U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Nanne Tepper - De Eeuwige Jachtvelden.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/2157 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 5024 woorden.

Titel

De eeuwige jachtvelden



Beschouwing

De eeuwige jachtvelden is het debuut van Nanne Tepper. Het gaat over een incestueuze relatie tussen broer en zus. De roman speelt zich hoofdzakelijk af in de streek van Teppers kindertijd, Oost-Groningen, het dorp Oude Huizen, dat langzaam maar zeker ontvolkt raakt. De eeuwige jachtvelden is verdeeld in vier boeken, alle voorafgegaan door motto's die samen de voorschriften zijn van de 1e symfonie van Mahler. Opvallend is dat, wanneer men de motto's achter elkaar zet: 'Langsam, schleppend, wie ein Naturlaut. Kr@ftig bewegt, doch nicht zu schnell. Feierlich und gemessen, ohne zu schleppen. Stürmisch bewegt', er met enige fantasie de fasen van het liefdesspel uit afgelezen kunnen worden. Het boek als geheel heeft als motto de drie laatste strofen van een verboden (!) gedicht van Baudelaire. De inhoud is goed toe te passen op de inhoud van het boek. In het motto is direct al een spiegeling te vinden. In de derde strofe van de eerste zin staat : 'Et, vertigineuse douceur' hetgeen vertaald 'En, zoete duizeling der zinnen' betekent. Duizelin-gen is de titel van het verhaal, waarin Lisa vrouw wordt, dat Victor voor zijn zus schrijft. Het is overi-gens het enige gedeelte uit het boek dat een titel heeft.



Nanne Tepper maakt veel gebruik van flash-backs. Misschien dat het makkelijk is om in het kort de chronologische volgorde van de gebeurtenissen te geven: De Directeur vertelt, als hij een voormalig NSB'er bij zijn eigen begrafenisstoet ziet aansluiten, over de tweede wereld-oorlog, en de tijd daarna waarin Prins en Zonnebloempje ver-liefd worden. Daarna volgen de lotgevallen van Victor en Lisa. Volgens Victor moet het loeren naar zijn zusje begonnen zijn toen hij zestien, en zij veertien was. Hierna worden de ge-beurtenissen verteld van de tijd dat Lisa bij Victor woont in de Stad. Anna is ouder geworden en bezoekt haar oudere broer en zus. Als ze Anna naar huis gebracht hebben, vraagt Lisa of Victor haar wil ontmaagden. Dit gebeurt na drie dagen. De volgende gebeurtenis die wordt beschreven is vijf jaar later. Tijdens het diner vertelt moeder, dat ze bij vader weggaat. Hierna gaat Victor naar Parijs en worden er veel brieven geschreven, die in chronologische volgorde in boek 3 staan. De dag dat Victor terugkomt uit Parijs voor de begrafe-nis van de directeur, is de meest recente gebeurtenis.



Naast de flash-backs, maakt Tepper ook gebruik van versnelling en vertraging . Versnelling is duidelijk te zien als Lisa zegt dat ze door Victor ontmaagd wil worden. Victor blijft dan 3 dagen weg, maar over deze drie dagen wordt verder niets verteld. Ook na Lisa's ontmaagding zijn er ineens vijf jaar voorbij gegaan waarvan alleen wordt verteld dat zij een half jaar niet meer met Victor geslapen heeft. De vertragingen zijn over het algemeen momenten dat Victor zijn zusje be-schrijft. Ook de momenten dat de liefde wordt bedreven of de zelfbevrediging van Lisa plaatsvindt worden erg uitvoerig beschreven.



In 'De eeuwige jachtvelden' wordt niet steeds hetzelfde perspectief gebruikt. In het eerste boek is er sprake van een 'personale Erz@hlsituation' volgens de theorie van Stanzel. Er wordt verteld in de hij-vorm, en de lezer heeft niet door dat er een verteller aan het woord is. De lezer wordt als het ware direct betrokken bij het verhaal, en beleeft de gebeurtenissen tegelijkertijd met de personages. Dit wordt ook wel de 'Szeni-scher Darstellung' genoemd door Stanzel. Volgens Friedmans theorie is er in het eerste boek sprake van 'Selective omniscience'. Dit komt op hetzelfde neer als de 'Szenischer Darstellung'. In het eerste boek is sprake van de vrije indirecte rede. We kunnen niet alleen zien wat Victor zegt, maar ook wat hij denkt. Het boek is verder overwegend in de dialoogvorm ge-schreven. Nanne Tepper heeft hier voor dit perspectief geko-zen, omdat zo de belevingswereld van Victor centraal gesteld kan worden.



Ook in het tweede boek is er sprake van de 'personale Erz@hlsituation'. Dat wat de lezer in dit deel met de ogen van Lisa ziet, speelt zich af als ze met Victor in de stad woont en ze zesentwintig is " Tien jaar geleden, toen was ze zestien en leuk om te zien." [p.182]. Er is hier duidelijk sprake van een 'szenischer Darstellung' en dus niet van een 'berich-tender Darstellung'. In het tweede boek is sprake van perspectiefwisselingen. Op p. 130 leest Lisa een brief van Victor. Het perspectief ligt dan bij hem. Op de bladzijde erna [p. 131] verschuift het perspec-tief voor langere tijd naar Victor [t/m p. 151]. Er is hier sprake van een ik-verteller die eigenlijk meer over zijn zusje dan over zichzelf vertelt. Je kunt zelfs spreken van een externe focalisator omdat Victor het verhaal beschrijft zoals hij het jaren geleden heeft beleefd. In tegenstelling tot het eerste boek waar veel dialoog voorkomt, gaat het hier meer om gedachtengang. Op p. 195 verschuift het perspectief nog naar Anna. Dit komt logisch over, omdat Anna hier ontdekt wat zich tussen haar broer en zus afspeelt. Op blz. 182 t/m 185 mag het perspectief enigszins onbetrouw-baar genoemd worden. Lisa zegt daar dat ze nu wel kan lachen om (Victors) dronkenschap. Dit is vreemd omdat ze hem daar meestal voor op de kop geeft. Op p. 185 staat dan "...., of was ze gewoon dronken?" Het zou dus kunnen zijn dat we hier een verkeerd beeld krijgen omdat Lisa aangeschoten is. In het derde boek vindt er alleen briefwisseling plaats tussen de personages. Omdat over het perspectief weinig te zeggen valt omdat alle brieven hetzelfde zijn opgebouwd, zal ik de brieven in het kort bespreken:



De eerste vijf brieven zijn de geschreven gesprekken tussen Victor en Hille Veen. De zesde brief is in Indianentaal ge-schreven. (Indianen en Indianentaal zijn belangrijke elementen in dit boek zoals bij de beschrijving van de motieven zal blijken). De zevende brief is een reactie van Anna. De achtste en de negende brief zijn brieven van Victor naar Hille en omgekeerd. Dan komt er een nieuw persoon bij; Lisa. Lisa schrijft vanuit Ameland naar Victor. Daarna (elfde brief) komt er een brief van Hille aan Lisa. De twaalfde brief is een reactie van Victor op de brief van Lisa. De dertiende brief is een kwade reactie van Lisa op Victors brief. Hierna schrijft Victor twee brieven. Een aan Hille en een aan Anna. Dan komt er een brief die niet in de ik-stijl, in tegenstelling tot alle andere brieven, is geschreven. Het is een telegram van Anna aan Victor. Vervolgens staan er een brief van Victor aan zijn moeder, een brief van Anna aan Lisa en een van Lisa aan Anna. De twintigste brief is de reactie van Victors moeder op zijn brief. Victor schrijft haar een ontkennende reactie, en de volgende brief (telegram), van Victor naar Lisa, wekt verbazing op bij Lisa. Dit blijkt uit het antwoord van Lisa: "Ben je je leidradenboekje kwijt?....Ik wil er ook helemaal niet aan denken een antwoord te verzinnen." [p.219]. Blijkbaar weet ook Victor niet meer hoe het verder moet. In de brief die Lisa schrijft aan Victor heeft ze het duidelijk over hem. Je kunt echter niet echt zeggen dat hij de aangesproken persoon is, want ze spreekt hem niet toe. Door haar manier van spreken, ironiseert ze Victor (de brief is cynisch geschreven), en schept ze een zekere afstand: "Doet Victor aan kunst, dan moet dit een gevolg zijn van Weltschmerz en lotsbestemming en niet van voorkeur of overtuiging." [p.219]. Ik heb het idee dat Lisa Victor hier aanstellerij verwijt. Hierna schrijft Victor een brief aan zijn moeder en aan Hille zoals Lisa hem vroeg. Pas daarna schrijft hij zijn antwoord aan Lisa. Dan komt er een brief van Veen aan Victor en daarop volgt een telegram van Victor aan Veen. Daarna volgt een brief van Lisa aan Victor en vervolgens een brief van Veen aan Victor. Als laatste schrijft Victor een brief aan Lisa waarin alles geschreven wordt wat in de voorafgaande brieven is opgebouwd.



Door de brieven wordt alles wat er in het eerste en tweede boek is gebeurd verduidelijkt. De rol van de brieven is heel duidelijk. Ze geven psychologische diepgang aan de personages. De onderlinge relaties worden hier nader toegelicht (en dus ook uitgediept).



In het vierde boek is er weer een ander perspectief. Alles wordt door de ogen van de directeur gezien die inmiddels dood is. Ondanks het feit dat de directeur dood is, maakt hij wel deel uit van het verhaal (zij het op een vreemde manier) en we kunnen hier dus om met de termen van Stanzel of Friedman te spreken, spreken van een Ich-erzählsituation of een 'I' as witness. De vertellende ik komt in het vierde deel het meest naar voren. Wanneer de directeur echter herinneringen ophaalt, dan wordt het meer een belevende manier van vertellen. De "szenische" manier van vertellen komt daar dan iets meer boven. Na zijn dood ziet de Directeur paralellen tussen de relatie van Victor en Lisa en van de Dokter en Zonnebloempje: "..zoals Prins en zijn Zonnebloempje, zo dat je denkt: die gaan trouwen, en dat is prachtig." [p.252].



De relatie tussen Victor en Lisa vormt het verhaalmotief . Hun relatie maakt gedurende het boek een ontwikkeling door. Hun relatie is in het begin kinderlijk en toch al intensief, en groeit langzaam uit tot ware liefde. Ze ontdekken dat ze niet zonder elkaar kunnen. Het kan ze niets meer schelen wat de anderen zeggen; ze zijn verliefd.



Het boek is erg knap opgebouwd. In de verantwoording schrijft Nanne Tepper dat ‘alle overeenkomsten van scènes en sores in deze roman met die in andere levende en dode kunstwerken berusten op louter toeval, behalve daar waar een schrijver verwijzing ambieert’. Hij geeft dus aan dat er in het boek zeker verwijzingen te vinden zijn naar andere kunstwerken en dergelijke. Bij bespreking en nadere bestudering van het boek hebben we dan ook een aantal verwijzingen gevonden. Gelukkig zijn deze verwijzingen niet nodig om het boek te snappen. Zij het dat ze het boek wel veel leuker maken. Als je de verwijzingen niet zou zien, dan zou er slechts een goed triviaal verhaal overblijven. Triviaal is hier overigens geen goed gekozen woord, want het verhaal gaat ten slotte over een incestueuze verhouding, en dat is geen alledaags thema. Maar wat ik bedoel te zeggen is dat het verhaal zonder de verwijzingen erg veel aan literaire kracht inboet.



In het boek komen verschillende spiegelingen voor. In het eerste boek schrijft Victor een ansichtkaart aan zijn zus Lisa. De afbeelding is een liggend naakt dat met gebalde vuisten lijkt te rusten. Lisa komt zo, in dezelfde houding als de vrouw op de afbeelding van de kaart, verschillende keren terug in het verhaal. Victors ansichtkaart is een letterlijke spiegeling van wat er verderop in het verhaal gebeurt: Als Victor zijn verhaal aan Lisa geeft, dan staat hij eerst aan haar bed en kijkt lang naar haar naakte lichaam en haar gebalde vuisten. Ook zijn er overeenkomsten tussen de relatie van Victor en Lisa en die van hun ouders. Heimwee en het verlangen naar vroeger komen veel voor. Denk hierbij aan het veel voorkomen van ‘weet je nog’. Verder vertrekt Victor naar Amsterdam, waar zijn moeder heeft gestudeerd, en gaat later, net als Lisa in ‘de stad’ wonen. Als er ‘wat is gebeurd’ dan komt Victor net als zijn moeder weer terug. In het vierde boek beschrijft de directeur hoe hij al kon zien dat Prins en zijn Zonnebloempje voor elkaar bestemd waren. Dit ziet hij ook als hij Lisa en Victor ziet zitten. Op een gegeven moment gaan Victor en Lisa bij elkaar wonen. Als hun zusje Anna komt logeren kunnen ze pas echt vadertje-en-moedertje spelen. Anna wordt de ‘dochter’ van Victor en Lisa: "Doe vooral alsof je thuis bent, Anna" [p.117] "Het was een prachtig meisje, het was van hen" [p.124]



Naast spiegeling komt er nog een ander motief voor, namelijk voorbereiding . Al op pag. 51 wordt de lezer ervan op de hoogte gesteld dat Victor een verhaal voor Lisa aan het schrijven is, en dat hij het haar voor haar zestiende verjaardag wil geven. Op deze gebeurtenis wordt erg veel nadruk gelegd. De gift wordt gezien vanuit twee verschillende personages te weten Victor [p. 54] en Lisa [p.112]. Dat Victor Lisa een verhaal geeft, is eigenlijk zijn liefdesverklaring. In het hele verhaal speelt bloed een belangrijke rol. Hoewel niet zozeer het bloed zelf, maar meer de woorden die ermee gemaakt worden (Lisa’s bloedrode lippen, het jeuken van Victors bloedbanen, de eerste menstruatie van Lisa en de bloedlip die Victor Lisa slaat, de laatste twee in Duizelingen). Nadat Victor Lisa een bloedlip geslagen heeft zuigt Victor het bloed van Lisa’s lip en zegt dan: "Nu zijn we bloedbroeders" [p.150]. De benaming bloedbroeders komt later in het verhaal ook nog eens aan de orde, nadat Victor Lisa, op haar eigen verzoek [p. 169], heeft ontmaagd: "Ze streek hem door zijn haar en zei: "Nu zijn we bloedbroeders, voor het leven, en ik, meneertje, hou van jou."". Bloedbroeders duidt hier duidelijk op Lisa’s ontmaagding, te meer omdat het er direct na gezegd wordt.



Zoals gezegd is het boek knap opgebouwd, en staat bol van de verwijzingen en motieven. Naast de bovengenoemde motieven zijn er ook nog enkele leidmotieven te vinden. Naast het leidmotief heimwee, dat ik hier niet zal bespreken, zijn ook nog het leidmotief sprookje en drank te vinden. Al op p. 17 wordt melding van het sprookje gemaakt: "Het sprookje was die dag begonnen". Op dat moment gaat het nog over Victor en zijn toekomstige beroep, en zijn toekomst. Victor en Lisa ‘maken’ samen een ‘sprookje’ .Dat deze toekomst echter niet rooskleurig zal zijn blijkt echter op pag. 22: "hun almaar krimpende sprookjesland"; hun sprookjesland krimpt omdat ze steeds meer in de realiteit komen te staan, en omdat hun sprookje werkelijkheid wordt (Ze geven uiteindelijk toe aan hun gevoelens), en op pag. 83. Victor had de gewoonte om Anna verhaaltjes (sprookjes) te vertellen voordat zij ging slapen. Hij gebruikt ook de sprookjesvorm om Anna op de hoogte te stellen van zijn relatie met Lisa [p.158]. Het sprookjesmotief komt ook nog eens tot uiting in de bijnamen die de familieleden (met name Victor en Lisa) voor elkaar bedenken. Hierbij moet je denken aan Ludwig (van Groningen) (Misschien is dit afgeleid van Ludwich van Beieren, die gek werd aan het eind van zijn leven), Elisabeth van Ameland (ook zij had een relatie met haar broer), Sissi (misschien een verwijzing voor zus), Trapsby, Peatsby, Collapsby, Lita (misschien doelt Tepper hier op lolita), en Keizerin. Ook zou de naam Sissi kunnen verwijzen naar films van Ronny Schneider.



Zoals gezegd vormt ook drank een leidmotief. Een kenmerk van drankgebruik (en zeker van overmatig drankgebruik zoals in dit boek duidelijk het geval is) is dat je er de werkelijkheid even door vergeet. Je komt buiten de realiteit te staan. Het hoogtepunt van het drankgebruik is Victors delirium [p.68].



Het abstracte motief dat de drie leidmotieven met elkaar verbindt is het willen vluchten.



Heimwee is het gevoel weg te willen naar een andere plaats, ergens waar het beter is. Zowel Victors moeder als Victor proberen dit. Zonnebloempje gaat naar het westen, naar de stad, om te studeren en Victor gaat naar Parijs om de werkelijkheid te ontvluchten. Beide keren echter weer terug. Zoals gezegd is drank een manier om je af te keren van de werkelijkheid. Zo kan ook het geloven in, en het bedenken van sprookjes gezien worden. Door een sprookjeswereld te creëren, kun je uit de werkelijkheid vluchten. Tepper ironiseert dit gegeven als Victor geschikt wordt geacht als reisleider, maar waar hij het zelf absoluut niet mee eens is [p.17]. Niemand van de hoofdpersonen echter begrijpt waar het vluchtgevoel vandaan komt. "’Nou,’ vroeg Victor, ’wie gaat waarheen en waarom?.’ [p.192].



Nanne Tepper heeft zijn boek de titel: ‘de eeuwige jachtvelden’ meegegeven. De eeuwige jachtvelden is het hiernamaals van de indianen. De eeuwige jachtvelden impliceren hier geen rust, zoals het hiernamaals in het Christendom, maar juist het tegenovergestelde. In de uiteindelijke acceptatie van hun relatie vinden broer en zus beide elementen (rust door de acceptatie, maar toch het blijven najagen van elkaar). O.a. op p. 146 wordt expliciet naar de jachtvelden verwezen: "En daarachter lag een woud, je weet wel, waar ook de eeuwige jachtvelden zijn".



Oude Huizen speelt een belangrijke rol in het verhaal. Oude huizen (misschien een verwijzing naar ouderlijk huis?) is de woonplaats van de familie Prins. Het is een fictieve plaats. Dit ter voorkoming van het te autobiografisch worden van de roman. Oude Huizen is een typisch (zeg maar gerust stereotiep) voorbeeld van een Gronings dorp. Het is klein, eenvoudig en de mensen zijn er erg nuchter. Dichterschap wordt niet als vak gezien, en incest is een zonde. Victor voelt zich daar dan ook erg onbegrepen.



Hille Veen heeft het regelmatig over Gomorra. Het wordt duidelijk dat met Gomorra, Veendam wordt bedoeld. Het water dat door Veendam stroomt stinkt altijd ontzettend erg: "...Het miezerde. De lijkenlucht (Veen) van het water stemde haar droef.." [p.113]. Uiteraard is de keuze van de naam Gomorra geen toevallige keuze. Gomorra is een stad, beschreven in de bijbel, die (samen met Sodom) verwoest wordt door het zedeloze (verdorven) gedrag van de bewoners (Genesis 19, 23). Dit zedeloze gedrag kan in dit geval ook betrekking hebben op de relatie tussen Lisa en Victor.



Amsterdam en Parijs vervullen ongeveer dezelfde rol in de roman. Victor wordt door zijn vader naar Amsterdam gestuurd om afstand te nemen van Lisa. Later gaat hij naar Parijs om dezelfde reden. Dit laatste is echter zijn vrijwillige keuze, en dat was het reisje naar Willem in Amsterdam niet. Amsterdam en Parijs zijn ook tegenstellingen ten opzichte van het dorp Oude Huizen. Het zijn beide grote, dynamische steden. In Parijs zoekt Victor het artistieke: "Hij was een ‘Europees dichtersjong’" {p.15]. Victor voelt zich thuis in het artistieke. Ook Berlijn vervult de functie van de artistieke ontplooiing van Victor.Victor wil naar Berlijn, omdat hij graag componist wil worden. Naast de genoemde plaatsen speelt ook Ameland een rol. Lisa woont op Ameland als Victor in Parijs zit. Ameland is een geïsoleerd eiland, en symboliseert misschien wel de geïsoleerde plaats die Lisa in het gezin inneemt. Verder speelt ook de zolder een rol van belang, want daar bouwen Victor en Lisa hun sprookjeswereld, zoals al eerder staat beschreven.



Ik heb het tot nu toe alleen nog maar over de topografische ruimte gehad. Dus over plaatsen waar het verhaal zich werkelijk afspeelt. De belangenruimte, die toch heel belangrijk is, is nog niet aan de orde gekomen. Waar Victor , Lisa en Anna, zij het in mindere mate, ook zijn, altijd voelen ze weer het verlangen naar Oude Huizen. Dit is vreemd, omdat ze in Oude Huizen toch niet werkelijk gelukkig zijn geweest. Het verlangen is dan ook niet zozeer naar Oude Huizen zelf, dit staat symbool voor het verlangen naar elkaar. Ze kunnen niet of nauwelijks met, maar zeker niet zonder elkaar leven. Ook Hille Veen kent deze vorm van heimwee, het terug willen naar Veendam (Gomorra), en zijn Yvonne. Nanne Tepper maakt veel gebruik van het weer om bepaalde momenten extra kracht te geven. Wanneer er iets vervelends of onheilspellends gebeurt of te gebeuren staat, regent het vaak, of pakken donkere wolken zich aan de hemel samen. Hij maakt dus gebruik van klimatologische parallellen.



Het boek telt in totaal 260 pagina’s, de zogenaamde verteltijd . Het eigenlijke verhaal begint op p. 11. Zoals eerder vermeld, bestaat het boek uit vier boeken. Het eerste begint op p.11 en eindigt op p.107, het tweede boek begint op p.111 en eindigt op p.196. Het derde boek begint op p.199 en eindigt op p.232, en het vierde boek begint op p. 235 en eindigt op p.260. Er zijn drie verhaallijnen terug te vinden. Als eerste (Victors bezoek aan) Parijs, ten tweede de herinneringen aan vroeger (Oude Huizen/Groningen) en als laatste de begrafenis van de Directeur. De eerste vertellijn (Parijs) loopt van 1 augustus 1989 tot in 1990 (Het moment dat Victor zijn laatste brief vanuit Parijs schrijft). De tweede vertellijn zijn de herinneringen aan vroeger van Victor als hij in Parijs zit. De derde vertellijn loopt vanaf het moment dat de directeur zijn eigen begrafenis aanschouwt tot aan de avond van dezelfde dag dat Lisa zegt dat zij samen met Victor naar Ameland gaat. De samenhang tussen de eerste en de tweede verhaallijn is duidelijk. Door de herinneringen wordt duidelijk waarom Victor in Parijs zit. Door de derde verhaallijn wordt alles in een groter geheel geplaatst. Dit is mogelijk door de uitzonderlijke positie van de Directeur.



Het zal duidelijk zijn dat Victor en Lisa de hoofdpersonen uit het boek zijn. Victor Prins is de enige zoon en tevens de oudste uit het gezin van drie kinderen. Hij heeft twee zusjes, Lisa en Anna, van wie Lisa de oudste is. Victor is een rustige, introverte jongen. Hij wil met rust gelaten worden en zijn eigen leven leiden. Hij denkt veel over het leven na. Hij raakt al vroeg vertrouwd met drank, en ondanks zijn delirium blijft hij drinken. Hij heeft een goede, doch niet speciale, band met zijn vader. De band tussen Victor en zijn moeder is ook niet slecht. Zijn moeder maakt zich echter in tegenstelling tot zijn vader wel druk om de kinderen. Zijn moeder wijst hem (o.a. middels de brieven) op de gevolgen van overmatig drankgebruik. Ten slotte is zij van zijn vader gescheiden door zijn drankgebruik. Zonnebloempje noemt haar zoon een aansteller. Ze bedoelt hiermee; doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. De relatie tussen Victor en Anna is bijzonder goed. Als kind is Anna vaak ziek en Victor leest haar dan verhaaltjes voor. Tijdens Victors verblijf in Parijs is Hille Veen zijn enige contactpersoon. Hille is een oude vriend van Victor. Hille is in zijn brieven in tegenstelling tot Victor erg open zegt precies wat hem op het hart ligt. Hij was ook op de hoogte van de relatie tussen Victor en Lisa. Zowel Veen als Victor zijn kunstenaar. De mening van de Directeur is erg belangrijk voor Victor. De Directeur is de buurman van de familie Prins. De Directeur laat na zijn dood al zijn bezittingen na aan Victor. Victor ziet de Directeur als een tweede vader. De Directeur heeft altijd veel voor Victor betekend, en omgekeerd. Hij hield Victor als het ware allerlei levenswijsheden voor en liet Victor zien hoe het leven van een man op aarde was. Iets dat zijn Victors vader nooit deed. Het enige dat Victor van zijn vader over kon nemen was het drinken, en dat heeft hij dan ook gedaan. De Directeur was een soort tweede vader voor hem (Zijn echte vader is nooit volwassen geworden): "Er is maar een mens van wie ik altijd in alle eenvoud heb gehouden, en dat was hij". [p.231]. Iets verder zegt Victor, dat hij altijd serieus genomen werd door de Directeur, en dat hij een soort leermeester voor hem was: "Ik zou kunnen zeggen omdat hij mij serieus nam en meer van die nonsens, maar dat was het niet. De man nam ‘het’ serieus in mijn nabijheid, al toen ik als peuter rondkroop op de bank. ...Hij liet mij het leven van de man op aarde zien. Naakt, zonder kostuum, zonder rolverdeling, zonder mij als publiek te beschouwen. ...Wij hadden geen band. Wij hadden een pact. ...Ik zal hem gedenken in mijn stappen. Iedereen zoekt een leermeester. De mijne heeft altijd naast mij gewoond." [p.231]. De relatie tussen Victor en Lisa is erg gecompliceerd. Dit te meer omdat Victor een introverte jongen is, en we dus weinig te weten komen van zijn gevoelens ten opzichte van Lisa. De relatie is in het begin nog onschuldig, maar wordt steeds hechter. Het wordt een liefdesrelatie. Victor betuigt Lisa zijn liefde door het geven van ‘Duizelingen’ en Victor is ook degene die Lisa ontmaagdt.



Lisa is een mooie meid. Ze is leuk om te zien. Op het gebied van erotiek ontwaakt ze pas erg laat (Denk aan de benaming ‘Froukje Frigida). Eigenlijk is Lisa een gevoelig meisje dat emotioneel kan reageren op andermans mening. Ze heeft net als de andere gezinsleden regelmatig last van heimwee. De relatie tussen Lisa en haar ouders is niet geweldig te noemen. Lisa vindt de dokter geen goede vader. Hij drinkt te veel en voedt de kinderen slecht op. Haar moeder laat het gezin regelmatig in de steek en dat neemt Lisa haar erg kwalijk. Ondanks dat Lisa soms jaloers is op Anna is er geen sprake van rivaliteit. Zowel Victor als Lisa zien haar als kleine zusje (en later misschien wel als dochter). Victor en Lisa sliepen toen ze jong waren al bij elkaar. Nadat Lisa ongesteld is geworden mag dit echter niet meer van hun ouders. Lisa heeft er moeite mee dat haar relatie met Victor niet wordt geaccepteerd. Zo droomt ze op studiereisje dat de relatie, zonder dwang, geaccepteerd wordt. Daarna droomt ze echter over God die buldert dat hij het genoeg vindt. Lisa is erg zeker van haar liefde voor Victor, en laat dat regelmatig aan hem merken.



De Directeur is ook een belangrijk persoon in het boek. De belangrijkste relatie, die tussen hem en Victor, is al hierboven besproken. De Directeur is getrouwd, maar het huwelijk is altijd kinderloos gebleven. Misschien was hij daarom wel zo dol op de dokter en Zonnebloempje, omdat zij weer kinderen in het dorp brachten. De eerste herinnering die wordt beschreven is die van Victor aan de Directeur. Hieruit blijkt al hoe belangrijk de Directeur voor Victor was. Ook is de Directeur de persoon aan wie Victor zijn blijde boodschap dat hij als kunstenaar geboren is wil voorleggen. Na zijn dood doet de Directeur een uitspraak over de relatie van Victor en Lisa. Hij keurt deze niet af. Hij vindt dat ze maar moeten trouwen en kinderen moeten adopteren. Het is moeilijk vast te stellen of de Directeur een ‘round’ of ‘flat’ character is. We weten te veel van de Directeur om hem als ‘flat’ character te bestempelen, maar de Directeur maakt geen (sterke) ontwikkeling door. Hij is echter wel een belangrijk persoon in het verhaal.



Moeder is de enige die zich niet verbonden voelt met de Groningse grond. Ze heeft oog voor de opvoeding van haar kinderen, maar die hebben weinig respect voor haar. In het begin is ze tegen de relatie van Lisa en Victor, maar ze lijkt zich er later wel bij neer te leggen.



De vader is een alcoholist. Hij wil vooral terug naar vroeger: " Hij bekommert zich nauwelijks om de opvoeding van zijn kinderen. Uiteindelijk keurt hij de relatie tussen broer en zus goed. Ondanks dat vader regelmatig ‘dokter’ genoemd wordt, wordt nergens duidelijk of hij een praktijk heeft. Voor het geld hoeft hij het in ieder geval niet meer te doen: "Pappa heeft ons de rest van het kapitaal van onze grootouders toegezegd." [p.227] Er wordt helemaal niet van een praktijk gesproken, dus het lijkt het meest logisch dat hij geen praktijk meer heeft.



Anna wordt vooral gebruikt om tegenstellingen duidelijk te maken. Aan de ene kant contrasteert haar relatie met Victor natuurlijk met de relatie tussen Victor en Lisa. De relatie tussen Victor en Lisa is een liefdesrelatie, terwijl de relatie tussen Anna en Victor een gewone broer-zus-relatie is. Daarnaast contrasteert Anna met Lisa. Lisa heeft problemen met de seksualiteit, terwijl Anna wel graag met jongens naar bed gaat. Ook op het gebied van uiterlijk verschillen ze van elkaar.



Anna gebruikt in het boek een uitdrukking waar ik even dieper op wil ingaan. ‘Ja zeg eh, sorry hoor, maar ik heb de hele week liggen bolderkarren. Ik heb er O-benen van, heb jij niet een of ander goedje waarmee ik de boel eens goed kan invetten?’ Het gaat mij hier om de uitdrukking ‘bolderkarren’. Het is duidelijk dat dit refereert aan gemeenschap hebben. Waarom echter zou Tepper hier voor de uitdrukking ‘bolderkarren’ gekozen hebben, en niet voor het banalere ‘neuken’. Ik geloof niet dat dit gedaan is om banaliteit te voorkomen. Ten eerste zou het woord ‘neuken’ best door Anna gebruikt kunnen zijn, en ten tweede is het thema van het boek de incestueuze relatie tussen broer en zus, toch geen a-banaal onderwerp. Toen ik bolderkarren las moest ik denken (en het werd later ook nog tijdens het college genoemd) aan de Bolderkar-affaire in 1991. Daar werden kinderen seksueel misbruikt. Het kan zijn dat hij dit in gedachten heeft gehad. Lisa heeft toch enige geestelijke tekortkomingen. Ze ontwaakt pas laat op seksueel gebied, en dan nog alleen maar met haar broer. Kinderen zijn beperkt in hun kunnen (Ze kunnen nog niet alles). Mensen die seksueel misbruikt zijn, zijn geremd wat betreft hun kunnen. Het misbruik van kinderen leidt dus als het ware tot een dubbele beperking van hun kunnen. Het misbruik vond plaats in Oude Pekela, een plaatsje in Oost-Groningen. Deze mensen zijn dus in Groningen beperkt wat betreft hun kunnen. Zo wordt ook het gevoel dat Victor bij Groningen heeft omschreven in het boek. ‘Oost-Groningen, het plafond van zijn jeugd en misschien ook van zijn kunnen’. [p.12]. Ik ben me ervan bewust dat deze uitleg erg speculatief is, maar ik vond hem zo aardig dat ik hem u niet wilde onthouden.



Verder deed de eeuwige jachtvelden mij ook enigszins denken aan Flowers in the attic (vert. Bloemen op zolder) van Virginia Andrews. Om dit duidelijk te maken zal ik eerst in het kort de inhoud vertellen (voor zover van belang). Het boek gaat over een gezin, waarvan de vader overlijdt. Hierop besluit de moeder naar haar (erg rijke) ouders (waarvan de vier kinderen nog nooit gehoord hebben) te gaan zodat die haar kunnen helpen. Opa mag zijn dochter niet meer zo, omdat ze met haar halfoom getrouwd is tegen zijn wil. De dochter wil nu zijn vertrouwen weer winnen door het lieve meisje te spelen. Opa mag echter pas weten dat ze ook kinderen heeft, als ze zijn vertrouwen weer gewonnen heeft. Hierom worden de kinderen opgesloten in een vleugel van het gebouw. In dit gedeelte kwam opa nooit. Langzaam maar zeker vergeet moeder de kinderen. De oudste twee worden verliefd (net als Victor& Lisa.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen