U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Terlouw - De Kloof.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2159 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2850 woorden.

Titel

De kloof



Schijver

Jan Terlouw



Samenvatting

Samenvatting: Het verhaal gaat over een jongen die Ginder heet en hij woont in het land Bergen en Dal in het plaatsje Lovendaal. Hij kan het erg goed vinden met zijn grootmoeder, Die speelt een belangrijke rol in het verhaal hoewel zij al in het begin van het boek sterft. Grootmoeder was een bijzonder persoon, want zij had vroeger gestudeerd aan de technische hoge school en ze was ingenieur geworden wat eigenlijk ongehoord en ongepast was in die tijd. Maar zij trok zich daar niks van aan. En zij trouwde pas op late leeftijd. Zij kreeg één dochter en dat was de moeder van Ginder. Haar man was veel ouder dan zij en die stierf dus veel eerder dan zijzelf en dus had Ginder hem nooit gekend. Toen dat was gebeurd kwam grootmoeder bij haar dochter intrekken. Zij had daar haar eigen kamertje met bureau, bed en theetafel. Ginder is nu zestien jaar, maar twee jaar geleden was er iets geks gebeurd. Zijn grootmoeder riep hem bij haar en ze zei: "Jong, ik moet je iets vertellen. Jonge mensen die kunnen dood, maar oude mensen moeten dood." "Ja", zei Ginder. "Ik heb een geheim, maar dat ga ik je nu niet vertellen, dat moet je later ontdekken, want als ik dood ben, wil ik die geheimen niet meenemen in mijn graf. En natuurlijk kon ik dat geheim aan je moeder nalaten, maar jij bent daar beter geschikt voor. Ik heb vroeger heel wat meegemaakt en dat heb ik allemaal opgeschreven in een dagboek en ik heb krantenknipsels bewaard. Maar die mag je nu niet zien, die mag je pas zien als ik dood ben. Die papieren zitten in deze la." En ze pakte een sleutelbos en maakte de la open en liet hem aan Ginder zien. "Dus als ik dood ben, mag je dit pas inkijken." Ginder heeft net eindexamen gedaan. En net zoals ieder jaar gaan degenen die eindexamen hebben gedaan op kamp met meneer Den Beste.



Als hij met zijn school op kamp gaat, is het daar allemaal erg gezellig. Totdat hij een telegram krijgt, waarin staat dat hij zo snel mogelijk naar huis moet komen, omdat zijn grootmoeder overleden is. Ginder was erg geschrokken van dit bericht en hij kwam dus zo snel mogelijk naar huis toe. Toen hij daar aankwam, was zijn grootmoeder al begraven en dus ging hij naar haar kamertje toe waar haar bureau nog altijd netjes en opgeruimd stond. Toen hij in haar la keek, waren alle papieren weg, dus ging hij naar zijn moeder om te vragen waar de papieren waren die in grootmoeders bureau lagen. Ze zei, dat die al met de grote schoonmaak mee de prullenbak in waren gegaan en dat de vuilnisauto gisteren het vuilnis had opgehaald. Ginder schrok daar er heel erg van en hij ging zo snel mogelijk naar de vuilnisbelt om te kijken of zijn grootmoeders papieren er nog waren. Hij wist eigenlijk zelf al dat hij niet zoveel kans had, maar toch ging hij erheen. Toen hij bij de vuilnisbelt aankwam, was het daar zo groot dat er eigenlijk geen beginnen aan was. Maar plotseling zag hij twee stukjes oud perkament voor zijn neus liggen. Hij raapte het op en zag dat het helemaal doorgescheurd was. Maar er stonden nog een aantal woorden op. Hij stak de stukken in zijn zak en zocht nog even door, maar hij zag dat het geen zin meer had en dus ging hij maar naar huis. Thuis aangekomen haalde hij de papieren uit zijn zak en probeerde de woorden die erop stonden te ontcijferen. Het waren deze woorden:

ootschap??

brug

ddruftigensteun - nooddruftigensteun

Vil-Vilder en leerlooierij De Geus

sleden?? Meervoud van slee? Of bijvoorbeeld Dosleden? (Dos is een

voetbalvereniging van Lovendaal)

urlijk - avontuurlijk? bestuurlijk? of gewoon natuurlijk?

Dal

ardbeving - aardbeving

tructies - constructies? instructies?

Varenbaan

zonder va - zonder vader?

eftige man - heftige man? deftige man?

rijk

verdenking

poli - politicus? of politie? (past goed bij het woord verdenking)



Al deze dingen heeft hij geprobeerd te ontcijferen, maar hij komt er niet veel verder mee. Ginder zijn vader en moeder zijn gescheiden en zijn vader woont in Dal. Bergen en Dal zijn al vijfenveertig jaar geleden door een hevige aardbeving uit elkaar gespleten en daardoor ontstond een KLOOF. Dus toen waren Bergen en Dal gescheiden van elkaar. Maar Bergen was veel rijker dan Dal. Want in Bergen waren alle universiteiten en alle goede scholen . Maar in Dal was het heel wat minder. Er woonden veel mensen en er was weinig geld om goede huizen te laten bouwen. Er was dan ook menig maal na de aardbeving geprobeerd een brug te bouwen of om te communiceren. Dat was tot nu toe nog niet gelukt alleen het communiceren was gelukt. Maar er waren in Bergen noch in Dal eigenlijk helemaal geen telefoons, dus kon er alleen bij postkantoren gecommuniceerd worden. Maar dat gebeurde niet zo veel of alleen bij spoedberichten.



Ginder zijn grootmoeder had haar spaargeld voor een deel aan Ginder nagelaten. Van dat geld wilde Ginder een reis maken naar Dal om zijn vader een bezoek te brengen. Maar een reis naar Dal koste heel erg veel geld, want hij moest door de woestijn heen en dat duurde heel lang. Er was namelijk nog geen brug naar Dal. En ook de uitrusting moest betaald worden. Maar Ginder was er zeker van, dat hij deze reis wilde maken. Tijd had hij in ieder geval genoeg, want de school waar Ginder heen wilde begon toch pas weer in oktober. Er was in Lovendaal een bureau waar ze zulke reizen organiseerden. En daar ging Ginder dus naar toe. Er waren nog twee plaatsen vrij bij de karavaan, dus kon hij nog mee. De vrouw achter de balie zei wel dat je niet ziek of zo iets moest zijn, want het was een hele lange weg door de woestijn heen. Over tien dagen zou er een karavaan vanuit Westmalo vertrekken en Ginder wilde daar met mee. Na lang wachten kon hij afscheid nemen van zijn moeder en met een tas vol spullen ging hij op reis naar Westmalo waar zijn karavaan over een half uurtje zou vertrekken. Hij zat alleen in de bloed hete woestijn op de rug van een kameel. Hij dacht aan zijn zus waarvan hij het adres van zijn vader had gekregen, dat was Katoenweg 1189. De reisleider van de karavaan heet Vosger. Op zijn reis door de woestijn komt hij deze mensen tegen: Joren Verloren hij, is dichter. Verder ontmoet Ginder een goochelaar die zichzelf Escamó noemt, maar dat is natuurlijk zijn artiestennaam. Ook ontmoet hij nog ene Domen Compagne die een dochter heeft van zijn leeftijd en die hij nu gaat opzoeken. En hij gaat ook naar Dal, omdat zijn vrouw aangereden, omdat hij zelf in Dal werkt zag hij zijn dochter niet zo vaak. Domen Compagne is gewond, want hij zit in het verband. Ginder had het adres gekregen van Domen en hij zou daar ook zeker een keer naar toe gaan , want het was toch niet zo ver bij zijn vader vandaan. Na lang zoeken komt hij bij het huis van zijn vader aan en ze hebben nog heel wat bij te praten en dat deden ze ook en uit rusten hoort er ook bij, want Ginder is helemaal kapot. Na een paar dagen is hij Barbara op gaan zoeken (de dochter van Domen ) en Ginder en Barbara vinden elkaar heel erg aardig. Barbara vermoedt dat haar moeder opzettelijk is dood gereden. Ze trekken heel veel met elkander op en Ginder zoekt in de tijd dat Barbara naar school is de ouders van Doeve Bouwmeester op. Bij de ouders van Doeve komt Ginder er achter dat de Doeve een adoptie kind was van meneer en mevrouw Bouwmeester. En toen Ginder weer bij zijn vader die avond thuis kwam, keek hij nog eens op de papierknipsels van zijn grootmoeder en ontdekte dit: adoptie ongehuwde moeder. Hij denkt er nog lang over na, maar het heeft geen zin. Op een dag loopt hij alleen langs het ravijn en hij komt een man tegen die een beetje vreemd naar hem kijkt. Als de man heel dicht in de buurt is, geeft hij Ginder een zetje en valt Ginder het ravijn in en hij valt bewusteloos op een steen en als hij weer bijkomt ziet hij dat de man die hem in het ravijn heeft geduwd bij hem zit en hem verder erin probeert te duwen en maar dat lukt niet en uiteindelijk duwt Ginder hem in het ravijn. Na een lange vakantie besluit Ginder om verder te studeren aan de technische hogeschool in Bergen. Barbara die nog niet helemaal wist waar ze heen wilde, wilde graag met Ginder mee terug naar Bergen. Maar dat mocht niet van haar vader en dus moest ze alleen thuisblijven met haar tante.



Zelf zei ze dat ze met de volgende karavaan zou komen, maar dat zouden ze nog wel zien. Toen Ginder op de terugreis was naar Bergen was Domen Compagne er ook bij. Maar tot zijn verbazing deed Domen bij een rustplaats zijn verband af. En de vader van Barbara hield heel veel van zwemmen en dat deed hij niet. En Ginder zag dat er helemaal geen wond onder zat. Het was dus helemaal de vader niet van Barbara. En toen het ongeluk (het was een soort ontploffing in de fabriek) gebeurde, was de vader van Barbara er ook bij. Hij overleed later, zijn collega gaf zich daarna uit voor Domen Compagne zodat de grondstof die hij aanvoerde uit Dal toch door kon blijven stromen. Want dat had het bedrijf nodig. Zelf heet hij Swankhuizen en is een handlanger van de heer Villerius. Ginder ontdekt dat Joren Verloren constant bijna overal is, waar hij ook is. En dus toevallig ook terug ging met de karavaan waar Ginder ook met mee ging. En als ze na twee weken terug zijn gekomen van de tocht door de woestijn, gaat Joren Verloren met de taxi naar een bureau waar de naam Kwijt en co. Detective bureau op stond en dat zette Ginder aan het denken, want de naam Kwijt en Verloren kwamen wel heel erg veel met elkaar overéén. Ginder had er nog de hele nacht over liggen denken, maar hij kwam er maar niet uit. Barbara wist ondertussen ook dat Domen Compagne niet haar echte vader was en dus wilde zij zo snel mogelijk naar Bergen om Ginder op te zoeken. Dat deed ze ook, want ze ging met de eerst volgende karavaan naar Bergen toe van al haar laatste spaargeld. Als ze zomaar bij Ginder voor zijn neus staat, hebben zij nog heel wat uit te praten Ze gaan samen naar persconferenties van dhr. Villerius. Dat is de voorzitter van het bestuur van Ginder zijn nieuwe school voor ingenieurs. Ginder is nog steeds heel veel bezig met de twee bladzijden van zijn Grootmoeder. Ginder gaat samen met Barbara en zijn moeder naar een goochelvoorstelling van Escamo de goochelaar. Maar voor de goochelvoorstelling ziet Ginder een man die een briefje geeft aan Swankhuizen. Als die later op de tweede rij gaat zitten heeft hij Ginder nog niet door. Maar Ginder wil wel weten wat er op het briefje stond en dus gaat hij onder de pauze van de voorstelling naar de kleedkamer van Escamo waar hij en praatje met hem maakt en daarna vraagt of hij het papiertje wat in de zak van Swankhuizen zit er uit wil goochelen en wil onthouden wat er op stond. Als Ginder weer op zijn plaats zit ziet hij hoe Escamo heel handig het blaadje uit de zak van Swankhuizen tovert. Als de voorstelling is afgelopen, gaat Ginder naar Escamo die het briefje aan hem geeft. En er staat op: 042315 Varenbaan dat is alles. 's Avonds als Barbara en zijn moeder slapen, gaat Ginder naar het politiebureau en hij vraagt naar inspecteur Zadelhof ( dat is de inspecteur van Lovendaal ), maar die snapt er ook niets van. Ginder komt er achter dat het niet de Varenbaan is, maar de renbaan is en dat is de atletiekbaan in Lovendaal en hij komt er ook achter dat de cijfers die er voor stonden een datum tijd groep waren dat betekent dat als je de nul weg zou laten dat het dan de vierde dat is vandaag en om kwart over elf. Ginder ligt de hele avond te denken over wat Joren had gezegd, maar Ginder had hem niet verteld dat hij al wist dat het niet Varenbaan was maar renbaan. En Joren was naar de Varenbaan (de Varenbaan is een laan in Lovendaal.) toe samen met inspecteur Zadelhof om daar te kijken wat er zou gebeuren, maar er gebeurde natuurlijk helemaal niks, maar hij kreeg inspecteur Zadelhof natuurlijk nooit mee naar de renbaan.



Als dat nog zou lukken dan was hij allang te laat. Dus zou hij maar alleen nog maar zelf naar de renbaan toe kunnen gaan en het uit zoeken wat er daar om kwart over elf zou gaan gebeuren. Ginder ontdekt bij de renbaan mensen aan het praten waren en die mensen waren Swankhuizen en zijn handlanger waaronder ook de vriend van de man die Ginder in het ravijn had proberen te gooien en dat was ook de man die de moeder van Barbara had vermoord. Ginder probeert te luisteren, maar daar heeft hij niet zo veel tijd meer voor ,want de handlangers van Swankhuizen komen samen met hem weer naar buiten. Ze stappen in een koets en Ginder ziet kans om in een kist achter op de koets te klimmen als die weg rijdt, Ginder is onder de tocht in slaap gevallen en als hij weer wakker wordt ziet hij dat hij in een soort koetshuis staat. Als hij weer een beetje bij is en weet dat er niemand in de buurt is en dat de deur op slot zit en de ramen ook, gaat hij op onderzoek uit en hij ontdekt een geheime gang naar beneden toe . Als hij de trap af loopt ziet hij aan de muur een paar kaarsen hangen. Een hij steekt ze alle twee aan. Een laat hij hangen de ander neemt hij mee om te kijken waar de gang naar toe loopt. Als hij beneden aankomt bij een deur, klopt hij erop, maar hij hoort niks. Maar dan opeens voelt hij een harde klap met een knuppel of zo iets op zijn nek en hij valt bewusteloos neer. Als hij weer bij komt ziet hij een en man voor zich zitten die over hem heen buigt en hem ver zorgt. Later blijkt dat Douve Bouwmeester, maar dat wist Ginder nog niet. Ginder en Douve praten over heel dingen bijv. dat Douve niet in het ravijn geduwd was , maar dat hij gekidnapt was, omdat Villirius graag zelf veel aanzien en macht wilde hebben. En ook dat de echte moeder van Douve Bouwmeester de Grootmoeder van Ginder was. Als alles boven water is, zegt Douve wel dat Swankhuizen hem wel goed verzorgt en hem ook de krant laat lezen en ook goed te eten krijgt, maar er natuurlijk niet voor zijn lol zit. Onderwijl is het thuis een hele chaos, omdat ze Ginder al een heel tijdje missen, En dus neemt Barbara het initiatief om te kijken waar Ginder heen en is dus komt ze ook bij de renbaan en net als ze de moed op wil geven ziet ze achter op een steen staan met blokletters Kalander en Barbara weet dat dat een plaatsje is in Bergen. Zonder iets tegen iemand te zeggen gaat Barbara op naar Kalander waar een oude kennis woont van Ginder die zij ook erg goed kent. En dus gaat ze daar naar toe en samen ontdekken ze dat het koetshuis waar Ginder gevangen zit elke dag Swankhuizen in en uit loopt en als ze daar gaan kijken zien ze ook de geheime gang onder het luik. Samen met de politie worden Ginder en Douve Bouwmeester bevrijd uit hun zogenaamde cel en Swankhuizen en zijn handlangers en Villerius worden opgepakt en achter slot en grendel gezet. Ginder komt weer terug bij zijn moeder en Barbara en gaat later naar de technische universiteit Douve word weer helemaal opgenomen in de gemeenschap. Ginder wordt een aantal dagen later uitgenodigd om bij de notaris te komen



Schrijver

Jan Terlouw is op vijftien november 1931 in Kamperveen geboren. Zijn vader was Dominee. Jan heeft Wis- en Natuurkunde gestudeerd aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Hij werkte als natuurkundige in de Verenigde Staten en in Zweden. Daarna is hij naar de tweede kamer gegaan, daar werd hij minister en voorzitter van de D66. Hierna is hij schrijver geworden en hij heeft veel boeken geschreven, zoals



1970 Pjotr

1971 Bij ons in Caddum

1971 Koning van Katoren

1971 Oom Willy Brord

1972 Oorlogswinter

1973 Brief geheim

1974 De heks van Eiselstein

1976 Oosterschelde windkracht 10

1983 De Kloof

1986 De gevangenis met open deur

1989 Kunstrijder.

Jan Terlouw is nu gepensioneerd commissaris van de koningin in Gelderland.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen