
Dit genre van verhalen werd door ons niet zo geapprecieerd.
Hieronder vindt u een klassering van goed tot matig:
1) De aanslag
2) De donkere kamer van Damocles
3) Mijn kleine oorlog



Vergelijkende studie van:

- De aanslag (’82) H. Mulisch
- De donkere kamer van Damocles (’58) W.F. Hermans
- Mijn kleine oorlog (’47) L.P. Boon
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen