U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : S. De Beauvoir - Une Mort Très Douce.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=411 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2667 woorden.

Samenvatting
Beoordeling van de tekst:
a) Ik vond het een interessant verhaal, omdat de aftakeling van Françoise heel nauwkeurig en direct wordt beschreven. Dat maakt het ook heel aangrijpend. Het laat je ook precies het onpersoonlijke van het ziekenhuis en sommige dokters zien. Dat zet je aan tot nadenken over ziekenhuizen nu, of het bij ons ook zo is, en als dat zo is dat dat eigenlijk heel afschuwelijk is. Het is dus heel realistisch. Het boek geeft een weergave van wat er gebeuren kan in een ziekenhuis. Dat doctoren vergissingen kunnen maken. Hoe mensen kunnen lijden onder een ziekte, hoe de familie er mee omgaat en de slopende werking ervan. Het was heel realistisch geschreven.
b) Ik vond het niet echt een leuk boek, maar wel een goed boek. Het is heel realistisch en mensen kunnen er wat van leren. Ik denk dat dat belangrijk is om een goed boek te kunnen worden. Ook vond ik het wel apart dat het over Simone de Beauvoir zelf gaat en dat meneer Sartre er ook nog in voorkomt. Het viel me niet mee om dit boek te lezen. Het eerste hoofdstuk snapte ik vrij goed, maar ik vond het vrij moeilijk om het aftakelingsproces van Françoise te volgen. Naar mijn mening kon ik wel de grote lijn volgen van dit proces, maar de details waren toch een heel andere zaak. Daarbij komt nog verder dat er weinig dialogen waren, dit maakt een verhaal voor mij moeilijker om te begrijpen.
c) Ik vond het boek goed, omdat ik zulk soort boeken nog nooit gelezen had. Ook niet van deze schrijfster en al helemaal geen Franse literatuur. Het was dus allemaal heel nieuw voor mij en dat maakt zo'n boek ook wel weer interessant om te lezen.
d) Ik vond het een goed boek, want je leert er heel veel van. Ik besef nu dat er iedere dag over de hele wereld mensen zijn die met verdriet te maken hebben. En dan bedoel ik niet alleen de mensen die het verdriet ervaren maar ook mensen die er mee werken zoals ziekenhuispersoneel. Mensen die zich nog nooit in een dergelijke situatie hebben bevonden en mensen die het al wel een keer hebben ervaren, leren toch weer dat het belangrijk is dat om bepaalde vriendschappelijke of familiebanden regelmatig te"controleren". Daar bedoel ik bijvoorbeeld mee contact houden, weer wat afspreken etc. Want iemand kan er op een gegeven moment gewoon niet meer zijn.
e)De schrijver heeft mij ervan overtuigd dat het heel belangrijk is om familiebanden te behouden, keuzes te maken (en de gevolgen daarvan te accepteren), aan anderen te denken, jezelf niet te verliezen in zo'n situatie enz. Hij is er dus wel in geslaagd mij te overtuigen met dit boek.
f) ‘Une mort tres douce' vond ik een erg mooi en indringend boek. Hoewel ik me niet kon identificeren met de hoofdpersoon, kon ik me dankzij de beschrijvende stijl van het boek wel heel goed inleven. Ook herkende ik gedachten die ik ook van mijn ouders had gehoord, ten tijde van de ziekte en het overlijden van mijn tante en oma. Waar ik ook door getroffen werd was de houding van de artsen, zowel tegenover de patiënt als tegenover de familieleden. Zelf weet ik dat artsen vaak weinig informatie prijsgeven, en de betrokkenen krijgen vaak niet meer te horen dan "we doen wat we moeten doen". Deze arrogante houding van veel artsen kwam in dit boek duidelijk naar voren. Net als de hoofdpersoon had ik een hekel aan Dokter P. Met zijn gladde, berekenende handelingen deed hij alsof hij alles onder controle had. Geen enkel menselijk gevoel kwam er bij kijken, hij deed wat hij moest doen. Als een leven verlengd kan worden dan gebeurt dat, hoe de betrokkenen er ook over denken en zonder na te denken of het enige menselijke waarde heeft. De techniek is zover gekomen, dus dat zullen we gebruiken. Aan zulk soort mensen kan ik niet anders dan een enorme hekel hebben.

Bestudering van de tekst:
a) In oktober 1963 krijgt Simone de Beauvoir een telefoontje op haar hotelkamer in Rome. Bost, een vriend van haar familie, belt haar vanuit Parijs. Hij vertelt haar dat haar moeder, Françoise (77 jaar), een ongeluk heeft gehad. Simone denkt dat ze is aangereden, want haar moeder is erg reumatisch. Ze is echter gevallen. Ze heeft haar dijbeen gebroken. Ze werd overgebracht naar het ziekenhuis Boucicaut. Ze wilde niet naar kliniek C, omdat ze dat te duur vond, maar Bost vindt dat daar betere doctoren zijn.
Olga, die bij haar moeder op de etage woont, brengt haar kleren. De doctoren denken dat de oorzaak van de val een hartaanval was. Simone keert terug naar Parijs. Ze vond al enige tijd dat haar moeder er slechter uitzag dan voorheen. Bij het eerste bezoek, verwijt Françoise Simone dat ze al twee maanden niks meer van zich had laten horen. Aanvankelijk zou ze geopereerd worden, maar dit is volgens de doctoren niet nodig, de breuk zal zich vanzelf helen.
Ook haar zus Poupette is gebeld. Onlangs had zij (samen met haar man Lionel) haar moeder meegenomen naar de Elzas. Hier voelde haar moeder zich al niet lekker: ze had buikpijn en ze at niet. Lionel voorspelde dat ze de winter niet zou halen. Haar bewegingen worden bemoeilijkt doordat ze haar armen nauwelijks kan gebruiken (de rechter omdat ze vroeger van de fiets was gevallen en de linker omdat ze nu was gevallen). Als ze haar linkerarm wat beter kan gebruiken, lijkt ze wat op te knappen. Simone moet terugdenken aan de dood van haar vader. Deze was zeer zwaarmoedig.
Doordat Françoise nog steeds niet eet en buikpijn houdt, maakt men röntgenfoto's. Deze laten zien dat ze in haar darmen een kwaadaardig kankergezwel heeft zitten. Dit schokt haar dochters. De vraag is nu of ze haar moeten laten opereren en of ze het haar moeten vertellen. 's Nachts moet hun moeder veel overgeven en de vragen zich af of ze de volgende dag zal halen. Poupette en Simone besluiten na overleg met Simone's vriend Sartre om haar te laten opereren. Aan familie, vrienden en hun moeder zelf vertellen ze dat ze wordt geopereerd aan buikvliesontsteking. De operatie heeft voor Françoise geen complicaties meegebracht.
Françoise heeft niet echt een gelukkige jeugd gehad. Haar ouders waren vrij streng. Daarom vluchtte ze al vroeg in een huwelijk. Ze behoorde tot de bourgeoisie. Dit huwelijk bleek ook niet alles te zijn. Het begon al bij de huwelijksreis. Ze hield van reizen, maar haar man niet zo. Hij was duidelijk de baas over haar. Nadat hun vermogen afnam ging het nog slechter. Haar man ging aan de drank en hij beledigde haar vaak in bijzijn van vrienden. Tegenover de buitenwereld gaf ze nooit toe dat het huwelijk knap waardeloos was. Haar dochters werden het belangrijkste voor haar. Simone ervaart de sfeer in het ziekenhuis nu als een dodenstrijd. Haar moeder lijkt opgewekt. Ze vindt het bijzonder raar dat ze voor een dijbeenbreuk naar het ziekenhuis moet, en dat ze vervolgens aan haar buikvlies wordt geopereerd. Deze opgewektheid is echter schijn, ze is zeer zwak. Ze waken beide aan het bed van hun moeder. Dit vindt zij heel raar, omdat ze denkt niet ernstig ziek te zijn. Poupette zegt dat ze dit niet erg vindt, omdat ze eraan gewend is, doordat Lionel ook wel eens in het ziekenhuis heeft gelegen. Simone vertrekt met Sartre naar Praag. Nadat Simone in een telefoongesprek te horen krijgt dat het heel goed gaat met haar moeder, ontvangt ze twee dagen later een telegram van Poupette: het gaat slechter met hun moeder en ze vraag of Simone thuis wil komen. Sartre denkt dat het beter is om nog twee, drie dagen te wachten, maar ze gaat toch terug. Terug in de kamer van haar moeder, vertelt die dat ze dacht dat ze in een kist lag die gedragen werd door verplegers. Simone wil ook eens blijven slapen in het ziekenhuis in plaats van Poupette, deze ziet er namelijk vermoeid uit. Ze wil dit in eerste instantie niet, omdat hun moeder dan argwaan kan krijgen, later zal ze toegeven. Hun moeder slaapt erg veel. De gezondheid van Françoise gaat hard achteruit. Ze klaagt dat alles pijn doet. Men geeft haar steeds meer morfine. Simone en Poupette vinden het verschrikkelijk om hun moeder zo te zien lijden, en ze willen haar lijden eigenlijk niet meer verlengen. Als Poupette bij hun moeder is en Simone in het ziekenhuisrestaurant zit, krijgt hun moeder weer ongelofelijke pijn, ze begint te ijlen en ze krijgt morfine toegediend. Françoise gaat weer rustig liggen en doet haar ogen dicht, ze is gestorven. De zuster deelt Simone en Poupette mede dat hun moeder niet heeft geleden, ze is een zachte dood gestorven.
Simone denkt terug aan haar moeder en haar opvattingen over de dood en het geloof. Françoise was altijd bang geweest voor kanker, maar in het ziekenhuis had ze er geen moment bij stilgestaan. Ze geloofde noch in God noch in de duivel, ze geloofde alleen in leven na de dood.
Simone denkt dat haar moeder nog zou leven als ze het gezwel eerder hadden gezien. Misschien hadden ze haar leven nog kunnen rekken als ze haar nog een keer hadden geopereerd. Maar ze vindt ook dat haar moeder bevoorrecht is dat ze een zachte dood is gestorven.
Simone en Poupette gaan naar het ziekenhuis om hun moeders spullen op te halen. Samen regelen ze de begrafenis. Simone vindt het erg dat ze er niet bij was toen haar moeder stierf, ze vindt dat ze haar vader beter had begeleid bij diens sterven. Poupette blijft bij Simone slapen. In de auto naar de begraafplaats toe komen ze erachter dat ze de bloemen hebben vergeten. Maar dit is niet erg, want ze weten dat hun moeder dit toch niet had gewild. Het is druk bij de begrafenis.
Als Simone papieren opruimt van haar moeder, haalt ze jeugdherinneringen op. Ze vindt het steeds erger dat haar moeder dood is; ze hield meer van haar dan dat ze dacht. Ze wordt boos op zichzelf, omdat ze zich liet meeslepen door hetgeen er in haar omgeving werd gezegd: Françoise had de leeftijd om te sterven. Ze berust met moeite in de dood.
b) -Er is een innerlijk conflict in Simone en een in Poupette. Ze schamen zich ervoor dat ze niet wat meer tijd met hun moeder hebben besteed. De climax is als Francoise in het ziekenhuis komt te liggen en ze erachter komen dat ze heel ernstig ziek is, want op dit moment beseffen de twee zussen dat ze hun moeder niet goed genoeg kennen. De ontknoping is dat hun moeder sterft en dat ze nu samen de begrafenis en alles eromheen regelen.
-Het perspectief is door de ogen van Simone de Beauvoir. (ik-vorm)
-Simone: In haar jeugdjaren had zij een hekel aan haar moeder, omdat die altijd overal bij wilde zijn, met het excuus ‘Ik heb toch zeker het recht om..' (alsof ze haar handelingen altijd moest verdedigen). De laatste jaren spreken ze elkaar regelmatig. Als het bericht van het ongeluk komt voelt ze iets van wroeging, dat ze zo weinig naar hun moeder omgekeken heeft. Ze blijft rustig, zowel tijdens het ziekteproces als na het overlijden. Ze is een intelligente vrouw van middelbare leeftijd, geeft veel om haar moeder en bewondert haar ook wel, maar ze heeft ook veel kritiek, partner van Jean-Paul Sartre, ze vertelt het sterfproces van haar moeder aan kanker en vertelt er ook een vrij complete voorgeschiedenis bij (o.a. haar moeders jeugd en haar en haar zusjes jeugd). Ze is schrijfster, haar moeder is wel trots op het succes dat ze heeft maar is niet eens met wat ze schrijft. Ze is zorgzaam en goed van karakter.
Françoise: Simone's moeder, 78 jaar oud, ze heeft kanker en takelt steeds verder af, lichamelijk in zeer slechte staat (ze kan op een bepaald moment helemaal niet meer bewegen): gebroken heup, kwaadaardige zeer agressieve tumor in haar darmen, last van haar armen (de ene door een breuk jaren geleden en de ander door het infuus) en doorligwonden. Ze ziet er op sommige dagen er beter uit dan op andere, op zijn slechtst bijv. toen ze werd gedehydrateerd. Ze heeft in haar leven veel gedaan en bereikt(gereisd, vrijwilligerswerk etc.), dit gebeurde na de dood van haar man omdat hij niet toestond dat ze deed wat ze zelf wilde. De moeder van Simone is een aparte vrouw. Niet met veel liefde opgegroeid, steeds door haar man opzij geschoven, maar niet terneergeslagen of depressief. Na de dood van haar man lukt het haar een heel nieuw leven op te bouwen. Met haar dochters heeft zij geen speciale band, al is de band met Poupette hechter dan die met Simone. Ze is erg gehecht aan het leven. Haar hele leven was ze gelovig, maar op het laatste moment wil ze niet meer bidden. Ze zegt dat ze daar te ziek voor is, maar Simone denkt dat ze het niet wil omdat ze dan tegen God zou moeten zeggen: ‘Laat me alstublieft nog leven, maar als het niet kan, laat me dan maar sterven.' En sterven wil ze niet. Ze is optimistisch van aard, heerszuchtig, opdringerig, nerveus en koppig.
Poupette: In haar jeugdjaren had zij een hekel aan haar moeder, omdat die altijd overal bij wilde zijn, met het excuus ‘Ik heb toch zeker het recht om..' (alsof ze haar handelingen altijd moest verdedigen). De laatste jaren spreken ze elkaar regelmatig. Als het bericht van het ongeluk komt voelt ze iets van wroeging, dat ze zo weinig naar hun moeder omgekeken heeft. Ze blijft rustig, zowel tijdens het ziekteproces als na het overlijden. Ze is het zusje van Simone, het lievelingetje van haar moeder en brengt veel tijd door aan haar bed. Ze is liefdevol en zorgzaam van karakter.
-Het verhaal is chronologisch.
-Boucicaut ziekenhuis, C-kliniek, Parijs. Dit is een typisch voorbeeld van een modern ziekenhuis, een koele, steriele, onpersoonlijke omgeving. Het legt zo extra de nadruk op het feit dat sommige dokters het echt niet kan schelen hoe het met de patiënt gaat, ze zien de patiënt als een ding en niet als een mens. Bovendien zou je verwachten dat omdat het zo'n modern ziekenhuis is dat alles op rolletjes loopt en dat er geen fouten worden gemaakt, maar dat gebeurt dus wel (kanker wordt (te) laat geconstateerd). Het speelt zich af in 1963. Dat is ten tijde van de oorlog in Vietnam. De normen en waarden zijn in dit opzicht anders dan dat ze nu zijn, dat Simone voor haar tijd heel progressief is (o.a. qua emancipatie), wat bij ons als gewoon wordt gezien.
-Het maken van keuzes en het nemen van verantwoordelijkheid zijn volgens mij de belangrijkste thema's van dit boek. Simone en Poupette moeten steeds beslissen over wat er met hun moeder zal gebeuren, of ze geopereerd zal worden of niet, of ze haar vertellen wat er aan de hand is of niet. Daarna moeten ze deze keuzes tegenover anderen, maar vooral tegenover zichzelf verantwoorden.
Andere thema's en motieven: liefde, verdriet, dood, onrecht, persoonlijke relaties, egoïsme, gezag, verantwoordelijkheid, eenzaamheid, aftakeling van de mens en een aanklacht tegen moderne medici.

Achtergrondinformatie:
a) Ik kon geen informatie vinden over de schrijver van mijn boek, want meestal staat dat achterin je boek, maar bij deze niet. Ik had ook nog bij andere boeken van deze schrijver gekeken, maar daar stond ook geen informatie in.
b) Omdat Simone de Beauvoir samenleefde met Sartre en zij over veel onderwerpen dezelfde mening hadden, denk ik dat dit boek in het existentialisme hoort. Dit is natuurlijk niet de enige reden om ‘Une mort tres douce' in deze stroming te plaatsen. Het boek is zeer realistisch geschreven, de beschreven situatie wordt geen moment mooier gemaakt dan het in werkelijkheid is. Het menselijk bestaan wordt centraal gesteld, zowel de waarde als de betrekkelijkheid ervan. Bovendien wordt in dit boek sterk de nadruk gelegd op het feit dat de mens keuzes moet maken. Ondanks de dodelijke ziekte, moeten Simone en Poupette toch een keuze maken over het leven van hun moeder.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen