U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Louis Paul Boon - Kapellekensbaan.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=13101 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4073 woorden.

Boekverslag ‘De kapellekensbaan’



Naam auteur: Louis Paul Boon

Titel Boek: De Kapellekensbaan

Plaatsnaam: Amsterdam & Antwerpen

Jaar verschijning: 1953

Jaar Druk: 25e druk, 1994

Gebruikte lesmethode: Laagland



Beschrijvingsopdracht



De motivatie van mijn boekkeuze



Ik heb dit boek gekozen omdat dit het enige boek van 4 punten was dat bij dit thema paste. Omdat ik door boeken met veel punten te lezen mijn cijfer mondeling voor mijn examen omhoog kan halen wil ik graag boeken met veel punten lezen. Ook is mijn ervaring dat 1 of 2 punters mij niet echt meer kunnen boeien, ze zijn te makkelijk.



De korte weergave van de korte inhoud.



In dit boek worden 3 situaties geschetst. Het verhaal van de schrijver van dit boek, die zich Boontje noemt, wordt verteld, inclusief het commentaar van zijn (denkbeeldige) vrienden op het boek dat hij schrijft. Ook het verhaal dat hij schrijft, over een meisje Ondine wordt verteld. En een van de (denkbeeldige) vrienden van Boontje, Johan Janssens, voegt een verhaal over Reinaerd de vos toe. Ik zal de verhalen apart samenvatten.



Boontje

Boontje besluit een boek te schrijven over het leven en hij zegt ook welke elementen hij er in wil stoppen. Zijn vrienden zijn bij zijn besluit.

Als eerste krijgt Boontje een aanbieding om naar Congo te gaan, een kolonie van België waar hij woont. Hij zou dat wel willen, maar er blijkt later een test te zijn geweest voor iedereen die naar Congo wilde. Hij was niet voor de test uitgenodigd en ondertussen zit iedereen al in Congo. Boontje wijt het aan zijn socialistische neigingen.

Dan wordt Johan Janssens, een dichter en dagbladschrijver, en ook socialist, door de krant vertelt dat er een commissie komt die zijn stukken voor de krant zal keuren op politieke correctheid. Johan besluit niet meer voor de krant te schrijven, en hij wordt gevelschilder.

Het animo onder de vrienden van Boontje om over het boek te komen praten daalt, en de stoelen blijven leeg. Tippetotje, de schilderes, zit in Brussel maar schrijft wel naar hem.

Dan hoort Boontje dat zijn zus, Jeanneke, kanker heeft. Later sterft zij en hebben zijn ouders, en vooral zijn moeder, veel verdriet. Zijn moeder zegt tegen Boontje dat ze het hem verwijt dat hij nog leeft en zijn zuster niet, en hij kan niets meer goed doen voor haar.

De laatste gebeurtenis is dat Boontje met zijn vrienden door weilanden loopt en dat Boontje oppert om een boerderij te kopen en er te gaan wonen in alle rust. Later willen een paar vrienden van hem dat ook gaan doen.



Ondine

De eerste belangrijke gebeurtenis is het wonder dat aan Ondine’s broer Valeer gebeurt, hij leert nl in haar bijzijn lopen terwijl hij dat eerst niet kon. Zij ziet dit als een teken van god en wil erg heilig leven. ze denkt dat ze erg belangrijk is, en beter dan de andere mensen.

Ze breekt op een dag het offerblok van de kerk open om geld te stelen om een leren frak voor haar broer, Valeer, te kopen.

Als ze 12 is doet ze communie. Zij gaat echter niet werken, maar mag naar school waar ze Frans leert en recepten krijgt. Dan hoort ze van de andere meisjes dat ze een lief hebben, en zij wil er ook een. Daarom gaat ze ’s avonds bij de herberg van haar oom staan als de heren uit gaan, en op een avond wordt ze opgemerkt door meneer Ludovic. Ze wordt verliefd op hem en op Achilles, een andere heer. Ze gaat zich meer ophouden bij de herberg, en de jongens komen haar op een avond halen om mee te gaan naar de herberg. Toen werd ze echt verliefd op Achilles.

Ze voelde zich nu echt belangrijk omdat ze zich met de heren ophield. Maar de heren kwamen steeds minder naar Ter-Muren en Ondine hoorde dat Achilles in een nieuw huis in de stad woonde. Ze besloot om in de stad nieuwe schoenen te gaan kopen en ging ook kijken bij het nieuwe huis Daar bleef ze op Achilles wachtten en ze viel in slaap. Achilles vond haar daar en bracht haar terug naar de Kapallekensbaan.

Hierna werd ze regelmatig door Achilles opgehaald. Na een tijdje bleef ze ook bij hem slapen, en ze kwam nog weinig thuis.

Achilles moest echter met iemand anders trouwen en ze stond op straat, en ze was zwanger. Ze gooide het kind weg, zonder spijt. Ze kreeg later de schijnwerkerij van de 4 nieuwe huizen van de Derenancourts in handen, en zo konden zij en haar familie wat geld verdienen.

Ondine ging het geld voor de woningen maandelijks ophalen bij de toekomstige bewoners. 1 van de 4 betaalde echter niet. Valeer verhuisde met hun nicht naar Brussel.

Vapeur moest het geld voor het hout van de huizen gaan betalen, maar er was geen geld, Zulma bleek alles aan de kerk te hebben gegeven. Toen Vapeur geld was wezen innen en met niets terug kwam, ging Ondine weer zelf, en ze ontmoette bij de 4e betaler een zoon, Oscarke, en ze vond hem leuk.

Ondine ging naar haar nicht in Brussel, en toen ze weer thuis was liet Oscarke haar een tekening van haar gezicht zien. Ze vroeg hem ten huwelijk.

Vapeur maakte zich zorgen over de kosten van het hout. Hij ging naar de houthandel om de situatie uit te leggen en hij kreeg een brief waarin hij beloofde om elk halfjaar af te betalen. Ondine had een droom over Oscr en ze vroeg hem nogmaals ten huwelijk. Haar vader zegt dat ze geld moet gaan halen bij Schatt, die nog niet betaald hebben voor hun huis. Ondine ontdekte dat het geld, dat ze vroeger verstopt had in een doos, weg was. Ze wist dat Valeer en haar nicht dat gedaan moesten hebben en was erg boos.

Oscar werd zowel door Ondine als door zijn moeder opgestookt tegen de ander. Ondine schreef een brief aan zijn moeder, maar dat haalde weinig uit, daarom besloot ze te wachten tot hij zelf naar haar toe zou komen, en dat gebeurde.

Toen ging Ondine vaart achter het huwelijk zetten. Ze probeerde geld van Oscark’s vader los te krijgen in ruil voor sex, maar toen ze alleen op een kamer waren schold ze hem uit en kreeg ze het geld zo. Ook regelde Ondine, per ongeluk, een kamer voor hen om te wonen in een herberg.

Ondine zette alle rekeningen van de benodigdheden voor het huwelijk op kosten van de familie Schatt. Toen ze na het huwelijk samen op hun kamer zaten voelde Ondine dat haar leven niets waard was en niets zou worden.



Reinaert

Reinaerd is een vos, en hij heeft een neef , de wolf Isengrinus. Ze proberen samen eten te vinden, maar dat mislukt 2 keer, deels omdat ze wel samen willen werken, maar niet willen delen.

Dan weet Reinaerd Isengrinus aan te praten dat hij monnik moet worden.

Isengrinus werd door Reinaerd een paar keer in de maling genomen en had wat problemen in het klooster. Toen vernam hij van zijn vrouw dat zij was verkracht door Reinaerd. Isengrinus ging er mee naar de koning, maar die was niet onder de indruk.

Reinaerd werd er ook bij gevraagd en wist Isengrinus weer een loer te draaien zodat Isengrinus werd gevilt.



De persoonlijke reactie



Eerste persoonlijke reactie

De tekst liet me bepaald koud. Ik heb het boek doorgelezen, en de verhalen gevolgd, maar ik werd er geen enkel moment door gegrepen. Ik vond de 3 verhalen wat raar bij elkaar, vooral Reinaert vond ik er slecht bij passen. Het verhaal van Ondine was me het duidelijkst en vond ik ook het leukste gedeelte van het boek. De stukken over Boontje waren soms wel leuk, maar vaak hadden ze weinig verband met elkaar. Het waren vooral ideeën en opvattingen van de schrijver en zijn vrienden, en dat maakte op mij een warrige indruk. Het verhaal over Reinaert kwam zo weinig voor dat als ik een stuk ging lezen ik eerst terug moest bladeren naar het vorige stuk om te kijken waar het ook al weer over ging.



Uitgewerkte persoonlijke reactie



Onderwerp

Het was mij niet echt duidelijk wat het onderwerp van het boek was. Naar ik heb vernomen ging het over geluk en hoe mensen dat willen bereiken en er mee om gaan. Dat vond ik wel aardig, en kon ik ook wel in alle 3 de verhalen terug vinden maar het bleef en blijft voor mij vaag.

Een ander thema is het eigenbelang van het individu dat over het groepsbelang heerst. De kleine man is de dupe van dat eigenbelang. Bij het socialisme zien we dat ook terug, want zij beweren wel om voor iedereen op te komen, maar de vraag is of dat ook lukt.

Ook is er een conflict tussen de individuele droom van mensen en het politieke of ideologische systeem. Dit zie je mooi bij Vapeur, die een wetenschappelijke droom wil verwezenlijken maar door niemand wordt begrepen, en door de maatschappij niet wordt geaccepteerd.



Gebeurtenissen

In alle 3 de verhalen gebeurde dingen, ik zal mijn mening over de 3 delen apart noemen:



Boontje

Ik vind deze gebeurtenissen niet erg spannend. Het zijn normale gebeurtenissen die niet echt veel indruk op mij maken. Ook hebben ze niet een duidelijk verband met elkaar, ze vormen geen geheel of verhaal. Ze hebben me ook geenszins aan het denken gezet.



Ondine

Ik vond dat het verhaal van Ondine goed in elkaar steekt. Het verhaal was helder, en niet saai. Ik kon me er wel in inleven. De gebeurtenissen passen goed bij elkaar, volgen elkaar logisch op. Ik vind het zoeken naar geluk erg duidelijk in dit verhaal, Ondine zoekt het geluk door het geloof, rijke mannen, aanzien en geld. toch is haar leven uiteindelijk normaal en saai.



Reinaert

Dit is een fragment uit een verhaal, maar wel grappig. Hier is ook het zoeken naar geluk aanwezig, Reinaert die Isengrinus bedondert en Isengrinus die probeert goed te zijn.



Personages

De verhalen hebben verschillende hoofdpersonen, ik zal ze per deel behandelen.



Boontje

De hoofdpersoon is de schrijver Boontje. Hij is in mijn ogen een held, omdat hij voor zichzelf een boek schrijft en zich niet makkelijk laat beïnvloeden door de mening van anderen. Dat vind ik knap, want als anderen kritiek geven op je werk is het moeilijk om niet beïnvloed te raken.

Boontje wordt niet goed beschreven, je komt weinig van hem te weten. Ook van zijn vrienden kom je weinig te weten. Je komt wel veel meningen van iedereen te weten, maar geen motieven, gedachtes of gevoelens.

Dit is misschien zo gedaan omdat de schrijver Boontje uit het boek dezelfde persoon is als de echte schrijver van dit boek. Als hij Boontje gevoelens zou hebben gegeven, of gedachtes, zouden dat die van hemzelf moeten zijn. Ik kan het wel begrijpen als iemand zijn gevoelens en gedachtes niet zomaar prijs wil geven.

Deze personen hebben me dus niet beinvloed.



Ondine

De hoofdpersoon is Ondine. Van haar kom je veel te weten, zowel gevoelens als gedachtes. Je maakt haar jeugd mee, tot aan haar huwelijk, dus je weet ook veel over haar verleden. Dat zorgt ervoor dat je je goed in haar kunt inleven, als je je met haar kunt identificeren.

Ondine is een feeks, ze doet alles om er zelf beter van te worden, zoals stelen van de kerk en met vreemde mannen naar bed gaan. Toch verandert ze in de loop van het verhaal, en ze eindigt als een burgervrouwtje. Haar eerste verschijningsvorm, een gepassioneerd kind, vond ik het leukst om te lezen, omdat er toen het meest gebeurde. de andere Ondine, aan het eind van het verhaal, is een stuk rustiger en minder interessant om te lezen.

Ik kan niet begrijpen dat Ondine voor meer aanzien met ‘de heren’ naar bed wil, terwijl ze uiteindelijk toch zal worden afgedankt. Ik ben zelf niet tegen sex, ook niet bij jongeren, als je maar echt van elkaar houdt. Bij Ondine en Achilles blijkt dit uiteindelijk ook het geval, maar dat wist ze eerst niet. Ik vind Ondine in het begin onvoorspelbaar, omdat ze zo gepassioneerd is. Later wordt ze voorspelbaarder.

Ondine heeft me niet beïnvloed.

Van de andere personen, zoals Vapeur, Valeer, Achilles en Oscar kom je weinig te weten. Je krijgt hun handelingen omschreven, maar geen gevoelens of gedachtes.



Reinaert

Reinaert is de hoofdpersoon. Hij is geen held, maar een schoft. Hij stort Isengrinus telkens in het verderf om er zelf beter van te worden. Isengrinus is ook wel dom, zodat hij er wel een beetje om vraagt, maar dan vind ik Reinaert nog steeds onaangenaam. Hij botst met de samenleving, heeft moeite om zich aan te passen. Hij heeft wel mooie praatjes.

Deze personages zijn erg oppervlakkig weer gegeven, dus ik kan er verder niets over zeggen.



Opbouw

Ik vond het vervelend dat de verhalen door elkaar stonden, omdat je de hele tijd om moet schakelen van het ene verhaal naar het andere. Ik vind dat de verhalen beter in 3 delen, elk een apart deel, hadden kunnen worden geschreven.

Er zaten geen flashbacks in, elk verhaal chronologisch van opbouw, hoewel ze niet parallel lopen met elkaar. Ik vond het verhaal niet erg spannend, want ik kon me weinig in de personages inleven. Alleen Ondine was daarvoor geschikt, maar met haar kon ik me niet zo goed identificeren. Dat doet voor mij af aan het verhaal, ik voel me dan meer een derde persoon.

Je ziet de verhalen door de ogen van de alwetende verteller, maar je krijgt wel het idee dat het 3 verschillende personen zijn, bij elk verhaal een andere. Als je de gebeurtenissen zou zien door de ogen van de hoofdpersonages zou je je meer in kunnen leven, dus dat zou ik prettiger vinden. Maar dan worden de verhalen misschien weer moeilijker te volgen, en omdat het al 3 verschillende verhalen door elkaar zijn is dat ook niet handig.

Het verhaal over Ondine is duidelijk nog niet af, want har leven gaat nog door. Daar blijft dus een open plek. Boontje’s verhaal is af, want zijn boek is af. Zijn leven gaat echter wel door. Reinaert zou ook door kunnen gaan en heeft een open einde.

Geen van de eindes is echt gesloten, omdat ze niet eindigen met een definitief einde, zoals de dood van iemand. De verhalen gaan allen nog door.



Taalgebruik

Ik vind het taalgebruik op zich niet moeilijk. Wel was het lastig dat ik sommige woorden niet kende, omdat het een Vlaams boek is. Ik vind de verhouding tussen dialoog en beschrijvingen bij Boontje erg verstoord, omdat er eigenlijk alleen maar dialoog is. Bij Ondine en Reinaert vind ik de verhoudingen best.

Ik vind het wel jammer dat er niet veel aandacht wordt besteed aan het omschrijven van de omgeving. Je kunt daarmee namelijk erg goed sfeer oproepen en zo je lezers meer in het verhaal trekken.

Het taalgebruik heeft me geen echt problemen opgeleverd.



Verdiepingsopdracht



Ik verwachtte een boek dat ging over een gewoon meisje dat zich een weg naar de top zou banen. Deels klopt het boek met mijn verwachtingen, Ondine probeert zich een weg te banen naar de top, maar ze komt er niet, en dat verraste mij. Ook de verhalen over Reinaert en Boontje had ik niet verwacht.

Het verhaal speelt 3 keer in het Vlaamse dorpje Ter-Muren. Er is een stad met 2 fabrieken in de buurt, verder zijn er weilanden en is er een spoorlijn. Zomers bloeien er bloemen. De ruimte speelt maar een kleine rol, alleen het hoog nodige wordt omschreven. Dat vind ik jammer, maar dat heb ik al genoemd. Er zijn geen uitgebreide omschrijvingen van de omgeving of iets dergelijks.

Ik ben er niet uit wat het thema van dit verhaal is, het gaat over geluk, maar verder kom ik niet. Ik zie geen duidelijk verband tussen de 3 verhalen.



Ik ga secundaire literatuur over het leven van de schrijver bestuderen en vergelijken met het boek.



Samenvatting

Louis Paul Boon wordt in 1912 geboren. In 1923 krijgt hij een zusje Jaenneke. Hij gaat naar de basisschool en in 1926 naar de Middelbare en Hoogere Technische school. Hji interesseert zich echter meer in Nederlands. In 1928 wordt hij van school gestuurd en schrijft hij zich in aan de stedelijke Academie voor Schone Kunsten. Daar bouwt hij een vriendschap op met Karel Colson en Maurice Roggeman.

In 1928 krijgt hij een broertje Frans Herman. Zijn vader drinkt per ongeluk terpentine en wordt arbeidsongeschikt, waardoor Louis zijn studie moet afbreken en geld moet verdienen voor het gezin. Hij wil nog steeds schilder wordt en afficheert zich als communist, hoewel hij bij linkse partijen maar zijdelings is betrokken.

Zijn vader is langzaam hersteld en ze zijn verhuisd naar een beter huis waar Louis al een boek aan het schrijven is. Louis moet in militaire dienst en sluit vriendschap met de broer van zijn toekomstige vrouw. Hij blijft schilderen. In 1935 verlooft Louis zich met Jeanneke de Wolf. In 1936 trouwen ze. Eerst wonen ze in een huurkamertje, maar in 1938 verhuizen ze naar koophuis. In 1039 wordt Boon’s zoon, Jozef Clement, geboren. Hij wordt opgeroepen voor dienst. In 1940 wordt hij krijgsgevangen genomen en als hij na een half jaar terug keert is hij gebroken en wordt hij depressief. Jaenneke geeft haar winkeltje op maar het gezin houdt zich staande.

Louis krijgt in 1942 de Leo J. Krijnprijs voor De voorstad groeit en doordat zijn beroep nu letterkundige is hoeft hij niet te werken in Duitsland. Hij maakt in 1943 een roman af, en begint aan 2 nieuwe, oa aan Madame Odile, het begin van ‘De Kapellekensbaan’. Hij schildert bijna niet meer. Ook is hij al een tijd met een 3e boek bezig. Hij publiceert in 1944 verschillende (delen van) boeken. Hij sluit zich aan bij De Roode Vaan, een communistisch blad. Hij publiceert delen van ‘De Kapellekensbaan” in het blad onder de naam “Wereld-van-vandaag”.

Hij wordt ontslagen bij De Roode Vaan en gaat werken bij een weekblad. In 1946 en 1947 wordt er een boek van hem gedrukt. In 1947 gaat hij naar Engeland. Hij neemt ontslag bij zijn weekblad. Hij blijft in verschillende bladen publiceren, maar dat levert weinig op, net als zijn publicaties. Hij moet zelfs weer gevels gaan schilderen. Hij overlegt met zijn vrienden over De Kapellekensbaan en publiceert er delen uit.

In 1949 sterft zijn zuster, Jeanneke. Zijn vrouw erft een kleine som, en Boon publiceerd steeds meer en daarom kunnen ze, samen met een 3e persoon, een stuk land dat in 2en word gedeeld. Boon bouwt er nog niet op. Hij begint aan het 2e deel van zijn boek, Zomer te Ter-Muren. De Arbeiderspers, een uitgeverij, durft De Kapellekensbaan uit te geven, en laat het boek in 1950 drukken. Dan verliest hij een belangrijke afnemer, Front, waardoor de financiële situatie nijpender wordt, hij gaat boekhouden bij zijn ouders, voor 3 maanden. Hij moet namelijk de kosten van de bouw van zijn nieuwe huis betalen.

Dan worden er hoorspellen van Boon uitgezonden en wordt hij redactiesecretaris van Podium en Tijd en mens. Ondertussen is het huis Huize Isengrimus af en trekt Louis daar met zijn gezin in.

In 1953 wordt De Kapellekenbaan uitgegeven. Er worden meer stukken van hem gepubliceerd. Er komen veel reacties op De Kapellekensbaan. In 1954 overlijdt zijn moeder.

In 1955 begint zijn zoon Jo aan een opleiding tot fotograaf. In 1956 wordt het tweede boek over de Kapellekensbaan gepubliceerd, Zomer te Ter-Muren. Hij blijft publiceren, zowel boeken als in tijdschriften. Ook makt hij een aantal olieverfschilderijen. Hij treet weer toe tot Podium. In 1961 start hij bij de radio met een wekelijks praatje ‘Het zoutvat’.

In 1962 treed hij toe tot de tv-quiz “t is maar een woord’, waardoor hij in Vlaanderen populair wordt. In 1965 trouwt Jo met Lucienne Muylaerd en zij wonen een half jaar bij Louis. Het boek dat hij het jaar daarvoor uitbracht kreeg slechtte kritieken. In 1966 ontvangt hij de Constantijn-Huygensprijs. Hij neemt een rol in een korte film, De Bom, aan.

In 1968 sterft zijn vader en in 1969 wordt Boons kleinzoon geboren, David Andreas. Dan neemt Louis afscheid van het schrijven en schrijft zich in aan de Gentse Kunstacademie om schilderlessen te gaan volgen. In 1970 stopt hij echter alweer met die opleiding. Er worden een aantal tentoonstellingen van zijn werk gegeven. Hij ontvangt 5 prijzen voor een documentaire roman, genaamt ‘Pieter Daens of hoe in de 19e eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht ’.

In 1972 gaat Louis met vervroegd pensioen bij Vooruit. Hij is echter populairder dan ooit, en hij wordt 60. Er wordt een begin gemaakt met het vertalen van zijn boeken naar oa Engels, Spaans, Frans en Duits.

Boon blijft schrijven. In 1976 overlijdt zijn broer Frans. Hierdoor raakt Louis in een depressie en drinkt hij veel. Ook heeft hij zelfmoordpogingen. Hij begint in 1978 driftig te schilderen.Hij heeft dan zijn Laatste Boek geschreven, wat pas gepubliceerd mag worden na zijn dood. Toch blijft hij schrijven. Op 10 Mei 1979 overlijd Louis Paul Boon.

Er wordt nog steeds tentoongesteld van Boons werken, en hij wilt nog een keer bijna een prijs in 1993, met Daens.



Het is duidelijk dat de schrijver gebeurtenissen uit zijn eigen leven heeft gebruikt in zijn boek. Hij heet zelf Louis Paul Boon, in het boek is dat Boontje, en hij heeft een vriend Karel Colson, die je in het boek terug vind als mossieu Colson van ‘tminesterie. Verder is een deel van zijn leven, namelijk zijn schilderwerk en zijn schrijfwerk voor de dagbladen, terug te vinden in de persoon Johan Janssens. Ook gebeurtenissen uit zijn leven zijn terug te vinden.

Zo is zijn zus Jeanneke overleden, en in het boek overlijdt de zus Jeanneke van Boontje. Ook het feit dat hij op een gegeven moment niet genoeg geld verdiende met artikelen schrijven en daarom (weer) gevels moest gaan schilderen komt terug in het boek door de belevenissen van Johan Janssens die hetzelfde overkomt. Ook de interesses van verschillende personen in het communisme in het leven van de schrijver en in het boek is een overeenkomst. Dat zie je terug in de betrokkenheid van Boontje en LP Boon bij de kleine man, de ‘Jan met de pet’ die vaak van alles de dupe is. Ook is dit aspect in zijn andere boeken te vinden.

De overeenkomsten zijn alleen te vinden in het stuk over Boontje, niet in de stukken over Reinaert of Ondine. De relatie tussen zijn leven en het boek is dus dat een deel van het boek is gebaseerd op delen uit zijn leven.



Bronnen



http://www.booncentrum.be/levenwerk/leven.html



Evaluatie

Ik vind het een warrig boek, het onderwerp is niet duidelijk. Het verband tussen de drie verhalen is niet duidelijk opgebouwd. De enige overeenkomsten zijn het communisme en het zoeken naar geluk. Niet echt iets concreets. Dat is niet storend voor het volgen van de 3 verschillende verhalen, maar ik heb wel het idee dat ik iets mis als het gaat over het begrijpen van het boek. Ook voor het maken van een boekverslag is het lastig.

Mijn oordeel is niet echt veranderd, alleen het gedeelte over Boontje is me duidelijker geworden. Ik had niet verwacht dat meerdere personen de belevenissen van de schrijver zouden weergeven. Het is wel grappig dat er zoveel overeenkomsten zijn, en de schrijver eigenlijk best wel open is over zijn leven. Mijn mening over het complete boek is echter niet veranderd.

Ik ben tevreden over de verdiepingsopdracht, omdat ik denk dat ik het boek iets beter begrijp na deze opdracht. Over de beschrijvingsopdracht ben ik ook wel tevreden, behalve over het onderdeel ‘onderwerp’, omdat ik daar geen goed antwoord op heb kunnen geven.

Ik vond het boek om te lezen niet makkelijk, maar ook niet lastig. Het taalgebruik is goed, en makkelijk te volgen, alleen het feit dat er 3 verhalen na elkaar worden vertelt maakt het lezen toch weer lastiger. Het verband tussen de 3 verhalen vond ik onduidelijk.

De verdiepingsopdracht viel wel mee, mede omdat ik al eerder een website had gevonden (en opgeslagen) met informatie over het leven van de schrijver. Ik was dus weinig tijd kwijt met het zoeken naar informatie. Het lijkt me bij sommige schrijvers een stuk moeilijker om informatie over hem of haar te vinden, helemaal als het om litteratuuropvatting of mens- en wereldbeeld gaat. De vragen vond ik ook niet echt moeilijk, alleen het samenvatten kostte me redelijk wat tijd, en vond ik vervelend.

Ik miste de kennis over wat de verhaallaag van het boek is, en wat de betekenislaag/ thematischelaag van het boek is. Daarom heb ik die vraag van de verdiepingsopdracht ook niet kunnen beantwoorden. Ik vraag me af wat die termen betekenen.

De volgende keer zorg ik dat ik, voor dat ik een verslag maak, het boek snap en het onderwerp weet. Hoewel ik deze keer aan een tijdslimiet was gebonden, omdat het boek terug moest naar de bibliotheek, had ik er wel voor kunnen zorgen dat ik het wist, helaas is dat niet gelukt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen