U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Graham Greene - The Tenth Man.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/347 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1252 woorden.

Titel

The tenth man



Literaire gegevens

Schrijver : Graham Greene

Plaats van uitgave : Londen

Jaar van uitgave : 1985

Jaar van gelezen druk : 1985

Gelezen druk : 1e

Aantal bladzijden : 143



Samenvatting

In Frankrijk zitten 30 gevangenen in een cel, en zij vullen hun dagen met kaartspelen, en andere onbenullige dingen, zoals de precieze tijd weten. Chavel, een van de gevangene, is advocaat in Parijs, en voelt zich niet echt thuis tussen alle 'lagere' gevangenen, en hij heeft dus weinig contact men hen. Op een dag komt er een duitse officier binnen die zegt dat er een aantal duitsers zijn vermoord, en dat er als vergeldingsmaatregel een op de tien gevangenen zou worden geëxecuteerd, welke mannen dat zouden zijn, moesten de gevangen zelf maar uitzoeken. Om het eerlijk te doen, gaan de gevangen lootjes trekken, de eerste twee 'ongelukkigen' zijn Voisin en Lenôtre, de derde is Chavel. Voisin en Lenôtre laten het gelaten over zich heen komen, maar Chavel word helemaal gek, en bied diegene die zijn lot wil ondergaan zijn hele vermogen. Alle gevangene schrikken hier een beetje van, en niemand neemt de 'aanbieding' aan, uitgezonderd Janvier, hij voelt er wel wat voor. De hele 'aanbieding' wordt op schrift gesteld, zodat Chavel er niet meer onderuit kan.

Als Chavel uit de gevangenis komt, laat hij zijn baard staan en noemt zichzelf Jean-Louis Charlot, om niet herkent te worden, en gaat hij zijn oude huis opzoeken, waar, als het goed is, nu de familie van Janvier woont. Omdat Charlot geen bezittingen meer heeft, voelt hij zich een arm man. Het enige wat hij heeft is een stuk papier van de duitsers, waar zijn valse naam, Charlot, op staat. Als Charlot op weg is naar zijn huis, komt hij onderweg in een urinoir een man, Carosse, tegen, die hem Pidot noemt, en vraagt of hij een boodschap aan zijn vrouw wil geven, als beloning krijgt hij daarvoor 300 franc. Bij zijn oude huis aangekomen, krijgt hij van de zus van Janvier, Thérèse Mangeot, een maaltijd. Als hij tegen Thérèse vertelt dat hij bij Janvier in de cel heeft gezeten, vraagt therese hem dit niet tegen haar moeder te vertellen, omdat zij nog denkt dat Janvier leeft, ook vertelt Thérèse dat zij, als zij Chavel ooit zou tegenkomen, in z'n gezicht zou spugen. Omdat alleen Charlot weet hoe Chavel er uitziet, vraagt Thérèse hem om in huis te blijven, dit doet Chalot.

Omdat de Mangeots niet zo veel contct hebben met andere mensen uit het dorp, mag Charlot naar de winkel, onderweg herkend hij veel oude vrienden, onder andere Roche, die Charlot is gaan haten. De volgende dagen begint Charlot te begrijpen dat de Mangeots zich niet thuis voelen in 'zijn' huis. Ook vertelt Thérèse hem in een nachtelijk gesprek, dat zij Janvier een laffard vind, en dat zij Chavel het liefste door zijn kop wil schieten. Als Charlot dan weer in bed ligt, begint hij aan het leven te wanhopen. Als hij de volgende dag met Thérèse, waar hij indertussen verliefd op is geworden, over straat loopt, vraagt Roche hem om zijn papieren te laten zien. Roche heeft hem niet als Chavel herkent.

Die avond komt er een man bij de Mangeots aan de deur, die zich voorstelt als Jean-Louis Chavel. Thérèse spuigt hem in zijn gezicht, en Charlot, die ondertussen heeft gemerkt dat het Carrosse is, gebied hem weg te gaan, maar Chavel zegt dat hij een een boodschap van Janvier heeft. Charlot geeft Carrosse toestemming om die nacht bij de Mangeots te slapen. Die nacht vindt Charlot bij Carrosse een pistool, waar een kogel uit mist, in z'n jaszak, wat hij maar even 'leent'. Als de moeder van Thérèse de volgende dag ernstig ziek wordt, heeft Thérèse geen tijd om aan Chavel te denken, want al haar aandacht gaat naar haar moeder. Ook geeft zij Charlot opdracht om een pastoor te halen.

Carrose wordt gezocht vanweg een moord op een man in het dorp van de Mangeots. Als Charlot de pastoor gaat halen, gaat hij naar Thérèse toe, en vertelt haar dat Janvier 's nachts is geexecuteerd en niet, zoals Charlot vertelt, in de ochtend. Thérèse gelooft dat. Als Charlot weer thuis komt, vertelt Carosse dat hij met Therese heeft gesproken, en hij wijst Charlot op het feit dat alle overdrachten van bezittingen die hebben plaats gevonden tijdens de duitse periode, ongeldig zijn. Als Carrose ook nog vertelt dat hij met Therese wil trouwen, zegt Charlot dat hij hem dan gaat aangeven voor de moord die Carosse heeft gepleegd. Dat deed Carrosse besluiten om maar met Charlot te gaan smaenwerken.

Als Charlot even is weggeweest, en hij terug komt, ziet hij Carrosse met Therese in zijn armen staan. Charlot verteld daarom datr zijn eigenlijke naam Chavel is, en dat Carrosse voor een moord wordt gezocht. Als Therese niet wil geloven dat hij Chavel is, vertelt hij dat hij dat kan bewijzen. Hij wil met een spiegeltje een bericht seinen naar een vriend van hem aan de overkant, Roche, zodat Roche zou komen. Als Chavel begint met 'zenden' terkt Carosse zijn pistool, en schiet op Chavel, waarna hij vlucht. Hierop vraagt Chavel aan Therese om de politie en Roche te waarschuwen. Voordat zij weggaat vertelt zij eerst dat zij van hem houdt. Als Therese onderweg is, schrijft Chavel zijn laatste wens, en kan dat, wanwege zijn krachten, alleen nog maar ondertekenen met Jean-Louis Ch.



Titelverklaring

De titel is niet erg moeilijk te verklaren, want de Nederlandse vertaling van de titel is : De tiende man. En in de gevangenis, moesten uit dertig gevangenen drie mannen worden uitgeleverd aan de Duitsers, om zo geëxecuteerd te worden. Dat betekent dat dus steeds de tiende man, dar waren Janvier, Voisin en Lenôtre, uitgeleverd moesten worden, om zo geëxecuteerd te worden.



Hoofd- en bijpersonen

Hoofdpersonen

Chavel Louis :

Jean-Louis Charlot Advocaat in Parijs en trekker van het 'doods-lot' wat hij ver- koopt voor z'n hele vermogen, aan Janvier



Bijpersonen

Burgermeester van : Bourge Eigenaar van het zilveren horloge

Pierre : Treinmachinist en eigenaar van de wekker.

Kapper uit Etam : Medegevangene

Janvier / Michiel : De koper van Chavels 'doods-lot'

Voisin : Vrachtwagenchauffeur en trekker van een 'doods-lot'

Lenôtre : Kantoorbediende, en trekker van een 'doods-lot'

Krogh : Medegevangene

Jules : Ober in Charlot's stamkroeg

Carosse : Man bij Kranaire, bij het urinoir

Thérèse Mangeot : Zus van Janvier

Mss. Mangeot : Moeder van Janvier

Roche : Boer uit Brinac

Madame : De oude dienstmeid van de familie Mangeot

Pierre Louchard : Vriend van Carosse

Pastoor Russe : De pastoor voor de 'huidige' pastoor

Pastoor : De 'huidige' pastoor



Mening

Dit boek vind ik niet zo spannend als 'Our man in Havana', ook al is het van dezelfde schrijver, Graham Green. Maar toch vind ik het geen saai boek. Wat het plot betreft dat vind ik een beetje gek, wie gaat nu al zijn bezittingen verkopen, om in leven te blijven, en nog erger, wie laat zich nu doodschieten in ruil voor alle bezittingen van een man. Dat vind ik vreemd, maar toch wel interessant om te lezen.



Settings

De plaats waar het verhaal zich af speelt is Frankrijk, want daar zitten alle hoofdpersonen in de gevangenis. De tijd waar het eerste gedeelte van het verhaal zich afspeelt is in de Tweede Wereld Oorlog, en het tweede gedeelte van het verhaal speelt zich twee weken na de oorlog af.



Opdracht

Waarmee wilde de hoofdpersoon bewijzen wie hij was ? Chavel wil bewijzen dat hij Chavel is door met een spiegeltje een bericht door te seinen naar een vriend van hem aan de overkant van het dal, Roche. Als Roche dan komt dan is dat het bewijs dat hij echt Chavel is. Chavel koos hiervoor omdat, zo zei hij, hij dat vroeger ookal met Roche deed.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen